kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Arthur Rimbaud

Arthur Rimbaud (1854-1891)

Franse dichter (20 oktober 1854 - 10 november 1891)

Jean Nicolas Arthur Rimbaud was een vertegenwoordiger van het symbolisme en een van de grote vernieuwers van de dichtkunst. Rimbaud was een zoekend en zwervend mens, onvoldaan en vol heimwee.

Arthur Rimbaud wordt geboren in 1854 in Charleville aan de Maas in een gezin met vijf kinderen (waarvan een dochter kort na de geboorte sterft). Zijn vader, Frédéric Rimbaud, is kapitein bij het Franse leger en vaak uithuizig. Zijn moeder, Vitalie Cuyf, een boerendochter, voedt de kinderen met ijzeren hand op als Frédéric Rimbaud haar verlaat in 1860.

Rimbaud blijkt al snel een verbazend intelligent kind te zijn: hij slaat enkele jaren over op school en wint verschillende prijzen.

Terwijl Rimbaud aan het College de Charleville studeert, verschijnt zijn eerste gedicht Les Etrennes des orphelins in het tijdschrift Revue pour tous. Twee weken na publicatie van dit gedicht, verschijnt een nieuwe leraar in het college: de 22-jarige Georges Izambard. Izambard stimuleert de vijftienjarige Rimbaud om zich op poëzie toe te leggen. De leraar wordt voor Rimbaud een surrogaatvader. In die periode schrijft hij Ophélie, tot op vandaag nog steeds beschouwd als een van de beste gedichten van de dichter.

In 1870 verklaart Napoleon III de oorlog aan de Pruisen. Rimbaud vlucht weg uit Charleville en neemt de trein naar Parijs. Daar wordt hij bij aankomst onmiddellijk gearresteerd omdat hij zonder ticket reist en opgesloten in de gevangenis. Door toedoen van Izambard komt Rimbaud vrij en reist naar Douai, waar hij een tijdje bij 'tantes' van Izambard inwoont, vooraleer hij in september terugkeert naar Charleville. Het is de eerste in een reeks vluchten uit zijn geboortestad. Intussen blijft de dichter verder schrijven.

Lettre du Voyant
In mei 1871 stuurt Rimbaud een brief naar Izambard en naar Demeny. Deze brieven bevatten de visie van Rimbaud op de poëzie en op de dichter zelf. Vooral de laatste brief is belangrijk en krijgt nu nog de naam Lettre du Voyant (Brief van de ziener). Rimbaud heeft het over de dichter als ziener. De dichter moet de eigen zintuigen rationeel ontregelen om zo een nieuwe werkelijkheid te scheppen, met nieuwe beelden, een nieuwe universele taal. Rimbaud hanteert zijn beginselverklaring principieel en stapt af van alle conventionele paden als het gaat om zijn levensstijl en zijn poëzie: hij wordt een van de grootste vernieuwers van de poëzie.

Op 24 september 1871 vertrekt Rimbaud opnieuw naar Parijs, op vraag van de dichter Paul Verlaine, die hij enkele gedichten toegestuurd heeft. Paul Verlaine was zeer onder de indruk was van de zestienjarige knaap en diens lange gedicht 'De dronken boot'.

Rimbaud en Verlaine
In Parijs gaat Rimbaud inwonen bij Paul Verlaine en zijn echtgenote. Verlaine introduceert Rimbaud bij de symbolisten van Parijs, voor wie hij zijn Le bateau ivre voordraagt. Enige tijd later wordt het godenkind door de groep dichters echter weer uitgespuwd, als ze genoeg krijgen van zijn minachting en arrogantie.

Hoewel ze niet meer in hetzelfde huis wonen, trekken Verlaine en Rimbaud continu met elkaar op, tot groot ongenoegen van Verlaines echtgenote: de verhouding tussen de dichters wordt algemeen bekend. Samen gaan ze zich te buiten aan grote hoeveelheden absint en leven als vagebonden. In februari 1872 keert Rimbaud ontgoocheld terug naar Charleville. Hij blijft echter met Verlaine optrekken, die zijn vrouw verlaat en samen met Rimbaud gaat leven. In die periode schrijft Arthur Rimbaud op zijn minst een groot gedeelte van Illuminations en Une saison en enfer.

