kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Hadewych

Hadewijch

Hadewijch is een Nederlandstalig schrijfster uit de 13e eeuw. Over de Zuidnederlandse mystieke dichteres Hadewijch werd geen enkele biografische informatie overgeleverd. We kennen Hadewijch alleen door haar eigen werken. Ook de veronderstellingen over haar leven gaan uitsluitend terug op deze geschriften. Uit haar werk en uit de invloed, die het heeft uitgeoefend, blijkt dat zij in Brabant leefde en optrad in een eigen, vrije kring van gelijkgestemden.

1200 Hadewijch geboren in de provincie Brabant
1240 Leidt een groep van begijnen in Brabant, waarschijnlijk in de buurt van Antwerpen; Rond deze tijd schrijft Hadewijch haar gedichten, brieven en visioenen; Later verhuist ze naar de omgeving van Brussel
±1250 Hadewijch overlijdt

Brieven
Een bundeling van 31 van Hadewijchs brieven is in verschillende manuscripten overgeleverd. Het betreft zonder twijfel een bewust geredigeerde verzameling. Dit wil niet zeggen dat deze verzameling niet zou teruggaan op werkelijk door Hadewijch afzonderlijk verstuurde brieven (er is te veel petite histoire om als loutere traktaten beschouwd te kunnen worden), maar het samenvoegen van deze (excerpten van) brieven gebeurde beslist door een redacteur. Daarbij is het niet erg waarschijnlijk dat een chronologische ordening als leidraad gold. De verzameling vermeldt namelijk geen enkele datum: pogingen om deze brieven een datering of chronologische orde te geven blijven afhankelijk van al dan niet stevig te onderbouwen veronderstellingen en van literaire interpretatie.

Van enkele brieven kan men met zekerheid stellen dat ze niet in hun geheel in de verzameling opgenomen werden, van sommige brieven ontbreekt bijvoorbeeld de aanhef. De brieven schijnen aan meer dan één persoon gericht te zijn. Slechts in een enkel geval wordt een geadresseerde bij name genoemd. Toch wordt het algemeen verband snel duidelijk: de geadresseerden zijn waarschijnlijk allen vrouwen, die op dezelfde manier als Hadewijch religieuze diepgang in hun leven zoeken, alsook het beoefenen van de liefde voor de naaste in allerlei praktische werken.

Eén ordeningsprincipe van de verzameling schijnt alvast te zijn dat meer theoretisch-mystieke traktaten afgewisseld worden met kortere, directe brieven met praktische raadgevingen, vriendschapsbetuigingen, overbrengen van groeten, enzovoort. De traktaten die zich niet eenvoudig laten lezen, worden naar het einde van de bundel ook steeds gedetailleerder waarbij regelmatig eerdere thema's breder uitgewerkt worden. De gedachten nemen een steeds hogere vlucht. Aangezien hieruit blijkt dat de samenvoeging van de briefuittreksels minstens door een zeer geïnspireerde hand gebeurde, heeft Hadewijch hierin wellicht zelf de hand gehad.

Enkele thema's uit de Brieven:
- In de eeuw voor Hadewijch tekende zich een tegenstelling af tussen een rationalistische benadering van de theologie (onder andere Pierre Abélard) en een meer gevoelsmatige (onder andere Bernardus van Clairvaux). Voor Hadewijch schijnt het er op neer te komen dat de rede (de rationaliteit) en de minne (de liefde) elkaar op een punt ontmoeten, namelijk waar de liefde zich uit in praktische werken. Op dit punt begint bij Hadewijch de mystieke ervaring.
- Hoe men zijn innerlijke sterkte bewaart in tijden van tegenslag en vervolging.

16 mengeldichten
Van de Berijmde brieven, ook Rijmbrieven of Mengeldichten genoemd, worden alleen de eerste zestien als onbetwistbaar van Hadewijchs hand beschouwd. De Berijmde brieven hernemen vooral thema's uit de Brieven, maar dan in een eenvoudiger, schematischer vorm. De berijmde brieven hebben ook weinig van de complexe versschema's van de Strofische gedichten. Het lijkt er op dat ze geschreven werden voor tijdgenoten om in een eenvoudig te memoriseren "formaat" met de essentie van wat Hadewijch te vertellen had vertrouwd te raken. Eén gedicht, het vijftiende, heeft wel de vorm van een 'echt' gedicht.

