kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Gerard Reve

Gerard Kornelis van het Reve

Nederlands schrijver, geboren op 14 december 1923 in Amsterdam,

Reve behoorde samen met W.F. Hermans en Harry Mulisch tot de Grote Drie van de Nederlandse literatuur van de 20ste eeuw. Zijn werk heeft een enorme invloed gehad. Reve zorgde regelmatig voor veel ophef vanwege zijn homoseksualiteit en zijn uitspraken over religie, dood en homoseksualiteit.

Gerard Reve is waarschijnlijk de meest controversiële, maar stilistisch één van de grootste Nederlandse schrijvers na de Tweede Wereldoorlog. Hij was de vleesgeworden ironie, die telkens verwarring stichtte: „Ik ben een acteur, ik ben een komediant, ik ben een charlatan en een clown, maar het krankzinnige is dat de rol die ik speel, dat ik dat ben.“

Het ontluisterende proza van na de oorlog
Ontluisterend realisme, zo noemt men de vernieuwing in het proza die omstreeks 1948 ingezet wordt door W.F. Hermans, Van het Reve en Anna Blaman. Hierin wordt een anti-idealistische visie op de mens en op de maatschappij gegeven met veel aandacht voor seksualiteit en lichamelijkheid.
Kenmerken:
- de hoofdfiguur heeft geen idealen
- de toon is anti-intellectueeel
- de nadruk ligt op de lichamelijkheid, waarbij een weinig verheven visie op de liefde hoort.

levensloop
De overleden Nederlandse schrijver Gerard Kornelis van het) Reve werd op 14 december 1923 geboren in de Frans Hallstraat in Amsterdam, als zoon van communist Gerard Johannes Marinus van het Reve en Janetta Jacoba Doornbusch. Hij had een ‘geleerde broer' Karel, schrijver en hoogleraar Slavische letteren, die in 1999 stierf. Vader Van het Reve, Gerard senior, was journalist en schrijver, en jarenlang vooraanstaand lid van de communistische partij. Gerard junior verfoeide het marxisme, het was in zijn ogen een ‘onjuist, vals wereldbeeld, helemaal niet zo gezond voor een kind'.
Met zijn 2 1/2 jaar oudere broer Karel zou hij als volwassene niet goed kunnen opschieten. Later zou zijn Geleerde Broer in zijn ogen het toonbeeld zijn van een 'symboolblind', rationeel en daardoor kortzichtig mens.

Al snel verhuisde het gezin naar het Betondorp in de Watergraafsmeer. Dit frisse tuindorpje, vooral bewoond door socialisten en communisten, was een ‘oase van licht en lucht' die een kweekvijver zou blijken voor talentvolle jeugd uit de arbeidersklasse. Maar in de ogen van het kind was het een afschrikwekkend oord: ‘Wie hier binnengaat, laat elke hoop varen', vond hij. Annie Romein-Verschoor - ‘tante Annie', want het echtpaar Romein was bevriend met de Van het Reves - zou ‘Gerardje' beschrijven als een ‘somber en verlegen kind'. Vriendjes en klasgenoten herinnerden hem zich later als een buitenstaander, die nooit meedeed maar een superieure indruk maakte.

Het gezin-Van het Reve was communistisch en dat zou Reves jeugd, zijn werk en zijn wereldbeeld voor altijd bepalen. Zijn woede-aanvallen tegen alwat ook maar vaag rook naar linksigheid en zijn afkeer van 'door lediggang geperverteerde artistiekelingen' die kunst maakten op staatskosten, leken grappig, maar waren gemeend. De haat zat er diep in. Zijn vader was redacteur van het communistische dagblad De Tribune en actief lid van de partij; hij bezocht enkele malen Moskou. De slurpende sukkel uit De avonden was in werkelijkheid een belezen man die zijn talen sprak. Maar het kind wordt thuis ondergedompeld in de gesloten denkkaders van het historisch materialisme, met zijn ijzeren categorieën ‘goede' en ‘slechte' mensen, zijn afkeer van religie en iedere vorm van fantasie, zoals sprookjes en mythen.

In 1940 verscheen zijn debuut: de dichtbundel Terugkeer, waarvan hij in eigen beheer vijftig exemplaren uitgaf.
Na het voortijdig verlaten van het Vossiusgymnasium in 1943 had hij tot 1947 verschillende baantjes, waaronder van 1945 tot 1947 rechtbankverslaggever voor Het Parool. Bij de krant kwam hij voor het eerst in aanraking met Simon Carmiggelt.

1946: debuut als prozaschrijver: De ondergang van de familie Boslowits (in het tijdschrift Criterium). Boek komt in 1950 uit.

