kunstbus







Albert Helman

In Suriname geboren Nederlands dichter, prozaschrijver en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog, geboren Paramaribo, 7 november 1903, overleden Amsterdam, 7 oktober 1996

Albert Helman (1903-1996) was Nederlands eerste belangrijke migrantschrijver. De uit Suriname afkomstige Helman was een bijzonder productief en veelzijdig man. Behalve schrijver was hij muziekcriticus en kunstredacteur. Hij gold als avant-gardist die zowel in Nederland als in Suriname een centrale rol in het culturele leven speelde.

In zijn werk neemt het land Suriname een belangrijke plaats in, hoewel hij zich altijd nadrukkelijk als kosmopoliet heeft opgesteld.
Helmans oeuvre bestrijkt een breed terrein. Zelf heeft hij zich wel een renaissancist genoemd vanwege het universele karakter van zijn werk. In zijn boeken en artikelen beweegt hij zich op tal van terreinen: antropologie, geschiedenis, muziek, taalkunde, letterkunde, politiek, onderwijs, kookkunst, film en gezondheid. Een terugkerend thema in zijn werk is eenzaamheid. Zijn dochter Noni Lichtveld is een bekend illustratrice en schrijfster.

Volgens Van Kempen is het werk van Helman te herleiden tot drie constanten: de intellectuele nieuwsgierigheid naar dat wat ons omringt, de strijd voor de fysieke en intellectuele vrijheid en het verleggen van geografische en creatieve grenzen. Zijn poëtica is nauw verbonden met die van het tijdschrift De Gemeenschap en gaat uit van een algemeen menselijke verbondenheid op ethisch, religieus en sociaal vlak; van een verbondenheid tussen Ik en God, Ik en de medemens, Ik en zichzelf. In zijn latere werk vervalt, na een geloofscrisis, de relatie van het Ik met God. ( www.ned.univie.ac.at )

Biografie
Lodewijk Alphonsus Maria (Lou) Lichtveld, die later vooral onder zijn pseudoniem Albert Helman bekend zou worden was afkomstig uit de gekleurde elite van Suriname en kwam uit een familie met Duitse, creoolse, Nederlandse en Indiaanse wortels. Hij was de zoon van een Surinaams gouvernementsambtenaar.

Hij kwam als jongen van twaalf naar Nederland om aan het internaat Rolduc van het Klein Seminarie te Roermond de priesteropleiding te gaan volgen maar hield hier al spoedig mee op en ging teruggekeerd in Suriname een muziekopleiding volgen waarna hij werkzaam was als organist en componist.

In 1922 kwam hij - teleurgesteld in de Surinaamse koloniale mentaliteit - weer naar Nederland waar hij de kweekschool volgde, korte tijd onderwijzer was en daarna musicologie studeerde. Hierna werd hij organist in de Amsterdamse St-Bonifatiuskerk en muziekrecensent van De Maasbode. Later werd hij verslaggever en kunstredacteur van De Telegraaf.

In 1923 debuteerde Lichtveld met de poëziebundel De glorende dag. In deze jaren sloot hij zich aan bij de jong-katholieke dichters rond De Gemeenschap, waarvan hij mederedacteur werd van 1925 tot 1931 en waar Pieter van der Meer de Walcheren hem het pseudoniem Albert Helman aan de hand deed. Later zou hij zich echter van het geloof afkeren.

Als auteur debuteerde hij in 1926 met Zuid, Zuid-West (1926), een boek waarin herinneringen aan zijn geboorteland een belangrijke rol spelen. In 1928 volgde de novelle Mijn aap schreit en in 1929 een bundel verhalen in Hart zonder land.

In 1926 verscheen de roman Zuid-Zuid-West.

Voor de eerste geluidsfilm van Joris Ivens' Regen (1929) schreef Lichtveld de muziek.

Grote bekendheid verwierf Helman met de roman De stille plantage (1931), een boek dat talloze herdrukken beleefde.
De Franse Hugenotenfamilie van de jonge landeigenaar Raoul reist met zijn vrouw en haar beide zusters via Nederland naar Suriname om daar op een plantage een nieuw leven te beginnen. Temidden van de altijd warme tropen ervaren zij de realiteit van de ongelijke strijd tegen het oerwoud, het onrecht van de slavernij en de gevaren van het rassenverschil. De stille plantage krijgt de bewoners in zijn greep. Tot dit ondraaglijk wordt en de drie overgeblevenen terugkeren naar Europa waarna het oerwoud weer bezit neemt van het eigen territorium.
'De stille plantage' is een roman over een plantage in de West waar commercieel beheer en menselijkheid met elkaar in conflict komen en waarin dit conflict gestalte krijgt in de idealistische en humane hoofdpersoon en een opzichter van slaven. Later heeft Helman dit gegeven nogmaals uitgewerkt in de roman De laaiende stilte (1952), nu verteld vanuit een vrouwelijke hoofdpersoon uit De stille plantage.

