kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 24-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Eugene Ionesco

Roemeens-Frans toneelschrijver, geboren 13 november 1912 in Slatina, Roemenië - overleden 28 maart 1994 in Parijs.

In zijn absurd theater put hij tragische en komische elementen uit dezelfde bron. Steeds wordt de logische samenhang tussen mensen en gebeurtenissen opgeschort en blijkt communicatie hierdoor fundamenteel onmogelijk. In brave gezinssituaties blijken gastheer en gast onderling verwisselbaar ("La cantatrice chauve", 1950); tijdens een privéles drijven leerlinge en leraar elkaar tot wanhoop en draait de les uit op moord ("La leçon", 1951). Het banale mondt altijd uit in het absurde, hoewel in latere stukken ("Le rhinocéros", 1959; "Le roi se meurt", 1962) meer engagement en universaliteit aanwezig zijn.

Absurd toneel
Ionesco behoort tot de zogenoemde absurdistische toneelschrijvers (Becket, Adamov, Genet e.a.). De “niet-absurdistische“ schrijvers (Shakespeare, Moliere, Durrenmatt, Strindberg enz.) vinden het leven even ongerijmd en dwaas. Het verschil zit in de vorm die men kiest voor het toneelwerk. De “niet-absurdisten” schrijven over de absurditeit van het leven. Daar zien de absurdisten van af: zij beelden de dwaasheid af als een concreet gegeven. (zie ook absurdisme)
Het absurd theater vond zijn oorsprong 'behalve in de oorlog' enerzijds in het existentialisme (met o.m. Caligula van Albert Camus) en anderzijds het dadaïsme (met o.m. Ubu Roi van Alfred Jarry) en toont een mensvreemde wereld, waarbij de menselijke handelingen betekenisloos, absurd en zinloos worden. De verhaallijn is vaak ver te zoeken en mist doorgaans de traditionele opdeling met een begin, een midden en een slot.

Ook Eugène Ionesco raakte geïnspireerd door de waanzin van het alledaagse leven. Vaak komen in zijn stukken thema’s terug zoals de dood en de betekenisloosheid van het leven.
Ionesco schreef meer dan twintig theaterteksten, waaronder Rhinoceros, De Stoelen en De Koning sterft. Hij verwierf verschillende internationale prijzen en werd doctor honoris causa aan de universiteiten van Leuven, New York, Warwick en Tel Aviv. In 1970 werd hij lid van de Académie Française. Ionesco schreef op latere leeftijd één roman, Le Solitaire (1973).

Biografie
Eugen Ionescu wordt op 26 november 1909 – volgens de orthodoxe kalender 13 november – in Slatina, Roemenië, 150 kilometer van Boekarest, geboren. (Diverse bronnen plaatsen zijn geboorte in 1912. Deze misvatting is te wijten aan ijdelheid van de auteur zelve: meer dan dertig jaar later erkende hij dat hij zichzelf drie jaar jonger had gemaakt nadat hij een verklaring had gelezen van de criticus Jacques Lemarchand, die aan het begin van de jaren ’50 de komst van een nieuwe generatie jonge auteurs, waaronder Ionesco en Beckett, prees.) - Roemeense jurist en een Franse moeder -de dochter van een Franse ingenieur die in Roemenië werkt-, zijn jeugdjaren hoofdzakelijk in Frankrijk door. In 1913 emigreerden de ouders van Ionesco naar Parijs.

Hij schreef zijn eerste toneelstuk op zijn 13e.

Na de scheiding van zijn ouders in 1925 trok hij met zijn vader weer naar Roemenië. Net als zijn vader zou hij ingenieur worden, maar al snel wordt duidelijk dat hij zich meer interesseert voor literatuur en poëzie. Hij studeerde Franse literatuur aan de universiteit van Boekarest. Daar begon hij tevens poëzie en literaire kritiek te schrijven.

Na zijn studie onderwees hij enige tijd Frans op een middelbare school in Boekarest. Van 1928 tot 1935 schrijft hij artikels in meerdere Roemeense weekbladen. In 1934 publiceert hij ‘Neen!”, een collectie van kritische protestessays tegen de vaste waarden van het Roemeense literaire establishment.

In 1936 trouwde hij met Rodica Burileano. Drie maanden later sterft zijn moeder.

