kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Christine D'haen

Vlaamse schrijfster, geboren 25 oktober 1923, Sint-Amandsberg.

Christine D’haen won in 1992 de grote Prijs der Nederlandse Letteren. Andere prijzen die zij kreeg zijn de Anna Bijnsprijs en de Henriëtte de Beaufortprijs. Zij schrijft niet alleen autobiografische fictie en poëzie (o.a. de bundels Onyx, Ik ben genoemd meisje en vrouw, Morgane) en proza (o.a. Zwarte Sneeuw) maar vertaalde ook gedichten van Guido Gezelle (De wonde in ’t hert) en Hugo Claus naar het Engels. Zij bundelde 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde.

Aanvankelijk wordt ze op één lijn geplaatst met auteurs als Anton van Wilderode en Hubert van Herreweghen, maar eigenlijk staat ze meer tussen het neoclassicisme en het experimentele. Daardoor neemt ze een geheel eigen positie binnen de Nederlandse letterkunde in. Volgens het juryrapport van de Grote Prijs der Nederlandse Letteren kan men ‘de bronnen van haar dichterschap [...] plaatsen binnen de moderne traditie, maar binnen dat gegeven is haar ontwikkeling volkomen authentiek geweest, dwars tegen de dominerende ontwikkelingen in en met als instrument een gedurfde, moedwillige gekunsteldheid die, gecultiveerd in onmodieuze afzondering, betaald wordt met nog meer afzondering’.
Haar thema’s haalt ze uit de westerse traditie (met klassieke, christelijke en symbolische elementen) waardoor ze wel eens als classicistisch dichteres wordt omschreven. Belangrijk in haar werk is de overgang van het doodsverlangen naar de levensaanvaarding. Dat probeert ze onder woorden te brengen met een geheel eigen stijl gebaseerd op tegenstellingen en nevenschikkingen, Latijnse zinsconstructies, stijlfiguren en ingewikkelde rijmschema’s. Het hermetische karakter van haar poëzie staat ver van haar veel toegankelijkere prozaïsche werk.
- Maria D'Haen wordt geboren in Gent (Sint-Amandsberg) waar ze naar school gaat en later aan de Rijksuniversiteit Germaanse filologie studeert. Zij studeert verder ook in Amsterdam en Edinburgh. Na haar buitenlandse studies vestigt ze zich in Brugge waar ze een tijdje Engels gaf aan de Rijksnormaalschool en tot 1983 bij het Gezelle-archief werkte.

In 1948 debuteert ze met het verhalend gedicht Abailard en Heloys in Dietsche Warande en Belfort en publiceert ze een aantal gedichten in het Nieuw Vlaams tijdschrift, een reeks gedichten die zich aansluit bij de klassieke traditie en ook klassieke thema's benut. Die gedichten werden in het Engels gedrukt, maar de bundel werd nooit in de handel gebracht.

In 1951 ontving Christine D'Haen haar eerste literaire prijs: de Arkrpijs van het Vrije Woord.

. 1958 - Zij debuteerde met Gedichten 1946-1958
. 1965 - Vanwaar zal ik U lof toezingen ?
. 1971 - Gezelle, poems/gedichten
. 1975 - Iek sluit van daegh een ring

. 1983 - Onyx (1983)
. 1988 - De wonde in 't hert (1988)
. 1989 - Mirages (1989)

Nominatie AKO Literatuurprijs voor prozabundel Zwarte sneeuw, verschenen in 1989.

Christine D'Haen winnaar Anna Bijns Prijs 1991
Uit het juryrapport: ''Al het werk van Christine D'Haen geeft blijk van een ongewoon vormbesef. Of zij nu korte haikoe-achtige maangedichten schrijft of in lange ademloze regels een tuin tot leven wekt, haar beheersing van vrije en gebonden verzen, van ritme en metriek, van rijmschema en strofebouw is weergaloos. In een tijd waarin de vormeloosheid van vele experimentele gedichten of kale minimal art van veel spreektalige poëzie het voor het zeggen leek te hebben, is het haar verdienste geweest een dichtkunst van verheven formaat weer in ere te hebben hersteld. Haar poëzie kenmerkt zich door een ongewone eruditie, een groot poëzie-technisch vernuft, een enorme taalrijkdom en een vrouwelijke verbeeldingskracht van een ongeziene zinnelijke en zintuiglijke geladenheid.''

1992 Prijs Der Nederlandse Letteren voor gehele oeuvre.

Duizend-en-drie (1992)
Een brokaten brief (1992)
Merencolie (1992)
Morgane (1995)
Een paal, een steen (1996)
De zoon van de Zon (1997)
Bérénice (1998)
Dodecaëder / Dantis meditatio (1998)
Het geheim dat ik draag (1998)
Kalkmarkt 6, De stad & Het begin (1999)
Het huwelijk (2000)

In de Poëziekrant van juli-augustus 2001 staat een prachtige reeks nieuwe gedichten.

In 2002 verschijnen haar verzamelde gedichten - Miroirs. Gedichten vanaf 1946. Als tegenhanger verscheen bij Meulenhoff al haar prozawerk gebundeld in Uitgespaard zelfportret.

2004 Mirabilia zelfportret
Op zijn zachtst gezegd is het bijzonder, het autobiografische proza van Christine D’haen. Altijd heeft ze haar verhaal gedaan aan de hand van iets stoffelijks dat als spiegel voor haar leven dient. Dat kan een schilderij zijn, een boek, een stad. In elke scherf wordt weer iets van D’haen zichtbaar - evenals het verstrijken van de tijd.
In Uitgespaard zelfportret staat voor het eerst al D’haens proza bij elkaar: zes eerder verschenen Meulenhofftitels, een bibliofiele uitgave, en vier niet eerder gepubliceerde miniaturen. In het deel ‘Schreef in de aarde’ introduceert de schrijfster zelfs nog een nieuw genre, in de vorm van een selectie uit de brieven die ze in meer dan een halve eeuw ontving.
Constante in het boek is de niemand onberoerd latende bekentenis, die nooit rechtstreeks wordt prijsgegeven. Uitgespaard zelfportret krijgt zo het karakter van een zorgvuldig gerijpte autobiografie, die laat zien hoe springlevend onze cultuur kan zijn. Ierse eilandje voor een bundel vol poëzie die van een klassieke schoonheid is. In Innisfree laat zij zich inspireren door de allergrootste schrijvers en dichters uit de wereldliteratuur. meander.italics.net)

Websites: digitallibraries.org


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1371.