kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Elisabeth Eybers

Zuid-Afrikaans-Nederlandse dichteres, geboren 26 februari 1915 te Klerksdorp, Transvaal, Zuid-Afrika - overleden 1 december 2007 te Amsterdam.

Elisabeth Eybers, in 1978 winnares van de Constantijn Huygens Prijs, in 1991 van de P.C. Hooftprijs, is een van de belangrijkste dichters in de Afrikaanse letterkunde. Zij behoorde in Nederland samen met Vasalis en Ida Gerhardt tot de drie grote na-oorlogse dichteressen.

'Haar poëzie behoort tot de belangrijkste uit de Afrikaanse, maar ook, ruimer, uit heel de Nederlandse literatuur. (... ) Elisabeth Eybers levert in haar gedichten een intieme ervaring uit, maar zij doet dat zo verhevigd en bedwongen tegelijk, zo precies maar ook zo gesublimeerd, dat zij het individuele transcendeert naar het algemeen menselijke dat aan haar gedichten een zo treffende rijkdom geeft.' - Pierre H. Dubois in Het Vaderland.

'Een dichteres die altijd al, sinds de rijping van haar dichterschap, uitmuntte door het gebruik van ironie en zelfspot als wapens in de strijd tegen een overgevoeligheid die haar steeds aanwezige subtiliteit haast vanzelfsprekend moest bedreigen. Haar karakter maakte het haar mogelijk daaraan op een bewonderenswaardige manier te weerstaan. Des te beklemmender is het daarom die gesteldheid terug te vinden in een reeks gedichten waarvan het thema de onstuitbare gang van de tijd is en het onontkoombare verval dat daarmee gepaard gaat.' 'Ik ken geen dichteres - of het moest Emily Dickinson zijn - bij wie humor en ironie zo doordrenkt zijn van tragiek, bij wie de tragiek zo bedrieglijk is ingebed in een paradoxaal vermogen tot camouflage, paradoxaal omdat de tragiek er des te aangrijpender door wordt.' Pierre H. Dubois in Ons Erfdeel.

Eybers verruilde Zuid-Afrika in 1961, na haar echtscheiding, voor Nederland. Zij nam ook de Nederlandse nationaliteit aan. Aanvankelijk schreef zij haar gedichten in het Engels, vervolgens in het Zuid-Afrikaans. Zij schreef onder meer de bundel Rymdwang, met welke titel zij aangaf dat zij wel móest dichten. Vertalingen van haar gedichten zijn uitgebracht in het Duits, Frans, Italiaans en Hebreeuws. Dertig gedichten zijn door haarzelf in het Engels vertaald en gepubliceerd.

Ze wordt in Zuid-Afrika gerekend tot de 'Dertigers'. Deze 'Dertigers' braken bewust met de traditionele en conservatieve instelling van de Zuidafrikaanse poëzie.

Haar gedichten zijn over het algemeen zeer persoonlijk van aard. In haar werk, dat wordt gekenmerkt door humor, ironie en zelfspot staat vaak de vrouw centraal. Elisabeth Eybers heeft vooral in het begin veel sonnetten geschreven. Uit haar eerste werk spreekt o.a. religieuze twijfel.
De poëzie van Elisabeth Eybers is steeds soberder en nuchterder geworden. In de gedichten van de laatste jaren was een klein en ogenschijnlijk voorval vaak de aanleiding tot een filosofische bespiegeling.
Haar gedichten spelen zich dicht bij huis af: de buurvrouw die een kleedje uitklopt, de melancholie van een oudejaarsavond een gesprek met een kleinzoon, een paar eenden in een wak.... het gaat bij haar om de kwesties van het leven zelf: ouderdom en kindertijd, liefde, dood en afscheid.

Als verwante dichters worden wel Vasalis en J.C. Bloem genoemd. Zij publiceerde in 'Maatstaf', 'De Gids' en 'Tirade'.

Bi(bli)ografie
Als kind woonde Elisabeth Eybers in Klerksdorp (Transvaa'). Haar vader was daar orthodox-calvinistisch Nederduits gereformeerd predikant, haar moeder was docente en hoofd van een middelbare meisjesschool.

Intellectueel stak de familie in het boerendorp ver boven iedereen uit. Haar vader studeerde dagelijks en haar moeder doceerde Engels en wiskunde. Het dorp bestond uit niet meer dan vier straten met woonhuizen met mooie grote tuinen er om heen. Ze had er een gelukkige jeugd. De hele zomer sliep ze buiten op de veranda, ze leefden in de open lucht.

Na haar middelbare schoolopleiding studeerde ze van 1932 tot 1936 aan de Universiteit van Witwatersrand onder meer Duits en Afrikaans.
Ze werkte in 1936 en 1937 als journaliste.

