kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Anna Blaman

Nederlands schrijfster, geboren 31 januari 1905, Rotterdam - overleden 13 juli 1960, Rotterdam.

Anna Blaman was het pseudoniem van Johanna Petronella Vrugt.

De literatuur van Anna Blaman vertrekt vaak uit een psychologische analyse van (erotische) relaties. Hoewel dat thema steeds met een lesbisch perspectief wordt geassocieerd, schrijft de auteur niet openlijk over lesbiennes.
Ze schrijft over het onmogelijke karakter van en de fundamentele eenzaamheid binnen intermenselijke relaties, in een openhartige taal en zonder de waarheid te verbloemen in de hoop zo de zin van het bestaan terug te vinden. Die levensvisie en wereldbeschouwing is verwant met het Franse existentialisme.
Terugkerend thema in het werk van Anna Blaman is de zinloosheid en eenzaamheid van het bestaan, het angstig ronddwalen van de mens in een kille onpersoonlijke wereld en de verschillende verschijningsvormen van de liefde. Anna Blamans' roman- of verhaalfiguren zijn dikwijls door hun geliefde verlaten personen, die door gemis aan groep, gezin, vriendschap zich overgeleverd voelen aan hun eenzaamheid, dikwijls op onpersoonlijke pensionkamers beleefd. Maar, hoe bitter ze dit ook beschrijft, ze kiest in haar werk de kant van degene die blijft vechten voor waardigheid. Vermoedelijk heeft Anna Blaman een deel van haar eigen belevenissen in haar romans en verhalen geprojecteerd.
Andere thema’s die aan bod komen zijn: ziekte, lijden en de dood, het hart en het menselijke gebit.

Haar werk kent verschillende invloeden. Enerzijds staat haar theoretische werk onder invloed van Forum en anderzijds sluit ze met haar romans en verhalen aan bij het romantisch-realisme van Criterium en van schrijvers als Hoornik en Daisne. Zij willen terug naar poëtische waarden zoals dromen en verlangens, die met Forum verdwenen zouden zijn. ( modernisme situeren. Soms hanteert ze een ik-verteller om even later over te schakelen naar een alwetende verteller die dan op zijn beurt door haar als schrijfster wordt onderbroken.

Dat haar werk aanvankelijk door het grote publiek werd afgewezen kwam vooral doordat zij - al in 1948 - openhartig schreef over homo-erotiek.
Erotiek was naar haar besef de diepste drift in ieder mens, een duistere drift, die ook vaak vervulling zocht langs averechtse wegen. Dit te erkennen, niet schaamteloos maar wel zonder schaamte, als een ervaringsfeit, leek haar een eis van eerlijkheid. Men heeft haar het ‘wroeten’ in de donkere bewustzijnslagen en het onbeschroomde uitbeelden van bepaalde gevoelens en handelingen aanvankelijk meer dan eens verweten. Zij onderging dit als een miskenning van haar zuivere bedoeling: de mens te doorgronden - omdat zonder deze doorgronding, die tevens zelfkennis betekent, zowel de kunst als het leven de zin verliest. Zij heeft het dan ook ervaren als een openlijke rechtvaardiging, toen haar in mei 1957 de P.C. Hooftprijs werd toegekend (zie haar dankwoord in Het boek van nu, juni 1957). ( Het Vrije Volk, schreef cabaretteksten voor Wim Sonneveld en vertaalde stukken voor het Rotterdams Toneel. Als dramaturge was ze verbonden aan het idealistisch toneelgezelschap 'De Rotterdamse Comedie'.

Levensloop
Anna Blaman is geboren in Rotterdam. Haar vader was eerder getrouwd geweest. Na scheiding hertrouwde hij met Johanna Karolina Wessels. Zij kregen drie kinderen (waarvan één al voor het huwelijk).

