kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Geerten Gossaert

Nederlands dichter, essayist en historicus en politicus, geboren 09-02-1884 te Kralingen - Rotterdam, overleden 27-10-1958 te Utrecht.

Als dichter behoort Gossaert tot de generatie van 1910. De enige dichtbundel die tijdens zijn leven verscheen, is de weergave van een experiment met traditionele versvormen (bv. het alexandrijn) en zowel klassieke als christelijke motieven. Hij zet bewust de traditie van de 17de eeuwse retoriek voort daar waar de Tachtigers het voor bekeken hielden. Naast zijn poëzie was Gossaert gekend om zijn essays over o.a. Bilderdijk die erg belangrijk was voor de evolutie van zijn ideeën.
Opgevoed in de geest van het Réveil wordt zijn werk gekenmerkt door het conflict tussen zijn Calvinistische geloofsovertuiging en zijn zintuiglijkheid. ( Geerten Gossaert was het pseudoniem van Frederik Carel Gerretson. Hij was de zoon van Bartholomeus Johannes Gerretson, handelsman en politicus, en Anna Gezina van den Heuvel. Gerretson groeide op in een christelijk milieu. Zijn vader was actief voor de Christelijk Historische Unie en Gerretson zelf zou zich later een kind van het Réveil noemen.

Geerten Gossaert heeft o.a. gestudeerd aan de handelsschool in Rotterdam, de militaire academie in Breda. Op zichzelf leerde hij Latijn en Grieks.

In Utrecht volgde hij vanaf 1905 colleges wijsbegeerte bij prof. B.H.C.K. van der Wyck over Socrates en Plato. Ook leerde hij in Utrecht P.H. Ritter jr.. kennen, met wie hij een levenslange vriendschap zou onderhouden.

Geerten Gossaert werkte - ook tijdens zijn studie - mee in de verfwarenfabriek van zijn vader.

In 1906-1907 verbleef hij in Noord- en Midden-Amerika. Hij gaf lessen Latijn op een Public High School te El Paso (Texas).

Oktober 1907 vestigde hij zich te Brussel voor de studie sociologie aan het Institut Solvay. Hij was er leerling van prof. Emile Pierre Clement Waxweiler. In 1911 legde hij aldaar 'avec distinction' het doctoraal examen in de sociale wetenschappen af.

Geerten Gossaert was van november 1910 tot 1914 redacteur van 'Ons Tijdschrift' en Dietsche Stemmen (1915-1917).
Van 1911 tot 1914 werkte hij mee aan 'De Nederlander'. Verder was hij in de loop der tijd medewerker van De Beweging, Polemios, Roeping en De Groene Amsterdammer.

Experimenten
Geerten Gossaert is de dichter van één bundel poëzie: Experimenten (1911). Wel is het zo dat er bij iedere herdruk enkele verzen werden toegevoegd. De eerste druk telde twintig verzen, de vijfde (1925) al veertig, uiteindelijk werden het er zo'n zestig. De bundel Experimenten verschafte hem in de literaire kritiek de naam te behoren tot de ‘generatie van 1910’, waartoe ook de dichters J.C. Bloem, P.N. van Eyck en A. Roland Holst gerekend werden.
In de eerste druk is nog een ontwikkeling waar te nemen van op de Tachtigers geïnspireerde verzen (sonnetten en langere gedichten in de trant van Kloos' ‘Rhodopis’), naar kleinere verzen met een grote variatie in de verstechniek, naar een groep verzen waarin Gossaert een strakke compositie hanteert en waarin hij zijn definitieve vorm gevonden lijkt te hebben.

