kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Fabel

De fabel (fabelen, fabels)[Lat. fabula]

1 kort moraliserend verhaal met dieren of zaken als handelende personen
2 samenvatting in chronologische volgorde van de handeling of inhoud van een werk

fabelachtig (bijvoeglijk naamwoord; fabelachtiger, fabelachtigst)
1 ongeloofwaardig
2 buitengewoon groot, goed, mooi enz.

Het fabeldier
1 wezen dat in oude mythen en sprookjes voorkomt

Een didactisch-moraliserende vertelling, die zich meestal in het dierenrijk afspeelt en zinspeelt op menselijke gedragingen. Bekende voorbeelden zijn de vertellingen van Aesopus en in de Nederlandse letteren het middeleeuwse 'Vanden vos Reinaerde'.

Het Latijnse woord fabula is een algemene term voor het aanduiden van een verhaal in het Latijn, in proza of poëzie, historisch, legendarisch of verzonnen. In meer specifieke zin wordt het als technische term gebruikt voor het aangeven van een bepaald genre in de Latijnse toneelliteratuur bij de oude Romeinen. Een Romeins toneelstuk eindigde trouwens vaak met de woorden: "Acta est fabula! Plaudite!" (= Het stuk is uit. Applaus graag!)
We onderscheiden:
. de fabula palliata was een toneelstuk, tragisch of komisch, geïnspireerd door en/of gebaseerd op Griekse voorbeelden, met Griekse personages in een of ander Grieks decor. De benaming is afkomstig van het "pallion", de Griekse mantel die de spelers droegen, en hen aldus als "Grieken" determineerde
. de fabula togata was een komedie, waarin de spelers een toga droegen, en dus als Romeinen gedetermineerd werden. Het stuk speelde zich af ergens in Italië. Het genre was véél jonger dan de fabula palliata, en werd pas ingevoerd tegen de tweede helft van de 2e eeuw v.Chr.
. de fabula praetexta (of praetextata) was de tragische tegenhanger van de fabula togata. Het was dus een tragedie met Romeinse personages in een Romeins (Italiaans) decor. De spelers droegen er de toga praetexta met purperen zoom, de kleding van Romeinse hoogwaardigheidsbekleders, waarmee zij in die hoedanigheid werden gedetermineerd. Dit genre was minder in trek bij het doorsnee Romeinse publiek, dat meer van boertige kluchten hield: tijdens de keizertijd werd het nog nauwelijks opgevoerd...

Een mythisch wezen, mythisch dier of fabeldier is een fictief wezen dat in de loop van de geschiedenis aan de fantasie van de mensheid is ontsproten.
Deze wezens spreken tot de verbeelding en komen veel voor in oude literatuur, in sprookjes, legendes, sagen en in de mythologie. Meestal zijn fictieve wezens kwaadaardig of gevaarlijk.
Dwergen, elven, goden en reuzen zijn mythische wezens, maar lijken erg op mensen. Fabeldieren hebben vaak ook menselijke trekken of eigenschappen, maar lijken meer op dieren. Vaak zijn fabeldieren combinaties van andere dieren, hebben zij een onnatuurlijk aantal lichaamsdelen (bijvoorbeeld tien koppen) of zijn het tegenpolen van echte dieren.

Een fabel, in het Grieks ainos (prijzenswaardig exempel), in het Latijn fabula (afgeleid van fari = spreken; vergelijk mythe, sage en sprookje) is een korte, verzonnen vertelling die een zedenles aanschouwelijk voorstelt.
Er bestaan verschillende subgenres, maar het meest bekende is het dierdicht, waarin menselijke eigenschappen naar dieren getransponeerd worden, en waarin dieren (soms ook planten of dingen) als handelende en sprekende personen optreden. Het gaat dan meestal om één menselijke eigenschap, waardoor het typische flat characters betreft. Daarnaast bestaan er ook etiologische fabels, die de oorzaak of achtergrond geven over een bepaald fenomeen. Ook zijn er fabels die een sterk anekdotisch karakter bezitten.

