kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

H.C. Poot

Noordnederlandse dichter (Abtswoude 23.1.1689 - Delft 31.12.1733).

Hubert Korneliszoon Poot stamt uit een boerenfamilie in Abtswoude en heeft zelf jarenlang het ouderlijke land beploegd en het vee verzorgd. Hoewel zijn ouders zijn talent voor muziek, tekenen en later de literatuur naar hun vermogen hebben gesteund, heeft hij zich grotendeels op eigen kracht moeten ontwikkelen tot de dichter die hij is geworden.

Hubert Poot schreef een groot aantal gelegenheidsgedichten die onmiskenbare kwaliteit hebben. Behalve naar zijn natuurgedichten, waaruit een voor zijn tijd opmerkelijke gevoeligheid spreekt, gaat tegenwoordig de aandacht vooral uit naar de drie speelse, erotisch getinte, mythologische minnedichten afkomstig uit zijn 'Mengeldichten': Mars en Venus’ beddepraet, De verliefde Venus en De maen by Endymion.

Werk:
Mengeldichten (1716)
Akkerleven (1720)
Gedichten (3 delen 1722–1735).

Als landbouwer werkzaam tot 1723, toen hij, verleid door het succes van zijn eerste bundel Mengeldichten (waarvoor hij met moeite een uitgever had gevonden) zijn heil ging zoeken in Delft. Keerde na korte tijd ontgoocheld terug naar het land om er voortaan van zijn pen te leven, maar vestigde zich na zijn huwelijk in 1732 opnieuw te Delft, waar hij na een jaar aan een nierziekte overleed.

De Schoolmeester schreef een kort en puntig grafschrift voor hem:
Hier ligt Poot,
Hij is dood.

Het traditioneel-idyllische, reeds tot de verbeelding van zijn tijdgenoten sprekende beeld van de dichter-achter-de-ploeg, bucolische vreugden bezingend, beantwoordde kwalijk aan deze in wezen tragische persoonlijkheid. Autodidact, gevormd in de school der dorpsrederijkerij (in het nabije Schipluiden), zich vooral spiegelend aan de retoriek van Antonides van der Goes - zij het later ook aan Hooft en Vondel -, volgt Poot de classicistisch-mythologische stijlmode van zijn tijd. Ook als mens kenmerkte hem een zekere aarzeling, wat hem zijn toevlucht deed zoeken in weemoedige dromerijen.

Poots poëzie is van ongelijke waarde: authentiek gevoel en modieuze onnatuur wisselen elkaar af. Mengeldichten, stof uit de bijbel, vooral gelegenheidsverzen, door mythologische opsmuk overladen, vormen de hoofdschotel. Daartussen echter vallen bekoorlijke minnezangen op (hoofdzakelijk van voor 1716), eerder door verbeelding dan door ervaring geïnspireerd, en vooral ook enkele natuurgedichten, waaruit een zeer persoonlijke beleving spreekt. Op grond van dergelijke gedichten hebben sommigen in hem wel een voorloper van de preromantiek willen zien. In elk geval heeft hij in een klein aantal zeer fraaie gedichten getoond zich niet aan te sluiten bij de verstikkende classicistische eenheidsstijl van de stadscultuur van zijn tijd.

Om den brode bezorgde Poot uitgaven van andere dichters (Moonen, Zeeus, Oudaen) en leverde verder een bewerking van de in 1644 door D.P. Pers vertaalde Iconologia van Cesare Ripa tot Het groot natuur- en zedekundigh werelttoneel (3 dln., 1743-1750).

Websites: www.dbnl.org, www.18e-eeuw.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1496.