kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Belcampo

Nederlands prozaschrijver en arts, geboren 21 juli 1902 te Naarden, overleden 2 januari 1990 te Groningen

Belcampo, pseudoniem van Herman Pieter Schönfeld Wichers, schreef ook onder de pseudoniemen A.B.C., R.D. en Plofteboene (Roemeens voor 'smakelijk eten').

Doorgaans wordt Belcampo beschouwd als de auteur van fantastische vertellingen, d.w.z. als de auteur van verhalen waarin dingen gebeuren die in strijd zijn met de ons bekende werkelijkheid. Toch zijn er ook andere visies op zijn werk. Zo ligt de nadruk voor sommigen juist op de bijzondere kijk op de werkelijkheid die zijn verhalen ook geven. In elk geval is er steeds sprake van een uiterst luchtige verteltrant en van een humoristische en soms bizarre werkelijkheidsbeschrijving waarmee hij thema's als bekrompenheid, ijdelheid, angst en kleinburgerlijkheid aan de orde stelt.
De verteller weet die bizarre en fantastische wereld steeds zo voor te stellen alsof ze de meest normale is. In De filosofie van het Belcampisme (1972) is te lezen hoe dat komt. Belcampo beschouwt onze werkelijkheid slechts als één van de vele mogelijke werkelijkheden en hij accepteert onze wereld niet als vanzelfsprekend. In zijn verhalen brengt hij zijn lezers zover die ‘andere wereld’ met een glimlach te accepteren. humoristisch. Latere verhalen werden steeds filosofischer.

De auteur schreef voor 'Het Vrije Volk' over Nederlandse schilderkunst en verzorgde de rubriek Op de praatstoel in het Haarlems Dagblad.

Levensloop
Belcampo werd in Naarden geboren als Herman Pieter Schönfeld Wichers. Zijn vader was notaris. Het gezin verhuisde naar Sappemeer en later naar Rijssen. Hij studeerde rechten in Leiden en Amsterdam en werkte korte tijd op een advocatenkantoor.

Belcampo begon in 1916 met schrijven nadat een langdurige ziekte hem had getroffen. Wichers debuteerde 24 november 1923 onder het pseudoniem A.B.C. in het studentenblad Propria Cures met het verhaal 'Koningin Voozenkone'. De verhalen uit het tijdschrift 'De Prins' in 1909 tot 1912 hebben veel indruk op hem gemaakt, net als de verhalen in het maandblad 'Der Orchideengarten' na de Eerste Wereldoorlog.

Als schrijver nam Schönfeld Wichers het pseudoniem Belcampo aan, dat een letterlijke vertaling van Schönfeld in het Italiaans is.
In het boek 'Het duivelselixer' schrijft de door Schönfeld Wichers bewonderde schrijver E. Th. Hoffman over een kapper: '...jij wordt miskend. Verraadt niet de bouw van je hand, de vonk, die uit je ogen straalt, verraadt niet je hele wezen, dat je een geest bezielt, die naar het ideaal streeft.' Deze kapper heet: 'Pietro Belcampo, hij die door jaloerse mensen gewoon maar Peter Schönfeld wordt genoemd.' Naar aanleiding hiervan laat ook de Nederlandse Schönfeld zich Belcampo noemen.

De kleurige en bizarre Verhalen die Belcampo als student schreef, gaf hij aanvankelijk uit in eigen beheer waardoor zij slechts aan weinigen bekend werden. In 1935 verschenen ze bij uitgeverij Kosmos in een kleine oplage. In 1936 verscheen zijn eerste bundel: "Verhalen".

Na zijn studie reisde hij van 1928 tot 1937 als portrettekenaar door Europa. De zwerftocht van Belcampo (1938), was het literaire resultaat van een voetreis naar Italië.

Na terugkomst in Nederland ging hij werken op een notariskantoor. In 1939 werd hij meester in de rechten.

Van 1937 tot 1949 studeerde hij medicijnen. In Bathmen (bij Deventer) was hij huisarts en van 1953 tot 1967 studentenarts in Groningen. Ook dit beroep evenals de stad Groningen komen in een aantal van zijn verhalen terug.

Nieuwe verhalen (1946)
Liefde's verbijstering (1953)

Pas in de naoorlogse jaren kreeg zijn verhalend proza met de barokke fantasieën en met de zeer persoonlijke humor algemene waardering.

Het grote gebeuren (1958) speelt zich af in het stadje Rijssen op de dag van het Laatste Oordeel. Het verhaal werd door Jaap Drupsteen in 1975 voor de televisie bewerkt.

In De fantasieën van Belcampo (1958) werden eerdere verhalen herdrukt.

1959 De prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945 voor zijn prozawerk.

De Hendrik de Vriesprijs (1960) cultuurprijs van de stad Groningen voor zijn gehele oeuvre.

Bevroren vuurwerk (1962),

Een groot aantal verhalen werd daarna herdrukt in Luchtspiegelingen (1963), waarin De verhalen, Nieuwe verhalen, Sprongen in de branding, Liefde's verbijstering en Tussen hemel en afgrond werden opgenomen.

Verborgenheden (1964).

Belcampo is Belcampo! (Vandaar: 'De filosofie van het Belcampisme' - 1975).
Belcampo was er trots op dat geen van zijn boeken verramsjt was. Toen dat wel gebeurde met 'De filosofie van het belcampisme' en hier bovendien door Jeanne van Schaik-Willing melding van werd gemaakt in De Groene Amsterdammer kocht Belcampo de hele voorraad op en plaatste die in zijn kolenkelder. Nog jarenlang bood hij bezoekers en journalisten het boek aan tegen de originele verkoopprijs.

De Tollensprijs (1983) voor zijn gehele oeuvre.

Zijn heiligenlevens De toverlantaarn van het christendom (1975) en Rozen op de rails (1979) trokken opnieuw de aandacht omdat ze zo onconventioneel waren.

In 1982 publiceerde Belcampo nog een roman: De drie liefdes van tante Bertha (1982), in 1984 St. Joris.

Hij overleed op 87-jarige leeftijd en ligt begraven te Rijssen. Pogingen hem in Rijssen te eren met een standbeeld of straatnaam stuitten bij het gemeentebestuur op verzet: Schönfeld Wichers heeft hier in zijn jeugd inderdaad gewoond en zijn boek 'Het grote gebeuren' speelt zich ook in onze stad af maar verder staat hij als schrijver toch vrij ver van ons, als gemeente, af. ( Belcampo Stipendium is een tweejaarlijkse, literaire schrijfopdracht rond het thema 'Groningen'.

Websites: www.dbnl.org, boeken.vpro.nl, www.schrijversinfo.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1101.