Zijn gedichten oogstten wegens de directheid en echtheid van zijn gevoelens algemene waardering. Zij werden ervaren als oerhollands én klassiek, mede door de bezielde retoriek; zij gaven uiting aan zijn liefde voor de natuur en getuigden van innerlijke spanningen, opstandigheid en onderworpenheid aan God. Verzen als De Verloren Zoon en Eis Daimona werden als typerende voorbeelden van zijn dichtkunst alom gewaardeerd. Carel Scharten kwalificeerde in De Gids 77 (1913) II, 207 het karakter van zijn dichtkunst met de woorden: 'Door de aardsche hel van Baudelaire is hij tot Bilderdijks heete hemelzucht gestegen.' Gerretsons jeugd werd gekenmerkt door melancholische trekken. Hij zag leed en lijden als achtergrond van alle dichterschap. Volgens hem was de dichter een paria, die dit diende te blijven, die leefde in een droom, welke dan ook, zo nodig 'de droom der natie'. In zijn literaire essays, die hij gedurende zijn gehele leven bleef schrijven, wendde hij zich af van de Tachtigers (eens door hem bewonderd) en schaarde zich met de dichtersgeneratie van 1910, achter Albert Verwey, al ging hij geheel zijn eigen weg. ( Geerten Gossaert had een verhouding met Annie Salomons.

In 1913 werd Gerretson adjudant-commies aan het departement van Koloniën, speciaal belast met de oliewinning in Nederlands-Indië
Van 1914 tot 1916 was hij gemobiliseerd als reserve-officier in het Nederlandse leger.
Geerten Gossaert werkte vanaf augustus 1917 bij de Bataafsche Petroleummaatschappij. In die tijd woonde hij in Den Haag.

Geerten Gossaert promoveerde naar eigen zeggen 11 januari 1917 in Heidelberg in de filosofie.

Gerretson reisde in 1919 voor de BPM naar Nederlands-Indië, China, Korea, Japan, Venezuela, Mexico en de Nederlandse Antillen.

Gehuwd op 26-4-1923 met Christine Elisabeth van Daalen. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Van 1925 tot 1951 was hij (namens de Bataafsche Petroleummaatschappij) bijzonder hoogleraar in de koloniale geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Onder zijn studenten was o.a. A. Alberts.

Politiek gezien was hij een voorstander van het behoud van het Nederlandse gezag in Nederlands-Indië en van een daarmee samenhangend Groot-Nederland. In 1925 was hij mede-oprichter van de Nationale Unie. Hij bekleedde aansluitend, van 1933 tot 1934 het voorzitterschap van het Directorium van de Corporatieve Concentratie. In hoeverre Gerretson kan worden beschouwd als een fascist valt lastig eenduidig te zeggen. In ieder geval beschouwde Gerretson zichzelf een tijdlang als fascist.

Hij behoorde, samen met P.N. van Eyck en Pieter Geyl, tot de redactie van het tijdschrift Leiding (1930-1931).

Na echtscheiding (12-11-1930) gehuwd op 12-11-1941 met Christina Elisabeth Harmsen. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.

Van 1939 tot 1954 was hij bovendien buitengewoon hoogleraar in de constitutionele geschiedenis van het koninkrijk.

In 1950 werd aan Gerretson de Constantijn Huygensprijs toegekend voor zijn gehele oeuvre. In datzelfde jaar begon hij voor De Telegraaf een wekelijkse bijdrage te schrijven, waarmee hij zeer tegenstrijdige en felle reacties uitlokte.

Gerretson verzette zich hartstochtelijk en welsprekend tegen het onafhankelijk worden van Indonesië. Gerretson was ook een exponent van de Utrechtse conservatief-koloniale stroming in de CHU. Daarmee stond hij aan de rechterzijde van deze partij. Hij bestreed zowel de Indië-politiek van de naoorlogse kabinetten als de steun die Tilanus daaraan gaf. Ook bestreed hij het door zijn partijgenoot Kernkamp tot stand gebrachte Statuut voor het Koninkrijk. Hij was een aanhanger en uitdrager van de Groot-Nederlandse gedachte. Net als Professor Geyl steunde hij de Vlaamse Beweging. Van 1951 tot 1956 was hij lid van de Eerste Kamer voor de C.H.U.

Geerten Gossaert overleed in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht en werd op 30-10-1958 begraven op Begraafplaats Crooswijk (graf 2e klas nr. 412, vak F).

Websites: www.inghist.nl, www.dbnl.org, nl.wikipedia.org, www.schrijversinfo.nl, www.maatschappijdernederlandseletterkunde.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 28.