kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Doen

Een actie ondernemen: bijv. 'laten we wat anders doen'

Stamtijd
onbepaalde wijs doen
verleden tijd deed
voltooid deelwoord gedaan

Hele werkwoord: doen

Tegenwoordige tijd enkelvoud
. ik doe
. jij(je) / u doet
. hij/zij/... doet

Tegenwoordige tijd Meervoud
. wij (we) doen
. jullie doen
. zij (ze) doen

Verleden tijd enkelvoud: ik/jij/U/hij deed
Verleden tijd meervoud: wij/jullie/zij deden

Voltooid deelwoord: heeft gedaan
Onvoltooid deelwoord: doend
Gebiedende wijs: doe, doet
Aanvoegende wijs: doe

doen1 (het)
ΒΆ alleen in verbindingen

doen2 in (werkwoord; deed, heeft gedaan)
1 verhandelen, handel drijven in

doen3 over (werkwoord; deed, heeft gedaan)
1 de genoemde tijd met iets bezig zijn

doen4 (onovergankelijk werkwoord; deed, heeft gedaan)
1 handelen, zich gedragen
2 als plaatsvervanger van een eerder genoemd werkwoord

doen5 (overgankelijk werkwoord; deed, heeft gedaan)
1 een bepaalde handeling of werking ten uitvoer brengen
2 in de genoemde positie of toestand brengen
3 laten ondergaan, laten ondervinden
4 opbrengen, kosten
5 schoonmaken
6 op oppervlakkige wijze bereizen, bezichtigen

doen6 (hulpwerkwoord)
1 zorgen dat het genoemde gebeurt, laten

doen aan (werkwoord; deed, heeft gedaan)
1 zich wijden aan
2 bestrijden

doener (dem; doeners)
1 iem. die handelend optreedt, van aanpakken weet

doenerig (bijvoeglijk naamwoord; 6, 6)
1 bedrijvig

doenlijk (bijvoeglijk naamwoord, alleen predicatief; doenlijker, doenlijkst)
1 uitvoerbaar, mogelijk


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1411.