kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-07-2008 voor het laatst bewerkt.

Bijbel

De Bijbel is het boek wat vertelt over God, die de hemel en de aarde gemaakt heeft.

De Bijbel is echter niet uit de hemel komen vallen. Nee, het heeft wel meer dan 1200 jaar geduurd voor de Bijbel zoals we die nu hebben er was. Vanaf het begin van de wereld, vanaf de eerste mensen Adam en Eva werd de boodschap van God, de gebeurtenissen en verhalen van vader op zoon, moeder op dochter doorverteld. Zo werden de verhalen over de aartsvaders (voorvaders van het volk Israël), de koningen en de profeten bewaard. Pas veel later zijn die verhalen opgeschreven.

Waarschijnlijk werden veel wetten en regels voor de priesters en de tempel al wel heel vroeg opgeschreven. Later in de tijd kreeg Israël koningen en werden hofschrijvers aangesteld die alle gebeurtenissen moesten opschrijven. Omstreeks 586 voor Chr. (Christus) ontstond pas een deel van de Bijbel door al die verhalen en geschriften die door de eeuwen heen verzameld waren te bundelen. Nog weer veel later zijn er nog meer verhalen bij gekomen en was de Bijbel klaar.

De naam Bijbel is niet zomaar gekozen. De naam is afgeleid van het Latijnse Biblio (wat boeken betekent). De Bijbel is niet één boek geschreven door één schrijver. Nee, de Bijbel bestaat uit 66 boeken die door verschillende schrijvers zijn geschreven. Al die boeken zijn anders. Sommige zijn verhalenboeken. Andere boeken zijn een soort leerboeken en ook staan er gedichtenbundels in. Vandaar dus: de Bijbel als boekenverzameling, als bibliotheek.

De talen waarin de Bijbel geschreven is...

De Bijbel in onze taal is er niet altijd geweest. De eerste complete Bijbelvertaling was er pas in 1526! De eigenlijke taal van de Bijbel was de Hebreeuwse en Griekse taal.

De Bijbel bestaat uit twee delen: Het Oude Testament (O.T.) en het Nieuwe Testament (N.T.). De Bijbel is dus verdeeld in 66 boeken. Al die boeken hebben een naam. Ieder boek is verdeeld in hoofdstukken en elk hoofdstuk is weer verdeeld in verzen. De hoofdstukken en de verzen zijn genummerd.

Van de Bijbelboeken zijn er 39 geschreven in het Hebreeuws. Deze boeken heten samen het Oude Testament. Deze boeken gaan over de tijd voor Jezus. De rest van de boeken zijn geschreven in het Grieks en heten samen het Nieuwe Testament. Deze boeken gaan over de tijd van Jezus en de tijd na Hem.

Het Oude Testament is het oudste deel van de Bijbel en is geschreven in het Hebreeuws, de taal van de Joden. Een paar stukken van het O.T. zijn geschreven in het Aramees. De Hebreeuwse taal werd van lieverlee niet meer gesproken door de Joden. Het Aramees werd toen de spreektaal. Het Aramees bestaat tegenwoordig bijna niet meer. Alleen in Armenië wordt nog Aramees gesproken.

Er wonen momenteel wereldwijd ongeveer 4 miljoen Arameeërs (die ook de Aramese taal spreken), waarvan ongeveer 17.000 in Nederland. Helaas wordt het Aramees soms ook in de media onterecht als "dode taal" beschreven. Het Aramese taal en erfgoed wordt momenteel bedreigd met uitsterven. In de stad Maloula (Syrië) wordt het Aramees nog wel dagelijks gesproken. - taal van de Joden is een moderne vorm van het Hebreeuws, het Iwriet. Tijdens de Joodse kerkdiensten wordt nog wel het oude Hebreeuws gebruikt. - Testament is geschreven in het 'Koine' Grieks. Deze oude Griekse taal wordt niet meer gesproken maar is van groot belang voor het begrijpen en de verspreiding van de Bijbel.D e Griekse taal werd in grote delen van het Midden-Oosten gesproken. Je zou het kunnen vergelijken met het Engels nu. Dat wordt ook in grote delen van de wereld gesproken. In veel landen en streken sprak men de eigen taal en het Grieks. Daarom werd de Griekse taal gebruikt voor het N.T. omdat iedereen in die tijd het Grieks kon lezen en Testament:

