kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Gerrit Komrij

De in Portugal residerende Gerrit Komrij is naast Dichter des Vaderlands 2000-2004 prozaïst, criticus, polemist, essayist, vertaler, toneelschrijver en bloemlezer.

Gerrit (jan) Komrij werd geboren op 30 Maart 1944 te Winterswijk, in een kippenhok, waar zijn ouders tijdens een luchtaanval een goed heenkomen hadden gezocht.

Gerrit Komrij groeide op in een socialistisch gezin. Hij ging in Winterswijk naar de openbare lagere school en meldde zich in 1956 bij de plaatselijke HBS. Bij zijn medeleerlingen viel hij niet op, maar bij de leraren des te meer. Hij werd gestimuleerd om over te stappen naar het gymnasium, daarvoor moest hij in een zomervakantie wel twee jaar Latijn en Grieks inhalen. Hij schreef teksten voor het schoolcabaret en in de schoolkrant stukjes waarin hij leerlingen en leraren op de hak nam. Het was duidelijk dat zijn toekomst in het schrijven lag.

Een jaar voor het eindexamen stapte hij over naar het gymnasium, Hier haalde hij in 1962 zijn diploma.

Gerrit Komrij vertrok naar Amsterdam om vanaf 1963 Algemene Literatuurwetenschap in Amsterdam te studeren maar eigenlijk 'om de zonde'.

De artistieke houding van Komrij wordt bepaald door zijn homoseksualiteit. Hij trekt zelf al jong de conclusie dat hij daardoor overal buiten zal staan.: 'De grote schok was voor mij dat er heteroseksuelen bestonden.' (HP/De Tijd, 1997) Maar ook: 'Jarenlang dacht ik dat ik de enige homoseksueel op aarde was.' (NRC Handelsblad, 1978). Na een wat stroeve start, waarbij Komrij urenlang postte voor een café waar uiteindelijk slechts twee dronken zeelieden met dito vrouwen naar buiten rolden, stortte Komrij zich met het gewenste 'zondige' resultaat in het nachtleven.

1965 - Hij stopte met zijn studie en werd vertaler uit het Nieuwgrieks, Latijn, Engels, Duits en Frans. Opeens was hij verdwenen naar Griekenland. Komrij woonde twee jaar op Kreta en hield zich in leven met het geven van taallessen.

Na twee jaar keerde hij terug in Amsterdam en in 1967 ging hij samenwonen met Charles Hofman, die nog altijd zijn levensgezel is. Hij werd opgemerkt door Theo Sontrop, die hem binnenbracht bij De Arbeiderspers, waar hij zijn eerste gedichten inleverde, maar ook redactie- en vertaalwerk kreeg toegeschoven. Omdat de eerste oplage van Maagdenburgse halve bollen onder de snijmachine verminkt raakte, was de vertaling van Pausin Johanna, een boek van de Nieuw-Griekse auteur Emanuel Rohidis, het eerste dat van Komrij verscheen. Er zouden nog talloze vertalingen volgen. Broodwerk, heeft Komrij altijd benadrukt.

'Het is een schandaal dat hij nooit de Nijhoff-prijs voor zijn vertalingen heeft gekregen', zegt Martin Ros, destijds hoofdredacteur van de Arbeiderspers. 'Hij vertaalde uit alle talen, tot het Latijn en Grieks toe.'

Gerrit Komrij debuteerde in 1968 met de gedichtenbundel 'Maagdenburger halve bollen en andere gedichten'.

1969 - Ros en Komrij ontfermden zich samen over het kwakkelende tijdschrift Maatstaf. Daar ontmoette hij ook Koen Koch weer, en Mensje van Keulen.

Gerrit Komrij is sinds 1969 bevriend met Hans Warren en komt daardoor ook in Warrens delen 'Geheim Dagboek' voor. Komrij is hier niet blij mee: 'Aangenaam is anders. Zoiets is onvermijdelijk als je vrienden krijgt die ook een pen vasthouden. Twintig jaar lang houd je je kiezen op elkaar, en dan gaat een ander het vertellen.'

De poëzieprijs van Amsterdam 1970 voor 'Alle vlees is als gras of het knekelhuis op de dodenakker'.