1947 De avonden - Simon van het Reve
‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.'
Reve brak op 23-jarige leeftijd door in 1947 met zijn autobiografische romandebuut 'De avonden' (onder pseudoniem Simon van het Reve). Het boek werd in kleine kring enthousiast ontvangen en bekroond met de Reina Prinsen Geerlingsprijs.
Hij schreef het op verzoek van zijn psychiater om zijn krankzinnigheid te bezweren. Schrijven bleek voor hem de enige manier om niet krankzinnig te worden. Hij moest zijn angsten bezweren. 'Vrees, gevaar, eenzaamheid, de huizen evenzovele grotten en holen, bewoond door onberekenbare demonen, dat is eigenlijk mijn jeugd. Al kan ik met de beste wil van de wereld niet verklaren waarom het zo is, evenmin als ik zou kunnen verklaren waarom ik eigenlijk in mijn leven niet één gelukkige dag gekend heb.' (Avro, Literaire ontmoetingen, 1963)
Het boek vertelt op cynische, naargeestig toon de laatste tien dagen van 1946 uit het leven van de jonge kantoorbediende Frits van Egters. Het handelt over de verveling die de jongeren tijdens de crisisjaren na de oorlog meester maakt. De Avonden is een droefgeestige, humoristische wintervertelling waarin de wanhoop en uitzichtloosheid van jongeren die tijdens de Tweede Wereldoorlog waren opgegroeid samenkomen. Frits registreert, en er gebeurt bijna niets. Landerig draait hij aan de knoppen van de radio, hij peutert wat in zijn neus en pulkt tussen zijn tenen. Uit verveling bezoekt hij vrienden die hij ongevraagd onderhoudt met theorieën over kaalhoofdigheid, doofheid, suikerziekte, kanker, en andere 'heel mooie ziektes'. Frits beziet zijn sukkelige ouders, de boeren en winden latende vader die boven ieder boek in slaap valt en de goedwillende moeder die, in plaats van wijn, een dure fles bessen-appel koopt om oudejaarsavond te vieren. ‘Heb erbarmen met mijn ouders', vraagt hij de ‘eeuwige God'. Hij, Frits, heeft het gezien, ‘Het is niet onopgemerkt gebleven.' Terwijl hij zijn speelgoedkonijn omklemt, fluistert hij, aan het eind van de roman: ‘Konijn, ik ben levend. Ik adem, en ik beweeg, dus ik leef'. Meer valt er over zijn toekomst niet te zeggen. Het einde van het boek, een monoloog tot God gericht, is een aanwijzing voor de richting waarin Reves oeuvre zou evolueren.
De Avonden werd verguisd: deze ‘morele leegte' (Garmt Stuiveling), ‘geestelijke verwording' (Ben Stroman), ‘pathologisch geschrijfsel' (Rico Bulthuis), daar moest duchtig tegen gewaarschuwd worden. Jef Last vreesde dat ‘de jonge arbeider' na lezing van dit boek ‘behoefte zal voelen zijn mond te spoelen'. Zo sprak Godfried Bomans van een ‘naargeestig, zo zeer van iedere positiviteit verstoken, zo grauw, cynisch en volstrekt negatief' werk dat hij vreesde voor de ‘geestelijke gezondheid' van de jonge schrijver.
De Avonden werd geprezen: ‘Een knap, beklemmend relaas van een ziel in nood' schreef Anna Blaman. W.F. Hermans vond het meteen ‘een Hollandse roman van internationale allure'. Simon Vestdijk herkende de ‘wanhopige humor' waarmee Frits zich staande houdt.
Zelf zei Reve later: „Ik heb De Avonden erg onbewust geschreven. Ik wilde schrijver worden. Vanaf de vroegste tijden was ik niet bepaald het zonnetje in huis (...) Ik was bezeten aan het werk, maar zou het met een half woord van afkeuring hebben laten vallen. Er was maar heel weinig voor nodig geweest om mij dat manuscript te laten weggooien of verbranden. Het verschijnen van dat boek was een groot toeval, voor zover je daar in de schepping van kunt spreken.“

1948: huwelijk met dichteres Hanny Michaelis; elf jaar later zouden ze scheiden. Intussen werd duidelijk dat Reve homoseksueel was. De eerste vriend die in zijn werk figureerde, was "Wimie" (Wim Schumacher). Tot op hoge leeftijd kon Reve nog wel eens arm in arm schuifelend door Amsterdam met Hanny Michaelis worden gesignaleerd.

1949 Werther Nieland
Een boek waarin schrijver zijn communistische jeugd verwerkt.
Kort na De avonden verschenen de schitterende novellen Werther Nieland (1949) en De ondergang van de familie Boslowits (1950), waarin Reve terugkijkt op zijn jeugd (Werther) en de oorlog (Ondergang). Over Werther Nieland zei Reve: „Ik had er geen hoge dunk van. Nu beschouw ik het als een hoogtepunt in mijn werk.“

1951: Reve was een controversiële figuur. Hij werd bewonderd en verguisd. Er was altijd wel trammelant rond zijn persoon. Zo weigerde minister Cals hem in 1951 een reisbeurs op grond van zijn verhaal Melancholia, omdat het in strijd zou zijn met ‘de openbare orde en goede zeden'. Een jury onder aanvoering Victor van Vriesland besluit Reves inzending Melancholia voor te dragen voor bekroning met reisbeurs. Aanvankelijk stemt het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap daarmee in, maar bij nader inzien komt staatssecretaris daarvan terug. In Melancholia staat masturbatiescène

Londen
In de jaren vijftig was hij op. Leeggeschreven. Hij vertrok in 1952 met zijn echtgenote naar Londen. Hij werkt onder meer als hulpverpleger in een neurologisch ziekenhuis in Londen. Eenzaam en onbegrepen nam hij zich voor alleen nog in het Engels te publiceren. Daar schreef hij het geflopte The acrobat and other stories (1956, Vier wintervertellingen) (in 1963 komt vertaling van Hanny Michaelis uit onder titel: Vier wintervertellingen).

Ontgoocheld keerde hij in 1957 huiswaarts. Reve wordt redactiesecretaris tijdschrift Tirade, schrijft in dat blad onder meer reisbrieven en toneelrecensies.

1959: scheiding van Hanny Michaelis. In de jaren zestig ging hij in Amsterdam samenwonen met Schumacher.

