kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Eva Gerlach

Nederlands dichter en vertaalster, Amsterdam, (9 april 1948). Woont en werkt in Amsterdam. Ze heeft twee dochters.

Eva Gerlach wordt beschouwd als een van Nederlands grootste hedendaagse dichters. Gerlach debuteerde met regelmatig ogende, strakke maar ironische gedichten. In de loop der jaren begon zij vrijere versvormen te hanteren, waarin de thematiek vrijwel onveranderd bleef: het persoonlijke leven, waaruit de doden nooit verdwijnen.
Haar werk werd in 2000 bekroond met de P.C. Hooftprijs. Ze schreef ook kinderboeken. Voor haar bundel 'Hee meneer Eland' kreeg Eva Gerlach de Nienke van Hichtumprijs en een Zilveren Griffel. Incidenteel vertaalt Gerlach uit het Engels, Spaans en Italiaans.

In de gedichten van Eva Gerlach buitelen vleugelgeil en visdoorzwommen hazen naast draken met vreselijke klauwen, worden lettergrepen op sneeuw gemorst, dansen zelfbouwmodellen in de lucht en mag een slaper niet rennen. Amsterdam (9 april) als Margaret Dijkstra. (Het pseudoniem Eva Gerlach heeft na het debuut in 1979 jarenlang voor speculaties gezorgd. Sommige critici wisten zeker dat Gerrit Komrij schuil ging achter dit pseudoniem, maar ook andere namen werden genoemd. Het was overigens wel Gerrit Komrij die onthulde hoe de auteur in werkelijkheid heette.)

Haar vader was schrijver en scenarist van beeldverhalen. Hij verliet het gezin toen Gerlach vier was; zij werd verder opgevoed door haar moeder, een lerares Nederlands, en haar stiefvader, een geoloog.

Van 1953 tot 1966 verblijft zij met haar ouders in Paramaribo in Suriname waar zij haar middelbare-schooldiploma haalt.

Terug in Nederland volgde ze verschillende studies: Spaans, culturele antropologie en vergelijkende literatuurwetenschap. Ze had vele banen en bijbanen: van zweminstructeur tot magazijnhulp. Ook vertaalde ze gebruiksaanwijzingen, assisteerde ze bij het maken van catalogi en hielp ze toneelgezelschappen.

In 1977 debuteerde ze met gedichten in Hollands Maandblad en daarna verscheen poëzie in Raster, Tirade en het Nieuw Wereld Tijdschrift.
Deze bundel werd meteen maar liefst twee keer bekroond: met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de J.B. Charlesprijs.

Eva Gerlach debuteerde in 1979 met de dichtbundel Verder geen leed, die direct de aandacht trok door het secure en doordachte karakter van de afzonderlijke gedichten maar ook van de structuur van de bundel, terwijl bij al die formele beheersing toch onmiskenbaar een duistere, emotionele onderstroom voelbaar bleef.

Gaandeweg, in de vele bundels die met de jaren volgden, heeft Eva Gerlach zich steeds meer ontpopt als een dichteres van klassieke allure. De vertellende toon van haar eerste gedichten, wellicht een product van de geest des tijds, maakte plaats voor een scherpe en indringende plastiek, waarmee ze de gebeurtenissen lijkt te willen bezweren.
Haar gedichten gaan in de grond over de eeuwenoude onderwerpen der poëzie, zij het nogal eens met donkere accenten: de vergankelijkheid, het verlies van het verleden, het existentieel gemis. Wars van elke neiging tot theater en effectbejag schrijft ze over de geheimzinnige, onzichtbare krachten in het leven, over de gedachte, zoals het in een van haar latere gedichten heet, ‘dat in aanwezigheid een waarheid huist / groter dan gewoon die / van het adres.’

Eva Gerlachs poëzie is steeds meer los komen te staan van de grote naoorlogse stromingen in de Nederlandse dichtkunst. Ironie, therapeutische werking of talige autonomie, de drie grote pijlers van de poëzie van haar generatie, spelen nergens in haar werk een overheersende rol. Zij is vooral de ingetogen, onsentimentele maar indringende vormgeefster van menselijke emoties en beweegredenen.

In 1981 ontvangt ze de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs en de J.B. Charlesprijs voor Verder geen leed.

Behalve voor volwassenen schrijft Eva Gerlach incidenteel ook voor kinderen. In 1983 verscheen de bundel Een kopstaand beeld en in 1984 Dochter.
Voor vrijwel alle poëzie van Gerlach geldt dat de waarneming van de werkelijkheid en wat vervolgens het geheugen daarmee doet een centraal thema is. Aanvankelijk was Gerlachs poëzie vrij strak van vorm, maar gedurende de loop van haar dichterschap wordt de vormgeving vrijer en losser. Ook al liggen aan de poëzie van Gerlach vaak autobiografische feiten en omstandigheden ten grondslag, zoals in Dochter, ze wijst zelf elk verband met haar eigen bestaan af als interpretatiegrond. Het gedicht is werkelijker dan de werkelijkheid, omdat in het gedicht structuur wordt aangebracht in de chaos van de werkelijkheid.

1987 Publiceert vertaling uit het Engels (Het wijze bloed)

1988 - A. Roland Holst-Penning voor haar gehele oeuvre
1995 - Jan Campert-prijs voor Wat zoekraakt
1997 Jurylid Herman Gorter-prijs
Voor haar bundel jeugdpoëzie Hee meneer Eland (1998) kreeg ze de Zilveren Griffel en de Nienke van Hichtumprijs.

In 2000 werd haar gehele oeuvre bekroond met de P.C. Hooftprijs.

Vanaf 2001 schrijft Gerlach ook columns voor De Morgen, waarvan ze er een aantal bundelde in Losse bedrading (2003).

2003 Publiceert essays (Losse bedrading)

2004 - Gedichtendagprijzen voor 'Solve et coagula' uit de bundel Een bed van mensenvlees.

Websites: www.kb.nl, www.dbnl.org, www.dichteraanhuis.nl, boeken.vpro.nl, www.literairnederland.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 176.