kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Frederik Willem van Eeden

Frederik Willem van eeden

Geboren op 3 april 1860 in Haarlem.
Gestorven op 16 juni 1932 in Bussum.

Nederlands schrijver.

Frederik Van eeden is een spilfiguur van De Nieuwe Gids, en is, door de verscheidenheid van zijn oeuvre, één van de boeiendste schrijvers van de Nederlandse letteren. Van Eeden beoefende vele genres. Naast romans en gedichten ontstonden blijspelen. Hij had een brede belangstelling en schreef ook over schilderkunst en sociale en religieuze kwesties.

Zijn ouders waren vier jaar getrouwd toen Frederik van Eeden geboren werd en hadden al een zoon, Johan. Zijn vader had een bloembollenkwekerij, maar hij besteedde zijn tijd liever aan kunst- en wetenschapsbeoefening. Hij was gelegenheidsdichter, deed aan filosofie en was een enthousiast botanicus. Van hem moet de kleine Frederik zijn grote liefde voor en zijn kennis van de natuur hebben meegekregen.

In 1872 werd hij leerling van de gemeentelijke h.b.s. In deze jaren ontwikkelde hij een sterke neiging tot zelfbeschouwing.

Vanaf 1875 begon hij met het bijhouden van een dagboek, wat hij de rest van zijn leven zou volhouden.

In oktober 1876 werd Frederik verliefd op de drie jaar oudere Henriëtte Ortt, een meisje uit een rijke familie. Door Henriëttes aarzelende houding en door verschillen in geloofsopvatting werd het een moeizame relatie, die in april 1879 door Henriëtte beëindigd werd. Nog in hetzelfde jaar maakte Frederik kennis met de ook al drie jaar oudere Martha van Vloten. Maar de breuk met Henriëtte bleef hem dwars zitten, hij bleef het contact met haar onderhouden.

Intussen was hij sinds september 1878 ingeschreven als student medicijnen in Amsterdam. De eenzijdige natuurwetenschappelijke gerichtheid van de toenmalige medische studie en het cynische gedrag van medestudenten in de snijkamer stootten hem af. Hij zocht en vond daarvoor compensatie in literaire activiteiten binnen het kader van het studentenleven.

In 1880 werd hij redacteur van de Almanak van het Amsterdams Studentencorps. Hij werd lid van een literaire studentenclub (Flanor, zo genoemd als eerbetoon aan Carel Vosmaers pseudoniem), die bijeenkwam in café De Karseboom in Amsterdam. Tot deze kring behoorden naast Van Eeden o.a. Kloos, Paap, Van Looy Jan Veth, lodewijk van deyssel en albert verwey.

Het rijk der wijzen (1882 proza)

In 1885 komt onder het pseudoniem Cornelis Paradijs zijn dichtbundel Grassprietjes' uit, waarin hij zich afzet tegen de predikantenpoëzie van die tijd (Beets, Tollens).

Op 17 oktober 1885 deed hij artsexamen. In de voorbereidingsperiode had hij daarnaast het eerste deel van De kleine Johannes geschreven, waarin zijn afkeer van de positivistisch-wetenschappelijke levensopvatting naar voren komt.

Op 15 april 1886 trouwde hij met Martha van Vloten en vestigde zich als arts in Bussum. In de loop van hun huwelijk dat ongeveer vijftien jaar zou stand houden, heeft Martha geleden onder het wispelturige gedrag van haar man.

Frederik van Eeden promoveerde in 1886 op het onderwerp 'Kunstmatige voeding bij tuberculose'. Hij gaat dan psychiatrie studeren in Parijs en werkte enkele jaren in Bussum als huisarts.

Op 15 augustus 1887 opende hij met dr. A.W. van Renterghem een kliniek voor behandeling van lichamelijke klachten door middel van hypnotische suggestie.

In zijn studententijd schreef Van Eeden enkele werkjes van weinig waarde. pas wanneer het eerder als feuilleton in De Nieuwe Gids verschenen symbolische sprookje De kleine Johannes gepubliceerd werd in 1887 kende hij zijn eerste echte succes. De kleine Johannes was nog een uiting van kunst-om-de-kunst, maar later raakte Van Eeden meer sociaal betrokken.
De 'Tachtigers' huldigden het idee van 'l'art pour l'art'. Van Eeden was het juist meer om de inhoud dan om de vorm te doen. Uiteindelijk leidde dit ook tot een breuk tussen hem en 'de Tachtigers'.

