kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Gerrit Kouwenaar

Dichter en romancier, geboren: 9 augustus 1923 te Amsterdam. Kouwenaar wordt gerekend tot de Vijftigers, hij ontving talloze prijzen.
Genres: Poëzie, roman, proza, novelle

Gerrit Kouwenaar werd geboren als zoon van Jeltje Bloksma en David Kouwenaar. Zijn vader was een bekend journalist. ‘Wij hadden zeven kranten in huis. Dat vormt toch een basis waarop je steunt, al besef je dat pas later.'

Kouwenaar groeit dankzij de relaties van zijn vader op in een artistiek milieu. Vooral het vakantiehuis van het gezin blijkt een populaire verzamelplaats voor journalisten en kunstenaars als A. Roland Holst.

Kouwenaar volgde het Amsterdams Lyceum en na verhuizing in 1940 van het gezin naar Bergen (N.H.) de HBS in Alkmaar.

In 1940 verhuist hij met zijn broer, de kunstenaar David H.C. Kouwenaar naar Amsterdam.

‘Ik was zestien, zeventien toen het oorlog werd. En dan is het gezin waaruit je komt toch niet het enige wat je vormt. De Tweede Wereldoorlog is buitengewoon geschikt geweest om verder te leren kijken dan je familieverband. Er is toen zeker politiek engagement bij mij ontstaan. Die oorlog heeft ontzettend veel teweeg gebracht. Het was een reddeloze, radeloze tijd.'

1941 Stopt met zijn opleiding aan de HBS te Alkmaar
1941 Publiceert in eigen beheer gedichten (Vroege voorjaarsdag)

In 1943 wordt hij gearresteerd omwille van zijn medewerking aan het illegale tijdschrift Lichting en moet hij zes maanden in de cel. Na zijn gevangenisstraf duikt hij onder en publiceert onder het pseudoniem Gerard Q. Bleijenburgh in het illegale tijdschrift Parade.

1944 Publiceert spotverzen in het illegale blad Parade der Profeten

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verhuisde Kouwenaar met zijn ouders en broer David naar Baarn. Met zijn broer vertrok hij spoedig weer naar zijn geboorteplaats, waar hij is blijven wonen, al brengt hij sinds jaren ook de zomers door in Zuid-Frankrijk.

Van 1945 – 1950 werkte hij op de kunstredactie van De waarheid.

Zijn officiële debuut dateert uit 1946 met de novellenbundel Uren en sigaretten.

Samen met Lucebert en Jan Elburg treedt hij in 1948, dankzij zijn contacten met de schilder Constant Nieuwenhuys, toe tot de Experimentele Groep Holland die later deel uitmaakt van de internationale Cobrabeweging. Hij begint hierna te publiceren in Cobra en Reflex, hét experimentele tijdschrijft van die tijd.

De rode draad die door Kouwenaars oeuvre loopt, is de aandacht voor de relatie tussen kunst (poëzie) en werkelijkheid, een relatie die menig kunstenaar interesseert, maar die bij de jonge Kouwenaar een aparte belichting krijgt.

Deze belangstelling komt voort uit zijn politieke denkbeelden in de vroege jaren vijftig. Hij is dan de marxistische overtuiging toegedaan dat de kunst de werkelijkheid dient te weerspiegelen zonder daarmee het imitatie-principe in huis te halen. Veranderingen in de maatschappij hebben hun repercussies in de kunst, als het goed is. En voor de Vijftiger Kouwenaar is de experimentele poëzie de goede poëzie omdat zij aansluit bij de belangrijkste veranderingen in het maatschappelijke bestel: de overgang van een kapitalistische naar een socialistische maatschappijstructuur. Poëzie die zich afwendt van de realiteit afwendt, vindt Kouwenaar, blijft steken in een verwerpelijk anecdotisme en sterft de artistieke dood.