Overwintering. Spel in 3 bedrijven (1931, toneel).

Helman breekt met het katholicisme en noemde zich sindsdien anarchosocialist. Hij vertegenwoordigt dan het standpunt dat de schrijver een non-conformist is die zijn sociale verantwoordelijkheid moet nemen. Dat leidde voor zijn proza vaak tot personages die als eenlingen opereren en vaak in een maatschappelijk isolement raken: Serenitas (1930) en Orkaan bij nacht (1934).

Hij publiceert in De Vrije Bladen en in Erts.

In 1932 ging Helman in Spanje wonen en vocht in de aan republikeinse zijde mee in de Spaanse Burgeroorlog. Voor de kranten NRC en de Groene Amsterdammer schreef hij verslagen over de overlevingsstrijd van de republiek tegen de fascisten van Generaal Franco.
Samen met George Orwell schrijft hij teksten tegen dictator Franco.
In Spanje scheidde hij van zijn eerste vrouw. Nadat Franco in 1938 had gewonnen, vluchtte Helman met zijn tweede vrouw (de Duitse beeldhouwster Lili Cornils) eerst naar Noord-Afrika en van daaruit naar Mexico, maar in 1939 keerde hij terug in Nederland.

In Nederland trok hij zich het lot van de Joodse vluchtelingen aan die vanuit Duitsland naar Nederland komen. In opdracht van het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen schreef hij het boek ‘Millioenen-leed’.

Helman dook aan het begin van de oorlog onder omdat hij zo bekend was als antifascist dat hij niet langer in het openbaar kon verschijnen. Actief in het verzet vervalste hij persoonsbewijzen, publiceerde verzetsverzen en protesteerde bij rijkscommissaris Seyss-Inquart tegen de oprichting van de zogenaamde Cultuurkamer waar kunstenaars gedwongen lid van moesten worden. Hij draagt bij aan het Geuzenliedboek (1943) en aan het illegale blad De Vrije Kunstenaar. Nadat beeldhouwer en verzetsman Gerrit van der Veen in 1944 opgepakt was werd hij diens opvolger in de redactie. In oorlogstijd gebruikte hij veel pseudoniemen als Joost van den Vondel, Friedrich W. Nietzsche, Hypertonides, en Nico Slob. Hij was lid van de Grote Raad van de Illegaliteit. Voor zijn verzetsactiviteiten werd hij geridderd tot Officier in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Helman heeft ook een aantal romans geschreven die in Mexico spelen en tot op zekere hoogte tot het genre avonturenroman gerekend worden: De rancho der X mysteries (1941), Afdaling in de vulkaan (1949) en Zusters van liefde (1988). Ze overstijgen het genre omdat ze tevens het conflict tussen ratio en intuďtie of cultuur- en natuurmens aan de orde stellen.

In 1949 keerde hij terug naar Suriname waar hij tot 1951 landsminister van Onderwijs en Volksontwikkeling en tevens landsminister van Volksgezondheid was. In deze tijd raakte hij verzeild in de zogenaamde Hospitaalkwestie, die uiteindelijk tot zijn politieke val leidde. Later vervulde hij tal van functies, onder meer voorzitter van de Rekenkamer van Suriname en directeur van het Bureau Volkslectuur. In 1961 werd hij als Gevolmachtigd Minister verbonden aan de Nederlandse ambassade in Washington en opgenomen in de delegatie van het Koninkrijk bij de Verenigde Naties, specifiek ter behartiging van de Surinaamse belangen.

Helman ontving voor De laaiende stilte in 1953 de Vijverbergprijs. In 1962 verleende de Universiteit van Amsterdam hem een eredoctoraat voor zijn werk op het gebied van de linguistiek.

In 1979 werden zijn Verzamelde gedichten uitgegeven, maar daarna volgden nog Gebed voor de ezels en andere gedichten (1982) en Semi-finale. Verzen (1982). Over zijn mentor in de tijd van De Gemeenschap schreef hij de biografie Vriend Pieter. Het levensavontuur van Pieter van der Meer de Walcheren (1980).

Na zijn pensionering vestigde hij zich op Tobago, en later in het Italiaanse Airole en tenslotte in Amsterdam-Buitenveldert, alwaar hij op 92-jarige leeftijd overleed. De laatste jaren van zijn leven was hij nagenoeg blind. Hij bleef tot op hoge leeftijd schrijven, onder het motto: 'Een oude haan geeft krachtige bouillon'.

Websites: nl.wikipedia.org, www.dbnl.org, www.suriname.nu, www.schrijversinfo.nl, boeken.vpro.nl

privacybeleid