kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

bijzin

Een bijzin (ook wel afhankelijke of ondergeschikte zin) is in de redekundige ontleding een zin die de functie verricht van een zinsdeel in een zin, maar die niet de hoofdzin is.

Een bijzin kan soms zelf weer worden opgedeeld in nog kleinere bijzinnen, en wordt vaak maar niet altijd ingeleid door een voegwoord.

Er worden in het algemeen twee soorten bijzinnen onderscheiden: zinsdeel kunnen bijzinnen functies vervullen als onderwerp (1), lijdend voorwerp (2) enz.:
(1) Dat hij niet is komen opdagen, verbaast me niet.
(2) Ik heb gehoord dat hij weer terug is.

Woordvolgorde
In het Nederlands en Duits staat in een bijzin meestal het onderwerp vooraan en de persoonsvorm achteraan (SOV-woordvolgorde). Dit is in deze twee talen het belangrijkste verschil tussen een bijzin en een hoofdzin waarin de SVO-woordvolgorde als de standaardnorm geldt:

. Ik weet (hoofdzin) dat hij dat heeft gedaan (bijzin).

Vergelijken we het Duits en Nederlands met het Engels, dan valt op dat in de laatste taal de SVO-woordvolgorde ook in bijzinnen de standaardnorm is:

. You see (hoofdzin) that I have done this for you (bijzin).

Een bijzin kan ook een bijwoordelijke bepaling zijn. We spreken dan van bijwoordelijke bijzinnen. Voorbeelden:
. Als je hoogtevrees hebt, ben je voor dat werk niet geschikt.
. Hij besloot het land te ontvluchten, toen de situatie te beklemmend werd.

Een bijzin die een onderdeel is van een zinsdeel, kan als bijvoeglijke bepaling fungeren bij een zelfstandig naamwoord of een persoonlijk voornaamwoord. We spreken dan van bijvoeglijke bijzinnen. Bijvoeglijke bijzinnen worden onderscheiden in uitbreidende en beperkende bijvoeglijke bijzinnen.
. Een uitbreidende bijvoeglijke bijzin, die door een komma wordt gescheiden van het antecedent, is een toegevoegde mededeling: De eik, die al eeuwen oud is, is door de bliksem geveld. (het gaat over één eik, waarover twee dingen worden gezegd)
. Een beperkende bijzin, die niet door een komma wordt gescheiden van het antecedent, geeft een nadere beperking of precisering van wat het antecedent aanduidt: De eik die al eeuwen oud is, is door de bliksem geveld. (het gaat over een aantal eiken, waarvan er één wordt geïdentificeerd)

onderwerp ontbreekt en de plaats van de persoonsvorm door een deelwoord of infinitief wordt ingenomen. Voorbeelden:
1. Breed grijnzend vertelde hij over zijn overwinning.
2. We hebben geleerd netjes met mes en vork te eten.

Terwijl een hoofdzin in principe altijd een onderwerp en een gezegde bevat - waarbij bovendien in een Nederlandse hoofdzin het onderwerp en de persoonsvorm verplicht bij elkaar staan -, kan in een bijzin het onderwerp worden weggelaten indien het gelijk is aan dat van de hoofdzin (zie ook samentrekking). De persoonsvorm wordt in zo'n geval vervangen door een onvoltooid deelwoord, een voltooid deelwoord of de constructie "voorzetsel + te + infinitief". Het voltooid deelwoord heeft in zo'n geval meestal een lijdende (passieve) betekenis. Deze beknopte constructie wordt beknopte bijzin genoemd.

Enkele voorbeelden:
. Luid gillend van de pijn kwam de gewonde vrouw de kamer binnenstormen.
. De door de alcohol benevelde stamgast beging een stommiteit. Of: De stamgast, door de alcohol beneveld, beging een stommiteit.
. Na uren gewacht te hebben was hij het zat.

Een beknopte bijzin kan zelf weer nieuwe bijzinnen bevatten, bijvoorbeeld:
Zich afvragend (bijzin 1) hoe hij nu verder moest (bijzin 2) kreeg de bergbeklimmer plotseling een ingeving.

Een veelgemaakte fout is de foutief beknopte bezin, waarbij het impliciete onderwerp van de bijzin niet gelijk is aan dat van de hoofdzin. Dit kan merkwaardige en onbedoeld komische zinsconstructies opleveren, zoals:
. Vrolijk zingend werden het bestek en de borden afgewassen.

persoonsvorm. Een niet-beknopte bijzin wordt ingeleid door een voegwoord. In de gegeven voorbeelden wordt dat:
. Terwijl ze luid gilde van de pijn kwam de gewonde vrouw de kamer binnenstormen.
. De stamgast, die door de alcohol beneveld was, beging een stommiteit.
. Nadat hij uren gewacht had was hij het zat.
. Terwijl hij zich afvroeg hoe hij nu verder moest, kreeg de bergbeklimmer plotseling een ingeving (hoofdzin).

