kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Cornelis Buddingh

Geboren: 07-08-1918 Te: Dordrecht
Zijn naam wordt meestal geschreven als 'Cees'. Dit is fout. De C. is van Cornelis, maar zijn roepnaam is Kees.

Kees Buddingh' bezocht de HBS 'aan het Oranjepark' (1930-1935).

Kees Buddingh' studeerde van 1935 tot 1938 Engels aan de School voor Taal en Letterkunde in Den Haag.

van 1938 tot 1940 was hij in militaire dienst.

Kees Buddingh' debuteerde in 1940 in 'Den Gulden Winckel' met het gedicht 'Military Service Blues'. Daarvoor had hij al gedichten opgestuurd naar 'Elseviers Maandschrift', maar deze werden geweigerd.

Hij debuteerde met de dichtbundel 'Het geïrriteerde lied' in 1941.

In 1942 werkte Kees Buddingh samen met Max Dendermonde aan het boek 'Zon in Virgo'. Dit boek is er nooit gekomen.

Kees Buddingh' heeft geleden aan tbc. In 1942/1943 lag hij hiervoor in sanatorium Zonnegloren in Soest. Later nogmaals van 1947-1949. Mede aan deze periode heeft hij zijn grote belezenheid te danken.

In 1950 trouwde hij met Christina (Stientje) van Vuren. Ze gingen inwonen bij zijn ouders aan de Bankastrata. Zij kregen twee zoons: Willem Alexander (Sacha) en Wiebe Fechter (Wiebe). Hij wijdt zich volledig aan schrijven en vertalen. Zijn zoon Wiebe trad later in zijn voetsporen al vertaler. Hij vertaalde bijv.: Martin Booth, Tweestrijd - Een vriendschap in de Goelag (1999) en ook de jeugdboeken van J.K. Rowling over 'Harry Potter'.

Rond 1955 gebruikte Buddingh' een oud brugwachtershuisje aan het eind van de Prinsenstraat als werkhuisje.

De blauwbilgorgel was ontleend aan de 'bluebillgurgle' van de Engelse schrijfster Nesbit. Werkende aan een gedicht hierover, drongen meer dieren zich op: de bozbezbozzel, de gringergoriaan enz.

Van 1959 tot 1968 had Buddingh' een werkkamer in het gebouw van tekengenootschap Pictura aan de Voorstraat 190-192. In maart 1973 kreeg hij er weer een (andere) werkkamer.

In februari 1966 nam hij deel aan 'Poëzie in Carré'. Zijn voordracht van z'n Gorgelrijmen werd hier een groot succes.

Rond 1970 schreef C. Buddingh' een column voor 'Sport Expres' onder het pseudoniem Zwik. Toen Buddingh' hiermee stopte werd de column onder dezelfde naam voortgezet door Tim Krabbé en Dick Ariese.

Vanaf 1970 tot 1981 had hij een part-time betrekking aan het Instituut voor Vertaalkunde in Amsterdam.

Vanaf 1971 exposeerde C. Buddingh' 'kijkkastjes' gevuld met 'gewone dingen' (o.a. in het Brussels Paleis voor Schone Kunsten). Hij exposeerde ook gezamenlijk met Louis Paul Boon, die vergelijkbare 'kastjes' maakte. In zijn dagboeken beschrijft Buddingh' het maken van deze 'kastjes'.

Buddingh' speelde lang met de gedachte om zijn hele leven in verzen te beschrijven. Hij noemde dit project 'Een mens in de tijd'. De bundels 'De eerste zestig' en 'De tweede zestig' zijn er (min of meer) het resultaat van.

Van 1972 tot 1982 was Kees Buddingh' voorzitter van de Coöperatieve Uitgeverij De Bezige Bij.

In NRC Handelsblad van 29-09-1978 schreef W.F. Hermans een vernietigende kritiek over 'Een mooie tijd om later te worden', maar ook over Buddingh' zelf. Lang hierna heeft Buddingh' niets meer gepubliceerd en hij was depressief in deze periode. Of dit direct zijn oorzaak vond in het schrijven van Hermans is niet zeker - zelf sprak hij van zijn sanatoriumsyndroom. Het artikel van Hermans werd gebundeld in 'Houten leeuwen en leeuwen van goud', blz. 366-378: 'Bijzonder aardig; prima, prima'.

Op 31-10-1978 vond in Theater Zuidplein in Rotterdam een verjaardagsfeest plaats voor Buddingh', Simon Vinkenoog en Bert Schierbeek, met als titel 'Samen 170'.

Buddingh' overleed in de nacht van 23 op 24 november 1985 te Dordrecht in het Gemeentelijk Ziekenhuis in Dordrecht aan longembolie. Hij was herstellende van een darmoperatie. Buddingh' werd begraven op de Algemene Begraafplaats in Dordrecht.

Buddingh's literaire nalatenschap wordt beheerd door Ares Koopman. De na 1985 verschenen boeken zijn ook door hem bezorgd en ingeleid.

Op 7 januari 2000 onthulde de echtgenote van Buddingh' een kunstwerk/gedenkteken voor C. Buddingh', gemaakt door Hanneke Hemelaar, aan de buitenmuur van de politiepost in de Bankastraat. De tekst op het reliëf luidt: C. Buddingh' 1918-1985, dichter van de werkelijkheid van alledag. Politie Zuid-Holland, dichter op de alledaagse werkelijkheid.

Jazzmuziek was belangrijk voor Buddingh'. De titel 'West Coast' verwijst hier naar. Veel van zijn aforismen publiceerde hij onder het pseudoniem Jean de Boisson. Hij gebruikte (voor zijn aforismen) ook de pseudoniemen: Corobald Blomhert en Benjamin Morecombe. Buddingh' noemt zich in zijn dagboeken een overtuigd sociaal democraat. Hij zette zich af en toe in voor de PvdA en was o.a. redacteur van 'Socialisme en democratie'. Hij stond in Dordrecht ook op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen (op een onverkiesbare plaats). De dood was een terugkerend thema in het werk van Buddingh'. Willy Spillebeen merkt op in een bespreking van 'Gedichten 1938-1970: 'Terloops weze opgemerkt dat de doodsidee...in bijna al Buddingh's gedichten voorkomt'. Buddingh' reageert hier in zijn dagboek met instemming op: 'Hoera, hoera: eindelijk eens iemand die het doorheeft.'

Zie ook volledige bron: bi(bli)ografie


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 391.