kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Boudewijn Büch

Boudewijn Büch (1948-2002)

Noot redacte: het is in de korte tijd die ons voor ieder artikel gegeven is, mede door het in de wereld brengen van vele fantasieverhalen door BB zelf, onmogelijk gebleken een betrouwbare biografie op te stellen. o.a. ook de opgegeven website hierboven bevat vele onwaarheden. Misschien dat er in een later stadium betrouwbaarder bronnen voor handen zullen zijn. Tot dan moet u het met onderstaande tekst hier en daar bij elkaar gesprokkeld doen.)

Boudewijn Maria Ignatius Büch, (Het trema op Büch is een bedenksel van Boudewijn zelf; Hij volgde hierin het voorbeeld van zijn vader.), 14 december 1948 – zaterdag 23 november 2002, was dichter, schrijver, verzamelaar, reiziger, bibliofiel, Goetheaan, melancholicus en Rock 'n' Roll specialist.

Thema's in zijn werk zijn: psychiatrie, de verhouding met een vader, de dood van een zoontje en homoseksualiteit. De vaak terugkerende kleur blauw staat voor dood en verlangen. Veel van zijn werk is uitgegeven bij kleine, bibliofiele drukkers, zodat het vaak moeilijk te vinden is. dit geldt vooral voor zijn poëzie.

Boudewijn Maria Ignatius Büch werd geboren op 14 december 1948 te Den Haag in de Bethlehem kliniek, alwaar nu het Malieveld is gelegen. Hij groeide op in Wassenaar in een katholiek gezin met vijf broers (vier ouder dan hij). Eén van zijn broers is Menno Buch, o.a. bekend geworden met een erotisch tv-programma.

Boudewijn Büch heeft een moeilijke jeugd. Het huwelijk van zijn - katholiek geworden, joodse - ouders is slecht. Zijn ouders zijn in 1963 gescheiden. Vader Büchs verdwijnen uit het gezin werd door de resterende gezinsleden als een opluchting ervaren. Zowel Boudewijn als zijn broers herinnerden zich hem later als een tirannieke persoonlijkheid. Veel van wat Büch zegt over zijn jeugd (vader met oorlogstrauma's, psychiatrische inrichting, zelfmoord van vader) moet echter met een korrel zout worden genomen.

Volgens Büch was hij in zijn jeugd een jaar lang gedwongen opgenomen geweest in een jeugdpsychiatrische inrichting, temidden van 'echte debielen'. Aansluitend zou hij in het ziekenhuis hebben gelegen wegens 'een vreemd soort keelkanker'. De psychiatrische inrichting was in werkelijkheid de vakantiekolonie De Lindenlust in Boxtel. Veel stadskinderen uit heel Nederland brachten in de jaren '50 en '60 een periode in een dergelijke instelling door om wat gezonde buitenlucht op te doen. Ook aanleiding tot de ziekenhuisopname was een stuk onschuldiger dan keelkanker.

schooljaren
1e versie Büchs schoolopleiding verliep niet voorspoedig. Hij bracht enige jaren door op het gymnasium en de hbs maar eindigde zijn schoolcarrière met een mulo-diploma.
2e versie Op 14 jarige leeftijd begon Boudewijn aan zijn middelbare schooltijd op het St-Bonaventura lyceum te Leiden. Een school die geheel door paters werd geleid. In 1966-'67 gaat hij Nederlandse en Duitse Letteren studeren in Leiden. Hij studeerde ook filosofie en middeleeuwse geschiedenis. (Wat is waar? red.)

Ondertussen was zijn aanleg voor het dichterschap wel opgevallen. Hij vond contact met diverse mentoren in het circuit van kunstenaars en academici in Leiden, en werd aan het begin van de jaren zeventig door steeds meer mensen beschouwd als een erudiet wonderkind. Hij verwierf die status door zijn grote weetgierigheid, een flinke dosis bluf en in sommige gevallen door bewust in te spelen op homo-erotische gevoelens bij zijn bewonderaars, die vaak toonaangevende posities in het Nederlandse cultuurleven bekleedden. Büch mat zich het imago van romantisch-decadente nietsnut aan. Koketteren met een homoseksuele of pedofiele geaardheid was daarvan kennelijk een onderdeel; de serieuze liefdesrelaties die hij tijdens zijn leven had waren echter zonder uitzondering heteroseksueel.

