kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

bepaling

De bepaling (-en -linkje) v

1 vaststelling
2 voorschrift: ~en van de wet
3 (taalk) woord dat of woordgroep die een zinsdeel bepaalt

In de taalkunde worden bij de grammaticale ontleding sommige zinsdelen bepaling of adjunct genoemd. Een bepaling is het deel van een constructie dat een nadere specificatie of omschrijving uitdrukt van de kern van die constructie en aan die kern ondergeschikt is.

Men maakt onderscheid tussen drie soorten bepalingen:
. de bijvoeglijke bepaling
. de bijwoordelijke bepaling
. de bepaling van gesteldheid

Een bijvoeglijke bepaling is een woord of woordgroep die iets zegt over een direct volgend of voorafgaand element, meestal een zelfstandig naamwoord. Het kan gaan om bijvoeglijke naamwoorden, voorzetselgroepen, genitieven of bijzinnen. In de meeste gevallen bestaan ze uit één of meerdere bijvoeglijke naamwoorden, die op hun beurt weer door bijwoorden bepaald kunnen zijn.

Bijvoeglijke bepalingen zijn een "zinsdeel binnen een zinsdeel"; samen met het woord dat ze omschrijven - het antecedent - vormen ze een zinsdeel binnen de hoofdzin.

Voorbeelden
De nieuwe klasgenoot ¦ is (pv.) ¦ in onze straat ¦ komen wonen.
nieuwe = bijvoeglijke bepaling bij klasgenoot (welke/wat voor klasgenoot?)
onze = bijvoeglijke bepaling bij straat (welke/wat voor straat?)

De lange, mooie jongen ¦ kwam ¦ niet.
lange = bijvoeglijke bepaling bij jongen
mooie = bijvoeglijke bepaling bij jongen

Bij een zelfstandig naamwoord kunnen dus ook meerdere bijvoeglijke bepalingen horen.
Hij ¦ gaf ¦ een korte en duidelijke uitleg.
korte en duidelijke = bijvoeglijke bepaling bij uitleg

Een bijvoeglijke bepaling kan ook uit meer dan één woord bestaan. Indien er tevens sprake is van een werkwoordelijk gezegde is sprake van betrekkelijke of bijvoeglijke bijzin, in andere gevallen van een bijstelling:
. De jongen die daar loopt is ziek (bijvoeglijke bijzin).
. De officier, een mannetjesputter, brulde tegen de barones dat zij onmiddellijk de deur moest openen (bijstelling).

Andere voorbeelden
. een groot feest, een mooi gezicht
. het Huis van Oranje, de Koning der Belgen
. De secretaris heeft de brief die gisteren is bezorgd, nog niet gelezen.

bijwoordelijke bepalingen zijn zinsdelen die werkwoorden beschrijven, woorden/woordgroepen die géén zelfstandig naamwoord zijn of een zelfstandig naamwoord als 'kern' hebben. In tegenstelling tot bijvoeglijke bepalingen vormen bijwoordelijke bepalingen geen zinsdeel samen met het antecedent.

Je kunt een bijwoordelijke bepaling vinden in een zin als je de zogenaamde 'wwhh-vragen' stelt. Waar? Wanneer? Waarmee? Hoe? Hoeveel? Voorbeeld: Zij is vorig jaar in Putte getrouwd. "in Putte" preciseert de bovenstaande zin. Het vertelt ons de plaats waar zij getrouwd is. Dit wordt dan ook een bijwoordelijke bepaling van plaats genoemd. Vorig jaar preciseert ook de bovenstaande zin. Het geeft antwoord op de vraag: "wanneer". Er kunnen dus meerdere bijwoordelijke bepalingen in een zin zitten, waarbij een bepaling van tijd meestal vóór een bepaling van plaats staat.

Er zijn twee soorten bijwoordelijke bepaling:
1. bijwoordelijke bepaling bij (deel van) een zinsdeel
2. bijwoordelijke bepaling als zinsdeel.

Voorbeelden van de eerste soort zijn bijwoordelijke bepalingen (bijwoorden) die deel uitmaken van bijvoeglijke bepalingen (met een bijvoeglijk naamwoord als kern) of bijwoordelijke bepalingen die zinsdeel zijn (met een bijwoord of een voorzetselgroep als kern):
. heel groot, erg mooi

Voorbeelden van bijwoordelijke bepalingen (bijwoorden, voorzetselgroepen en bijzinnen) die zinsdeel zijn in de hoofdzin:
. Gisteren ben ik vroeg opgestaan, maar toch kwam ik te laat op mijn werk.
. Als je wilt, kan ik morgen al komen. (bijzin is bijwoordelijke bepaling/zinsdeel)

Bijwoordelijke bepalingen kunnen worden onderverdeeld in diverse categorieën. Deze categorieën zijn:
. van tijd ( wanneer? )
. van plaats ( waar? )
. van hoedanigheid/wijze ( hoe? )
. van oorzaak ( waardoor? )
. van reden (waardoor? )
. van gevolg ( doordat? )
. van ontkenning ( hij komt niet → niet is dan bijwoordelijke bepaling )
. van voorwaarde
. van toegeving
. van omstandigheid
. van beperking
. van doel
. van hoeveelheid
. van modaliteit
. van graad
. van middel
. van vergelijking

Bronnen:
. taaladvies.net/taal/advies/term/15/bepaling/
. nl.wikipedia.org/wiki/Bepaling


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 433.