kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Geertrui Daem

Vlaams proza- en toneelschrijfster, actrice en beeldend kunstenares, geboren 29 april 1952 te Aalst

Veel van Daems werk gaat over de botsing tussen illusies of verwachtingen en de werkelijkheid van alle dag. Met name de dromen van jonge meisjes en de harde realiteit van de wereld van de volwassenen vormt zo'n onderwerp. In al haar boeken worden bijna achteloos schrijnende portretten getekend van wanhopige figuren die machteloos verankerd zitten in hun eigen gevoelens en belevingen.

Geertrui Daem wordt geboren in Aalst en groeit in de omgeving van die fabrieksstad op. Ze woont in een Denderleeuwse volkswijk met haar ouders en de drie andere kinderen van het gezin. Na haar middelbare studies, wil Daem graag naar de toneelschool, maar dat plan stuit op hevig verzet van haar vader en moeder. Als haar vader sterft, besluit ze het regentaat Nederlands-Engels-moraal te volgen aan de Rijksnormaalschool in Gent. Met dat diploma belandt Daem al snel in het onderwijs, maar de beknottende sfeer van de school staat haar tegen.

Ze laat haar dorp voor wat het is, verhuist naar Gent en in ´77 zegt ze ook het middelbaar onderwijs vaarwel. Vanuit haar ervaringen in het amateurtoneel besluit ze om beroepsactrice te worden. Als actrice werkt ze o.a. bij Het Trojaanse Paard, Arca, Stekelbees en de Internationale Nieuwe Scène.

Toneel
Na een hele tijd freelance gewerkt te hebben, sticht Daem in 1986 haar eigen gezelschap „School voor Gekken“. Vooral haar bewerking van het magnus opus De Kapellekensbaan van streekgenoot Louis Paul Boon laat zich opmerken.
Ander toneelwerk van haar hand, is de dialoog De meisjeskamer (1993) waarin de schrijfster zelf ook meespeelde en waarvoor ze de Paul de Montprijs ontvangt.
Het moederskind (1995), eveneens voor toneel geschreven, werd bekroond met de Taalunie Toneelprijs 1997.
Onrust der verwanten en een Romeo en Julia voor hedendaagse jongeren, Rembert en Ayse volgen.

proza
Ondertussen debuteerde ze ook als proza-auteur met de verhalenbundel Boniface (1992). Dit late debuut - Daem is dan al tweeënveertig – wordt meteen bekroond met twee prijzen: de Boekenweek Debuutprijs (1993) en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (1994) Louis Paul Boon.

De schrijfster wordt over het algemeen erg gewaardeerd, wat mag blijken uit de nominatie voor de AKO-literatuurprijs voor haar tweede prozaboek Een vader voor Elisabeth (1994). In 1996 verschijnt het vervolg op dit boek: Geboeid door de liefde (geen vader voor Elisabeth), drie verhalen over de ontwikkeling van Elisabeth via drie stadia in haar leven.

Zotverliefd (1997)
Onrust der verwanten (1999)
Alle verhalen (2000)
Troetel (2000)

Na nog een aantal verhalenbundels publiceert Daem pas in 2001 haar eerste roman Koud. Koud gaat over een Korea-veteraan die na zijn thuiskomst geconfronteerd wordt met de veranderde mentaliteit en moeite heeft om zich daarbij aan te passen.
Geertrui Daem, vooral een naam in Vlaanderen, raakte sinds de nominatie voor de Libris Literatuurprijs 2002 voor Koud ook daarbuiten meer bekend.

Rembert & Ayse (2003)
Het Verdeelde Huis, roman, Van Halewijck/Wereldbibliotheek, 2004
Olympia, roman, Van Halewijck/Wereldbibliotheek. 2006

2006 - Geertrui Daem krijgt Louis Paul Boonprijs
De in Aalst geboren Gentse schrijfster en toneelauteur Geertrui Daem (1952) krijgt in het najaar van 2006 de Louis Paul Boonprijs. Honest Arts Movement bekroont elk jaar een kunstenaar die naar het voorbeeld van Boon in zijn of haar werk de binding met de mens beklemtoont. Eén van de argumenten van de jury is het inlevingsvermogen van Daem in sterke, volkse personages en haar strijd voor de Vlaamse volkstaal.
Hoewel ze vegetariër is, zal Daem als trofee toch de traditionele gerookte “ham” krijgen. Vorig jaar ging de Louis Paul Boonprijs naar de Gentse theatermaker van Tunesische komaf Chokri Ben Chikha.

Poëticale opvattingen
Met haar anekdotisch-realistisch werk is Geertrui Daem te situeren in de traditie van de ‘Vlaamse vertellers’. Vooral doordat ze inspiratie put uit haar eigen jeugdjaren, vindt ze aansluiting bij de groep Vlaamse schrijvers die in het begin van de jaren negentig in verhalen hun jeugd herschreven. Ze vindt echter ook inspiratie in verhalen die haar verteld worden, in anekdotes enz.
Verder gebruikt Daem ook heel bewust geen Algemeen Nederlands, om het realisme in haar verhalen te vergroten. Terugkerende thema’s zijn seksualiteit, de reeds vermelde terugblik op haar jeugdjaren en de ontoereikendheid van de werkelijkheid, die het scherpst beleefd wordt in de beperktheid van menselijke relaties, getekend door onbegrip en onbestendigheid.

Bronnen: www.ned.univie.ac.at, www.dbnl.org (met enkele teksten)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 66.