Büch leefde in deze periode van een bijstandsuitkering en op de zak van bewonderaars, die hij vanwege zijn animerende persoonlijkheid volop had. Zijn voornaamste bezigheden waren roken, drinken, blowen, stappen, het verzamelen van boeken en, nu en dan, timmeren — een ambacht waar hij volgens vrienden in die tijd een opvallend talent voor had.

Het gegeven van een overleden zoontje wordt bestreden. De zoon van een bevriend echtpaar (Boudewijn Iskander Pronk) zou de bron voor zijn fantasie zijn geweest). Al vanaf 1970 vertelde Büch aan vrienden dat hij een zoontje had. Het ging in werkelijkheid om Boudewijn Iskander Pronk - het kind van een bevriend echtpaar met wie hij nu en dan uitstapjes maakte. Toen het kennelijk steeds moeilijker voor hem werd om dit fantasieverhaal vol te houden, deelde hij mee dat het kind was overleden. Hij verwerkte het thema onder andere in zijn prozadebuut De blauwe salon (1981), in de dichtbundel Dood kind (1982) en in de roman De kleine blonde dood (1985). In 2004 betitelde Boudewijn Iskander Pronk Büchs verhalen over dit onderwerp als "Ziek. Absurd. Bizar."

Debuut als dichter
Vanaf omstreeks 1973 begon Büch serieus werk te maken van een loopbaan als dichter. Hij legde contact met Harry G.M. Prick, dankzij wiens bemiddeling in 1976 zijn debuutbundel Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs uitkwam. Mede dankzij de geestdriftige aanbevelingen van uitgever Martin Ros werd Büch al snel als een literaire sensatie beschouwd. De hype ging begeleid van de fantasiecarrière die hij in de loop der jaren voor zichzelf had bedacht en waarmee zijn vrienden al langer bekend waren: hij zou zijn doctoraal in zowel Duits als filosofie hebben behaald en was bovendien psychofarmacahistoricus — een zeldzame wetenschap waarvan hij in alle bescheidenheid moest toegeven dat hij er 's werelds belangrijkste expert in was.

Vanaf dit moment ontpopte de voormalige nietsnut zich als de workaholic die hij tot enige jaren voor zijn dood zou blijven. Büch schreef ontelbare columns, recensies en artikelen, gaf lezingen en liet bij diverse uitgeverijen een stroom aan literair werk verschijnen. Er was wel het nodige redactiewerk vereist om Büchs productie geschikt te maken voor publicatie; hij was een chaoot.

Büch beweerde dat zijn vader een gevluchte Russische of Poolse of Duitse jood was die als piloot bij de RAF zijn eigen geboortestad moest bombarderen. Volgens dit verhaal werd in het gezin Büch alleen Duits gesproken, en pleegde zijn door zijn oorlogservaringen getraumatiseerde vader zelfmoord naar aanleiding van berichten dat de Drie van Breda zouden worden vrijgelaten. In werkelijkheid was Büchs vader een Haagse gemeente-ambtenaar die in 1975 stierf aan een hartaanval.
Na de dood van zijn vader verspreidde Büch het gerucht dat hij miljoenen had geërfd. In de extreemste variant van het verhaal wilde hij daarvan dertig miljoen schenken aan de Rote Armee Fraktion. Ook deed hij toezeggingen van miljoenen voor projecten die met literatuur te maken hadden. Potentiële ontvangers van Büchs giften namen zijn verhalen serieus genoeg om te beginnen met de oprichting van een Beheerstichting Erfenis Boudewijn Büch. Uiteindelijk gaf Büch echter niet thuis. (In werkelijkheid bedroeg zijn erfdeel ongeveer 750 gulden.)