Zij debuteerde op 21-jarige leeftijd met de bundel Belydenis in die skemering (1936) - de eerste bundel Afrikaanse gedichten door een dichteres -, waarin de rijping van meisje tot vrouw centraal staat; uit de bundel blijkt een voorkeur voor de sonnetvorm. De volgende bundels hebben vooral het vrouw- en moeder- zijn tot thema.

In 1937 trouwde ze met de zakenman Albert J.J. Wessels. Ze kregen vier kinderen.

Die stil avontuur (1939)

Hertzogprijs voor poëzie 1943 voor 'Belydenis in die skemering' en 'Die stil avontuur'.

Die vrou en ander verse (1945)
Die ander dors (1946)
The quiet adventure. Selected poems (1948)
Tussensang (1950)

Vanaf de bundel Die helder halfjaar (1956) veranderde haar toon. De gedichten worden soberder van gevoel en van taalmiddelen. Ironie relativeert de persoonlijke emoties.

Versamelde gedigte (1957)
Neerslag (1958)

Na haar scheiding in 1961 vestigde zij zich met haar jongste kind in Amsterdam. Eybers voelde zich 'verbitterd' en wilde met haar kinderen in Nederland een nieuw leven beginnen.

Dat ze wegens de politieke situatie in Zuid-Afrika naar ons land kwam is een mythe die in Ena Jansens boek Afstand en verbintenis - Elisabeth Eybers in Amsterdam wordt ontzenuwd, hoewel Eybers in interviews ook weleens heeft gezegd dat het politieke klimaat in Zuid-Afrika haar niet aanstond.

Heimwee

Ze bleef schrijven in het Afrikaans, later ook weer in het Engels. Vanaf 1961 verwoordde haar poëzie in sterke mate de situatie van aanvankelijk vreemdelingschap in Nederland. Veel van haar gedichten spreken van heimwee en van het gevoel van misplaatst zijn dat ze ervaart in het 'mini-linialand' van doorzonwoningen, burengerucht en brommerlawaai. Elisabeth Eybers vertaalde de verhalen 'Iets anders' en 'Het dorp van mijn moeder' van Marga Minco in het Engels.
Hertzogprijs voor vertalingen 1961.

Balans (1962)

Onderdak (1968)
Hertzogprijs voor poëzie 1971 voor 'Onderdak'.

Eredoctoraat in de letteren aan de universiteit van Witwatersrand (1972).

Kruis of munt (1973)
C.N.A.-prijs 1973 voor 'Kruis of munt'.
Herman Gorter-prijs 1974 voor 'Kruis of munt'.

Einder (1977)
C.N.A.-prijs 1978 voor 'Einder'.

In 1978 werd haar voor haar gehele oeuvre de Constantijn Huygensprijs toegekend.

Gedigte 1958-1973 (1978)

Bestand (1982)
De titel van deze bundel in het Zuid-Afrikaans vinden we terug in een gedicht dat in 2 opzichten herfstig is. 'Die woekerende nag' slaat niet alleen op het korter worden van de dagen maar ook op het inkorten van de resterende levenstijd: 'Geruisloos sypel die sand.../ /Verlede: seisoen van versuim/ /Hede: dag van bestand/ /Toekoms: die dag na vandag'. Dat bestand wordt gebruikt om met 'woordvernuf die pijn en dorheid om te dig' in het besef dat ook dit wellicht onmogelijk zal worden. Deze gedichten over de broosheid van het oudere leven getuigen tegelijk van sterke levenskracht. Ze zijn vrij van sentimentaliteit, eerlijk en intelligent, met soms een vleug ironie. Behalve het heden en de relatie met de allernaaste daarin (zo gelijk en tegengesteld) komen herinnering en heimwee aan haar geboorteland en de krimpende toekomst ter sprake, inleefbaar voor iedereen die openstaat voor poezie. Ook de taal lijkt geen bezwaar. (Biblion recensie, Inge Lievaart)

Dryfsand (1985)

Rymdwang (1987)
De titel geeft aan dat de (Zuid-Afrikaanse) dichteres er bij tijd en wijle niet aan ontkomt haar gedachten op poetische wijze te verwoorden. Alhoewel zij gebruik maakt van rijm, is haar poezie onconventioneel. In haar bezonken mijmeringen is haar toon verfrissend en sprankelend. Voorkennis van het Zuid-Afrikaans is volstrekt niet nodig voor een juist begrip. De bundel past binnen de poetische traditie van de dichteres, wier werk in ook Nederland bekendheid geniet. - (Biblion recensie, Willem Sinninghe Damste.)
'Haar nieuwste bundel Rymdwang is een juweel. Je moet je een beetje extra inspannen om dat Zuid-afrikaans te verstaan, maar de inspanning wordt dik beloond.' - Ton Bogaard in Brabants Dagblad.

