kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 01-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Arnon Grunberg

Nederlandse schrijver van romans, toneel, gedichten en essays, geboren 22 februari 1971 te Amsterdam. Op dit moment woont en werkt hij in New York.

Pseudoniemen: Arnon Yasha Yves, Yasha, Marek van der Jagt (heteroniem).

In Blauwe maandagen en de daarop volgende romans Figuranten (1997) en Fantoompijn (2000) geeft Grunberg uitdrukking aan zijn nihilistische visie op mens en samenleving. Zijn romans zijn telkens weer een demonstratie van de absurditeit van het bestaan. Elk menselijk streven is willekeurig en vergeefs. Mensen zijn grotesk in hun nietigheid. De stof voor zijn romans ontleent Grunberg grotendeels aan zijn eigen belevenissen, waarmee hij een dubbelzinnig spel speelt van fictie en werkelijkheid. Dat spel heeft ongetwijfeld te maken met Grunbergs opvatting dat mensen een rol spelen en in wezen zichzelf steeds vermommen.
In al Grunbergs romans is het bestaan een ontluisterende aangelegenheid. Idealen zullen nooit werkelijkheid worden en mensen blijken steeds vrijwel onderling uitwisselbaar. Ondanks deze illusieloosheid zijn Grunbergs boeken bepaald niet somber. Dat komt doordat hij zijn ontnuchterende kijk op mens en wereld steeds vergezeld laat gaan van vaak relativerende, soms ook venijnige humor. Handelingen worden voorzien van sarcastisch of droog-komisch commentaar. Grunberg maakt in zijn proza gebruik van allerlei stijlmiddelen om een luchtige toon te handhaven: contrast, ironie, overdrijving of juist understatement. ( joodse afkomst, woonde de eerste elf jaar van zijn leven in de rivierenbuurt.

Van 1977 tot 1982 zat hij op de Montessori School in Amsterdam. In 1982 ging hij naar het Vossius Gymnasium in Amsterdam. Hij maakte deze school niet af, maar werd er in 1988 afgestuurd.

Grunberg werkte na zijn verwijdering van het Vossius Gymnasium onder meer als jongste bediende bij een apotheek, als bordenwasser en bij een uitgeverij. Arnon Grunberg wilde toneelspeler worden, hij speelde in een stuk van Euripides onder regie van Alize Zandwijk, maar de toneelscholen van Amsterdam en Maastricht vonden hem 'technisch ongeschikt'.

Debuut: Koningin Frambozenrood (1988, toneel)

In 1991 kreeg hij een schrijfopdracht voor een toneelstuk van het Amsterdams Fonds voor Kunst.

In 1991 begint Arnon Grunberg zijn eigen uitgeverij 'Kasimir Uitgeverij', met als specialisme 'niet-Arische' Duitse literatuur. In 1992 geeft hij 5 boeken uit, maar krijgt dan te kampen met betalingsmoeilijkheden.

In 1992 kreeg hij een schrijfopdracht van Toneelgroep Amsterdam.

In 1993 debuteerde hij met toneelwerk, verzameld in De dagen van Leopold Mangelmann/Brief aan M/Schoonheid en bier. Voor regisseuse Judith de Rijke schreef Arnon Grunberg het stuk 'Van Palermo naar San Francisco' (1994).

Blauwe Maandagen (1994) is de onthutsende debuutroman van de 23-jarige Arnon Grunberg. Een zoektocht naar de liefde: ouderliefde versus betaalde liefde. Een sterk autobiografische roman waarin onder andere zijn joodse afkomst aan bod komt. Het boek werd een internationaal succes: in Nederland bekroond met de Anton Wachter-prijs voor het beste debuut en het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut en vertaald naar het Engels, Duits, Deens, Italiaans, Frans, Spaans, Zweeds en Japans.

In 1995 verhuisde hij naar New York.

Met zijn tweede roman, Figuranten (1997), bevestigde hij zijn talent. Figuranten beschrijft een episode die uit Blauwe maandagen, Grunbergs eerste roman, lijkt zijn geplukt. In zijn soepele, filmische stijl tekent Arnon Grunberg het hilarische streven en sneven van drie moderne titaantjes.