45 Strofische gedichten
De Strofische gedichten zijn enorm schatplichtig aan de middeleeuwse minneliederen (chansons) zoals deze door troubadours in heel Europa verspreid raakten, als uitdrukkingsmiddel bij uitstek van de hoofse liefde. Naar uiterlijke kenmerken gaat dat onder meer over de typische inleiding met een natuurthema, het centrale thema van de (haast altijd onvervulde) liefde, de slotstrofe met de "moraal van het verhaal" en/of opdracht, en soortgelijke kenmerken.
Waar de traditionele chansons doorgaans geschreven werden vanuit het standpunt van een ridder die smacht naar een of andere edele vrouw, liggen de rollen bij Hadewijch totaal anders: De geliefde waarnaar gesmacht wordt is de Minne, God in een min of meer menselijke gedaante, met andere woorden doorgaans Christus, en de smachtende is de ik-persoon, Hadewijch zelf.
Onderzoek van Frank Willaert toonde aan dat men de Strofische gedichten kan zingen, en dat het voor een groot aantal daaronder zelfs min of meer eenduidig te bepalen is welke zangwijze Hadewijch voor ogen had bij het schrijven van deze gedichten.

11 Visioenen
Hierin is vooral Hadewijch als mystica aan het woord. De beeldspraak en symboliek die in Hadewijchs Visioenen aan bod komen doen erg denken aan het taalgebruik in de Openbaring van Johannes. De voorstellingen zijn echter ook verbazend zinnelijk: als Hadewijch (bijvoorbeeld in het zevende visioen) haar eenwording met Christus beschrijft, laat zij haar verbeelding voluit spreken. In een passage waarin Hadewijch beschrijft hoe ze ligt te schokken en te beven van fysiek en geestelijk verlangen naar "Hem", komt Christus tot haar.

Lijst der volmaakten
De Lijst der volmaakten is een "aanhangsel" van de Visioenen. Er is ook een later manuscript van de Strofische gedichten met deze Lijst der volmaakten als aanhangsel.
De Lijst der volmaakten is beslist géén officiële lijst van personen die door de Katholieke kerk heilig (of zalig) verklaard werden: naast enkele bekende heiligen, zoals Bernardus van Clairvaux, noemt Hadewijch ook verschillende onbekende tijdgenoten, die zij zich tot voorbeeld stelt, soms tegen de officiële politiek van de kerk in. Ze noemt onder andere een door de inquisitie ter dood veroordeelde begijn, en inquisitie behoorde op dat moment zeker tot de officiële politiek van de kerk.

Periode
Hadewijch leefde in de 13e eeuw. Een vergelijking van de Lijst der volmaakten met de historische gebeurtenissen uit haar tijd, deed de Vlaamse literatuurhistoricus Jozef van Mierlo sj besluiten dat deze Lijst moet geschreven zijn tussen 1238 en 1244. Door de meeste onderzoekers wordt het hoogtepunt van Hadewijchs literaire productie tegen het midden van de 13e eeuw geplaatst, waarbij de periode van haar leven zich zou (kunnen!) uitstrekken van ongeveer 1210 tot ongeveer 1260.

Woonplaats(en)
Eén manuscript vermeldt op het schutblad: van de zalige Hadewijch van Antwerpen. Dit is echter een veel latere toevoeging. Hadewijch is overigens nooit zalig noch heilig verklaard door de Katholieke Kerk. Aangezien het vooral kloosters uit het Brusselse waren die in het bezit bleken van de oudste kopieën van haar werken, is het niet onwaarschijnlijk dat ze minstens een tijd in Brussel verbleef. Haar Middelnederlands ("Diets") is zeker Brabants van inslag, al zeggen sommige onderzoekers dat dit weinig bewijst over Hadewijchs afkomst of verblijfplaats: het is denkbaar dat kopiisten verantwoordelijk waren voor een verbrabantsing van haar taal. Van Hadewijch is immers geen letter autograaf bewaard: alle beschikbare manuscripten zijn kopieën uit latere eeuwen. Voor die teksten waarvan meer dan èèn manuscript bewaard bleef zijn overigens de dialectverschillen vaak zeer groot: te groot om het origineel unaniem te kunnen lokaliseren. En dat het grootste aantal van de manuscripten in het toen Zuidelijke deel van Brabant teruggevonden werd, kan er even goed aan gelegen hebben dat Jan van Ruusbroec en zijn omgeving zulke grote fans van haar waren.