De zedenles of moraal kan zich bevinden aan het begin van het verhaal, en dan spreekt men van een promythion, maar hij kan evengoed door één van de verhaalfiguren worden uitgesproken, of, als epimythion, door de vertelfiguur aan het het einde worden toegevoegd. In dit laatste geval wordt de clou dus niet direct prijsgegeven. Het corpus van het verhaal bestaat uit de actio (handeling), reactio (terugstoot) en de eventus (resultaat).

Geschiedenis
Het genre van de fabel is zeer oud. Het maakt deel uit van de populaire literaire traditie van vrijwel alle volkeren. Waarschijnlijk is het duizenden jaren geleden (in het tweede millennium v.Chr.) ontstaan in het oude India (zie: Pañcatantra) en iets later wellicht via Mesopotamië en Egypte naar Klein-Azië en Griekenland gebracht. In het Oude Testament is het genre vertegenwoordigd met twee fraaie voorbeelden: de fabel van Jotam (Rechters 9, 7-15) en die van de Israëlitische koning Joas (2 Koningen 14, 9; ook 2 Kronieken 25, 18); beiden steken de draak met de pretenties van onbelangrijke lieden.

Vooral in het klassieke Griekenland waren fabels een succes. De oudste Griekse fabels treffen we aan bij Hesiodus (de havik en de nachtegaal, Werken en Dagen 202-212) en bij Archilochus (de vos en de aap en de vos en de adelaar). Deze dichters namen, zoals gebruikelijk was gedurende de hele oudheid, fabels als exempla op in hun werk.
De bekendste fabeldichter uit het oude Griekenland was de legendarische, volgens de overlevering gebochelde ex-slaaf Aisopos (later gelatiniseerd tot Aesopus). Hij wordt beschouwd als de vader van de Europese fabelliteratuur, en aan hem werden vrijwel alle fabels uit de oudheid toegeschreven. Zijn aandeel in de ontwikkeling van het genre is evenwel niet met zekerheid vast te stellen, want het is zeer de vraag of hij wel echt bestaan heeft.
Verder hebben Demetrius van Phalerum en de Syriër Babrius (2e eeuw na Chr.) een rol gespeeld in de ontwikkeling van de fabel. De oudst bewaard gebleven verzameling van Griekse fabels staat op naam van deze Babrius. Aphthonius van Antiochië (ca. 400 na Chr.) nam een veertigtal prozafabels op in zijn Retorische Vooroefeningen.

De Latijnse fabelliteratuur is vrijwel geheel aan de Griekse schatplichtig. De oudste Latijnse fabel vindt men bij Ennius (de boer en de leeuwerik). Horatius last soms fabels in zijn werken in: o.m. de stadsmuis en de veldmuis (Satiren II, 6, 80-117) en de vos en de wezel (Brieven I, 7, 29-33). In de 1e eeuw na Chr. bewerkte Phaedrus een aantal aesopische fabels in Latijnse jambische senaren. Deze werden later (5e eeuw?) in proza geparafraseerd onder de titel Romulus (de zgn. Latijnse Aesopus). Rond 400 na Chr. presenteerde Avianus een bewerking in Latijnse disticha van 42 fabels van Babrius.

Na de Oudheid is de fabeltraditie nog voortgezet. Hoofdzakelijk via Avianus en de zgn. Romulus, die als schoolboeken zeer populair waren, bleven de antieke fabels in de Middeleeuwen bekend. Reeds vroeg werden ze ook in de volkstalen overgezet, waarvan de Esopet, een Middelnederlandse bewerking van de aesopische fabels, een mooi voorbeeld is. De bekendste navolger van Aisopos is echter de Fransman Jean de la Fontaine.

Vaak wordt ook Van den vos Reynaerde (Reinaart de Vosch) een fabel genoemd, maar dit is strikt genomen niet correct, aangezien een fabel in principe een kort verhaal moet blijven en de moraal eigenlijk niet polyinterpretabel kan zijn. In feite kan men - partieel - dezelfde tegenwerping maken bij Animal Farm van George Orwell.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Fabel
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1424.

Tweets by kunstbus