kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 09-04-2011 voor het laatst bewerkt.

Willi Baumeister

Duitse schilder en kunsttheoreticus, geboren 22 januari 1889 te Stuttgart - overleden 31 augustus 1955 aldaar.

Biografie
Willi Baumeister was van 1905 tot 1907 Leerling in de decoratiewekplaats van zijn oom. In 1905-1906 in deze zelfde periode begint hij al met zijn kunststudie aan de kunstacademie van Stuttgart (de Königlich Württembergische Akademie) en volgt de avondklassen. Hij bezoekt de tekenklas van Robert Poetzelberger en volgt aanvullende lessen bij Josef Kerschensteiner.

In 1907-08 zit hij in militaire dienst, waarna hij in 1908 zijn studie aan de kunstacademie van Stuttgart hervat. Omdat zijn leraar Poetzelberger hem wegstuurt wegens gebrek aan talent, studeert Baumeister van 1909-1912 in de compositieklas van Adof Hölzel, waar hij Oskar Schlemmer leert kennen, met wie hij levenslang bevriend blijft.

In 1911 maakt Baumeister zijn eerste uitstapje naar Parijs. In 1912 heeft hij zijn eerste expositie in Zürich en in 1913 neemt hij deel aan de 'Erste Deutsche Herbstsalon' in de Berlijnse galerie der Sturm. Hier ontmoet Baumeister de expressionistische schilder Franz Marc.

In 1914 heeft hij zijn eerste solo-expositie in Der Neue Kunstsalon in Stuttgart. In hetzelfde jaar regelt Hölzel een opdracht voor muurschilderingen in de Deutsche Werkbund-Ausstellung in Keulen voor Baumeister, Schlemmer en Herman Stenner.

Voordat hij in dienst moet in de zomer van 1914 tot 1918, reist hij samen met Oskar Schlemmer naar Amsterdam, Londen en Parijs.

Van 1914 tot 1918 zit hij in Militaire Dienst. In 1915 tijdens de oorlog ontmoet Baumeister de schilder Oskar Kokoschka en de architect Adolf Loos in Wenen. In 1916 neemt hij deel aan de expositie 'Hölzel en zijn cirkel' in de Kunstvereniging in Freiburg in Breisgau, welke daarna in de Ludwig Schames Kunstsalon getoond wordt in Frankfurt am Main. In 1918 nog voordat hij de militaire dienst verlaat geeft hij samen met Schlemmer een expositie in de Galerie Schaller in Stuttgart. Samen met Schlemmer probeert hij Klee op de academie in Stuttgart te krijgen, de academie wijst Klee echter af. In 1919 wordt Baumeister lid van de Berlijnse kunstenaarsgroep de Novembergruppe. De groep wordt door Max Pechstein in 1918 opgericht, direct na de Duitse capitulatie en de afzetting van keizer Wilhelm II, waarna een democratische republiek gevormd wordt.

In 1919 keert hij terug naar Stuttgart en is daar medeoprichter van de Kunstenaarsgroep Uecht, welke hij in 1921 weer verlaat. Zijn vroege figuratieve werk geïnspireerd op het werk van Paul Cézanne maakt nu plaats voor zijn Mauerbilder en Sportbilder, schilderijen, waarbij hij het vlak accentueert en constructivistische elementen op een reliëfachtige wijze verwerkt.

In 1919 maakt Baumeister zijn eerste decorontwerp, gevolgd door zeventien anderen. In 1920 voltooit hij zijn kunststudie en werkt hij als onafhankelijk kunstenaar. Hij neemt deel aan exposities in Berlijn, Dresden en Hagen. In 1922 exposeert Baumeister samen met Fernand Léger in de Berlijnse galerie Der Sturm en zijn populariteit en erkenning in het buitenland wordt duidelijk.

In deze jaren ontwikkelt Baumeister professionele betrekkingen met kunstenaars als Paul Klee, Léger, Le Corbusier, Amédée Ozenfant en Michel Seuphor.

In 1924 worden verschillende van zijn werken getoond op de Erste Allgemeine Deutsche Kunstausstellung in Moskou en in 1925 neemt hij deel aan de Parijse expositie 'L'Art d'aujourd'hui (Kunst van vandaag)). Baumeister is ook actief op het gebied van commerciële kunst en ontwerpt advertenties voor talrijke bedrijeven zoals Bosch en DLW (Deutsche Linoleumwerke).