In 1938 vestigde hij zich definitief in Frankrijk, waar hij zijn doctoraat behaalde en als proeflezer bij verschillende uitgeverijen aan het werk kon. In Frankrijk maakt hij kennis met de werken van Mounier, Berdiaev, Maritain en Marcel.

Hij keerde in 1940 terug naar Roemenië in verband met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, maar vestigde zich in 1941 voorgoed in Parijs.

In Roemenië werkt hij als leraar Frans in Boekarest. De situatie is daar echter zo slecht dat hij al snel spijt krijgt dat hij Frankrijk heeft verlaten. Na meerdere mislukte pogingen slaagt hij er in 1942 in om samen met zijn vrouw opnieuw uit te wijken naar Frankrijk. Het leven is er moeilijk en er is weinig werkgelegenheid. Ionesco werkt er als proeflezer bij een uitgever.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hun dochter, Marie-France, geboren.

Enkele jaren na de tweede wereldoorlog begint hij aan een cariërre als theaterauteur. Zijn werk 'dat ook beïnvloed wordt door de voorbije oorlog' stelt nagenoeg steeds de onzin van het bestaan centraal, waardoor Ionesco al snel geldt als één van de grote vertegenwoordigers van het absurd theater, dat in die dagen sterk opgang maakte. Andere grote namen in het absurd theater waren Adamov, Beckett, Genet en later ook Albee en Pinter.

Tot zijn vroege werken behoren La cantatrice chauve (1950), “De Stoelen” (1951) en La leçon (1951). In 1948 begint hij met het schrijven van “La Cantatrice Chauve” (De Kale Zangeres) dat voor het eerst opgevoerd wordt in 1950 in het Théatre Noctambules, overigens zonder succes. Maar de liefhebbers van het experimenteel en niet-commercieel theater krijgen steeds grotere belangstelling voor zijn werk, al wordt het zowel door publiek als kritiek met verdeeldheid ontvangen. Voor zijn bewonderaars is hij “L’homme de theatre par exellence”.

Tot zijn latere werken behoren Le rhinocéros (1959), Le soif et la faim (1965) en Le roi se meurt (1962).

Rinoceros (Neushoorn)
“Elk toneel dat zich dienstbaar maakt aan een of ander doel, gaat zijn ondergang tegemoet zodra de leegheid van de ideologie die het vertegenwoordigt, aan het licht komt”, en “Er bestaat niet zoiets als een goede maatschappij. Achter de edelste idealen en de meest edelmoedige intenties steekt een behoefte aan macht, een kwade wil of een dorst naar vernietiging”. zijn uitspraken van Ionesco in een interview met een toneelcriticus na de première van “Rinoceros” in 1959. Zijn opvattingen, en die van de meeste kunstenaars, zijn duidelijk: alle ideologieën, religieuze en niet-religieuze, zijn mislukkingen. Het zou niet zo moeten zijn dat mensen zich vastklampen aan droombeelden over volmaakte samenlevingen en ze moeten zeker niet achter verkondigers van die illusies aanlopen. Aan die gedachten geeft hij uiting in ”Rinoceros”, een stuk dat zich keert tegen collectieve hysterie en aanstekelijke modeverschijnselen. - personage in de stukken van de Frans-Roemeense absurdist Eugène Ionesco. Hij wordt gezien als het alter ego van de schrijver, dat diens vervreemding en angsten doorleeft. Bérengers bekendste verschijning is die in Rhinocéros. In dat stuk veranderen de mensen om hem heen een na een in nijlpaarden, een beeld voor politiek conformisme.

'Le roi se meurt' (De koning sterft)(1962)
'De koning sterft speelt zich niet af in een bestaand koninkrijk en verwijst ook niet naar een bestaand land. Het koninkrijk staat voor de hele wereld en de koning voor iedereen. In de laatste twee uur van ons leven zijn we allemaal koning van de wereld, de belangrijkste mens op aarde. - jaren zeventig werden de werken bij het grote publiek populairder.

Eugène Ionesco sterft op 28 maart 1994 in zijn huis in Parijs. Hij wordt begraven op Goede Vrijdag, die tegelijkertijd 1 april is, op het kerkhof van Montparnasse.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 690.