Büchs briefhoofd in de jaren zeventig bevatte fantasierijke nep-titels. Hij noemde zich Drs. drs. Boudewijn Maria Ignatius Büch M.L.S. ISDD, c.m. - psychofarmacahistoricus. Volgens Büch sloeg de dubbele doctorandustitel op voltooide studies Duits en filosofie; M.L.S. betekende Member of the Linnaean Society; een 'psychofarmacahistoricus' was volgens Büch gespecialiseerd in de geschiedenis van het drugsgebruik.

Ook op financieel gebied wist hij geen overzicht te bewaren. Büch had een omvangrijke geschiedenis van niet terugbetaalde leningen en andere financiële oneffenheden die begeleid gingen van fantasierijke uitvluchten. Büch leefde op te grote voet en zijn schulden liepen zo hoog op dat hij in 1978 in staat van faillissement werd gesteld. Zijn financiële zaken stonden vanaf dat moment onder toezicht van een curator. Dankzij diens lankmoedigheid en Büchs zorgeloosheid liepen de schulden alleen maar op. Pas aan het einde van de jaren tachtig waren Büchs inkomsten toereikend om zijn uitgavepatroon te dekken. Door zijn voortdurende exercities om de aandacht op zich te vestigen was hij inmiddels een goedbetaalde mediapersoonlijkheid geworden.

In 1981 verschijnt 'De blauwe salon', zijn prozadebuut.

Hij werkte enige tijd als redacteur van een advertentie- en copywritebureau.

De kleine blonde dood
Oorspr. verschenen in een korte versie o.d.t.: Een kleine blonde dood. - Amsterdam : Bauer, 1982. - (Syllabe = ISSN 0921-5328 ; 9). - Gedeeltelijk eerder verschenen in het Leids studentenblad: Mare. - 1980-1981. - 1e dr. deze uitg.: Amsterdam : De Arbeiderspers, 1985.
In De kleine blonde dood vertelt de ik-figuur over het kortstondige leven van zijn zoontje. Mickey, het kind van hem en Mieke, een vijftien jaar oudere lerares Engels, zal zijn zesde verjaardag niet halen. Daarnaast haalt de ik-figuur herinneringen op aan zijn eigen, door de oorlog geestelijk misvormde vader. De kleine blonde dood is een hartverscheurend verhaal over verlies, verdriet en machteloosheid. Een monument voor een kleine, gestorven jongen. Lezers van ander werk van Büch zullen de thematiek herkennen en zullen ook enkele verschillen opmerken met de in vroeger werk gegeven informatie. Degene om wie alles in het boek draait, is de ik-figuur. Voorafgegaan door maar liefst elf motto's worden - nogal zwaar aangezet en melodramatisch - vooral zijn emoties breed uitgemeten. De vraag of er sprake is van bestudeerde dan wel van authentieke megalomanie is bij een romantisch schrijver als Büch natuurlijk niet te beantwoorden. Na het verschijnen in 1985 van 'De kleine blonde dood' bleek Boudewijn Büchs roman onmiddellijk een groot succes. Sinds die tijd is het nooit uit druk geweest en is er de nodige aandacht aan besteed. Ook de verfilming van de roman Jean van de Velde in 1993 heeft bijgedragen aan het succes. Aan de 20e druk werden twee nieuwe hoofdstukken toegevoegd; de 22e druk werd door de auteur herzien met het oog op de aanstaande verschijning van het vervolgdeel 'Het geheim van Eberwein'*.

Bleef hij een aantal van zijn passies zijn leven lang fanatiek najagen, dichten en schrijven boetten in de loop der jaren aan belang in, hoewel hij over succes niet te klagen had. Het radicaalst ging dat met het dichten. Van de ene op de andere dag besloot hij geen gedichten meer te publiceren; uit wat hij nog in portefeuille had mochten redacties van schoolkrantjes vrijelijk putten. Van zijn romans is De kleine blonde dood veruit de bekendste geworden, mede door de film die naar het boek vervaardigd werd. Maar ook zijn hilarische roman over het leven in een commune Links! (1986), Het dolhuis (1987), dat handelt over zijn verblijf in een jeugdinternaat, en Het bedrog (1993), waarin de breuk met een boezemvriend werd vastgelegd, vonden veel aftrek.