Noodluik (1989)
Vyf Verse (bibliofiel, 74 ex.) (1989)

Versamelde Gedigte (1990)
Eybers' poezie, zo'n 15 afzonderlijke bundels, laat zich lezen als de roman van haar leven, met telkens veranderende maar steeds terugkerende thema's en motieven als kind zijn, moeder worden, huwelijk, liefde, ouder worden, erotiek, heimwee, afstand doen. Eybers' oeuvre is uniek, het is Zuidafrikaans en Nederlands, het is particulier en zeer algemeen. Maar bovenal is het toegankelijk, rijk en van hoog niveau. - (Biblion recensie)

1991 P.C. Hooft-prijs voor poëzie voor haar gehele oeuvre.

Uit liefde en ironie
Ter gelegenheid van haar vijfenzeventigste verjaardag maakten vrienden een 'Liber amoricum': 'Uit liefde en ironie. Liber amicorum Elisabeth Eybers (veertien huldegedichten met dertien essays)'.
Dat leverde meer dan interessante bijdragen op van o.a. M. Vasalis, Renate Rubinstein, Jan Kuijper, K.L. Poll, Hans Ester en een aantal hier minder bekende vooraanstaande Zuidafrikaanse schrijvers en wetenschappers. Voor een groot deel bieden de teksten nieuw en verhelderend inzicht in het werk van Elisabeth Eybers. Daarnaast is ook het zelfstandige esthetische belang van een aantal bijdragen niet gering. Naast de binnenkort verschijnende Verzamelde Gedichten en de monografie van Hans Ester is deze bundel een zeer belangrijk document voor veel lezers en liefhebbers van Eybers' grote poezie, temeer daar ook niet-literatuurwetenschappers met gemak de vakartikelen zullen begrijpen. - (Biblion recensie, Cees van der Pluijm)

Elisabeth Eybers is een groot dichteres. Zowel in Zuid-Afrika als in Nederland heeft zij alle mogelijke erkenning gekregen; in 1991 werd haar poëzie bekroond met de PC Hooftprijs. Maar waar voelt Eybers zich thuis? Schrijft zij gedichten waarmee zij een poëtische brug tussen twee landen slaat? Het blijft indrukwekkend: dertig jaar is in dit land een dichter bezig haar vreemdelingschap te bevestigen en te ontkennen (want voor ons in gedichten doorzichtig te maken) in poëzie in een taal die niet de onze is. Dat proces van vreemdheid die eigenheid is geworden zonder zichzelf te verloochenen, is uniek. - (Kees Fens in De Volkskrant)

Respyt (1993)

Ouderdomspoezie

Nuweling (1995)
Steeds meer gaat Eybers' jongste werk over het ouder worden en de naderende dood. Steeds kaler worden de verzen, steeds soberder, en steeds dwingender de inzichten. Steeds snijdender zijn Eybers' observaties en conclusies. Er is weinig van dit soort ouderdomspoëzie in onze literatuur, waartoe Eybers door de toegankelijkheid van Zuidafrikaans en haar betekenis voor onze letteren inmiddels wel gerekend mag worden. Een prachtige bundel sterke verzen van een steeds brozere dichteres. - (Biblion recensie, Cees van der Pluijm.)

Tydverdryf / Pastime (1996)
Tydverdryf werd genomineerd voor de VSB-poëzieprijs 1997.
Eybers heeft in heel haar werk permanent rekenschap afgelegd van de ontwikkeling van het leven tussen geboorte en dood. Haar ouderdomsverzen van de laatste jaren behoren tot het mooiste wat er op dit gebied geschreven is. Haar jongste bundel bevat dertien gedichten die elk zowel in het Zuidafrikaans als in het Engels zijn afgedrukt, beide versies rechtstreeks van de dichteres zelf afkomstig. Deze werkwijze lijkt bijna een metafoor voor de inhoud van deze ouderdoms- en afscheidpoezie. Hoewel er steeds minder nieuws onder de zon is, en het teveel van de jeugd lijkt teruggebracht tot de gedwongen beperking van de ouderdom, treedt er een toenemende verdichting op van inzicht: de rijkdom van het karige wordt zichtbaar naast het lijden onder het tekort. Dat deze dichteres het slot van de laatste levensfase nooit zal kunnen beschrijven lijkt een steeds ondraaglijker werkelijkheid te worden. (Biblion recensie, Cees van der Pluijm.)