De Torah:

Torah betekent wet of onderwijzing en is voor de Joden nog steeds erg belangrijk. De Joodse kinderen krijgen nu nog steeds onderwijs uit de Torah.

Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium horen bij de torah.

Genesis:

Genesis is het eerste boek van de 5 boeken die samen de Torah worden genoemd. Het woord Genesis betekent Wording. De schrijver van dit boek vertelt over het ontstaan van de hemel, zee en aarde en alles wat daar op en in leeft. Hij gelooft dat God de hemel en de aarde heeft gemaakt. In het boek lezen we ook over de komst van de duivel, satan, de tegenstander van God. Door zijn toedoen komt de ellende in de wereld. God belooft dan Zijn zoon al, Jezus, die zal komen om het weer goed te maken tussen God en de mens en de duivel zal overwinnen. In dit boek leren we Abraham, Izaak en Jakob kennen. Dit zijn de voorvaders van het volk Israël. Jakob krijgt de naam Israël van God. Zodoende heten zijn nakomelingen Israëlieten. Tegenwoordig noemen we ze Israëliërs of Israëli's.

Exodus:

Het woord Exodus betekent uittocht. Het boek gaat over hoe God het volk Israël, het Joodse volk, uitkiest om een bijzondere band mee te hebben. Vandaar dat de Bijbel zoveel, eigenlijk alles met het volk Israël te maken heeft. In Exodus lees je over de uittocht van Israël uit Egypte (Hoe ze daar terechtkwamen kun je lezen in Genesis). Verder geeft God Zijn leefregels of de 10 geboden aan Israël. Er wordt verteld hoe God gediend wil worden en hoe mensen voor elkaar moeten zorgen.

Leviticus:

Het boek Leviticus is een vervolg op Exodus en gaat vooral over de priesterdienst, de zorg voor de Tabernakel, de heilige tent van God die speciaal is bedacht door God zelf. Na de uittocht uit Egypte reisde en leefde het volk Israël 40 jaar in de woestijn. De tabernakel werd als er verder gereisd werd afgebroken en meegenomen. Over hoe dat moest, over de dienst, de offers en alles wat met de priesterdienst te maken had heeft God zelf regels gegeven. De priesters komen uit één familie met de naam levi. Vandaar de naam van het boek Leviticus.

Numeri:

Numeri is het Latijnse woord voor getallen, maar als je de Hebreeuwse naam voor dit boek vertaald in het Nederlands dan krijg je in de woestijn. Het boek vertelt over de belevenissen van Israël tijdens de reis door de woestijn.

Deuteronomium:

Deuteronomium betekent tweede wet. Voor een deel is het een herhaling van de eerder gegeven regels en geboden in het boek Exodus. Verder worden er nieuwe wetten gegeven. In het boek wordt nog eens duidelijk uitgelegd dat God Israël heeft uitgekozen omdat Hij van het volk houdt, dat zij dit niet moeten vergeten en God zullen liefhebben en gehoorzamen.

Jozua, Richteren, Ruth, I Samuël, II Samuël:

De boeken Jozua, Richteren, Ruth en I en II Samuël gaan over de geschiedenis van Israël tijdens het laatste deel van de woestijnreis en de tijd na hun aankomst in het door God aan Israël beloofde land Kanaän. In deze tijd had het volk geen koning, maar werd het geleid door God aangewezen mensen, richters, genoemd. Een hele bekende is Simson. De laatste richter was Samuël. Na hem kwamen de koningentijd.