1962: opvoering toneelstuk Commissaris Fennedy wordt grote mislukking

1963 Op weg naar het einde
met 'Nader tot u' beschouwd als Reves bekentenisromans. Hij schrijft over zijn homoseksualiteit en hang naar religie.
Feitelijk is Gerard Reve in deze periode een tamelijk onbekend schrijver. Hij is redacteur van Tirade en ontdekt nu wat zijn genre zal worden: reisbrieven. In 1963 verschijnen de zes brieven onder de titel Op weg naar het einde. In 1963 stelde AR-senator Algra in de Tweede Kamer vragen over de ‘aanstootgevende' inhoud van Op weg naar het einde. Door de politieke discussie omtrent zijn werk groeit Reve uit tot een publieke figuur. Op weg naar het einde wordt daardoor werkelijk een publiekssucces.

revisme
Boeken als 'Op weg naar het einde' (1963) en 'Nader tot U' (1966) zijn autobiografische reisbrieven waarin reve steeds meer uitkomt voor zijn rooms-katholicisme en zijn homoseksualiteit. Het zogenaamde revisme komt hierin langzaamaan tot volle bloei: een religieus geïnspireerde thematiek wordt gekoppeld aan decadente elementen die doen denken aan het werk van markies de Sade. De auteur zelf noemde de combinatie van de thema's religie, homoseksualiteit en sadomasochisme het Revisme. Dat komt terug in onder meer ‘Lieve Jongens', ‘Wolf' en ‘Het Boek van Violet en Dood'.

Reve was stilistisch in topvorm, ook al ging het hem privé beroerd. Hij vond zijn onmiskenbare toon en beoefende als modernist een nieuw literair genre: een mengeling van briefroman, reisverslag, jeugdherinnering, polemiek en verhalen die telkens een onverwachte draai krijgen doordat een ‘Zinloos Feit' de boel weer komt versjteren. De reviaanse thema's draaien om het geloof in de eenzame en weerloze God, in wie de schrijver zich als schepper en troosteloze drinkebroer spiegelt, om de ‘Mededogenloze Jongen', de ‘Moederkerk', de ‘Wanhoop van de gekwelde, romantisch-decadente schrijver' en ‘de Dood': 'De Dood is het mooiste onderwerp dat er bestaat, want hij laat de mens nooit in de steek, je kunt altijd op hem blijven rekenen.'

1964: vestigt zich in Friese dorpje Greonterp in Huize Algra (genoemd naar conservatieve Friese ARP-politicus Hendrik Algra), woont er met Willem Bruno van Albeda (Teigetje) en later ook met Henk van Manen (Woelrat)
Teigetje was de koosnaam die Gerard Reve ooit gaf aan Willem Bruno van Albada, en Woelrat die voor Henk van Manen. Reve leefde vanaf 1963 samen met Van Albada in het Friese Greonterp. In 1969 voegde Van Manen zich bij het tweetal. Het trio woonde tot 1974 samen. Toen Reve naar Frankrijk verhuisde, verkozen Van Albada en Van Manen een toekomst in Nederland.

27 juni 1966: toetreding tot Rooms-Katholieke Kerk.
Reve ervaart kerk als bevrijding. „Ik gaf een ander geloof op, het marxistische, maar ben er beter van geworden.”
Reve had een afkeer van alles wat zich links of socialistisch noemde. De mythische wereld die hij schiep in zijn werk en zijn ‘romanties dekadente' versie van religie vormden zijn tegengif.
De openhartige wijze waarop Reve over zijn homoseksualiteit schreef veroorzaakte een schok in het nog puriteinse Nederland. Reve werd de held van homoseksuelen, heel hip en progressief Nederland droeg hem op handen. Trots was hij daar niet op. Reve biechtte op dat hij liever een ‘oppassend burger' was dan de ‘blasfemisch met de godsdienst spelende libertijn'. Zo schreef hij in Moeder en zoon (1980) over zijn twijfels om zich aan te sluiten bij een (rooms-katholieke) leer die weliswaar ‘gebrekkig, infantiel en verkitscht' was, maar hem niettemin voorkwam als ‘het Ware Geloof'. Reve heeft het katholicisme omhelsd en er tegelijkertijd een parodie van gemaakt, zoals hij zichzelf altijd schaamteloos heeft herhaald en geparodieerd.

1966: Nader tot u.
Beschrijft hoe hij met God die als ezel op aarde terugkeert, de liefde bedrijft. Verhaal is jaar eerder verschenen in Dialoog (tijdschrift voor homofilie en maatschappij)
20 oktober 1966: ezelsproces dient voor rechtbank in Amsterdam.
Reve wordt gedagvaard wegens godslastering voor een passage uit 'Brief aan mijn bank' gepubliceerd in het tijdschrift Dialoog (1965) en uit 'Brief uit het huis genaamd het gras' gepubliceerd in Nader tot U (1966), maar in 1968 definitief vrijgesproken. SGP'er Cor van Dis klaagde de toen 42-jarige schrijver aan wegens ‘smalende godslastering' omdat de ik-figuur in Nader tot U gemeenschap had met een als ezel geïncarneerde God. Het veroorzaakte een ongekende rel, die de Nederlandse literatuurgeschiedenis is ingegaan als het Ezelsproces.
3 november 1966: rechtbank acht Reve schuldig aan godslastering, maar vindt die niet smalend. Schrijver ontslagen van rechtsvervolging. Reve acht zich niet voldoende gerehabiliteerd en gaat net als justitie in hoger beroep.
17 oktober 1967: hoger beroep ezelsproces, Reve verdedigt zich in magistrale rede. Reve wordt vrijgesproken.
1968: Hoge Raad bevestigt vrijspraak.
De kunst zegevierde, hoewel de schrijver het wel chic had gevonden als men hem als een vervolgde schrijver, als een moderne markies de Sade, in het gevang had gegooid. Van het Reve toont zich niettemin zeer ingenomen met de afloop omdat van nu af aan de bedoeling van de auteur en niet de opvatting van de lezers beslissend zijn.