Verbruikersverse / Consumer's verse (1997)
De inmiddels hoogbejaarde Elisabeth Eybers (1915), winnares van de Constantijn Huygens- en de P.C. Hooftprijs, publiceert nog elk jaar een nieuwe bundel poezie. Zij dicht in het Zuidafrikaans en het Engels en schrijft doorgaans toegankelijke, vormvaste poezie. Haar leven lang heeft Elisabeth Eybers in haar gedichten verslag gedaan van wat haar bezig hield; in feite schreef zij een autobiografie in verzen. De poezie van de laatste jaren mag dan ook ouderdomspoezie heten. Ouderdomspoezie met ernst, met humor, met ironie en cynisme. Ook nu weer dicht Eybers over ziekte en verval, de naderende dood, en de genietingen die toch, of juist, overblijven. Daarnaast dicht zij over de poezie, haar functie en haar ontstaan.

Guus Middag in NRC Handelsblad over Verbruikersverse/Consumer's verse: 'ik geloof niet dat dit soort wrange humor louter spel of plezier is - eerder juist een wezenstrek. Het indrukwekkende van Eybers' poëzie, en zeker van haar ouderdomspoëzie, is haar volharding in een houding: die van iemand die zichzelf voortdurend tegen het licht wil blijven houden, die elk gevoel pas vertrouwt als het ook van de andere kant benaderd is. Eerlijk en nietsontziend, bijna de houding van iemand die wil snijden in eigen vlees, ook uit nieuwsgierigheid.'

Winter-surplus (1999)
Net als Elisabeth Eybers' vorige bundels bevat Winter-surplus 'verse' in haar vadertaal, het Afrikaans, en 'verse' in het Engels, haar moedertaal. En net als daar mogen wij raden wat het origineel is, en wat de vertaling - of kun je daar bij een tweetalige dichter niet van spreken? In ieder geval merken we al doende dat ook op het eerste gezicht eenvoudige poëzie erbij wint wanneer die van twee kanten wordt belicht; nu eens wordt de ironie wrang van narigheid, dan weer verzacht de humor het schrijnen.
Waar het heen moet met Eybers steeds openhartiger zelfanalyse is onduidelijk. Voor de liefhebbers van haar werk is elke bundel een welkom bericht uit een bestaan dat steeds meer om de poezie lijkt te draaien. - (Biblion recensie, Cees van der Pluijm.)

Valreep / Stirrup Cup (2005)
Haar 'Versamelde gedigte' zijn vorig jaar verschenen en nu komt Elisabeth Eybers met een kleine, tweetalige nieuwe bundel met vijftien gedichten in haar vaders taal, het Afrikaans, en vijftien vertalingen of vertaalde versies van deze gedichten in haar moedertaal, het Engels. In haar laatste bundel schreef Eybers over ouderdom en slapeloosheid: "Ag wat een taak, om bewusteloos te raak...".

De titel van de bundel zegt het eigenlijk al: Elisabeth Eybers geeft ons steeds twee versies, de ene in haar vaders taal, het Afrikaans, de andere in het Engels, haar moedertaal. En ook geeft de titel al aan dat de ene versie geen letterlijke vertaling van de andere is: een valreep heeft immers alleen een figuurlijke overeenkomst met een kopje thee dat je drinkt terwijl je al één voetin de stijgbeugel hebt. Die figuurlijke overeenkomst verwijst naar de stof van de bundel: een confrontatie met de dood, die voor de deur staat. Elizabeth Eybers' tegelijk laconieke en indringende visie op dat universele gegeven wordt door haar schijnbaar achteloze, maar zeer geraffineerde techniek opgeheven naar een plan van eenzame hoogte. De bundel besluit met twee korte, maar zeer krachtige en juist daardoor ontroerende gedichten bij andermans dood: die van Elizabeth Eybers' zoon.

Op de valreep, dat wil zeggen in haar hoge ouderdom, en in het volle besef dat zij vlak naast de dood leeft; in verwondering ook dat zij er nog is en dat zij niet, zoals haar zoon Bert, is gestorven. Kwatrijnen zijn het voor het merendeel, een korte vorm die voor haar dikwijls laconieke, maar ontroerende formulering heel geschikt is: ('Vir Bert') 'Noudat jy swyg is daar niks meer / vir my om ooit nog te begeer / buiten die tydstip waarop ek / dieselfde stilte mag betrek.' Het slotkwatrijn, ook over dit verlies, heet nuchter 'Waarneming' en luidt: ''Dit is my seun' het ek verwaand verklaar / soos een wat sorgeloos 'n feit aanvaar, / dog plots staan daar slegs een gegewe vas: / dat is wreedaardig snel verword tot was.' Dit is groots, in al z'n eenvoud. Zoals de hele bundel dat is.

Elisabeth Françoise (Wessels)-Eybers is zaterdag 1 december 2007 overleden. De in Zuid-Afrika geboren Eybers werd 92 jaar. refdag.nl/In+memoriam)

Websites: www.schrijversinfo.nl, www.dbnl.org, boeken.vpro.nl, www.ned.univie.ac.at


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 58.