Rimbaud en Verlaine trekken naar London, waar ze onder andere aan de kost komen door Frans te onderwijzen, en naar Brussel. In Brussel verblijven ze in een klein hotel, waar beide dichters begin juli 1873 ruzie krijgen omdat Rimbaud terug naar Parijs wil vertrekken. Tijdens die ruzie schiet Verlaine twee kogels af op Rimbaud en raakt hem aan de pols. Dit is meteen het definitieve einde van hun relatie: hoewel de twee zich verzoenen, komt er toch een proces. Wat aanvankelijk niet meer dan een anekdote was, werd al gauw een rechtszaak. Beide mannen werden door de politie opgepakt en moesten hun portefeuille leegmaken. Daarin bewaarden de twee minnaars prachtige brieven die ze elkaar hadden geschreven. Verlaine werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en opgesloten in de gevangenis van Bergen. Rimbaud vluchtte naar de familieboerderij in Roches, waar hij Une Saison en enfer voltooide. Hij gaf het werk in eigen beheer uit bij een obscure drukker uit Brussel.

1873 Une saison en enfer ( Een seizoen in de hel )
Een seizoen in de hel is het enige boek dat Arthur Rimbaud heeft gepubliceerd. In 1873, het jaar waarin zijn stormachtige verhouding met die andere grote dichter, Paul Verlaine, op nog stormachtiger wijze werd verbroken, verscheen het in Brussel in eigen beheer. Doordat Rimbaud de drukker niet kon betalen is het niet in de handel gebracht. Een groot deel van de oplage kwam (veel later) in de handen van een liefhebber; toch is de eerste druk nog steeds zeer zeldzaam.
Het gaat om fantasmagorische prozagedichten, waarin sporen te vinden zijn van Rimbauds verhouding met Verlaine in de tijd die ze samen doorbrachten in Engeland en België. Met de 'Dwaze maagd' in het gelijknamige prozastuk is stellig Verlaine bedoeld, en met de 'helse Bruidegom' die 'haast nog een kind was' Rimbaud zelf. Aan de andere kant is het ook perfect mogelijk om de twee hoofdfiguren (de dwaze maagd en de helse bruidegom) te zien als metafoor voor de tweestrijd van de dichter die getroubleerd is door twijfels: kiest hij voor het pad van de ziener of staakt hij zijn pogingen en keert hij terug in de normale wereld?

Net als Illuminations bestaat Een seizoen in de hel uit prozagedichten; maar terwijl het eerste een soort staalkaart vormt van Rimbauds experimenteerlust in het genre, heeft dit boek een zekere samenhang. Er is een soort hoofdpersoon, die heen en weer geslingerd wordt in existentiële, morele, religieuze, sociale en esthetische twijfels. 'Ik is een ander' schreef Rimbaud; maar in die ander zijn trekjes van de jonge dichter te herkennen in zijn verhouding tot de wereld, het kwaad, de roomse kerk, de burgerlijke maatschappij en de rol van de kunst daarin. En ook Verlaines Socratesgezicht komt soms om de hoek kijken. In meer subjectieve richting is Een seizoen in de hel dan ook net zo veelzijdig (en net zo geniaal) als Illuminations.

1875 Na het afwerken van Une saison en enfer zweert Rimbaud de poëzie en het schrijven af.

Stilzitten was er niet bij. Arthur Rimbaud mag dan literair al zijn uitgeschreven, het zwervend bestaan zet hij voort. In 1875 zei Rimbaud Frankrijk, Verlaine en de poëzie vaarwel; het jaar daarop liet hij zich te Harderwijk inlijven bij het KNIL.