De Stichting CPNB nodigde Grunberg uit om het Boekenweekgeschenk 1998 te schrijven. Dit boek, De heilige Antonio, verscheen in maart 1998.

Ook in 1998 kwam Grunbergs essaybundel De troost van de slapstick uit. Dit boek werd bekroond met het Charlotte Köhler-stipendium 1998.

In 1998 heeft Arnon Grunberg het Letterkundig Museum te kennen gegeven te zijner tijd als mummie opgenomen te willen worden in de verzameling van het museum. Het Letterkundig Museum heeft al een sarcofaag laten maken.

Met geluk is iets vreemds aan de hand. Er zijn voorbeelden bekend van mensen die hun hele leven op geluk hebben gewacht. En het kwam niet.

In het najaar van 1998 kwam de film Het veertiende kippetje uit, waarvan Grunberg het scenario heeft geschreven. En ook op dat moment werd het toneelstuk You are also very attractive when you are dead, geschreven door Grunberg, opgevoerd in DŸsseldorf, door een groep jonge Duitse en Israelische acteurs.

Liefde is business (1999) is een komische tragedie in vrije verzen. Een onmogelijke liefde tussen een schrijver en hoer C. tegen de achtergrond van Manhattan en JFK Airport.

Fantoompijn (2000)
Het leven dient in scène te worden gezet. En je leven in scène zetten, dat kun je niet aan anderen overlaten. Dat moet je zelf doen. Robert G. Mehlman wil de werkelijkheid produceren zoals anderen boeken, films en schilderijen produceren.
Met Fantoompijn won hij de AKO-Literatuurprijs 2000.

Grunberg is columnist (Yasha) in de VPRO-gids en medewerker van NRC Handelsblad.

De in oktober 2000 verschenen roman 'De geschiedenis van mijn kaalheid' door Marek van der Jagt werd bekroond met de Anton Wachterprijs voor het beste debuut van dat jaar. De prijs werd nooit uitgereikt, omdat Marek van der Jagt hem niet persoonlijk kwam ophalen. Pas in 2002 gaf Grunberg toe dat Marek van der Jagt zijn pseudoniem was.

In De Mensheid zij geprezen. Lof der zotheid 2001 (2001) geeft Grunberg in de vorm van een essay een bijna omgekeerde variant op Erasmus' Lof der Zotheid. Hij plaatst, net als Erasmus, de mens voor de spiegel, maar bij hem met als resultaat dat er niets te zien blijkt. Beschaving is voor Grunberg een vorm van make-up: ze verdoezelt en laat niet zien wat de werkelijkheid is. Grunberg kreeg voor dit essay de Gouden Uil-literatuurprijs. ( roman uit onder het heteroniem Marek van der Jagt: Gstaad 95-98.

In 2004 kreeg hij voor de roman De asielzoeker (2003) voor de tweede maal de AKO-literatuurprijs.

In 2005 publiceerde hij onder de naam Marek van der Jagt een essay over de filosoof Otto Weininger, de joodse schrijver van het antisemitische boek Geslacht en karakter, die in 1903 zelfmoord pleegde. Grunberg/Van der Jagt betoogt in zijn essay dat Weininger verstrikt is geraakt in het onderscheid tussen het creëren van kunst en het creëren van een persoonlijke identiteit. Hij beëindigt het essay Otto Weininger of Bestaat de jood? met de voetnoot: "Dit is het laatste boek waarop de naam Marek van der Jagt zal prijken. Hij heeft geen functie meer, en daarmee ook geen identiteit. Hij moet doen wat ik nog niet kan: sterven."

In hetzelfde jaar publiceerde Grunberg ook zijn roman De joodse messias.

Eveneens in 2005 presenteerde hij het televisieprogramma RAM voor de VPRO.

Grunberg is columnist (Yasha) in de VPRO-gids en in Humo, en verder is hij medewerker van NRC Handelsblad.

Websites: www.arnongrunberg.com, www.dbnl.org, www.schrijversinfo.nl, nl.wikipedia.org, boeken.vpro.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 140.