kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Beb Vuyk

Nederlands-Indische prozaschrijfster en kooklerares, geboren 11 februari 1905, Delfshaven Rotterdam - overleden 24 augustus 1991 te Blaricum.

Beb Vuyk (1905-1991) behoort tot de belangrijkste 'Indische' auteurs. Zij debuteerde met enkele novellen, o.a. in De Vrije Bladen, doch vestigde haar naam met de beide suggestief geschreven romans, geïnspireerd op haar verblijf in de tropen: Duizend eilanden (1937) en Het laatste huis van de wereld (1939); dit aangrijpende relaas van haar verblijf op het afgelegen Boeroe werd in 1942 met de Van der Hoogtprijs bekroond. Haar eerste boeken werden door de gezaghebbende literatuurcriticus Menno ter Braak zeer lovend besproken. Afgezien van de roman Het hout van Bara (1947) schreef zij daarna, afgezien van diverse kookboeken, vnl. novellistisch proza, waarin op sobere en indrukwekkende wijze impressies zijn verwerkt uit de tijd van de bezetting van Indië en de Indonesische revolutie. Daarnaast werkte zij mee aan dag- en weekbladen en tijdschriften. In 1962 werd haar werk bekroond met de Marianne Philipsprijs en in 1973 met de Constantijn Huygensprijs. Biografie
Beb Vuyk, eigenlijk Elizabeth, was de dochter van een scheepsbouwer, zoon van een Madoerese vrouw, die op jonge leeftijd naar Nederland gestuurd werd waar hij een Hollandse trouwde en een gezin stichtte. Als enige van de drie kinderen in het gezin was Beb donker van uiterlijk. Op straat werd zij daarom wel uitgescholden.

In 1929 vertrekt de schrijfster met het stoomschip Jan Pieterszoon Coen naar Nederlands-Indië, om als lerares voedingsleer les te gaan geven aan een opvoedingsgesticht in Sukabumi op West-Java. Aan boord leert zij haar man kennen, de planter Fernand 'Boet' de Willigen, zoon van een Nederlandse knil-officier en een Ambonese vrouw. "Ik vond dat een schrijver de wereld moest bereizen, zoals Slauerhoff, dat vond ik iets geweldigs. Maar ik ben ook naar Indië gegaan omdat ik me identificeerde met die ene Madoerese grootmoeder. Ik was vijfentwintig toen ik wegging uit Nederland. Aan boord leerde ik Boet kennen, maar ik werkte eerst nog twee jaar als onderwijzeres in Soekaboemi voor ik ging trouwen en terechtkwam op die theeplantage op Midden-Java, die zo'n grote rol heeft gespeeld in mijn eerste roman Duizend eilanden."

Het huwelijk in 1932 met de Indo-Europese planter zal het begin zijn van wat zij noemde ‘een veelbewogen leven in een heel bewogen tijd’. Met haar man en twee zoons, Ru (27 oktober 1934 - 29 augustus 1961) en Hans, begint zij een stokerij op een Moluks eiland Waarna ontberingen, faillissement, terugkeer naar Java en dan de oorlog volgen.

Vele namen (1932)

Duizend eilanden (1937)
Haar eerste roman Duizend eilanden beschrijft de moeizame start van dat avontuurlijke leven, op een verafgelegen theeplantage op Midden-Java. Hoewel het verblijf in een exotische omgeving op die verre en hooggelegen thee-onderneming, naar westerse maatstaven uiterst primitief, haar hang naar een ‘groots en meeslepend leven’ volledig zal bevredigen, zal het helaas van korte duur zijn. Door de krach van Wall Street aan het eind van de jaren twintig stort de theehandel in en wordt haar echtgenoot binnen een jaar ontslagen.

Bep Vuyk in de tuin bij 'het laatste huis van de wereld', Boeroe (Molukken), omstreeks 1934.

Het laatste huis van de wereld (1939)
Het tweede grote avontuur in haar leven is het verblijf geworden op een afgelegen en verwaarloosde kajuputih-onderneming (een soort eucalyptus die vluchtige olie levert) op het eiland Buru in de Molukken, die toebehoorde aan de vader van haar man. Het boek Het laatste huis van de wereld (1939) is een sterk waarheidsgetrouw verslag van dat leven op de Molukken geworden, een loflied op het avontuur, wars van literaire ‘verfraaiingen’.
De titel - ontleend aan Rilke over eenzaamheid - slaat op het huis op het Molukse eiland Buru waar auteur en haar gezin voor de Tweede Wereldoorlog woonden. Heel bewust hebben zij voor dit harde, pioniersleven gekozen. Liefde voor Indonesië lijkt dan ook het thema van deze autobiografie waarvoor de schrijfster de Van der Hoogtprijs heeft ontvangen. Een sober verhaal maar met vaart en kennis van zaken geschreven. Nuchter maar heel gevoelig. - (Biblion recensie, G.T. Tjen-A-Kwoei.)

Met de verhalenbundel De wilde groene geur van het avontuur (1942) en de roman Het hout van Bara (1947) - door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog pas in 1947 verschenen - wordt in literaire zin de Molukken-periode afgesloten.

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog betekent een keerpunt in het leven en werk van de schrijfster. Als de kajuputih-onderneming steeds minder rendement oplevert, vertrekt zij in april 1940 met haar twee zoontjes naar Java, waar zij probeert de journalistiek in te gaan. In de jaren voor de Japanse bezetting verschijnt van haar hand een reeks artikelen in de Indische pers. Tijdens de Japanse invasie woont zij met haar kinderen in Huize Sonja in Sukabumi op West-Java, een verblijf waarover later in een gelijknamige novelle zal worden verhaald.