Haar vader was een succesvolle rijwielhandelaar- en reparateur. Anna had echter geen goede band met haar vader. Ze vond hem wreed ten opzichte van dieren en hij wilde van haar, ondanks haar zwakke gezondheid, (hardhandig) een 'flinke meid' maken.
In haar vroege jeugd verhuisde ze regelmatig. Toen Anna 12 jaar was overleed haar vader op 44-jarige leeftijd aan een hartkwaal. hij liet zijn gezin vier fietsenzaken na welke haar moeder verkocht om met de opbrengst een pension in de Weste Wagenstraat te beginnen. Dergelijke pensions komen we later in het werk van Anna Blaman tegen (bijv. in 'Vrouw en vriend')

Na de lagere school volgde ze de kweekschool en haalde in 1924 haar onderwijsakte en in 1926 de hoofdakte. In haar kweekschooltijd werd ze zich bewust van haar homoseksuele geaardheid. Ze heeft tot 1935 op een groot aantal scholen in Rotterdam les gegeven, had een paar administratieve functies en was later lerares Frans, maar vanwege haar gezondheid kon ze niet veel werk aan. Later (1945) haalde ze nog een MO-akte Frans.

Van 1928 tot haar dood in 1960 woonde Anna Blaman in het pension van haar moeder, lange tijd samen met haar moeder (later met nieuwe vriend) en haar zus Corrie (en haar man).

In 1927 stuurde zij wat letterkundig werk naar de uitgever W.L. Brusse, de mededirecteur van W.L. en J. Brusse's Uitgeversmij.NV, die haar aanmoedigde; twee jaar later liet ze Brusse haar roman Peter Minne lezen; Brusse voelde wel iets voor een uitgave, maar Anna zag toen af van publikatie, omdat ze de roman bij nader inzien niet goed vond.

Ze ging Nederlands studeren aan de School voor Taal en Letterkunde in Den Haag, maar moest na enkele maanden dit plan al weer opgeven. Het lesgeven vergde te veel tijd en ze miste de fysieke kracht om buiten haar werk nog te studeren en zeker ook om te publiceren. In 1935 nam ze ontslag als onderwijzeres en kreeg een administratieve baan bij het gemeentelijk gasbedrijf.

In 1936 werd ze opgenomen in het Bergweg-Ziekenhuis te Rotterdam i.v.m. een nierziekte, waar ze kennis maakte met (de verpleegster) Alie Bosch, de vrouw waarmee ze een omgelukkig verlopen verhouding had, maar met wie ze wel haar hele leven bevriend zou blijven. De artsen dachten aan een ongeneeslijke nefritis (nierontsteking); op verzoek van haar moeder kwam ze weer thuis; de diagnose van de medici bleek echter niet juist te zijn, want ze herstelde van haar ziekte. Sindsdien zocht ze echter geen betrekking meer en wijdde zich uitsluitend aan studie en literatuur.

In 1938 bood Anna Blaman een dichtbundel aan uitgever A.A.M. Stols; deze weigerde en gaf haar het advies haar poëzie in tijdschriften te plaatsen. Blaman debuteerde met gedichten in Helicon en met schetsen waaronder de novelle 'Romance' in het maandblad Werk (1939). Vanaf deze tijd begint haar literaire produktie, steeds met gebruik van haar pseudoniem, dat ze in 1937 voor het eerst gebruikt schijnt te hebben. In 1940 verscheen de verhalenbundel Het gele huis te huur met daarin verhalen van Anna Blaman, F. Bordewijk e.a. (1940)

Zij vestigde haar naam in 1941 met haar debuut Vrouw en vriend. In de NSB-pers werd er negatief over geschreven. Het boek had (wellicht mede daardoor) zo'n succes, dat het zelfs op de zwarte markt werd verhandeld. Daarin komt reeds het thema voor, dat in allerlei variaties haar mensbeeld heeft gekenmerkt: de erotiek.

Ontmoeting met Selma (1943 - clandestien uitgegeven)

Inmiddels was ze in 1940 begonnen aan de studie Frans aan de School voor Taal- en Letterkunde; in 1945 behaalde ze de akte Frans MO-B, wat haar er niet toe gebracht heeft opnieuw les te gaan geven, behalve dan in een kleine baan aan de opleidingscursus voor bibliotheekassistenten te Rotterdam in 1952.

Na de Tweede Wereldoorlog legde ze zich helemaal op het schrijven toe.

In november 1948 verscheen Eenzaam avontuur, dat wegens lesbisch getinte passages een langdurig schandaal veroorzaakte en fel werd aangevallen door de Nederlandse reformatorische en katholieke pers. Als hoogtepunt van dit publieke schandaal werd het boek tijdens de boekenweek op 8 februari 1949 middelpunt van een georganiseerd schijnproces ('boekentribunaal') in Rotterdam. De zg. 'dagvaarding' was eigenlijk een opsomming van gebreken van de roman. Anna Blaman verscheen niet op dit 'tribunaal' en ze heeft zich een en ander nogal aangetrokken.