Huwelijk Teigetje
Ook in 1966 trouwde hij met Willem Bruno van Albada (‘Teigetje'), zijn eerste media event. In de jaren daarna verscheen hij graag op tv, niet zelden om te provoceren.

1967: Veertien etsen van Frans Lodewijk Pannekoek voor arbeiders verklaard

In 1969 kreeg hij de PC Hooftprijs 1968 voor zijn gehele oeuvre.
Reve baarde in 1969 opzien toen hij bij de uitreiking van de hem toegekende P.C. Hooft-prijs minister Marga Klompé kuste, wat in die tijd hoogst ongebruikelijk was. Huldiging met onder anderen Zangeres Zonder Naam in Vondelkerk in Amsterdam wordt rechtstreeks op televisie uitgezonden

Reves populariteit steeg, maar tegelijkertijd groeide de controverse rond zijn geschriften, en hij besloot zich terug te trekken in Zuid-Frankrijk. Daar verfijnde hij zijn meesterlijke verteltechniek en zijn decadente thematiek, maar het autobiografische element verdween uit boeken als 'De taal der liefde' (1972) en 'Lieve jongens' (1973). Hierdoor werd Reves maatschappijkritiek afgezwakt, en kwam het puur esthetische van zijn fictie meer op de voorgrond.

1972: De taal der liefde, met onder meer briefwisseling met Simon Carmiggelt
1973: Het zingend hart
1973: Lieve jongens
1974: Het lieve leven

In 1974 kreeg de schrijver zelfs zijn eigen tv-show: de Grote Gerard Reve Show (NOS). Ook werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

1975: Een circusjongen

1978: Oud en Eenzaam
Reve verbiedt zijn uitgever recensenten een gratis exemplaar toe te sturen

1979: Een eigen huis
1980: Brieven aan Wimie 1959-1963
1980: Moeder en zoon, een roman over zijn overgang naar de Rooms-Katholieke Kerk. Ook nu krijgen recensenten geen gratis exemplaar
1981: Brieven aan Bernard S. 1965-1975
1981: Brieven aan Josine M. 1959-1975

1981: De vierde man, een novelle
Een rel volgde met de CPNB, organisator van de Boekenweek, die het door Reve geschreven boekenweekgeschenk, dat later verscheen als De vierde man, afwees omdat het wegens de seksuele passages voor een groot lezerspubliek niet geschikt zou zijn.

1982: Brieven aan Simon C. 1971-1975
1983: Brieven aan Wim B.
1983: In gesprek
1983: Wolf

1983: De vierde man verfilmd. Regisseur is Paul Verhoeven, Jeroen Krabbé speelt de hoofdrol
In de jaren tachtig werd een aantal werken verfilmd, zoals Lieve Jongens (1980), De Vierde Man (1983) en De Avonden (1989).

1984: Reve verdedigt tijdens bezoek aan Zuid-Afrika in krant Beeld apartheid

1984: Brieven aan Frans P. 1965-1969
1984: De stille vriend

1985: Brieven aan geschoolde arbeiders

1985 over de 'vier zuilen' van de creatieve arbeid.
hij noemt de zuilen achtereenvolgens concept, compositie, stijl en woordgebruik.
Over stijl schrijft hij daar: "[...] Stijl is het specifieke ritme en het tempo, de danspassen, de grimassen, waarmede een auteur (bij ons een architect - red.) een idee ontvouwt. Vooral als die stijl goed is, herkennen wij hem onmiddellijk als behorende bij die kunstenaar en niet bij iemand anders, en zulks, wonderlijk genoeg, zonder dat wij die stijl ooit volledig kunnen analyseren: het is zoals wij iemand op een afstand niet zozeer aan gelaat, gestalte of kleding, maar aan houding en manier van lopen herkennen. Het is een achtereenvolgens gedeeltelijk openen, wederom sluiten, optillen, nederzetten, omdraaien, tegen het licht houden en ten slotte op de vloer uitrollen of in scherven laten vallen van een gedachte. De goede kunstenaar doet daarbij iets dat wij nooit geheel kunnen voorspellen, maar dat toch op geheimzinnige wijze aan onze verwachtingen beantwoordt [...]", aldus Reve.

1985: Roomse Heisa, een bundeling van artikelen uit NRC Handelsblad naar aanleiding van bezoek paus Johannes Paulus II aan Nederland

1986: Brieven aan Ludo P.
1986: Klein gebrek geen bezwaar
1986: Leve de dood
1986: Zelf schrijver worden
1986: gemeente Amsterdam plaatst schrijver op zwarte lijst wegens houding tegenover apartheid

1987: Het geheim van Louis Couperus
1987: Verzamelde gedichten 1988: Bezorgde ouders, een dag uit het leven van een man die wil biechten

Reve schreef ook waardevolle poëzie, samengebracht in 'Verzamelde gedichten' (1987).

Dat hij nog steeds toonaangevend was in de Nederlandse literatuur, bewees hij met 'Bezorgde ouders' (1988), een laat hoogtepunt dat weer uitblonk in 'revisme'.

1989: film De Avonden van Rudolf van den Berg met Thom Hoffman in hoofdrol

1991: Brieven aan mijn lijfarts
1991; schrijver leest De Avonden voor de radio voor

Op zijn zeventigste werd Reve benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

1993: Brieven van een aardappelteler

1993: Na Schiedam, Zuid-Frankrijk en het Engelse Harwich vestigde Reve zich met zijn dan al jarenlange vriend Joop Schafthuizen in in Machelen-aan-de-Leie in België, enkele kilometers onder Gent.

Hij staakt medewerking aan Algemeen Dagblad, omdat krant een interview met Frank Ligtvoet publiceert waarin die zegt dat de schrijver moeilijk te vertalen is.

