kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Bjørnstjerne Bjørnson

Noorse schrijver, journalist en politicus, geboren 8 december 1832 – overleden 26 april 1910.

Bjørnstjerne Martinus Bjørnson ontving in 1903 de Nobelprijs voor de Literatuur 'Als een eerbetoon aan zijn nobele, uitmuntende en veelzijdige dichtkunst, die zich altijd onderscheiden heeft door zowel de frisheid van zijn inspiratie als de zeldzame puurheid van zijn geest' (citaat jury).

Biografie

Bjørnstjerne Bjørnson is in 1832 geboren als zoon van een dorpspredikant. Vroeg toonde hij neiging en gaven, om aanvoerder te zijn, en zijn vader, die dit bemerkte, zond hem vroeg naar Kristiania, waar hij een tijd lang Heltberg's "studentenfabriek" bezocht en in 1852 student werd. Reeds te voren had hij een—onrijp—tooneelstuk geschreven; sedert 1854 schrijft hij regelmatig in dagbladen en maakt veel beweging in de hoofdstad, in 1856 bezoekt hij een studentencongres in Upsala, waar het nieuwe Skandinavisme werd beklonken, en onder den invloed van de opwinding dier dagen komen zijn eerste blijvende litteraire producten voor den dag. Het eene is Mellem Slagene het andere is Synnøve Solbakken, de eerste zijner boerenvertellingen.

Men kan zeggen, dat Bjørnson's novellen eene periode openen, en dat zij er eene sluiten, al naar gelang van het gezichtspunt, waaruit men ze beziet. Nieuw is, dat het boerenleven de stof wordt van een vertelling, die in de eerste plaats een kunstwerk wil zijn. Let men op de voorgangers, dan is het standpunt bij allen eenigszins anders. De sprookjes van Asbjørnsen en Moe zijn rijk aan poëzie, maar toch niet in de eerste plaats voorwerpen van kunst, en bovendien, zij stammen direct van het volk, zij handelen niet over het volk. Het werk van Østgaard was meer materiaal dan vertelling. Andere werken waren geschreven door menschen met al te weinig kennis van hun onderwerp. Bjørnson vereenigde een zekere kennis van het boerenleven met dichterlijke gaven en groot vuur voor de zaak, die hij beschrijft. En zoo komen er voor het eerst kleine romans tot stand over het boerenleven. En romans, waarin veel uitdrukking vond, wat in den tijd leefde, en die daarom zeer grooten opgang maakten.

Maar deze vertellingen sluiten een periode, in zooverre als de zwakke zijde van de volksromantiek, de boerenvergoding, hier tot een uiterste gedreven is, waar men niet mee voort kon gaan, zonder in het ridicule te vervallen. Deze boeken geven dan ook het sein tot de reactie. Deze komt met Vinje's kritiek op Bjørnson's volgende vertelling Arne. De kritiek komt van een man, die zelf van boerenafkomst was, die de boeren beter kende dan Bjørnson, en die den schrijver verwijt, dat zijn figuren geen boeren maar verkleede stadsmenschen zijn, en wel stadsmenschen van een bepaald type, droomers met sterk werkende traanklieren. Zoo beteekenen Bjørnson en zijn criticus te zamen een nieuw stadium in de boerennovelle. Sedert Bjørnson mag zij niet meer zonder fantasie geschreven worden; sedert Vinje moet het portret nader bij de werkelijkheid staan. (bron: een van de belangrijkste schrijvers van de Noorse literatuur. Zijn oeuvre omvat poëzie, verhalen, romans en toneelstukken. In de jaren 1850 en daarna publiceerde Bjørnstjerne Bjørnson zijn Bondefortellinger (Boerenverhalen) waarmee hij de Noorse literatuur een nieuwe vertelstijl en een stem gaf.

Bjørnson was een invloedrijk journalist, die het Noors als literaire taal wilde doen herleven en de rechten van onderdrukten verdedigde. Zijn gevierde Synnøve Solbakken (1857; eerste uitgave 1881; De Zonnige Heuvel) was een van de eerste Noorse romans.

Bjørnson was ook al vroeg betrokken bij de beweging die een nationaal Noors theater wilde oprichten. Hij volgde zijn vriend Henrik Ibsen op als directeur van het Ole Bulltheater in Bergen (1857-59). Later raakte hij betrokken bij de politiek, waarin hij vocht tegen de Noorse unie met Zweden en de parlementaire democratie verdedigde. Bjørnson werd de nationale dichter van Noorwegen. Tussen 1860 en 1863 trok hij door Europa. Hij keerde terug naar Oslo en leidde het Theater van Oslo tot 1867. Zijn literaire output gedurende het daarop volgende decennium was wonderbaarlijk.

Na het verdragen van een godsdienstige crisis (1878-79) werd Bjørnson een aanhanger van de Darwinse evolutietheorie in een godsdienstige context, en hij ging traditionele godsdienst verwerpen. Van dit moment spoorde hij in zijn literatuur de bevrijding van de menselijke geest van dogma's aan.

Een greep uit zijn werken:
Synnøve Solbakken, 1857
Mellem Slagene, 1857
Arne, 1859
Sigurd Slembe, 1862
Brudeslaaten, 1872
En fallitt, 1875
Kongen, 1877
Leonarda, 1879

Websites: www.norske.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1125.