Anna Blaman weigerde in 1949 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor Eenzaam avontuur omdat ze gekwetst was door de (kleinburgerlijke) kritiek op haar werk en op de oprechtheid daarvan (ook in het juryrapport !).

...enig bezwaar in de op de spits gedreven eenzijdigheid van het door Anna Blaman gestelde probleem, waarbij aan de volheid van het leven misschien te weinig recht wordt gedaan. (Uit het juryrapport van de Van der Hoogtprijs)
Tegenover de lof van de commissie staan bezwaren, die voor een groot deel niet het artistieke raken. Hierin vind ik aanleiding om u te verzoeken mijn weigering niet alleen als een persoonlijke reactie te zien, maar deze te beschouwen als een principiële afwijzing. (Anna Blaman, reactie aan de jury van de Van der Hoogtprijs) Literatuurprijs 1949 van de gemeente Amsterdam voor 'Eenzaam avontuur'.

Blaman werd beïnvloed door het Franse existentialisme. Ze reisde ook enkele keren naar Frankrijk, o.a. in 1950 met een reisbeurs van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.

In 1951 werkten Anna Blaman met Josepha Mendels aan een gezamenlijke roman. Deze is nooit verder gekomen dan vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn te vinden in 'Fragmentarisch'.

In 1950/1951 schreef Anna Blaman brieven aan S.F. Witstein (1920-1978). Hierin komt vooral haar opvatting over literatuur duidelijk naar voren. De briefwisseling werd uitgegeven in 1988 als: 'Ik schrijf het je grof-eerlijk. Briefwisseling van Anna Blaman met Emmy van Lokhorst en Sonja Witstein' (door A. Meinderts).

In de eerste druk van 'Ram Horna' (1951) stond o.a. het verhaal 'Feestavond'. Uit latere drukken is dit verhaal verdwenen. Het werd wel weer opgenomen in 'Verhalen' (1963).

In 1952 richtte Anna Blaman samen met W.A. Wagener en A.J. Teychiné Stakenburg de 'Rotterdamse Kring van Auteurs' op. Hiervan werd ze voorzitter.

Anna Blaman schreef cabaretteksten voor Wim Sonneveld.

In 1955 heeft Anna Blaman een hartinfarkt gehad. Na een maandenlange verpleging genas ze weer, maar ze moest rustig aan blijven doen.

In 1956 ontving ze voor Op leven en dood een literatuurprijs van de gemeente Amsterdam. Eveneens in 1956 kreeg ze de P.C. Hooftprijs voor haar gehele oeuvre.

Blaman overleed op 13 juli 1960 aan de gevolgen van een hersenembolie.
In november van dat jaar werd haar onvoltooide roman 'De verliezers' gepubliceerd. In een fragment van een brief aan haar uitgever aan het slot staat de opzet van de laatste hoofdstukken aangegeven.

Anna Blaman werd op 16-07-1960 begraven op de begraafplaats Hofwijk aan de Delftseweg in Overschie (graf I-180). Op haar steen kwamen de eerste woorden van haar gedicht 'Winter': Ik ben gestorven zonder het te weten / want anders had ik mij toch wel verzet. In 1990 werd haar graf geruimd.
In Leeuwarden is het 'Anna Blamanhuis' te vinden, dit Anna Blaman Huis is in Nederland het interculturele archief en de bibliotheek op het gebied van homoseksualiteit, met een unieke collectie boeken, beeld en geluid, tijdschriften, documentatie etc. Zie hieronder bij 'Links' voor meer informatie.
T.g.v. haar honderdste verjaardag werd er eind 2005 (19 november - 2 december) in Rotterdam een Anna Blaman Festival georganiseerd met een expositie in het Rotterdams Historisch Museum, workshops en lezingen.

In Leeuwarden staat het ‘Anna Blamanhuis’ dat voor Nederland het interculturele archief en de bibliotheek op het gebied van homoseksualiteit bevat, met een unieke collectie boeken, beeld en geluid, tijdschriften, documentatie etc.

Websites: www.schrijversinfo.nl, www.dbnl.org, www.inghist.nl www.ned.univie.ac.at, boeken.vpro.nl, www.maatschappijdernederlandseletterkunde.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 388.

Tweets by kunstbus