1995: Op zoek
1995: Zondagmorgen zonder zorgen

1996: Reve erkent dat hij nooit in militaire dienst is geweest en dat hij dus nooit in Nederlands-Indië heeft gediend, zoals hij heeft beweerd.

1996: Het boek van violet en dood
1996: Ik bak ze bruiner

1996: Manuscript De Avonden brengt bij veiling in Haarlem 160.000 gulden (ruim 70.000 euro) op

1997: Brieven aan Matroos Vosch 1975-1992
1997: Met niks begonnen

1998: Het hijgend hert

Zijn laatste romans – Bezorgde ouders (1988), Het boek van violet en dood (1996, dat ‘alle andere boeken, behalve de bijbel en het telefoonboek, overbodig zou maken') en Het hijgend hert (1998) – staan vol orakelend ‘geoudehoer waarop Gods zegen rust'. Dat het werk toch zo boeit, heeft vooral te maken met de stilistische brille. In zijn domein van erotiek en religie, van paradoxen en ironie, snijdt Reve universele thema's aan, waarmee hij een grote diepgang bereikt. Zouteloze clichés krijgen een opwindende draai, kitsch verandert in kunst. In weinig proza wordt zo schaamteloos gezwetst en wordt desondanks zo scherp de essentie van het bestaan gevangen.

1998: Op zijn 75ste verjaardag wordt Reve bevorderd tot Commandeur van Oranje Nassau, een zeer hoge Nederlandse onderscheiding.

2001: Zalig Pasen

2001: gemeente Weert, waar Reve enige jaren heeft gewoond, koopt archiefstukken Reve

Het heeft Reve nooit aan (officiële) erkenning ontbroken. Alle literaire prijzen die ertoe doen, ontving hij, al is hem véél te laat, pas in 2001, de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend. Hij sukkelde toen al erg met zijn gezondheid. Opnieuw ging deze toekenning met veel tumult gepaard; de koning der Belgen, Albert, wenste de prijs niet uit te reiken, omdat Reves levensgezel Joop Schafthuizen was beschuldigd van ontucht met een minderjarige jongen. De prijs werd toen maar uitgereikt door een ambtenaar van de Nederlandse Taalunie. Reve's gezondheid was toen al zo zwak dat hij niet aanwezig kon zijn bij het voorlezen van het juryrapport.

2001: tentoonstelling over schrijver in Letterkundig Museum Den Haag

De Maatschappij der Nederlandse Letteren bedacht hem in 2002 met een zesde plaats in de top tien van belangrijkste Nederlandse schrijvers. Multatuli stond op één.

Na een hartoperatie takelde de schrijver geestelijk langzaam af, en was hij in vrijwel alles overgeleverd aan de zorgen én de nukken en grillen van zijn levenspartner Joop Schafthuizen.

2004: opgenomen in verpleeghuis, schrijver lijdt al enige jaren aan Ziekte van Alzheimer.

2005: publicatie 714 brieven die uitgever Geert van Oorschot en Reve tussen 1951 en 1987 wisselden

8 April, zaterdagavond om 20.45 uur, op 82-jarige leeftijd, overleed hij in het verpleeghuis St. Vincentius in het naburige Zulte. De zelfbenoemde ‘volksschrijver' Gerard Reve leed al enkele jaren aan de ziekte van Alzheimer en verbleef om die reden bijna twee jaar in het verpleeghuis in het Belgische Zulte. De laatste twee weken verslechterde zijn toestand snel. Hij at en dronk bijna niet meer en raakte enige tijd in een coma.

In een interview met de Volkskrant in 2001 zei Reve al te verwachten dat hij in Machelen zou worden begraven. ‘Niet verbrand, want dan kunnen de mensen nergens naar toe. (...) Aan de overkant staan veel huizen leeg, daar kun je ook een Gerard Reve-tempel van maken. En dan een mooi graf van namaak-marmer, dat is duur genoeg.'

Over zijn literaire onsterfelijkheid maakte Reve zich weinig illusies: „Het gekke is, dat je roem en welstand verwerft op een moment dat het je niet zo ver-schrik-ke-lijk veel meer kan schelen. Je kan dan wel de grootste schrijver van Nederland zijn, zoals sommigen beweren, maar wat dan nog! Dat is net zoiets als De Koning van de Kalverstraat. Wat blijft er uiteindelijk van over? Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan noemen ze een straat naar me. En dan ben ik helemaal vergeten.“

Reacties op het overlijden:
Joop Schafthuizen
Zijn levenspartner Joop Schafthuizen noemt het een troost dat Reve de rust heeft gekregen die zo nodig was. Vanaf half twee zaterdagmiddag was hij bij Reve. „Ik ben gebleven tot kwart voor negen toen hij stierf. De zon was net ondergegaan. Het was een heel ontroerend moment.“

