kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 23-04-2008 voor het laatst bewerkt.

De-Vijftigers

De Vijftigers (of De Experimentelen)

De Vijftigers of de Beweging van Vijftig is de benaming voor een groep dichters die in de jaren '50 het experiment in de Nederlandse poëzie invoerden. Hierdoor brachten ze de Nederlandse poëzie weer in het vaarwater van de internationale vernieuwing.

Literatuur is de spiegel van wat er in de samenleving gebeurt, maar aan de andere kant bestaat de literatuur uit individuele uitingen en daarom kleven er bezwaren aan elke vorm van indeling van schrijvers. Men kan een indeling maken op grond van het decennium waarin een auteur leefde. Dit is een uitgangspunt dat de meeste schoolboekschrijvers aanhouden. Het ligt voor de hand om dan te spreken van Vijftigers, Zestigers, Zeventigers en Tachtigers. Duidelijk zal zijn dat elke indeling haar bezwaren heeft en dat de problemen alleen maar groter worden naar mate we de eigen tijd naderen.

Hierbij moet wel worden bedacht dat de term Vijftigers in dit verband een totaal andere betekenis heeft gekregen dan de andere genoemde aanduidingen. Met de term Vijftigers duidt men namelijk een groep experimentele dichters aan, terwijl men met de andere termen minder specifiek een bepaalde groep op het oog heeft.

Nederland,
De Beweging van Vijftig ontstond zeker niet in een vacuüm. Onder meer de beeldrijke taal van gerrit achterberg en het vrije vers van Hans Lodeizen kondigden de naoorlogse vernieuwing aan. Aanvankelijk wil men doorgaan in de lijn van Forum en Criterium. Maar er komen nieuwe dichters die zich afzetten regen de poëzie van het kleine geluk, nieuwe prozaschrijvers die aanzienlijk minder vertrouwen hebben in de menselijke waardigheid, een generatie die de oorlog bewust heeft meegemaakt.

In navolging van de Cobra-beweging in de schilderkunst verzamelden zich omstreeks 1950 een tiental Nederlandse dichters die wilden breken met de traditionele poëzie. De vijftigers of experimentelen erkennen geen scheiding tussen kunst en leven, zijn anti-esthetisch en zijn anti-intelectueel.

Kenmerken van de experimentele poëzie zijn volledige vrijheid ten aanzien van de regels van de traditionele poëzie: Rijm, metrum en andere klassiek geworden kenmerken van de poëzie werden als overbodig beschouwd, geen hoofdletters, geen leestekens, grote syntactische vrijheid, nadruk op de klank (assonantie, alliteratie) en vorm van woorden, dominerende plaats van de beeldspraak die autonoom wordt en niet naar een werkelijkheid buiten het gedicht verwijst, het verband binnen het gedicht is meer associatief dan causaal en vooral in het begin veel politieke betrokkenheid in deze poëzie.

De Vijftigers groeperen zich niet rondom één tijdschrift
Twee bloemlezingen in een goedkope uitgave hebben sterk bevorderd dat de Vijftigers als een groep gezien werden: Atonaal van Simon Vinkenoog en Nieuwe griffels schone leien van Paul Rodenko. Het plastische, dynamische vers werd het nieuwe ideaal, dat gepredikt werd in de essays van Paul Rodenko. Het werd in de praktijk omgezet in de gedichten van o.a. Lucebert, remco campert, Gerrit Kouwenaar en Bert Schierbeek. Hun poëzie werd gepubliceerd in tijdschriften als Podium en Reflex. Ook iemand als de dichter Hans Andreus rekenen we tot de vijftigers. Jan Hanlo moet hier eveneens worden genoemd.

Ook op dichters die niet in hun lijn zijn doorgegaan hebben de experimentelen een invloed uitgeoefend, doordat er in het algemeen in de moderne poëzie een grotere vrijheid in de taalbehandeling en in de beeldspraak bestaat dan voor de Vijftigers. Vanaf 1955 gingen de vijftigers hun eigen weg.

Vlaanderen,
Ook in Vlaanderen kondigde de vernieuwing zich aan na de Tweede Wereldoorlog. Hier was echter geen sprake van een hechte groep, en bovendien sleepte het experiment veel langer aan dan in Nederland.

Het eerste naoorlogse literaire avant-gardetijdschrift was Tijd en Mens (1949-'55) met medewerkers als hugo claus, louis paul boon en Jan Walravens. Deze generatie verschilde op twee punten van de Nederlandse vernieuwers: het experiment was niet beperkt tot de poëzie (onder meer door de veelzijdige hugo Claus), en het had naast een esthetische ook een ethische dimensie (vandaar de medewerking van de oudere Louis Paul Boon).

Toen de groep rond 'Tijd en Mens' in 1955 ophield te bestaan, brak het experiment in de Vlaamse poëzie pas echt los. De zogenaamde 'Vijfenvijftigers' verzamelden zich onder meer rond het tijdschrift Gard Sivik (1955-'64). Vooral Gust Gils, Paul Snoek en Hugues C. Pernath zetten zich af tegen de ethische implicaties van de 'Tijd en Mens'-generatie en zochten een meer esthetisch georiënteerde poëzie. Naast 'Gard Sivik' meldden zich tal van varianten van avant-gardepoëzie aan, onder andere rond tijdschriften als 'Taptoe' (1953-'55) en 'De Tafelronde' (1953-'81).


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 33.