Naast deze sterk autobiografische romans publiceerde Büch tal van niet-fictionele werken waarin hij zelf overigens altijd heel nadrukkelijk op de voorgrond trad. De onderwerpen lopen uiteen van zijn grote literaire liefde J.W. von Goethe, de geschiedenis van de Rock 'n' Roll, zijn fascinatie voor Mick Jagger (`Een pickup waar een LP van The Beatles op gedraaid is, kan direct bij het grofvuil' was zijn stellingname in de ooit brandende kwestie The Rolling Stones versus The Beatles), verslagen van zijn talloze reizen naar de meest obscure eilanden, en zijn grote liefde voor bibliotheken.

Büchs werkzaamheden voor televisie begonnen in 1982 met het VARA-kunstprogramma De Verbeelding, waarvoor hij een boekenrubriek verzorgde. Zijn vlotte c.q. oppervlakkige aanpak sprak aan en hij kreeg vanaf 1984 een eigen programma: Büch's Boeken, vanaf 1985 verbreed tot Büch.

Door zijn optreden op televisie raakte zijn carrière in een stroomversnelling, al werd hij door literaire kringen inmiddels afgewezen: Büch was geen serieus te nemen dichter meer maar een mediapersoonlijkheid die kennelijk tot alles bereid was, als het maar geld opbracht. Büch nam op zijn beurt eveneens afstand van de literaire wereld. Zijn gedichten verschenen nog slechts in bibliofiele mini-oplages en hij bracht zijn tijd bij voorkeur buiten Nederland door.

De reisprogramma's die hij vanaf 1988 onder de titel De wereld van Boudewijn Büch maakte, stelden hem daartoe in staat. Ook in deze programma's steekt hij zijn liefde voor eilanden, bibliotheken, Mick Jagger en Goethe niet onder stoelen of banken. Büchs stokpaardjes kwamen in zijn televisieuitzendingen veelvuldig aan bod. Hij had grote belangstelling voor eilanden, de dodo, rockmuziek (met name Mick Jagger) en bovenal voor Johann von Goethe. Voor zijn reisprogramma's reisde hij veelal naar afgelegen eilanden. Ter plaatse schafte hij wat boeken aan over de betreffende locatie en een dag later legde hij aan zijn cameraman, en de kijkers, uit wat hij daarin had gelezen. Ook bezocht hij regelmatig bibliotheken en musea waar hij in gebrekkig Engels gesprekken voerde met de medewerkers.

Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van het Museum van het Boek in Den Haag stelde Boudewijn Büch in 1998 een tentoonstelling samen uit de collectie tot 1850. Tentoongesteld werden veel reisboeken en boeken over ontdekkingsreizen.

In 2001 besloot de VARA geen nieuwe programma's meer bij Büch te bestellen en ook andere opdrachtgevers zaten steeds minder om zijn bijdrages verlegen. Büch zelf had al veel eerder laten merken dat zijn werk hem steeds minder interesseerde. Zijn laatste televisie-optredens waren wekelijkse bijdrages aan het programma Barend en Van Dorp. Verder bracht hij zijn tijd bij voorkeur door in zijn herenhuis aan de Amsterdamse Keizergracht, dat hij tot een drie verdiepingen tellende bibliotheek in empire-stijl had omgetoverd. Zijn collectie zeldzame boeken besloeg inmiddels rond de 100.000 banden.

Op 23 november 2002 werd Büch dood aangetroffen in zijn bed. Hij was overleden aan een hartstilstand.

Hoewel men over de uiteindelijke waarde van al Büchs activiteiten van mening kan verschillen, zijn vermogen om mensen ergens enthousiast voor te maken staat boven elke discussie. De reportage van de vervulling van zijn grootste wens, een ontmoeting met Mick Jagger, is daar een ontroerend voorbeeld van. Zijn opzettelijk amateuristische manier van presenteren heeft zelfs school gemaakt!

Websites: www.boudewijnbuch.net, redir.vara.nl/buch, www.kb.nl, www.boudewijnbuchmuseum.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 24.