kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 24-01-2016 voor het laatst bewerkt.

expressionistische literatuur

Expressionistische literatuur

Expressionisme == uitdrukkingskunst, [Frans/lat.'expression' = 'uitdrukking'].

Zie ook Expressionisme Expressionistische Kunst Expressionistische Muziek

Expressionisme algemeen
Kunstrichting van het modernisme die nieuwe literaire vormen vestigde (dit in tegenstelling tot de traditie van de beschrijvende traditie), die het primaire van elk schepsel, respectievelijk de psychische uitdrukking van de mens en een vitaal levensgevoel wil uitdrukken of wil omzetten.

Het expressionisme ontstond als kunstvorm als reactie op de omstreeks de eeuwwisseling inzettende zegetocht van het natuurwetenschappelijke denken, waardoor de oude bindende vormen van het sociale leven in de maatschappij ontmanteld werden. In hun plaats traden zuiver functionele en doelgerichte verhoudingen, die de mens en de maatschappelijke werkelijkheid aan een, de realiteit door voorgevormde systemen vervangend, schematisme onderwierpen.

Tegenover deze geconstrueerde werkelijkheid stelden de expressionisten een 'nieuwe werkelijkheid', die een innerlijke stem gaf aan de achter het schematische denken broeiende chaos van het verval van de realiteit en van de omkering van waarden. Want anders dan de vertegenwoordigers van het naturalisme maakten de expressionisten juist geen gebruik van sociologische milieutheorien, omdat deze wederom op hypothesen berustten, die men aan de natuurwetenschappen verschuldigd was. Veeleer verwezen zij naar hun eigen door de ontwikkeling beschadigde gevoelsleven en gaven hier uiting aan.

Expressionisme in de literatuur.
Literair expressionisme, stroming die haar hoogtepunt in de Duitse literatuur van de jaren 1910-1925 bereikte.

Onder de vertegenwoordigers van het literair expressionisme zijn twee tradities te definiëren.

De ene, waarvoor dichters als Franz Werfel, ernst Toller en Johannes R. becher representatief zijn, valt voornamelijk op de idealen van humaniteit van de verlichting van de 18e eeuw oftewel op de gedachte van verlossing door mensenliefde van Arthur Schopenhauer terug. deze vertegenwoordigers hechten vooral betekenis aan het opschudding veroorzakende gebaar, dat taalkundig nog steeds overeenkomsten met de traditionele retorica vertoont.

De andere traditie, die door auteurs als Gottfried Benn, Georg Trakl of Georg Heym vertegenwoordigd wordt, oriënteert zich meer op de dichters van de Franse moderne zoals charles baudelaire en Arthur Rimbaud en op het amorele kunstenaarschap van nietzsche. deze laatste heeft in artistiek opzicht meer betekenis gehad en is meer op het formele gericht.

Een uitzondering, die niet in dit schema past, is de dichteres Else Lasker-Schüler, die in gelijke mate de invloed van het postulaat van de mensenliefde en van de esthetische visie ondergaat.

Haar grootste bloei bereikte het literaire expressionisme in de jaren 1910-1925.
Het literaire centrum werd Berlijn, waar H.Walden in 1910 het tijdschrift 'Storm' stichtte. Daarin publiceerden alle expressionistische auteurs van naam.
Het hoogtepunt was de uitgave van de door Kurt Pinthus samengestelde anthologie 'Menschheitsdämmerung' (1922), waarin alle gerenommeerde expressionistische auteurs bijeengebracht waren.

In het midden van de jaren '20 werd de expressionistische extase en het oproer door de nieuwe zakelijkheid in de kunst afgelost, en na 1933 werd de expressionistische dichtkunst het slachtoffer van de verboden van de beide dominerende ideologieën, het fascisme en het communisme (exil-debat tussen bertolt brecht, Ernst Bloch en Georg Lukacs). De kunstbewakers van de beide ideologieën zagen in de esthetisch-morele dispositie van de dichters van het expressionisme de kenmerken van ontaarding en decadentie; en terwijl marxistische theoretici als Lukacs de expressionisten als 'prefascistisch' hekelden, bracht de nationaal- socialistische propagandisten deze in opspraak met het scheldwoord 'cultuurbolsjevisme'.

Onder deze vooroordelen had het expressionisme ook nog na de tweede wereldoorlog te lijden. Vooral in de DDR begon men zich slechts langzaam uit de schaduw van de thesen van Lukacs los te maken en de in de ban gedane dichters uit te geven. In de Bondsrepubliek daarentegen stond men hiervoor sneller open, desondanks stoelde de grote renaissance van Gottfried Benn in de jaren '50 zeker op andere motieven, dan op het zuivere enthousiasme voor zijn dichtwerk.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 64.