I Koningen, II Koningen, I Kronieken, II Kronieken:

In de boeken I en II Koningen en I en II Kronieken vind je hoe het tijdens die koningentijd met Israël gaat. Bekende koningen zijn bijvoorbeeld David en Salomo. Salomo kreeg van God de opdracht om de Tempel in Jeruzalem te bouwen.

Ezra, Nehemia, Ester:

In de koningentijd werd Israël vaak aangevallen door omliggende volken zoals Filistijnen, Syriërs en de Perzen (nu Iran). Grote delen van het volk werden soms meegenomen als gevangenen. De Joden woonden soms lange tijd in ballingschap. Ze mochten niet terug naar hun eigen land. In Ezra, Nehemia en Esther lees je over die weggevoerde groepen mensen, over hun leven in het buitenland, hun terugkeer naar Israël en het opnieuw opbouwen van de tempel en het land. Tijdens de oorlogen is de tempel leeggeroofd en verwoest.

Job:

Het boek Job gaat over de man Job. Hij is rijk en hij houdt veel van God. In het boek lees je dat allerlei nare dingen hem overkomen (hij verliest zijn kinderen, wordt zelf ziek en arm). Toch blijft hij God trouw en Job krijgt zijn gezondheid en welvaart weer terug. Ook geeft God hem weer een nieuw gezin.

Psalmen, Spreuken, Prediker, Hooglied:

Psalmen, Spreuken, Prediker en Hooglied zijn een soort gedichten en liedboeken geschreven door verschillende mensen. Veel Psalmen zijn gemaakt door koning David en koning Salomo heeft bijvoorbeeld Spreuken geschreven. De Psalmen zijn op rijm gezet en worden in veel kerken nog gezongen.

Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Ezechiël, Daniël, Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja, Haggai, Zacharia, Maleachi:

De boeken Jesaja tot en met Maleachi zijn de boeken over de profeten. Profeten waren bijzondere dienaren van God met wie God een bijzonder contact had. Hij liet aan hen weten wat er in de toekomst met Israël en de rest van de wereld zal gaan gebeuren. Zij moesten dat aan de mensen vertellen. Het is ook opgeschreven, zodat wij het nog kunnen lezen. Veel dingen zijn al gebeurd zoals het voorzegd was. Al in de tijd van de profeten zelf, maar ook lang daarna. De geboorte van Jezus is voorspeld door o.a. de profeet Jesaja en Micha terwijl zij honderden jaren leefden voor de tijd van de geboorte van Jezus!

Dit waren de boeken van het Oude Testament. Over de tijd tussen de laatste profeet Maleachi en het eerste bericht uit het Nieuwe Testament weten we niet veel. In die tijd waren er geen profeten en lijkt het wel alsof God Israël vergeten was.

Hier volgen de namen van de 27 boeken van het Nieuwe Testament:

Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes:

In de eerste vier boeken van het Nieuwe Testament lees je over de geboorte, het leven, dood en opstanding van Jezus. Verschillende schrijvers hebben over Hem geschreven, nl. Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Daarom heten die boeken: het evangelie naar Matteüs, enz. Het woord Evangelie betekent: Blijde Boodschap. Met die Blijde Boodschap wordt bedoeld dat Jezus' lijden, dood en opstanding voor Zijn volgelingen de weg naar het eeuwige leven betekent. Het leven stopt niet bij de dood. Als je in Jezus gelooft, leef je na de dood voor altijd met Hem en alle andere gelovigen verder in de hemel.

