kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

bepaling van gesteldheid

Bepaling van gesteldheid

Een bepaling van gesteldheid is een zinsdeel.

Een bepaling van gesteldheid is een bepaling die zowel betrekking heeft op het gezegde als op het onderwerp of het lijdend voorwerp.
. Zij voegt nadere informatie toe over de handeling die in het gezegde tot uitdrukking komt.
(In dat opzicht is zij vergelijkbaar met een bijwoordelijke bepaling.)

. Tegelijkertijd verwijst zij naar hetzij het onderwerp, hetzij het lijdend voorwerp van de zin.
(In dat opzicht is zij vergelijkbaar met een bijvoeglijke bepaling.)

Een bepaling van gesteldheid is meestal een bijvoeglijk naamwoord, maar kan ook door een zelfstandig naamwoord of een voorzetselgroep worden uitgedrukt.

Voorbeelden:
. Nerveus bladerde hij door zijn aantekeningen.
. Zijn klasgenoten vonden hem een mispunt.
. Hij sloeg het gezicht van zijn tegenstander tot moes.

In sectie 1 van dit artikel worden de algemene kenmerken van de bepaling van gesteldheid besproken. In sectie 2 komen de verschillende typen ter sprake. Het Nederlands wordt als uitgangspunt genomen, ook al komt de bepaling van gesteldheid in de meeste talen voor.

In de volgende voorbeelden wordt steeds aangegeven of de bepaling van gesteldheid bij het onderwerp [O] hoort of bij het lijdend voorwerp [L]. De bepaling van gesteldheid is vet getypt, het relevante onderwerp of lijdend voorwerp onderstreept, het gezegde cursief.

1. Bij onderwerp of lijdend voorwerp

De bepaling van gesteldheid verwijst in de volgende zin zowel naar het gezegde als naar het onderwerp van de zin:
. Jan [O] doorzocht het archief opgewonden.
(Jan was opgewonden. — Hij doorzocht in opwinding.)

De bepaling van gesteldheid verwijst zowel naar het gezegde als naar het lijdend voorwerp in:
. De familie vond Kim [L] maar een klungel.
(Kim was een klungel. — Althans, dat vond men.)

Lijdend voorwerp wordt onderwerp
Een bedrijvende zin die een lijdend voorwerp bevat, kan worden omgezet in een lijdende zin. Het lijdend voorwerp wordt dan onderwerp, en zo verwijst de bepaling van gesteldheid nu naar dat onderwerp:
. Kim [O] werd door de familie maar een klungel gevonden.

Verwarring
Soms is niet duidelijk naar welke woordgroep de bepaling van gesteldheid verwijst. Dan is er sprake van onzorgvuldig taalgebruik, tenzij de onduidelijkheid met opzet wordt gecreëerd; dan is de zin een woordenspel. In de zin 'De familie vond Kim maar lastig.' hoort lastig bij het lijdend voorwerp — maar wat is dat lijdend voorwerp?
. De familie vond Kim [L] maar lastig.
(Met Pam had men veel minder moeite.)
. De familie [L] vond Kim maar lastig.
(Nee, dan de ouders van haar nieuwe vriend; die vond zij veel aardiger.)
De zin kan op twee manieren worden gelezen, en is daardoor een homoniemenpaar: één vorm met twee mogelijke betekenissen.

2. Drie typen
Er zijn drie typen bepalingen van gesteldheid: bepalingen van gesteldheid tijdens, volgens, en ten gevolge van de handeling.

Tijdens de handeling
De bepaling van gesteldheid tijdens de handeling drukt een actie uit die weliswaar gelijktijdig met de handeling plaatsvindt, maar die voor die handeling niet noodzakelijk is. Dit type bepaling van gesteldheid kan vaak door een bijzin met terwijl worden vervangen.

Blij/Buiten mijzelf van vreugde/Zingend/Luidkeers zingend van vreugde ruimde ik [O] mijn bureau op (om daarna mijn collega's vaarwel te kussen).

Resultatieve Werkwoordsbepaling
De bepaling van gesteldheid volgens de handeling drukt een toestand uit. Die toestand houdt weliswaar verband met de handeling van het werkwoord, maar is er niet het gevolg van. Als deze bepaling van gesteldheid bij het onderwerp hoort, geeft ze een gesteldheid van dat onderwerp aan.
Het lawaai [O] klonk onheilspellend.
Het onheilspellende aspect zit hem in de klank, maar is natuurlijk geen gevolg van die klank.

Als dit tweede type bepaling van gesteldheid bij het lijdend voorwerp hoort, geeft ze een opvatting weer van het onderwerp over het lijdend voorwerp [1]. In het gezegde komt dan ook vaak een werkwoord voor als "vinden", "achten", "verklaren".
Ik acht/vind/verklaar deze locatie [L] blijvend ongeschikt.

Als gevolg van de handeling
Het derde type, de bepaling van gesteldheid als gevolg van de handeling, drukt een toestand uit die wel het gevolg is van de handeling.
. Marianne [O] trad op als voogd.
. Uiteindelijk benoemden we haar [L] toch tot secretaris.

Dit derde type heeft een tweetal bijzondere subtypen: het subtype met een werkwoord dat meestal onpersoonlijk is, en het subtype met een werkwoord dat meestal onovergankelijk is.
. Het vriest. (onpersoonlijk; er valt niet goed te formuleren wát er vriest) [2]
. Hij werkte keihard. (geen lijdend voorwerp mogelijk, dus onovergankelijk)

Met een bepaling van gesteldheid verandert de aard van het werkwoord:
De kraan [O] vroor vast. (opeens wel een concreet onderwerp)
Hij werkte zich [L] over de kop. (opeens wel een lijdend voorwerp)

Noten
1. Deze formulering is een simplificatie, aangebracht om de leesbaarheid te bevorderen. In feite kan een onderwerp geen opvatting hebben, en betreft die opvatting ook niet het lijdend voorwerp. Een preciezer formulering zou zijn: Als deze bepaling van gesteldheid bij het lijdend voorwerp hoort, geeft ze een opvatting weer van de door het onderwerp aangeduide zaak over de door het lijdend voorwerp aangeduide zaak.
2. Taalkundig beschouwd. "Het weer" is bijvoorbeeld geen antwoord op de vraag wát er vriest: we kunnen immers niet zeggen: "Het weer vriest."


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Bepaling_van_gesteldheid.

Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 147.