Op 10 juni 1876 verliet Arthur Rimbaud de haven van Den Helder aan boord van het stoomschip de Prins van Oranje. Hij had getekend als soldaat in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, dat in de Nederlandse kolonie de rust en orde diende te handhaven. In Den Helder had hij een militaire basistraining gehad, zich geamuseerd met hoeren en drank. Aan boord werd hij voorzien van pijp en tabak, zeep en een serie spellen om te voorkomen dat hij zich zou gaan vervelen.
,,Rimbaud was een kei in het regelen van gratis reizen'', zegt Graham Robb, schrijver van de onlangs in het Nederlands vertaalde biografie van de Franse dichter (1854-1871). ,,Iemand had hem verteld dat men in Nederland mensen zocht die naar Indië wilden gaan. Hij wilde de wereld zien, werd nog betaald ook. Eenmaal op Java aangekomen deserteerde hij nog voor het vechten begon. Dat was moedig, want meestal werden deserteurs doodgeschoten. Hij verdween, ging door de jungle naar het oosten terug naar de haven, vond een schip dat suiker vervoerde en monsterde aan onder een valse naam. Op 9 december was hij weer bij zijn moeder in Charlesville.''

Als hij medio 1880 vanuit Cyprus in Aden belandt, zal hij dat uitmondinggebied van de Rode Zee pas weer verlaten als hij zijn gezwollen knie moet laten behandelen in Marseille, waar hij op 10 november 1891 overlijdt. Later komt men tot de conclusie dat Rimbaud kanker had.

Vanuit plaatsen als Aden, Harar en Tadjoura schrijft hij regelmatig brieven aan zijn moeder en zuster, aan zakelijke relaties, aan de Société de Géographie. Een brief met verzoek aan hem als dichter gericht mee te werken aan 'France moderne' wordt genegeerd. Zijn brieven weerspiegelen dan ook een harde breuk met het poëtisch verleden. Hier schrijft een zakenman die onder barre omstandigheden handel drijft, expedities organiseert, problemen met gezondheid, vergunningen en schuldeisers heeft, zich ingehaald en gesloopt ziet door tropenjaren. Veel brieven - kattenbelletjes aan familie en drambrieven aan zakenpartners - komen op hetzelfde neer, een allesbehalve poëtische herhaling van zetten in vorm en toon. Waren ze niet geschreven door dé Arthur Rimbaud, ze waren onherroepelijk uitgezeefd en doorgespoeld. Nu natuurlijk literair-historisch interessant, maar toch te vaak het niveau van een neergekrabbeld memo niet te boven gaand.

De Franse "poète maudit" werd een mythe: surrealistische kunstenaars als Jean Cocteau en André Breton bewonderden hem mateloos en ook voor Pablo Picasso bleek hij een bron van inspiratie. De surrealisten erkennen hem als hun voorganger, Bob Dylan en Jack Kerouac weten zich door hem beïnvloed, Jim Morrison dacht de reïncarnatie van de dichter te zijn, Patti Smith zong 'Rimbaud Dead' musici als Bob Dylan en Kurt Cobain liepen met hem weg. Het imago van de losgeslagen jongere, burgerlijke normen en waarden negerend, zal, naast zijn poëtische vermogens, hebben bijgedragen tot de door de beat generation beleden verwantschap.

Illuminations
Prozagedichten van de Franse dichter.
Franse uitg.: 1886

Zijn meest experimentele, raadselachtige, geniale prozawerk.
Illuminations wordt in 1886 gepubliceerd door Paul Verlaine. Illuminations bevat vooral prozagedichten (zoals Le spleen de Paris van Rimbauds voorbeeld Charles Baudelaire) en vrije verzen. Het is een weinig toegankelijk werk waarin Rimbaud volop experimenteert met stijlfiguren, taal en inhoud, droom en werkelijkheid, klank en intonatie...
Het boek is zo raadselachtig dat het aanleiding heeft gegeven tot de wildste en verst gezochte interpretaties.