Komrij heeft zich steeds vooral als dichter beschouwd - en het maken van literaire kritieken. Hij begon in Vrij Nederland een serie polemische boekbesprekingen die de literatuurkritiek wakker schudden. Hoewel, boekbesprekingen? Echte recensies waren zijn polemieken niet. Criticus zijn vond hij 'niet meer dan het zich tegen een vorstelijke beloning vrolijk maken ten koste van anderen'.

Cestoda-prijs 1975 voor het moeiteloos beoefenen van de Nederlandse taal in al haar genres.

Voor het grote publiek werd Komrij definitief bekend toen hij in 1976 optrad als televisiecriticus voor NRC Handelsblad. Het resultaat was een jaar van boze programmamakers en de uitvinding van een woord dat inmiddels in de Van Dale staat: treurbuis. En hij schreef door: in Vrij Nederland publiceerde hij als feuilleton de autobiografie Verwoest Arcadië en in deze krant begon hij een wekelijkse, venijnige, column.

Busken Huet-prijs 1979 voor 'Papieren tijgers'.

In 1979 publiceerde Komrij (1944) zijn bloemlezing 'De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten'. 'Het boek riep - uitzonderlijk in de Nederlandse situatie - een discussie op over de literaire traditie', 'Komrij toonde een voorkeur voor het speelse, ironische vers. Hij had weinig waardering voor de navolgers van de Vijftigers, maar wist daarentegen uit de negentiende eeuw talloze interessante gedichten te halen die ook de kenners waren ontgaan. Zo werd die als 'stichtelijk en saai' te boek staande tijd op slag een ten onrechte verwaarloosde periode.'

De gedichtenbundel 'Onherstelbaar verbeterd' (1981) bevat parodieën op bekende Nederlandse gedichten.

Herman Gorter-prijs 1982 voor 'De os op de klokketoren'.

Kluwer-prijs 1983 voor de wijze waarop hij in zijn hele werk met de Nederlandse taal omgaat.

Gerrit Komrij woont sinds 1984 met (de graficus) Charles Hofman in Vila Pouca de Beira, een klein dorpje in Portugal, zo'n 70 kilometer van Coimbra.

In 1991 schreef Gerrit Komrij voor de tweede keer een pastiche op Hendrik Marsmans 'Herinnering aan Holland'. Hij deed dit onder het pseudoniem Mr. Pennewip. Komrij gebruikte ook de pseudoniemen Gerrit Andriesse, Joris Paridon en Griet Rijmrok. Ik rijm erg rot is een anagram van Gerrit Komrij

P.C. Hooft-prijs 1993 voor beschouwend proza voor zijn gehele oeuvre.

Sinds jaren schrijft Komrij voor het dagblad NRC een wekelijkse bijdrage over doorgaans in de vergetelheid geraakte gedichten. Onder de titel 'In liefde bloeyende' verschenen honderd van deze besprekingen in boekvorm in 1998. In 2002 verscheen het vervolg: 'Trou moet blycken, of opnieuw: In liefde bloeyende'.

Gouden Uil 1999 voor 'In liefde bloeyende'.

Gerrit Komrij publiceerde in 1999 een bloemlezing van Zuid-Afrikaanse gedichten, getiteld, 'De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten'.

In 1999 werd op elke maandag een sonnet van hem op de voorpagina van het 'Algemeen Dagblad' afgedrukt.

Gerrit Komrij werd t.g.v. de eerste Landelijke Gedichtendag op 27 januari 2000 gekozen tot 'Dichter des Vaderlands'.Als 'Dichter des vaderlands' schreef Komrij o.a. een gedicht over Srebrenica.

Gerrit Komrij ontving op 8 februari 2000 een eredoctoraat aan de universiteit van Leiden.
Gerrit Komrij is actief als dichter, romancier, bloemlezer, vertaler en eassayist. Met zijn essays heeft hij altijd de meeste aandacht getrokken. Poëzie is voor Gerrit Komrij maakwerk, waar geen inspiratie aan te pas komt. In zijn poëzie is de maskerade, het spiegelefect en de omkering kenmerkend.

zie ook:
bi(bli)ografie
NRC: De poëtische tegendraadsheid van Gerrit Komrij


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 3.

Tweets by kunstbus