Van meet af aan speelt ook de thematiek van geweld, oorlog en dood een belangrijke rol. In zijn latere werk, echter, staat alles in het teken van het probleem van de taal, van de relatie tussen de woorden en de dingen. De mogelijkheden en het falen van de poëzie worden tot onderwerpen in de gedichten. Uitgaande van de overtuiging dat taal en realiteit gescheiden categorieën zijn (het woord 'water' is niet nat), heeft Kouwenaar in dezen een paradoxale houding (die vergelijkbaar is met Nijhoffs taalopvatting): enerzijds kan met en in de taal iets opgeroepen worden dat in werkelijkheid niet bestaat, maar de keerzijde daarvan is anderzijds dat het gecreëerde nooit echt 'stof' wordt.

De (suggestie van) spontaneïteit die de Vijftiger-poëzie kenmerkte, gaat bij de latere Kouwenaar overboord. Daarvoor in de plaats komt een uiterst doordacht maken, met als resultaat een poëzie waarin elk woord gewikt is.

In 1953 verschijnen zijn eerste experimentele gedichten onder redactie van Ad den Besten in De Windroos-reeks onder de naam Achter een woord. Aan het begin van de jaren vijftig verschijnen er van zijn hand ook een aantal boeken onder het pseudoniem Jan Helder.

1949 Debuteert als vertaler
1950 Werkt als redacteur bij Podium, is freelance medewerker voor Vrij Nederland en publiceert eerste roman (Negentien-nu)

1951 Publiceert biografie onder pseudoniem Jan Helder (Pieter Dourlein)

Kouwenaar wordt sinds de jaren vijftig tot de belangrijkste dichters uit het Nederlandse taalgebied gerekend. Hij debuteerde in 1953 met zijn eerste experimentele dichtbundel (Achter een woord)

1955 Stelt de bloemlezing Vijf 5 tigers samen. Zijn inleiding op de bloemlezing Vijf 5-tigers zorgde ervoor dat hij lange tijd met die stroming werd geassocieerd, maar de laatste decennia wordt zijn poëtisch werk vooral vanwege het volstrekt eigen idioom en de authentieke syntaxis geroemd.

1958 Ontvangt Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (De mensen zijn geen goden)
1960 Werkt als recensent beeldende kunst voor Het Vrije Volk
1961 Weigert Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (Zou een hand)
1962 Ontvangt Jan Campertprijs (De stem op de 3e etage), schrijft samen met A. Alberts het filmscenario over Wilhelmina (Wederzijds)
1963 Ontvangt Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (Zonder namen)
1964 Publiceert verzameling gedichten (Sint Helena komt later: gedichten 1948-1958)
1967 Ontvangt Henriëtte Roland Holstprijs, schrijft filmscenario (Rotterdam Europoort)

Kouwenaar heeft een groot aantal vertalingen op zijn naam staan van toneelstukken van onder anderen Brecht, Goethe, Schiller, Weiss, Sartre en Dürrenmatt. In 1967 kreeg hij voor zijn vertaalwerk de Martinus Nijhoffprijs.

1970 Schrijft de tekst voor de film De Snelheid: 40-70

1971 Ontvangt P.C. Hooft-prijs
1972 Treedt toe tot de redactie van De Gids
1982 Publiceert verzamelde gedichten (Gedichten 1948-1978)

1989 Ontvangt Prijs der Nederlandse Letteren

Kijk, het heeft gewaaid (1993, poëzie)
de tijd staat open (1996, poëzie)

1997 Ontvangt VSB-poëzieprijs (De tijd staat open)

1998 Publiceert vervolg op verzamelde gedichten (Helder maar grijzer: gedichten 1978-1996)
een glas om te breken (1998, poëzie)

2002 Publiceert Totaal witte kamer, met gedichten naar aanleiding van de dood van zijn vrouw Paula

2003 Krijgt een aparte vermelding van de jury van de VSB-poëzieprijs (Totaal witte kamer), tv-documentaire naar aanleiding van Kouwenaar's bundel Totaal witte kamer

Relevante verwijzingen: DBNL - Bi(bli)ografie, Gerrit_Komrij over Gerrit Kouwenaar


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1253.

Tweets by kunstbus