kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Albert Alberts

A. alberts

De Nedelandse schrijver A. (Albert) Alberts werd geboren op zaterdag 23 augustus 1911 in Haarlem. Zijn ouders waren van Friese afkomst.

In 1920 ging de moeder van A. alberts met haar kinderen in apeldoorn wonen. Zijn vader was gezagvoerder 'op Indië' en was slechts enkele weken per jaar thuis.

A. Alberts ging in Apeldoorn naar de lagere school en naar het Apeldoorns Gymnasium.

A. Alberts studeerde Indologie (rechten en letteren) in de jaren 1930-1936 in Utrecht. Eigenlijk had hij geschiedenis willen studeren, mar voor Indologie kon hij (in de crisisjaren) een toelage krijgen.

Na zijn studie was Alberts enkele jaren, tot juni 1939, werkzaam als ambtenaar op het Franse ministerie van koloniën te Parijs.

Op 22 september 1939 promoveerde hij op het proefschrift Baud en Thorbecke, over de invloed van Thorbeckes grondwetherziening op het koloniaal bestuur. De promotoren waren de hoogleraren F.C. Gerretson (publiceerde als dichter onder het pseudoniem Geerten Gossaert) en H. Westra.

Diezelfde maand nog vertrok hij naar Nederlands-Indië. A. Alberts vertrok naar Oost-Java, waar hij als adjunct-controleur van Madoera (bij Java) werd aangesteld in dienst bij het binnenlands bestuur van Nederlands-Indië.

Na zijn internering op Java door de Japanners (1942-1945), in totaal zat hij van april 1942 tot september 1945 in vijf verschillende gevangenkampen, kwam hij in november 1946 met verlof naar Nederland.

albert alberts werkte enige maanden bij het Ministerie van Overzeese Gebiedsdelen op de afdeling Politieke Zaken (met als chef H.J. Friedericy), maar nam ontslag uit de Indische bestuursdienst omdat hij zich niet kon verenigen met het regeringsbeleid ten aanzien van Indonesië.

A. Alberts publiceerde zijn eerste verhaal (De Jacht) in 'Libertinage' in 1950.

Alberts debuteerde vrij laat op, 40 jarige leeftijd. Zijn werk is voor een groot deel autobiografisch. Vooral zijn eerste verhalen hebben een heel aparte sfeer en spelen zich af in landschappen die aan Nederlands Indië doen denken.

In 1952 debuteerde hij met de verhalenbundel 'De eilanden'. Hierin zijn vrijwel alle elementen aanwezig die ook het latere werk kenmerken: met zo weinig mogelijk woorden een zo groot mogelijke zeggingskracht bereiken, waarbij een licht ironische toon niet ontbreekt. Alberts personages zijn buitenstaanders die de wereld illusieloos bezien.

Prozaprijs van de gemeente Amsterdam, 1953, voor de novelle Groen.

Na enkele jaren te hebben gewerkt als directiesecretaris van het Kina-bureau in Amsterdam, werd hij in mei 1953 redacteur van De Groene Amsterdammer.

Van begin 1959 tot begin 1960 werkte hij bij Sticusa, de in Amsterdam gevestigde Nederlandse Stichting voor Culturele Samenwerking met Suriname en de Nederlandse Antillen.

In 1960 kwam A. Alberts terug bij De Groene Amsterdammer en bleef daar tot mei 1965.

In mei 1965 verlaat A. Alberts De Groene Amsterdammer.

Tot zijn pensionering in 1976, werkte Alberts nu bij de overheid als ambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Marianne Philips-prijs 1973 voor zijn gehele oeuvre.

1974 De vergaderzaal, roman
'De vergaderzaal' was al in 1954 zo goed als af, enkele gedeelten verschenen in 'De Gids'. De uitgever Van Oorschot had een ultimatum gesteld en kreeg het manuscript (na twintig jaar wachten) vijf minuten voordat dit ultimatum afliep. Albert zette de volgende opdracht in het boek: 'Aan Geert van Oorschot, de geduldigste en lankmoedigste, kortom de Griseldus onder de uitgevers.' De publiciteit rond dit alles zorgde voor een recordverkoop.

Al is het werk van Alberts altijd goed ontvangen, toch blijkt het proza voor liefhebbers te zijn. Grotere bekendheid kreeg hij door de verfilming van "De Vergaderzaal".

Constantijn Huygensprijs 1975 voor zijn gehele oeuvre

De vergaderzaal werd in 1976 voor televisie verfilmd door Kees van Iersel.

In de laatste (halve) jaargang van het tijdschrift Hollands Diep was hij in 1977 een van de vaste medewerkers.

Zilveren eremedaille van de Universiteit Utrecht 1994 voor zijn verdiensten op het terrein van de Nederlandse letterkunde.

P.C. Hooft-prijs 1995 voor verhalend proza.

albert alberts overleed op zaterdag 16 december 1995 in Amsterdam.

Alberts werk was uiterst persoonlijk, zowel naar vorm als naar inhoud, en wordt gekenschetst als: een sombere, uiterst persoonlijke verteltrant, zowel naar vorm als naar inhoud, met een economische woordkeus; herinneringen, waarvan de emoties sterk afgeremd, alleen als onderstroom voelbaar zijn, tegelijkertijd onthullend en verhullend. zijn stijl is laconiek, bijna kortaf. Vooral zijn eerste verhalen hebben een heel aparte sfeer en spelen zich af in landschappen die aan Nederlands Indië doen denken. Een terugkerend thema in zijn werk is een geisoleerde mens die zich (zonder zich veel illusies te maken) staande probeert te houden. A. Alberts schreef ook historische werken en biografieën. In deze werken herkent men zowel de historicus als de (literaire) schrijver. Ook vertaalde hij werk van onder andere Edgar Allan Poe, André Maurois en Samuel Pepys.

In 2006 verscheen bij Uitgeverij Van Oorschot de prachtig vormgegeven en verzorgde cassette met het Verzameld Werk van A. Alberts.

volledige bi(bli)ografie


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 784.

Tweets by kunstbus