De Japanse bezetting heeft Beb grotendeels in concentratiekampen doorgebracht. In die periode is zij ook enkele weken gevangene van de Kempetai, de Japanse militaire politie, berucht om haar wrede verhoren, haar man werkte als dwangarbeider aan de Birmaspoorlijn.

Als de oorlog voorbij is en de familie herenigd, keert zij voor een kort verblijf terug naar Nederland. Na de Bersiap-tijd (15 september 1945 tot 1 december 1946) kozen zij en haar man Fernand ('Boet') voor het Indonesisch staatsburgerschap en keren zij terug naar Indië. Zij gaat in 1946 opnieuw de journalistiek in. Haar uitgesproken stellingname vóór de Republiek Indonesië in het Nederlands-Indonesisch conflict stuit in Nederland op nogal wat onbegrip en zal zelfs uitmonden in een poging haar werk te boycotten.

In 1958 keerden zij na een reeks conflicten over het door president Soekarno gevoerde beleid weer terug naar Nederland. Ze woonden in Loenen aan de Vecht, waar ze beiden overleden zijn, Fernand in 1986, Beb vijf jaar later.

Gerucht en geweld (1959)
Over In Gerucht en geweld een deel van het oorlogsleven zoals zij dat meemaakte of doorgaf vertelde ze aan Aya Zikken: "Het verhaal van die twee neven, die elkaar op leven en dood bevechten, is een verhaal dat Tjalie Robinson mij heeft verteld toen wij samen na een verjaardagsvisite naar huis liepen. Alleen de werkelijkheid was nog verschrikkelijker. Het waren namelijk twee broers, maar dat leek me zo ongeloofwaardig, ik heb er maar twee neven van gemaakt." Beb Vuyk veel vergelijkingen maakt met Indonesie zal het verslag voor Indie-gangers zeer herkenaar zijn.

Groot Indonesisch kookboek (1973)
Het Groot Indonesisch kookboek is al meer dan 30 jaar hét kookboek over de Indonesische keuken, voor beginner en gevorderde. Het boek voert de lezer mee in de avontuurlijke en gevarieerde wereld van de Indonesische keuken.
Toen dit kookboek voor het eerst in 1973 verscheen, waren er weinig kookboeken voor de Indonesische keuken. Behalve het standaardwerk van J.M.J. Catenius-van der Meijden 'Groot nieuw volledig Indisch kookboek' (dat pas bij de 15e druk in 1980 ingrijpend werd herzien) waren er alleen wat kleine kookboekjes. Bep Vuyk schreef het eerste tamelijk complete Indonesische kookboek dat ook in Nederland bruikbaar was. Het beleefde veel herdrukken en werd aangepast voor magnetrongebruik. Terecht werd het opgenomen in de serie Culinaire Klassiekers al is het jammer dat de ingredientenlijst in al die jaren niet werd herzien en aangepast aan het veel bredere winkelaanbod, zeker wat betreft verse producten. Vooraf uitleg voor beginners en menusuggesties. De recepten staan op soort en in volgorde van moeilijkheid. Een degelijk kookboek voor een breed publiek, informatief door de duidelijke receptuur en achtergrondinformatie. Geen alfabetisch register, wel een register op gerechtsoort. (Biblion recensie)

Vegetarische recepten uit de Indonesische keuken (1982)

Reis naar het Vaderland in de verte (1983), reisverh.
Dit amusante verslag toont ons Jakarta, de Molukse eilanden Ambon, Buru en hun bevolking door de ogen en gevoelens van een ingewijde. Afstandelijk, vrij van nostalgie, beschrijft auteur de ontwikkelingen in deze gebieden. Door vergelijkingen te maken met 'Tempo doeloe' en haar laatste bezoek in 1970 blijkt haar dat de toestand op de Molukken anno 1981 in positieve zin is verbeterd. Vlot geschreven reportages - een uitgebreide versie van een serie eerder in 'Trouw' verschenen artikelen. Bevat een nawoord van Rob Schouten met een bio-/bibliografie van de schrijfster. - (Biblion recensie)

Kampdagboeken (1989)
Tijdens de Japanse bezetting (1942-1945) was zij, met haar twee jonge zoons, geïnterneerd in een aantal stads- en buitenkampen op Java, waaronder Kampong Makasa, een vrouwenkamp in Jakarta waar zij van februari tot september 1945 verbleef. Dit boek bevat drie korte verhalen over haar kampervaringen en haar dagboek over de periode februari-augustus 1945. Aanvankelijk voelt zij zich daar tot haar eigen verbazing en verontrusting tamelijk gelukkig, als de omstandigheden verergeren, wordt het dagboek aangrijpender. Zonder zelfbeklag of haatgevoelens jegens de onderdrukkers beschrijft zij in een registrerende, sobere stijl de verschrikkingen van het kamp: de vernederingen, de honger, de vele ziekten en het toenemend aantal doden, de verstikkende angst en de groeiende onzekerheid over het ongewisse lot van haar man Fernand en haar oudste zoon Hans. Kampdagboeken van Beb Vuyk is een van de meest indringende documents humains over de internering van de Nederlanders in Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Beb Vuyk ontving voor Het laatste huis van de wereld in 1942 de Van der Hoogt-prijs. Voor haar gehele oeuvre ontving zij in 1962 de Marianne Philips-prijs, en in 1973 de Constantijn Huygens-prijs. In 1987 werd met haar medewerking een uitgebreide radio-documentaire over haar leven gemaakt, die in de vroege ochtend van zaterdag 10 februari 2007 op Radio 1 in het programma Nachtvluchten werd herhaald.

Websites: www.dbnl.org, www.damescompartiment.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2034.