Zie ook: Volkskrant vrijdag 18 april 2003 uur.
De literatuur gemangeld
Paul Depondt
Arthur Rimbaud heeft Le Bateau ivre geschreven zonder dat hij ooit de zee had gezien. Het is, zegt zijn biograaf Graham Robb in Rimbaud - De biografie, een opmerking die zo vaak is gemaakt dat ze het verdient opgenomen te worden in een Woordenboek van gemeenplaatsen van de literaire kritiek. 'We zouden ons er net zo goed over kunnen verbazen dat hij het heeft kunnen schrijven zonder dat hij ooit een beschonken boot had gezien.'

Over Rimbaud en over zijn 'kompaan in het delirium' Paul Verlaine zijn veel stoere, aandoenlijke en soms ook apocriefe verhalen geschreven. De kogel waarmee Verlaine in Brussel na een drinkpartij zijn vriend had verwond, zegt Robb, wordt 'waarschijnlijk een van de heiligste relikwieën van de moderne literatuur' als het bewijsstuk ooit nog eens uit een politiearchief te voorschijn komt.

Verlaine werd opgesloten en werd door dokters onderzocht. 'De penis is kort en niet erg dik', luidde de conclusie van hun onderzoek. 'Vooral de eikel is klein en spits toelopend, hij wordt steeds dunner naar het einde toe (. . .). De anus kan duidelijk verwijd worden door de billen licht te scheiden, tot een diepte van ongeveer een tweeënhalve centimeter. Die beweging onthult een verwijd infundibulum. (. . .) De conclusie die uit dit onderzoek getrokken moet worden is dat Paul Verlaine op zijn lichaam sporen draagt van regelmatige pederastie.'

Als er al iets symbolisch was aan 'het Brusselse incident', besluit Robb, 'dan was het deze forensische analyse van een dichter'. In Le sonnet du trou du cul (obscur et froncé), 'sonnet van het aarsgat (somber en gekreukt)', waarvoor Verlaine de kwatrijnen schreef en Rimbaud de terzinen, klonk het helemaal anders: 'Somber en gekreukt gelijk een paarse anjelier/ Ademt hij, verscholen in het mos, gedogen/ Vochtig nog van liefde die de glooiing volgt/ Van de blanke oevers naar de bilspleet hier.'

Rimbaud en Verlaine waren 'een van de grootste komische duo's van de literatuur'. Ze sneden met zakmessen in hun polsen, ze vochten met lange degens in opgerolde handdoeken. Zodra een kleine verminking was toegebracht, legden ze de messen weg en gingen naar de kroeg.

Verlaine was een wildeman die absint zoop. Hij dronk om te vergeten, maar ook om zich te herinneren, 'om zijn geluk te verdrinken in een waas waarin hij goed gedichten kon schrijven'. Soms ging hij vreselijk tekeer, ook tegen zijn moeder. Madame Verlaine bewaarde in haar slaapkamer haar twee doodgeboren kinderen, 'opgekruld in weckpotten'. Haar dronken zoon smeet op een dag de potten op de grond, 'zodat zijn angstwekkende broertjes over de grond glibberden'.

Het 'vuilbekkende genie' Rimbaud ('hij stonk naar genialiteit', zei de schilder Jean-Louis Forain) ejaculeerde in de melkflessen van een van zijn vrienden, sloeg in het café op tafel en vertelde 'dat Verlaine hem de hele nacht had geneukt' en dat hij daarom 'zijn stront niet meer kon binnenhouden'. Rimbaud schreef 's nachts en werd dronken tegen het ontbijt; hij had het talent om een permanente staat van chaos te handhaven.