Jan Wolkers
''We wisten al langer dat hij in geleende tijd leefde. Het was eerder wonderlijk dat hij nog in leven was', zei Wolkers zondag. Wolkers omschreef Reve als een ,,geniale schrijver van boeken en verhalen die onvergankelijk zijn''. ,,Hij maakte verhalen waarvan je zeker weet dat ze over 50 of 100 jaar nog worden gelezen'', stelt de 80-jarige Wolkers. ,,Ongelooflijk dat hij De Avonden schreef op zijn 23e''. De laatste jaren zagen de schrijvers elkaar niet meer. ,,Maar via anderen hoorde ik wel hoe het met hem ging''. ‘Ik hield echt van hem, en heb ook vreselijk met hem gelachen. Een tijdje hebben we bij elkaar in de buurt gewoond, aan het eind van de jaren vijftig in Amsterdam. Voor het Volkstoneel hebben we samen enkele scènes geschreven. ‘Op feestjes kon hij uit de keuken komen met zijn lul op een bordje vóór zich, een paar blaadjes sla eromheen gedrapeerd, en een beetje goedkope mosterd. Iedereen moest daar om lachen, maar niemand hapte toe. Met zo'n grap kon hij maar moeilijk stoppen. Als hij dan voor de tiende keer met die lul op dat bordje de hoek om kwam, wist je het wel. ‘Gerard Reve is een geniaal schrijver. Boeken als Werther Nieland, het verhaal De ondergang van de familie Boslowits en de grote brievenboeken uit de jaren zestig zullen altijd blijven. ‘Vanaf die tijd ben ik hem uit het oog verloren. Hij had toen vriendjes die als kleffe schoothondjes om hem heen hingen, daar hield ik niet van. In zijn werk en daarbuiten ging hij depias uithangen. Dat heb ik altijd jammer gevonden. Wel was ik blij voor hem dat hij in Joop Schafthuizen een trouwe vriend vond. Die kan niet genoeg geprezen worden, zo zorgzaam als hij al die jaren voor Reve is geweest.' ‘Een klein beetje gaat dat ook op voor zijn werk. Hij heeft sommige dingen uitgemolken. Maar om dan kleinerend over Reve te doen, zoals Mulisch vandaag op de televisie, dat is echt onzin.

Harry Mulisch
Harry Mulisch hield net als Wolkers al langere tijd rekening met het overlijden van Reve. ,,Hij was al lang niet meer onder ons als Gerard Reve'', aldus Mulisch. Reve en Mulisch waren gebrouilleerd. ,,Hij schreef lelijke dingen over mij, ik over hem''. Net als Wolkers heeft Mulisch vooral lof voor de vroegste werken van Reve.
‘Ik denk dat het snel ophoudt met de waardering voor het werk van Reve. Hij heeft in het begin zijn beste werk geschreven. Daarna werd het minder. Je kunt het beter omgekeerd hebben, dat je rottig begint en daarna beter wordt.
‘Zijn stijl is in zekere zin zijn ondergang geweest. In iedere zin moest iets grappigs staan. Over vijftien jaar is er een nieuwe generatie in Nederland, en die begrijpt dat niet meer. Het is onvertaalbaar. Het is niet voor niets dat hij in het buitenland nooit aansloeg.'
‘Bij Reve gaat het vooral om de stijl. Maar stijl moet je vergeten als je een roman leest. Zijn belang ligt, denk ik, vooral bij buiten-literaire zaken, de taboes die hij doorbrak, zoals rond homoseksualiteit en religie.
‘Nee, concurrentie is er niet geweest tussen ons. Wel ben ik op een gegeven moment gebrouilleerd met hem geraakt. Hij heeft lelijke dingen over mij geschreven in De Taal der Liefde. Toen heb ik een pamflet tegen hem geschreven: Het Ironische van de Ironie. Omdat iedereen denkt dat hij ironisch is, kon Reve dingen zeggen over Surinamers die terug moeten op hun Takkie-Takkie- stoomboot. Maar ik voelde dat het geen ironie was: hij dúrfde zich niet racistisch uit te laten. Hij bedacht daarom deze truc.
‘Reve heeft allemaal bewonderaars en volgelingen, om hem heen, die alles van hem op veilingen kopen. Het is een sekte, rond Reve, en die zal uitsterven. Nee, zelf was hij geen navolger. Dat moet je hem nageven: hij was helemaal zichzelf.'

Bert de Groot:
Bert de Groot, de afgelopen 32 jaar de uitgever van Gerard Reve, heeft gemengde gevoelens bij de dood van de schrijver. ,Het is droevig dat zo'n groot schrijver, die eigenlijk al vier jaar niet meer bij ons was, het tijdelijke voor het eeuwige heeft verwisseld', zei De Groot zondag. ,,Aan de andere kant ben ik erg blij dat het nu gebeurd is. De afgelopen jaren waren een ongelooflijke martelgang voor Gerard, met zijn alzheimer en dementie.'' Volgens De Groot was Reve al anderhalf jaar niet meer aanspreekbaar. De uitgever schat dat er van Reve's literaire werk zo'n anderhalf tot twee miljoen exemplaren zijn verkocht in de Nederlandse taal. ,,Zijn werk behoort tot het beste wat de Europese literatuur in de vorige eeuw heeft voortgebracht'', meent De Groot. Boeken als De Avonden en De vierde man zijn in meerdere talen uitgebracht en kregen volgens de uitgever ook in het buitenland zeer positieve kritieken. ,,De Avonden is nog steeds in het Frans verkrijgbaar''.

Van Manen
„We zullen levenslang met hem verbonden blijven. We hebben een langdurige en intensieve relatie met Gerard gehad. Hij heeft heel veel voor ons betekend. Hij heeft ons sterk gemaakt, geleerd om voor onze principes op te komen. Over onze lippen komt geen onvertogen woord over Gerard“
Van Manen ervaart de dood van Reve als de dood van een ouder. Hij rekent niet op een uitnodiging voor de begrafenis in het Belgische Machelen. „Ik denk dat Joop Schafthuizen ons schaamteloos passeert en dat we niet worden uitgenodigd. Al vinden we dat we daar bij zouden moeten zijn.“ Het botert niet tussen Teigetje en Woelrat enerzijds en Reves laatste levenspartner Joop Schafthuizen anderzijds. Volgens Van Manen heeft Schafthuizen hen altijd als rivalen gezien. „Over ons heeft Gerard in verschillende boeken erg mooi geschreven. Bezorgde ouders is een hommage aan Teigetje. En ook De taal der liefde en Lieve jongens gaan over ons. Die boeken zien wij als de afsluiting van zijn periode met ons. Als een monument voor Teigetje en Woelrat. Schafthuizen hoopte dat Gerard ook nog eens zo prachtig over hem zou schrijven. Dat is niet gebeurd en dat heeft hem denk ik behoorlijk gefrustreerd.“
Dat het tweetal al jaren nauwelijks contact meer had met Reve, komt volgens Van Manen uitsluitend door Schafthuizen. ,,Hij schermde Gerard voor alles en iedereen af. Wel heeft Gerard ons nog een paar keer een brief gestuurd. De laatste drie jaar geleden. Daarin schreef hij nog dat hij voorlopig niet van plan was dood te gaan.“