Handelingen der Apostelen:

De mensen die van Jezus opdracht hadden gekregen om het evangelie de hele wereld rond te vertellen werden apostelen genoemd. In dit boek wordt dus verteld wat zij beleven en meemaken. Dat rondvertellen van het Evangelie noemen we zending. Daar zit het woord zenden in. Ze zijn dus door Jezus zelf gestuurd om de wereld over Hem te gaan vertellen. Tegenwoordig gebeurt dat nog door zendelingen. Een groot aantal organisaties houdt zich dan ook bezig met het verspreiden van het evangelie. Dit kan gebeuren door Bijbels uit te delen en mensen te vertellen over Jezus. Mensen kunnen ook uitgestuurd worden naar plaatsen waar hulp nodig is. Die hulp wordt dan in Zijn naam gedaan. Je kunt dan denken aan dokters, verpleegsters, waterbouwkundigen, enz.

Tijdens die reizen maakten de apostelen kennis met veel mensen die ook in Jezus gingen geloven en samen een groep vormden, een gemeente.

De volgende boeken zijn brieven die door de verschillende apostelen aan die gemeente /groepen zijn geschreven om het verder te leren en contact te houden. Die brieven zijn de boeken de brief van Paulus aan de Romeinen tot en met de brief van Judas:

de brief van Paulus aan de Romeinen,

de 1e brief van Paulus aan de Korintiërs,

de 2e brief van Paulus aan de Korintiërs,

de brief van Paulus aan de Galaten,

de brief van Paulus aan de Efeziërs,

de brief van Paulus aan de Filippenzen,

de brief van Paulus aan de Kolossenzen,

de 1e brief van Paulus aan de Tessalonicenzen,

de 2e brief van Paulus aan de Tessalonicenzen,

de 1e brief van Paulus aan Timoteüs,

de 2e brief van Paulus aan Timoteüs,

de brief van Paulus aan Titus,

de brief van Paulus aan Filemon,

de brief aan de Hebreeën,

de brief van Jakobus,

de 1e brief van Petrus,

de 2e brief van Petrus,

de eerste brief van Johannes,

de 2e brief van Johannes,

de 3e brief van Johannes,

de brief van Judas.

de Openbaring van Johannes:

Het laatste boek heet de Openbaring van Johannes. Het is geschreven door de apostel Johannes. Hij was vanwege zijn zendingswerk verbannen naar een eenzaam eiland Patmos genaamd. Het is een klein eiland voor de kust van Klein-Azië. Hij kreeg daar visioenen te zien en moest die van God opschrijven en sturen aan de gemeenten. Het waren er zeven. Daarna kreeg hij nog meer te zien over wat er in de wereld zou gaan gebeuren en hoe het met de wereld zou aflopen: de duivel, de tegenstander van God zal het verliezen en Jezus Christus zal de overwinnaar zijn!

De Bijbel van tegenwoordig zag er vroeger heel anders uit. Alle verhalen die samen de Bijbel vormen waren met de hand geschreven. De allereerste handgeschreven stukken zijn er helaas allang niet meer. Wat wij hebben zijn eigenlijk kopieën van kopieën van kopieën, enz. Dat wil zeggen dat de teksten zijn overgeschreven door Joden, Christenen en vooral monniken.

De monniken in de kloosters schreven de verhalen over in prachtige letters. Het duurde soms jaren voor één Bijbel klaar was. Dit bleef zo tot de boekdrukkunst werd uitgevonden. Het uiterlijk van de Bijbel was ook heel anders. Vroeger was het namelijk geen boek, maar een rol. De tekst werd geschreven op vellen papyrus. Papyrus werd gemaakt van rietstengels die in hele dunne repen werden gesneden. Die repen plakte men in een kruisvorm over elkaar heen met water en een soort lijm. Zo maakte men vellen waar men op kon schrijven met een pen gemaakt van riet en inkt gemaakt van houtskool, olie en hars. Op de vellen papyrus werden dan teksten geschreven en dan naast elkaar aan elkaar geplakt, zodat als het ware er één lange bladzij ontstond. Aan weerskanten werd het vast gemaakt aan een houten staaf. Door die naar elkaar toe te rollen kreeg je een boekrol. Deze manier werd al gebruikt vanaf 3000 voor Christus! !


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 388.