Er zijn sinds zijn overlijden in 1891 veel boeken over Rimbaud geschreven, speurtochten naar het raadselachtige leven van de dichter, lofzangen op het genie en vaak ook aangedikte getuigenissen over de fratsen van de jonge Rimbaud: biografieën van schoonbroer Paterne Berrichon (hagiografisch), Enid Starkie (1938, achterhaald), Pierre Petitfils (zijn zuster Isabelle), Alain Borer (de biograaf als reïncarnatie van Rimbaud), Jean-Luc Steinmetz (een van de beste biografieën), Steve Murphy (de jonge rebel Rimbaud), Claude Jeancolas (de verhouding tussen Rimbaud en Verlaine) en Charles Nicholl (de Afrikaanse jaren).

In zijn in 2001 verschenen en tot nu lijvigste biografie (Robbs boek verscheen in 2000) ontrafelde Jean-Jacques Lefrère de 'hagiografische dictatuur' van de familie Rimbaud die de dichter van alle blaam wilde zuiveren. In Rimbaud - De biografie vertelt Robb weliswaar smeuïge details over die rock-'n-roll-traditie avant la lettre in het huishouden van Rimbaud en Verlaine en over het visitekaartje van Rimbaud op het hoofdkussen van de dichter Théodore de Banville 'in de vorm van een menselijke drol', toch is Robbs boek geen roddelverhaal. Het is vooral een nuchter en goed geschreven portret, een soort ontcijfering van een ongrijpbare en geniale taalvernieuwer. Robb houdt niet van 'de verzinselberg' à la Kurt Cobain; hij wil vooral 'Rimbaud de kans geven volwassen te worden'.

Tijdens zijn postume carrière werd Rimbaud symbolist en surrealist, beat poet, opstandig student, rocksongtekstschrijver, homopionier en geïnspireerd drugsgebruiker. In het nieuwe boek van Philippe Sollers, Illuminations - À travers les textes sacrés, is hij vooral 'de ziener', die met zijn 'mystieke ejaculaties' het denken ontregelt. Wie herinnert zich nog, schrijft Sollers, dat Rimbaud ooit een Vie de Jésus had willen schrijven?

Arthur Rimbaud had twee ambities: dichter worden en aan zijn moeder - de weduwe Rimbe - ontsnappen. Hij wilde weg uit Charleville waar hij in 1854 was geboren. Rimbaud was rebels. Om te kunnen schrijven, moet je ook rebelleren tegen de taal, vond hij. Je moet de protserige taal van de Parnassiens mangelen, die berijmde waarheden ontmaskeren van dichters 'die hadden geprobeerd het oude lijk van de Griekse dichtkunst nieuw leven in te blazen'. Rimbaud zou zich aan 'het grootse werk' zetten, zei hij aan zijn schoolvriend Ernest Delahaye, om 'alles te vernietigen en mijn hersens schoon te vegen'. Vernietigen was voor hem een nooddruft, 'slaan, kotsen en infecteren'.

Voor mij staat het vast 'dat ik altijd al tot de laagste soort heb behoord', schreef Rimbaud in Une Saison en enfer. 'Mijn soort kwam enkel in opstand om te roven.' Hij had zijn eigen naam op het oog: Rimbaud of rimbaldus heeft verschillende betekenissen: prostitué, wellusteling, vrijdenker of een soldaat die zich alleen voor de buit laat ronselen. Het is een aardige omschrijving voor iemand die 'het pad van de moedwillige vernielzucht' koos: Rimbaud van naam, rimbaud van aard.

In een onsamenhangende en obscene brief aan zijn leraar Georges Izambard - 'een van de heilige teksten van de moderne literatuur', schrijft Robb, 'van alle zinnen uit de Franse literatuur waarschijnlijk het vaakst verkeerd begrepen' - maakte Rimbaud de vergelijking je est un autre, 'ik is een ander'. Het leek wel een geheimzinnige formule: de kritische ik was een ander dan de creatieve ik.