Nop Maas, biograaf Gerard Reve: ‘Ik heb bij mijn onderzoek honderden, zo niet duizenden brieven van lezers onder ogen gekregen: het bleek dat hij wist – vooral met brievenboeken als Op weg naar het einde – mensen zó te raken, dat ze dachten een persoonlijke band te hebben. Misschien verklaart dat ook waarom van Reve zoveel geveild en verzameld wordt: als je de schrijver die je zo raakt niet lijfelijk kunt aanraken, kun je altijd nog iets tastbaars van hem kopen op een veiling.
‘Of hij alweer snel vergeten wordt, zoals Mulisch zegt? Ik zie Reve niet snel vergeten worden. Vaak is het maar één werk dat overblijft, zoals de Max Havelaar van Multatuli. Bij Reve ligt het voor de hand dat dat De Avonden wordt: een ijzersterk debuut, waar hij zijn leven lang last van heeft gehad. Want het is niet zo dat het werk daarna minder werd – zoals wel wordt gezegd. Je kan zijn werk indelen in drie periodes: de vroege realistische romans; de reisboeken, wat je de echte bekentenisliteratuur kan noemen; en de latere romans, zoals Bezorgde ouders, die afstandelijker zijn.
‘Hij wist van het begin af aan de televisie te gebruiken. Hij was een knappe man, hij plakte goed op het medium. In 1961 heeft hij al de wereld verbaasd door te zeggen dat Mulisch op zijn sodemieter moest krijgen. Maar ik denk niet dat hij alleen maar een poseur was, dat het hem alleen maar om de ironie ging. Als hij in zijn woonplaats Machelen naar de kerk ging, terwijl niemand keek, was hij zeker serieus. Zijn ironie moet je beschouwen als een levenshouding.; een manier om de chaos van de werkelijkheid vorm te geven. Ironie maakte het hem mogelijk om over dingen te spreken.'

Robbert Ammerlaan, uitgever De Bezige Bij: ‘Als uitgever van Reve heb ik vele malen contact met hem gehad, maar aan nieuw werk hebben we in 2003 alleen zijn brieven aan Bram Peper uitgebracht. Helaas heeft zijn gezondheid niet méér toegelaten. Maar Reve bleef een leverancier van schitterende zinnen.
‘Ik herinner me die middag dat hij achter in de tuin zat van zijn huis in Machelen, en met een ernstig gezicht naar het tuinhuisje blikte. Op gedragen toon sprak hij toen de woorden: ‘‘Daar is Maria nu al drie keer aan mij verschenen.'' Waarna hij even pauzeerde. En toen: ‘‘En gratis.''
‘Vanaf 2000 mag ik me, in alle bescheidenheid, zijn uitgever noemen. Een grote eer. Gerard Reve heeft ons aan de literatuur gebracht en aan het lezen geholpen. Nader Tot U, De Taal der Liefde, Lieve Jongens, en zijn gedichten: onvergetelijke ervaringen. Zijn stijl – die combinatie van ernst en humor, soms binnen één en dezelfde formulering – is zo onnavolgbaar, dat Reve ook welhaast onvertaalbaar lijkt te zijn. In het buitenland is zijn werk nooit aangeslagen. Ik loop op dit moment door Parijs, en hier kent helaas niemand hem.
‘Je kunt zeggen dat Reve in 2000 terugkeerde naar het oude nest, want in 1947 is zijn debuut De Avonden al bij De Bezige Bij verschenen. Daarna heeft hij vele andere uitgevers gehad. We zullen zijn werk blijven herdrukken.'

Herm Pol, bedrijfsleider boekhandel Athenaeum in Amsterdam: ‘Of Gerard Reve nog wordt gelezen? Hij wordt nog goed verkocht, zij het niet meer in dezelfde mate als tien jaar geleden. Gerard Reve is, om de een na laatste zin van De Avonden te parafraseren, – waarvan te vaak wordt gezegd dat het de laatste is –, niet onopgemerkt gebleven.
‘Ook de boekjes óver hem die de laatste jaren zijn verschenen, doen het goed. En de cd van zijn optredens: Reve had immers een heel ritueel om zich heen hangen; hij wist zichzelf goed uit te baten. Ik weet zeker dat hij niet vergeten wordt.'

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans zei dat Reve een van zijn grote idolen was. „Ik heb zijn hele oeuvre gelezen. Hij behoort tot de grootste figuren van de naoorlogse literatuur.“

Zwagerman
"Zijn naam behoort beslist in het hoogste echelon genoemd te worden", aldus Zwagerman. Toch is hij bang dat de auteur slechts om zijn debuutroman "De Avonden" herinnerd zal worden. "Niemand zal ontkennen dat Reve tot de hoogtepunten behoorde van de naoorlogse Nederlandse literatuur, maar of hij een veelgelezen auteur zal blijven?". De generatie van begin twintig haakt niet onmiddellijk aan bij Gerard Reve, vreest de schrijver, die Reve's brievenboeken uit de jaren zestig, "Nader tot u" en "Op weg naar het einde" als zijn lijfboeken bestempelt.

