kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Bret Easton Ellis

Brett Easton Ellis
Geboren: 1964 Los Angeles

Bret Easton Ellis studeerde aan Bennington College in Vermont, waar Donna Tartt, de latere schrijfster van The Secret History, een jaargenote van hem was. Hij bracht haar in aanraking met een literair agent, die meteen de mogelijkheden zag van de combinatie van een erudiete en spannende roman en een jong, geniaal schrijfster. Zelf volgde Ellis er creative writing-cursussen bij Joe McGinniss, die de vierhonderd pagina's van het manuscript van Less Than Zero hielp reduceren tot een kleine tweehonderd.

Ellis was eenentwintig toen hij in 1985 debuteerde met de roman 'Less Than Zero'(vertaald als Minder dan niks) over de lotgevallen van rijke jongeren in Beverly Hills, die aan verveling en apathie te gronde gaan. Het eerste jaar werden er 75.000 exemplaren van de gebonden editie verkocht.

Met Jay McInerney en de alweer vergeten Tama Janowitz vormde Ellis het hart van de Brat Pack, jonge literaire rebellen die hun stof vonden in de subcultuur van de grote steden. Hij was toen al de meest vermetele en grimmige van het stel.

In zijn tweede roman, The Rules of Attraction (1987, vertaald als De wetten van de aantrekkingskracht) deed hij Less Than Zero nog eens over, niet met pubers maar met jonge twintigers, studenten op een campus in New England.

Nadat in november en december 1990 in de bladen Time en Spy schokkende fragmenten uit de roman waren voorgepubliceerd, met daarbij vernietigende commentaren, groeide de onrust op de redactie van Simon & Schuster, de uitgeverij die American Psycho rond de kerst op de markt zou brengen. Onder druk van Paramount Publications, het moederbedrijf, werd besloten het boek niet uit te geven, ondanks het feit dat aan Ellis al een voorschot van 300.000 dollar was betaald. Met de woorden 'The book is a piece of shit.' lichtte Dick Snyder, directeur van Simon & Schuster, dat besluit toe. Andere uitgevers hadden minder scrupules en niet veel later maakte Vintage bekend het boek uit te zullen brengen. Toen circuleerden er in New York al enige tijd exemplaren van een bootleg-uitgave, fotokopieën van het originele manuscript, compleet met handgeschreven correcties. In de toenemende controverse beschuldigde de schrijversbond de uitgever die de roman níet uitbracht, van censuur, kondigde de afdeling Los Angeles van de National Organization for Women een boycot aan van alle boeken van de uitgeverij die 'deze vreselijke aanval op de vrouw' wél publiceerde en werden gruwelijke doodsbedreigingen aan het adres van Ellis geuit. Nadat het boek verschenen was, werd het door alle Amerikaanse critici afgewezen, zowel als op morele als op literaire gronden.

Het is het verhaal van de 26-jarige yup Patrick Bateman, een rijke en uiterst gesoigneerde belegger in New Yorks Wall Street. Overdag gaat zijn interesse in mensen niet verder dan de kleding die ze dragen (van top tot teen worden steeds weer zorgvuldig alle merknamen opgesomd), 's nachts verandert hij in een bloeddronken monster. Schokkend en misselijkmakend zijn de talrijke scènes waarin hij met behulp van spijkergeweer, drilboren en kettingzaag vrouwen ('hardbodies') vaak letterlijk aan flarden rijt, al weet hij met een uitgehongerde rat en met accu's nog ijselijker varianten te bedenken. Maar ook bedelaars of een kind van vijf neemt hij als het zo uitkomt te grazen. Doordat hij zelf het verhaal vertelt, krijgen zijn nachtelijke gruweldaden, die hem nooit zelfs maar de minste wroeging bezorgen, een nog wranger karakter.

