kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Ferdinand Bordewijk

F. bordewijk

Nederlandse advocaat en schrijver, geboren 10 oktober 1884 Amsterdam, overleden 28 april 1965 Den Haag

Zijn stijl is kort, zakelijk, zoveel mogelijk versierende adjectieven mijdend. Daarnaast maakt Bordewijk gebruik van een strakke zinsbouw, waarbij hij plastische beeldspraak hanteert en soms een afwijkende syntaxis. Vooral om die stijl wordt Bordewijk in de literaire kritiek vaak ingedeeld bij de nieuwe zakelijkheid. Zij streefden, als reactie op het expressionisme, naar een objectief realisme.

De belangrijkste thema's in het werk van Bordewijk zijn krankzinnigheid, occultisme, misdadigheid, mismaaktheid en degeneratie.

Ook de naamgeving van de personages is opvallend Bordewijkiaans. Als voorbeeld daarvan kan Bint gelden, maar ook de roman Karakter (1938), waarin een vader zijn zoon door tucht tracht te vervolmaken, maar waarin die zoon er uiteindelijk niet in zal slagen om menselijk contact te onderhouden en daardoor uiteindelijk mislukt. Tucht en vooral zelftucht zijn de meest voorkomende motieven bij Bordewijk. Het zijn motieven die een rol spelen om angst en ondergang te overwinnen en de chaos meester te blijven. Tegelijkertijd leiden ondeugden of deugden die consequent worden geëxploiteerd nu juist tot de onvermijdelijke ondergang. Angst is steeds een onmisbare factor, omdat angst in de opvatting van Bordewijk het leven pas echt vervolledigt. ( Amsterdam (Jan Steenstraat 255). Zijn vader was directeur van een spaarbank. Het gezin woonde later op Singel 198. Dit huis zou later de achtergrond vormen in het verhaal 'Keizerrijk'.

In 1894 verhuisden ze naar Den Haag.

Bordewijk volgde het Stedelijk Gymnasium aan het Hoge Westeinde (1898-1904).

Hij studeerde rechten te Leiden waar hij in 1912 tot doctor promoveerde, en was enige tijd leraar.

In 1913 werd hij als advocaat beëdigd en ging werken bij een advocatenkantoor in Rotterdam. In de eerste jaren als advocaat gaf hij tevens les op handelsscholen in Den Haag (Alkemadeplein) en in Rotterdam.

In 1911 verloofde bordewijk met de componiste Johanna Roepman met wie hij op 1 augustus 1913 trouwde. Zij kregen samen 1 zoon en 1 dochter.

F. bordewijk debuteert onder het pseudoniem Ton Ven in 1916 met de gedichtenbundel 'Paddestoelen'. Dat pseudoniem keerde later terug bij zijn dichtbundels Paddestoelen (raad in) rijm (1961) en Jade, jaspis en de jitterbug (1964).

F. Bordewijk debuteerde in proza met het verhaal 'Een koning van de frase' in 'Groot Nederland' in 1918.

Na in 1918 voor korte tijd docent in het handelsrecht aan de Handelsschool te zijn geweest vestigde Bordewijk zich in 1919 in Schiedam als zelfstandig advocaat. Hij bleef deze praktijk (vanaf 1945 samen met zijn zoon) tot zijn dood uitoefenen, maar bleef in Den Haag wonen.

In 1919 ontdeed hij zich officieel van 5 van zijn 6 voornamen. Alleen Ferdinand vond hij genoeg.

Als prozaïst debuteerde hij met drie bundels Fantastische vertellingen (1919, 1923, 1924), waarin thematisch meteen de toon wordt gezet voor Bordewijks gehele oeuvre.

Vanaf Blokken (1930) meet hij zich een heel eigen stijl aan. Korte zinnen, soms met vreemde woorden en een afwijkende zinsbouw. Een 'advocatenstijl': kort, bondig, helder en zakelijk. De beschrijving van de personen is suggestief en surrealistisch, waardoor ze nachmerrie-achtige karikaturen worden.

1933 - Knorrende beesten.
1934 - Bint, Roman van een zender.

Blokken, Knorrende beesten en vooral Bint zijn zijn bekendste werken en werden dan ook herhaaldelijk in één band herdrukt.

1937 - 'Het keizerrijk'(proza).

1938 - Bordewijks belangrijkste boek is wel 'Karakter' (1938), waarvan hij in 1928 de voorstudie in het blad De Vrijheid publiceerde.

Bordewijk weigert zich in de Tweede Wereldoorlog aan te sluiten bij de cultuurkamer. Hierdoor mocht hij niet meer schrijven. Onder het pseudoniem Emile Mandeau schreef hij in 1944 de novelle 'Verbrande erven. Een plaatsbeschrijving' (later opgenomen in 'Bij gaslicht').

In de Tweede Wereldoorlog (maart 1945) werden zijn huis en inboedel bij een bombardement vernield. Ze verhuisden voor vier maanden naar Leiden en later Schevenigen.

Na de oorlog, in 1945, werd Bordewijk voorzitter van de ereraad voor Letterkunde. Dit college mocht schrijvers die samengewerkt hadden met de Duitse bezetters voor bepaalde tijd een publicatieverbod opleggen.

Van 1947 tot 1952 is Bordewijk voorzitter geweest van de Jan Campert-stichting. Deze stichtig werd door de gemeente Den Haag opgericht ter bevordering van de Nederlandse letterkunde.

In 1947/1948 heeft Bordewijk te kampen met ernstige complicaties na een galblaasoperatie.Hij ligt ruim een jaar in het ziekenhuis.

1948 - 'Plato's dood'(symfonisch gedicht bij muziek van zijn vrouw) en 'Rotonde'(libretto bij opera van zijn vrouw).

1948 - 'Noorderlicht'(proza) waar Bordewijk in 1949 de 'Prijs voor kunsten en wetenschappen' kreeg.
Vanaf 'Noorderlicht' (1948) werden de beschrijvingen evenwichtiger en menselijker. Zijn laatste boeken hebben vooral de dood en de ouderdom als thema.

Vanaf 1949 werkte hij voor de gemeente Rotterdam als juridisch adviseur.

1952 - 'De doopvont'(proza).

P.C. Hooft-prijs 1953 voor 'Studiën in de volksstrucuur' en 'De doopvont'.

In 1954 werd Bordewijk benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

in 1955 kreeg Bordewijk de Erepenning van de Schiedamse Gemeenschap.

Constantijn Huygens-prijs 1957 voor zijn gehele oeuvre.

1964 - 'Jade, jaspis en jitterbrug', Wijsheid en schoonheid uit het leven van Baron van Stralen (onder pseud. Ton Ven)

Op 28 april 1968 overleed Bordewijk op tachtigjare leeftijd als een van de belangrijkste prozaschrijvers van de moderne Nederlandse letterkunde.

In 1978 werd door de Jan Campertstichting, waarvan hij van 1947 tot 1952 voorzitter was, de F. Bordewijkprijs voor proza ingesteld. De roman Karakter werd niet alleen verfilmd maar ook voor televisie bewerkt.

Websites: www.dbnl.org, www.inghist.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 44.