Abdelkader Benali, schrijver: ‘Ik heb op de middelbare school wel eens geprobeerd Reves stijl te imiteren: dat bleek heel makkelijk te gaan. Maar ik heb er zelf niets mee; hij heeft ook geen invloed op mijn werk gehad. Van De Avonden heb ik genoten, de vroege brievenromans vond ik ontroerend, maar daarna hield het voor mij op. Ik heb een paar jaar geleden Het boek van violet en de dood gekocht, het boek dat zelfs het telefoonboek overbodig moest maken. Het is voor het eerst dat ik in een literaire hype ben getrapt: het was een slecht boek.
‘Die grappen over die ezeltjes, die hebben nu een enorme baard gekregen. Kijk, als er nu een islamitische Gerard Reve op zou staan, zou het weer dezelfde heibel opleveren. Hij kon als geen ander meerdere lagen tegelijk aanboren: zowel godslasteren als zeggen dat kunst religie is. Hij kon afstand nemen én omarmen. Dat zie je maar heel erg weinig onder Nederlandse schrijvers, en daar waardeer ik hem zeer om.'

Hella Haasse, schrijfster: ‘In de tijd dat De Avonden verscheen, publiceerde ik zelf ook al. Ik vond dat zijn opinies getuigden van een gezond verstand. Maar ik heb alleen iets met zijn vroege werk. De ondergang van de familie Boslowits, Werther Nieland. Ik vind dat schitterende verhalen, die op een indirecte manier vertellen wat mensen in die tijd bezighield. Ook het brievenboek Op weg naar het einde had dat nog. Mijn respect voor dat werk staat als een huis.
‘Met zijn latere werk had ik geen contact meer. Het is een wereld waarin ik me niet meer kan verplaatsen. Het lijkt in zijn latere werk of hij afstand heeft genomen van alles. Ironie, zegt u? Ik ervaar het als scherpe, bittere spot.
‘Er zal een tijd zijn geweest dat hij daar zelf veel plezier van had. Hij was een voortreffelijke komediant, die die spot gebruikte als wapen. Het was een wapen tegen het heersende klimaat in Nederland, waar hij buitengewoon kritisch tegenover stond.'
‘Nee, zelf ben ik nooit door hem aangevallen geweest. Ik kende hem ook niet, ik heb hem maar een paar keer ontmoet. Ik zou ook niet weten of hij mijn werk wel kende.'

A.F.Th. van der Heijden, schrijver: ‘Niet onverwacht, toch triest om te horen dat Gerard Reve is gestorven. Alsof er een sleutel definitief wordt omgedraaid. ‘Eigenlijk zou de grafsteen van een schrijver die door dementie zijn instrument is kwijtgeraakt, drie data moeten bevatten: behalve de geboorte– en sterfdatum ook de dag dat de Umnachtung is begonnen. Want op die dag is het schrijverschap al geëindigd.
‘De openbaring was voor mij Lieve Jongens uit 1973, het eerste boek dat ik van hem las: niemand schreef toen zo. Ik las meteen alles van hem, herlas hem, dweepte met hem, volgde hem na. En in 1975 kwam de omslag, met Een Circusjongen: dat bevat zijn allermooiste proza, maar het eindigt in kitsch. Daarna heeft hij het oude niveau niet meer gehaald, al zal ik Reve daarom nooit afvallen. Als je De Avonden, Werther Nieland, Op Weg Naar Het Einde, Nader tot U en de novelle “Gossamer” op je naam hebt, dan is dat al een uitzonderlijk oeuvre.
‘Een chronologische uitgave van zijn mooie brieven zou ik graag tegemoet zien, al heb ik een lichte huiver voor de vele overlappingen die zo'n rangschikking onvermijdelijk aan het licht brengt.
‘Eén keer heb ik hem ontmoet, toen we in september 1986 allebei moesten voorlezen tijdens een festival in Leuven. Op een achterafterrein met draglines en puinhopen zat Gerard Reve, en keek uit over dat desolate terrein. Toen ik hem dicht genaderd was, zei hij zonder op of om te kijken: ‘‘Ach ja, ik heb altijd werkkamers op het noorden gehad, met dit soort uitzicht. Dat is, gek genoeg, het meest inspirerend.''
‘In mijn roman Advocaat van de hanen uit 1990 heb ik een soort pastiche op Reve geschreven, met een verwijzing naar het beroemde ezel-proces. Naar mij is verteld, heeft Reve dat gelezen. Op een avond nam hij het boek mee naar boven, om de volgende ochtend later dan gebruikelijk op te staan. En, werd hem toen gevraagd, heb je Van der Heijden gelezen? Waarop hij bevestigend knikte en zei: ‘‘De man is zwaar beïnvloed door mij.'''

Peter van Bergen
,,Ach, je gaat dood of je blijft leven, het zit altijd goed'', zo citeert Reve-verzamelaar en vriend Peter van Bergen de overleden schrijver. Met Reves dood heeft Van Bergen vrede, omdat de auteur altijd vrij over het onderwerp heeft gesproken. ,,Hij heeft zelf nooit angst voor de dood gehad'', aldus Van Bergen zondag. ,,Vanuit die gedachte kan er vrede mee hebben, al is hij dan als vriend niet meer in dit leven, zoals Reve het zelf zou zeggen.''

K. Koppe
,,Reve was vooral een heel warm mens, gesteld op gezelligheid''. Dat zegt fotograaf K. Koppe, die honderden foto's van de schrijver heeft gemaakt. Reve was gesteld op foto's en wilde graag goede foto's. Hij maakte het de fotograaf dan ook graag naar de zin, aldus Koppe. Reve was iemand die wars van iedere mode was, en altijd, politiek correct of niet, zijn mening gaf. ,,Als hij iemand een sukkel vond, zei hij dat ook''.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 41.