Grammaticale functies
Een beknopte bijzin kan een bijvoeglijke/ betrekkelijke of een bijwoordelijke bijzin zijn. In het laatste geval is tevens sprake van een bijwoordelijke bepaling en dus van een apart zinsdeel binnen het grotere geheel van de samengestelde zin:
. De door de alcohol benevelde stamgast beging een stommiteit (beknopte bijvoeglijke bijzin).
. Luid gillend van de pijn kwam de gewonde vrouw de kamer binnenstormen (beknopte bijwoordelijke bijzin en bijwoordelijke bepaling).

Een bijvoeglijke bijzin wordt zoals elke bijvoeglijke bepaling bij voorkeur onmiddellijk voor of na het woord waar het naar verwijst (het antecedent) geplaatst.

Een niet-beknopte bijzin kan in principe allerlei grammaticale functies vervullen: die van onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp etc. Dit soort bijzinnen wordt meestal ingeleid door een vraagwoord, een van de voegwoorden dat of of, of een betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent:
. Dat hij komt is duidelijk.
. Of hij komt is niet duidelijk.
. Wat waar is moet gezegd worden.
. Ik weet niet wanneer / of hij komt, etc.

Daarbij kan een bijvoeglijke bijzin beperkend of uitbreidend zijn met betrekking tot het antecedent. Vergelijk ter illustratie de volgende twee zinnen:
. De eik, die al eeuwen oud is, is door de bliksem geveld. (beperkende bijzin, het gaat over één eik)
. De eik die al eeuwen oud is is door de bliksem geveld. (uitbreidende bijzin, het gaat over een aantal eiken waarvan er één wordt geïdentificeerd)

Betekenis
De relatie tussen de hoofdzin en de bijzin wordt vooral uitgedrukt door het voegwoord. Dit verband is over het algemeen temporeel (toen, nu), concessief (hoewel, ofschoon), suggestief (mits, indien, als) of causaal (omdat, doordat, aangezien). Bij beknopte bijzinnen moeten deze verbanden uit de rest van de zin worden afgeleid. In het Nederlands is dit soort constructies archaïsch of formeel:
. Hetgeen voorgehouden staat, aan de Testataire door mij Notaris in tegenwoordigheid van de nagenoemde getuigen duidelijk zijnde voorgelezen, verklaarde zij zulks wil te hebben verstaan en te bevatten haar Testament, laatste en uiterste wille.

In andere talen zoals het Frans is deze manier van formulieren vrij alledaags:
. N'ayant plus de fuseau, elle prit sa navette et se mit à tisser (Nu ze geen klos meer had, nam ze de schietspoel ter hand, ging voor de weefstoel zitten en begon te weven).

Onderschikking
Onderschikking (of: subordinatie) heeft in het bijzonder betrekking op samengestelde zinnen waarin de bijzin deel uitmaakt van en daarmee ondergeschikt is aan (een deel van) de hoofdzin. Voorbeelden (waarin de bijzinnen gecursiveerd zijn weergegeven):
. Ik zie dat je vanochtend geen tijd hebt gehad om je te scheren.
. Terwijl zijn klasgenoten plezier maken, zit Kees hard te blokken.
. De dijken die vorig jaar zijn bezweken, zijn inmiddels hersteld, versterkt en opgehoogd.

Bijstelling
Een bijzin met de functie van bijvoeglijke bepaling moet worden onderscheiden van een bijstelling. Een bijstelling onderscheidt zich van een bijvoeglijke bijzin door het ontbreken van een zelfstandig gebruikte werkwoordsvorm. Een bijvoeglijke bijzin bevat - ook in beknopte vorm - nog altijd een werkwoordelijk gezegde.
In de volgende voorbeelden is de bijstelling steeds cursief weergegeven:
. De oud-burgemeester van Den Haag, Wim Deetman, was vroeger minister.
. De oude dame droeg haar mooiste juwelen, een gouden ketting met oorbellen, alleen op feestdagen.
. Saddam Hussein, een gewetenloze potentaat, vergaste in de jaren tachtig zo'n tienduizend Koerden.

Bronnen:
. taaladvies.net/taal/advies/term/21/bijzin/
. http://nl.wikipedia.org/wiki/Bijzin


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 263.

Tweets by kunstbus