In een andere brief, twee dagen later aan dichter en Izambards vriend Paul Demeny, een programmatisch geschrift dat bekend staat als Lettre du Voyant, 'Brief van de Ziener', had Rimbaud het over de dichter die 'ziener' moet worden 'door een langdurige, buitenmatige en beredeneerde ontregeling van alle zintuigen'. Dit was duidelijk, schreef Rimbaud, 'ik woon het ontluiken van mijn gedachte bij: ik kijk, ik luister ernaar: ik waag een streek op de snaren: het orkest begint zich te roeren in de diepte of springt het toneel op'. De dichter, resumeert Robb, 'is zowel het publiek als de dirigent van zijn eigen orkest'.

Met al zijn literaire en obscene schimpscheuten is die brief aan Demeny een fascinerend stuk literaire kritiek, waarin de dichter ten tonele verschijnt 'als een dokter Frankenstein van het woordenboek'. Rimbaud had 'een hele schietbaan van vaderfiguren' aangelegd; hij fulmineerde tegen leraren, priesters, bibliothecarissen, politici en God. In zijn 'catalogus van incompetente dichters' was Verlaine de enige 'ziener'. Hij was minder bedilzuchtig dan Izambard, die zich beledigd voelde, behulpzamer dan Demeny, die de brief van Rimbaud niet eens beantwoordde. In feite, concludeert Robb, is Une Saison en enfer een briljante demonstratie van het inzicht 'ik is een ander'. Het is, vijftig jaar voor Ulysses en The Waste Land, een van de eerste moderne literaire werken die aantonen dat taalexperimenten tegelijk zelfonderzoeken zijn.

Rimbaud hield na zijn Illuminations op met schrijven; hij werd een volkomen anonieme rekruut, maar deserteerde, en werd vervolgens in Aden en Harar handelaar 'in koffie en andere waren'. De vraag: 'Waarom hield hij ermee op?', zegt Robb halfweg zijn biografie, 'is al enkele keren gesteld, maar nooit beantwoord'. Wat is het mysterie van Rimbauds 'stilte'? Het is misschien nuttiger om eens wat minder nieuwsgierig te zijn, of de vraag anders te stellen. Niet: 'Waarom stopte hij met het schrijven van poëzie?', maar: 'Waarom bleef hij er telkens mee beginnen?' Het was wellicht een simpele toevalligheid. 'Rimbaud stopte met het schrijven van gedichten in ongeveer dezelfde periode waarin hij ophield met andere mensen samen te leven.'

Was Rimbaud, sinds hij geen verzen meer schreef en na zijn grote verdwijntruc, een andere Rimbaud - een Rimbaud nouveau, zoals Alain Jouffroy suggereert, de 'Dr Livingstone van de Franse literatuur' die een boek wilde schrijven over Abessinië? Sommigen wijzen op de syntactische rijkdom en op de surrealistische beelden die in de Afrikaanse correspondentie van Rimbaud voorkomen. Laten we toch vooral die brieven niet lezen, dringt Yves Bonnefoy in Rimbaud par lui-même aan. 'Laten we niet proberen te achterhalen of de dichter die ooit ''het vuur wilde stelen'' nu het een of juist het ander verkocht.' De zinnen in zijn brieven, zegt Robb, zijn net zo kort en repetitief als boekingen in een kasboek. 'Er zit geen greintje ''literatuur'' in. Als de poëzie dronkenschap was geweest, dan was dit het dieet van een ex-alcoholist.'

We moeten Rimbauds ondernemerszin, in de tweede helft van zijn leven, niet verdoezelen. Robb betreurt dat de meeste Franse schoolkinderen bekend zijn 'met de zwerftochten van de dronken boot', maar 'veel van Rimbauds pionierstochten zijn volledig onbekend'. Realistisch gezien is er geen enkele hoop dat er in Afrika nog een onbekend meesterwerk - het boek over Abessinië - van Rimbaud wordt gevonden, schrijft Robb aan het slot van zijn biografie, 'maar er is nog altijd een kleine kans dat de ontdekking van een stortingsbewijs van een bank plotseling licht werpt op enkele van de duistere gebieden in zijn leven'. Waarom heeft nog nooit iemand de biografie van zijn financiën goed uitgewerkt? Dát is wellicht dé sleutel.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 790.