Indirecte aanwijzingen uit de Brieven en de Lijst der volmaakten duiden er op dat Hadewijch naar alle waarschijnlijkheid op verschillende plaatsen woonde, en daarnaast ook reizen ondernam. Samenvattend houden de meeste onderzoekers het er op dat Hadewijch waarschijnlijk in meer dan één stad in en/of rond het toenmalige Brabant gewoond heeft. Brabant strekte zich in die tijd verder uit dan de grenzen van de respectievelijke provincies "Brabant" in België en Nederland: ook de Belgische provincie Antwerpen maakte deel uit van het Brabant van Hadewijchs tijd. In Nederland wordt Hadewijch zonder probleem als Nederlandse beschouwd: ze dook op als nr. 123 op de lijst van grootste Nederlanders (ter vergelijking: in België strandde zij op de 74e plaats voor de Nederlandstaligen, zonder voor te komen op de lijst van 100 Belgen die door de Franstaligen genomineerd werden).

Sociale status en culturele achtergrond
Hadewijch was ongetwijfeld van gegoede afkomst, misschien zelfs van adel. Zij was zowel met Latijnse theologische teksten als met een overwegend Franse traditie van minneliederen (chansons) vertrouwd: voor een vrouw was dat in die tijd op zich al uitzonderlijk, en enkel denkbaar in milieus met financiële armslag. Ook de reizen die zij blijkbaar maakte, zijn alleen mogelijk vanuit die veronderstelling.
Hadewijch blijkt ook verbazend onafhankelijk: een enkele keer vertaalt en hertaalt ze iets van een tijdgenoot, en er zijn voldoende aanwijzingen dat ze goed op de hoogte was van wat er in haar tijd te koop was. Het beeld dat van Hadewijch beklijft is echter vooral dat van een persoon die in denken en handelen enorm zelfbewust is, en in totale onafhankelijkheid haar eigen keuzes maakt.

Hadewijch en de begijnenbeweging
Hadewijch was zeker geen kloosterlinge: daarvoor is zij te vrijgevochten. Dat zij een begijn zou geweest zijn wordt door sommige commentatoren (bijvoorbeeld N. de Paepe) bestreden, terwijl anderen het juist heel waarschijnlijk achten dat zij een sleutelrol speelde in de vroege begijnenbeweging.
In de Lijst der volmaakten noemt zij een begijn die door een inquisiteur vermoord werd. Dit is minstens een duidelijk statement: in de strijd voor emancipatie die de begijnen in de vroege 13e eeuw voerden stond zij aan de kant van de begijnen, tegen de Katholieke inquisitie.
Alhoewel er vanaf de vroege 13e eeuw begijnen waren, en er vanaf het tweede kwart van de 13e eeuw in de lage landen begijnhoven gesticht werden, vaak van officiële zijde (bijvoorbeeld door de gezusters Johanna en Margaretha van Constantinopel), verliep de erkenning van kerkelijke zijde aanvankelijk erg stroef, en werd slechts tegen het eind van de 13e eeuw een feit.
Ter verduidelijking moet gezegd worden dat niet alle begijnen in die tijd in begijnhoven woonden: een handvol religieus geïnspireerde vrouwen kon bijvoorbeeld ook in een gewoon huis samenwonen, of verbonden zijn zonder in hetzelfde huis te wonen. Zulke vrouwen konden ook mulieres religiosae ("religieuze vrouwen") genoemd worden, wat in die tijd ongeveer samenviel met het begrip begijn.
Het is zeer aannemelijk dat wanneer Hadewijch in haar brieven haar vriendinnen aanspreekt, zij spreekt tot zulke vroege gemeenschappen van religieuze vrouwen, buiten de context van een klooster. De manier waarop zij haar vriendinnen aanspreekt, is zeker compatibel met een rol als leidster van één of meer van zulke gemeenschappen (geselschap zoals het toen heette).

Theologie en mystiek
Vooral Jan van Ruusbroec en zijn omgeving schijnen vanaf de 14e eeuw regelmatig uit Hadewijchs mystiek en leer te putten. Van Ruusbroec wordt gezegd dat hij een theologisch systeem rond Hadewijchs mystieke benadering bouwde. Een andere theoloog, uit Ruusbroecs omgeving, noemde Hadewijch een heylich glorieus wijf.
Zowel Hadewijch als Ruusbroec worden gezien als een onderdeel van wat naderhand de Brabantse mystiek genoemd werd.

Websites: GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Hadewijch_%28schrijfster%29


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1750.