Acht jaar heeft Ellis aan het in de Amerikaanse pers eveneens verguisde Glamorama(1998) gewerkt, zij het uiteraard niet permanent. De controverse rond American Psycho zoog in de jaren na 1991 veel van zijn energie weg. Nadat die storm enigszins geluwd was, voelde hij zich zo 'incredibly fucked up' dat hij alles dronk en spoot wat onder handbereik kwam. Toch voltooide hij eerst de verhalenbundel The Informers (1994, vertaald als De informanten) en vervolgens Glamorama.
De verhalenbundel De informanten is in eerste instantie verwant met Ellis' eerste boeken. Welgestelde jongeren en volwassenen worden geportretteerd in hun dagelijkse routineuze bezigheden. Ellis roept, in tegenstelling tot zijn vele navolgers, door zijn stijl veel spanning op. Het eerste verhaal begint zo: 'Bruce belt, stoned en rood van de zon, uit Los Angeles en vertelt me dat het hem spijt.'
In het verhaal wordt dan beetje bij beetje meer informatie gegeven, zodat je je continu zit af te vragen hoe het afloopt. Soms word je op het verkeerde been gezet. De ik-verteller blijkt vaak halverwege het verhaal een vrouw te zijn, terwijl je de hele tijd gedacht had met een man te maken te hebben.
De compassie waarmee Bret Easton Ellis zijn verhalenfiguren beschrijft is nieuw. Waar de hoofdpersonen in het vroegere werk kil werden geobserveerd lijkt er nu plaats te zijn voor een mild mededogen. Dat komt het best tot uiting in het verhaal 'Op de eilanden', waarin een gescheiden vader zijn zoon meeneemt naar een tropisch eiland om hun relatie enigszins op te vijzelen. De vader doet zijn best, maar slaat altijd de verkeerde toon aan en doet net de verkeerde dingen. De onverschilligheid van de zoon verandert langzaam in een afkeer van zijn vader. De dialogen zijn grimmig.
“'Wanneer was de laatste keer dat we hier met z'n allen waren?' vraag ik me hardop af. 'Ik weet het echt niet meer,' zegt hij zonder nadenken. 'Volgens mij was het twee jaar geleden. In augustus?' gok ik. 'Juli,' zegt hij. 'Klopt,' zeg ik. 'Klopt. Het was het weekend van de Fourth of july. 'Ik lach. 'Weet je nog die keer dat we met z'n allen gingen scuba-duiken en je moeder de camera overboord liet vallen?' vraag ik, nog steeds grinnikend. 'Het enige wat ik me herinner zijn de ruzies,' zegt hij emotieloos terwijl hij me aanstaart.”
En zo gaat het maar door tussen die twee. Je krijgt medelijden met de vader, die het maar blijft proberen en blijft stuiten op de halsstarrigheid van zijn zoon, die een vreemde voor hem is geworden.
Alhoewel je denkt dat je minder bent afgestompt dan de hoofdpersonen in deze verhalen, herken je de momenten waarop de grenzen van het gevoel verlegd worden. Die leeservaring is fascinerend en beangstigend tegelijk.

Hoezeer Bret Easton Ellis met illusie en dubbelzinnigheid weet te spelen, bewijst hij ook in Glamorama. Tot het einde blijft daarin ongewis of hoofdpersoon Victor Ward een zelfstandig bestaan leidt of slechts figurant is in een speelfilm. Aanvankelijk zit dit 27-jarige fotomodel uitermate prettig in zijn vel. Met speels gemak en veel flair beweegt hij zich in de wereld van modekoningen en modellen, van pop- en mediasterren, van celebrities en hun look-alikes, die het mondaine Manhattan van de jaren negentig bevolken. Met het supermodel Chloe Byrnes heeft hij een hele bevredigende romance, die hem er echter niet van weerhoudt ook andere schoonheden te verwennen. Moeiteloos kiest hij uit zijn garderobe én zijn vocabulaire precies datgene wat past bij een situatie.
Als hij een nachtclub wil beginnen die alle andere van Manhattan naar de kroon moet steken, dreigt het lot zich echter tegen hem te keren, mede door zijn eigen leugens en zijn drugsgebruik. Bovendien wordt hem door een mysterieuze opdrachtgever een flinke som geld in het vooruitzicht gesteld om het in Engeland verdwenen fotomodel Jamie Fields op te sporen en veilig terug te brengen. Als hij daartoe scheep gaat op de Queen Elizabeth II, neemt de roman een bizarre wending. Van een satire op de wereld van de glamour wordt hij een surrealistische thriller. In Londen en Parijs raakt Ward verstrikt in de complotten van een niets en niemand ontziende terreurgroep, die louter bestaat uit ex-modellen. In Parijs wordt het Ritz opgeblazen, een metrotrein loopt uit de rails, een Boeing 747 wordt op een hoogte van 4300 meter tot ontploffing gebracht. En er wordt, net als in American Psycho, naar hartelust gemarteld.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 566.

Tweets by kunstbus