Ellen, een lied van de smart (1891 poëzie)
Johannes Viator (1892 proza)

In 1893 kwam Van Eeden in conflict met zijn mederedacteuren van de Nieuwe Gids, als gevolg waarvan hij zich uit de redactie terugtrok. Belangrijkste oorzaak van het conflict was Van Eedens groeiende belangstelling voor sociale vraagstukken en maatschappelijke hervormingen, die niet overeenkwam met de individualistische kunstopvatting van met name Willem Kloos. Na deze breuk schreef hij zijn beste werken.

De broeders (1894)
Het lied van schijn en wezen (1895 poëzie)

Van de koele meren des doods (1900).
De roman 'Van de koele meren des doods' is het verhaal over Hedwig Marga Fontayne. Op haar dertiende verliest zij haar moeder en ondervindt daarna weinig warmte van haar opvoeders. In Parijs raakt zij verslaafd aan morfine. Zuster Paula helpt haar met afkicken en uiteindelijk weet zij vrede met zichzelf te vinden. De roman werd ook als speelfilm (1982) een groot succes.

Intussen trachtte Van Eeden zijn sociaal-communistische ideeën in de praktijk om te zetten en richtte hij in 1898 de kolonie Walden op, geïnspireerd door de filosofie van henri David Thoreau, (een soort tuinbouwcommune) op het landgoed Cruysbergen tussen Bussum en 's-Gravenland. Door ondeskundig financieel beleid liep deze idealistische onderneming na een aantal jaren op een mislukking uit. Een tweede sociaal experiment, de oprichting van de coöperatie De Eendracht ten behoeve van ontslagen stakers bij de spoorwegstaking van 1904, werd ook een financieel fiasco. In Nij Beets (Friesland) zette Van Eeden in 1903 de kolonie 'Frij Fryslân' op. Deze werd nooit succesvol en ging in 1910 ten gronde.

Hij schreef in deze periode zijn zuiverste poëzie, o.a. Van de passielooze lelie (1901).

vervolg (De kleine Johannes) (1905 proza)
vervolg (De kleine Johannes) (1906 proza)

In de jaren 1908-1909 maakte Van Eeden een drietal tournees door de Verenigde Staten om zijn denkbeelden over sociale hervorming uiteen te zetten. Dit leidde tot de stichting van de Van Eeden Colony in North Carolina, die tot 1949 heeft bestaan.

Dante en Beatrice (1908 poëzie)
De nachtbruid (1909 proza)
Het lied van schijn en wezen II (1910 poëzie)
Sirius en Siderius 3 delen) (1912-1924 proza)

Teleurgesteld door het mislukken van zijn pogingen tot wereldverbetering en in zijn persoonlijke leven zwaar getroffen door het sterven van zijn zoon Paul in 1913, begon Van Eeden zich meer en meer te verdiepen in spiritisme en occultisme. Deze gebieden hadden al vanaf ongeveer 1890, naast zijn sociale activiteiten, zijn belangstelling gehad.

Na zijn bekering tot het katholicisme in 1921 schreef hij nog maar weinig boeiend werk. Hij was, na een leven met vele liefdes en tegenslagen, een uitgeblust man.

Aan mijn engelbewaarder (1922 poëzie)
Het lied van schijn en wezen III (1922 poëzie)

Zijn vitaliteit en zijn geestelijke gezondheid gingen sterk achteruit. Bij zijn zeventigste verjaardag, op 3 april 1930, werd hij door vrienden en geestverwanten uit binnen- en buitenland gehuldigd. Bij die gelegenheid verscheen een indrukwekkend Liber Amicorum (vriendschapsboek) met bijdragen van vooraanstaande kunstenaars en geleerden, o.a. van de grondlegger van de psychoanalytische methode, Sigmund Freud. Twee jaar later, op 16 juni 1932, overleed hij op Walden. Hij werd begraven in Bussum.

enkele teksten...


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1133.