In 1926 trouwt hij met de schilder Margarete Oehm, neemt deel aan de Internationale Expositie van Moderne Kunst in New York, gevolgd door een solo-expositie in Parijs in 1927, waar hij met zijn eigen ruimte deelneemt aan de Große Berliner Kunstausstellung en Kasimir Malevich ontmoet.

In 1927 wordt hij lid van de Ring Neuer Werbegestalter, waarvan de voorzitter Kurt Schwitters is.

In 1928 doceert Willi Baumeister commerciële kunst, typografie en druktechnnieken aan de Stadelsche Kunstacademie van Frankfurn am Main.

In 1930 sluit hij zich aan bij Cercle et Carré en in 1931 bij Abstraction-Création.

Zijn vormen worden vrijer en de toepassing van zakelijke elementen raakt steeds verder op de achtergrond. Ook komen in deze periode zijn Ideogrammen en Eidos-Bilder tot stand, waarin hij archaïsche voorstellingen, in het bijzonder op het gebied van de oude kunst uit Voor-Azië en Afrika verwerkt.

In 1933, volgend op de opkomst van het Nationaal Socialism, wordt Baumeister als ontaarde kunstenaar aangeklaagd en krijgt een beroepsverbod opgelegd. Hij wordt ontslagen door de Stadelsche Kunstacademie. De werken die hij desondanks heimelijk vervaardigt worden steeds minder figuratief.
Vanaf dat moment verdiend hij zijn geld vooral met commerciële kunst. Hij kan echter nog steeds reizen maken naar Zwitserland, Italië en Frankrijk.

In 1936 wordt hij door de architect Heinz Rasch voorgesteld aan Dr. Kurt Herberts, de eigenaar van een verffabriek in Wuppertal. Baumeister gaat in 1937 voor het bedrijf werken, samen met andere door het regime geboycotte kunstenaars Franz Krause, Alfred Lörcher, Georg Muche en Oskar Schlemmer evenals de kunsthistoricus Hans Hildebrandt. Hij doet onderzoek en schrijft over schildertechnieken en hun historische achtergrond.

In 1941 is er een verbod op de expositie van zijn werk. Hij heeft echter genoeg mogelijkheden om in het buitenland te exposeren. In de herfst reist Baumeister met zijn gezin naar Verona, Venetië, Bologna en Florence.

In 1943, wanneer een bombardement Wuppertal zowel als zijn huis in Stuttgart onbewoonbaar maakt verhuist hij met zijn gezin naar Urach in de Schwabische Alpen.

In de periode 1943-44 werkt hij aan zijn traktaat Das Unbekannte in der Kunst (Het Onbekende in de Kunst) - een kritische beschouwing over de principes van de abstracte kunst - dat hij in 1945 voltooit. In 1947 wordt het boek gepubliceerd.

Van 1946 tot aan zijn overlijden in 1955 is hij docent schilderkunst aan de Kunstacademie van Stuttgart en in 1947 gaat hij weer exposeren.

In 1948 is Baumeister de eerste Duitse Kunstenaar die in de Salon des Réalites Nouvelles exposeert.

In 1949 is hij medeoprichter van de kunstenaarsgroep Gegenstandlose (De groep van niet representatieve kunstenaars), die zijn eerste expositie heeft getiteld ZEN 49 in 1950. Hier ontmoet Baumeister Fritz Winter, Ernst Wilhelm Nay, Paul Fontaine en vele anderen.

In 1951 wint Baumeister de grote prijs van de Biënnale van São Paolo en vanaf 1951 neemt hij driemaal deel aan de Biënnale van Venetië.

Op 31 augustus 1955, sterft Willi Baumeister terwijl hij aan het schilderen is in zijn atelier in Stuttgart.

Baumeister heeft veel kunstenaars opgeleid maar geen eigen school gevormd. Wel heeft hij grote invloed uitgeoefend op de verbreiding van de niet-figuratieve kunst in Duitsland. Bekend zijn zijn illustraties bij bijbelteksten en het Oudbabylonische Gilgamesj-epos. Tot zijn laatste werk behoort de serie Montaru, tot stand gekomen in 1953-55, de serie Montari, waaraan hij in 1953-54 heeft gewerkt, en de serie Aru uit 1954-55.

websites:
. allpaintings.org
. artnet


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 290.

Tweets by kunstbus