kunstbus







Hamlet, Prins van Denemarken

Hamlet, Prins van Denemarken, doorgaans afgekort tot Hamlet, is een toneelstuk, geschreven door William Shakespeare tussen 1600 en 1602. De tragedie is onder meer bekend vanwege de monoloog (soliloquie) to be or not to be, die wordt uitgesproken door de hoofdpersoon Hamlet. Het wordt heden ten dage nog steeds veel opgevoerd en is meerdere keren verfilmd.

Men kan Hamlet lezen als een eenvoudig verhaal over wraak. Hamlets vader, de koning van Denemarken, wordt vermoord door diens broer, Claudius. Deze eist daarna de troon op en wordt zelf koning. Bovendien trouwt hij met de weduwe van zijn eigen broer. Dat is dus de koningin en ook Hamlets moeder. Daarmee wordt Claudius de stiefvader van Hamlet.

De geest van Hamlets echte vader spookt 's nachts rond het kasteel. Op een nacht vertelt de geest aan Hamlet dat hij werd vermoord en hoe dit gebeurde. Ook vertelt hij dat Claudius de moordenaar is. Hamlet weet niet wat hij moet doen. Spreekt de geest de waarheid of proberen duistere krachten hem tot slechtheid te verleiden? Moet Hamlet wraak nemen op Claudius?

Pas helemaal op het einde van het verhaal doodt Hamlet zijn oom, de moordenaar van zijn vader.


Thema's
Het thema van het stuk is wraak, maar andere motieven zijn:
. De relatie tussen vader en zoon, moeder en zoon, de zoon en zijn vrienden
. De relatie tussen geliefden (Hamlet en Ophelia, maar ook Gertrude en haar twee echtgenoten)
. Waanzin (gespeelde waanzin zoals van Hamlet, maar ook 'ware' waanzin, zoals van Ophelia)
. Macht, oud en jong, handelen versus niet-handelen en existentiële vragen over God en het leven (bijvoorbeeld: 'to be or not to be').
De meest interessante vragen in dit stuk gaan echter over de hoofdpersoon Hamlet. Er zijn zoveel interpretaties van zijn personage mogelijk als er lezers en toeschouwers zijn. Ook na 400 jaar kan bijna iedereen wel iets van zichzelf in Hamlet herkennen.

Personages
. Bernardo is één van de wachters van het Deense kasteel Elsingore, samen met Fransisco en Marcellus.
. Claudius is de nieuwe koning van Denemarken, die de oude Hamlet heeft gedood. Claudius is de broer van de oude Hamlet en de oom van Hamlet. Hij is getrouwd met Gertrude. Hij sterft in het laatste bedrijf, vermoord door Hamlet.
. Fortinbras is de jonge prins van Noorwegen. Zijn vader heette ook Fortinbras. Hij werd vermoord door de oude Hamlet.
. De Geest is de oude Hamlet, die nog enkele keren terugkeert naar zijn oude paleis alvorens in de eeuwigheid te verdwijnen.
. Gertrude is getrouwd met de oude Hamlet. Na zijn dood trouwt de koningin na twee weken Claudius. Gertrude is de moeder van Hamlet. Zij sterft in het laatste bedrijf, vergiftigd door wijn.
. Guildenstern is een studievriend van Hamlet. Hem wordt, net zoals Rosencrantz, door Claudius opgedragen Hamlet te volgen.
. Hamlet de oude, is de vader van Hamlet en koning van Denemarken. Hij wordt vergiftigd door Claudius, waardoor Claudius de nieuwe koning wordt. Hamlet was getrouwd met Gertrude. De hoofdrolspeler Hamlet is de zoon van koning Hamlet. Hij is in het verhaal ongeveer dertig jaar. . Hamlet is verliefd op Ophelia. Hij wendt gestoordheid voor om er achter te komen of Claudius inderdaad de oude Hamlet heeft vermoord. Hamlet wordt in het laatste bedrijf vermoord in een schermgevecht met Laertes, als hij wordt vergiftigd. Zoals in de alinea hieronder is te lezen, heeft Hamlet grote problemen met zijn besluiteloosheid.
. Horatio is een goede vriend van Hamlet. Hij studeerde met hem aan de universiteit van Wittenberg. Hij is de enige die het einde van het verhaal kan vertellen omdat hij als enige de hoofdrolspelers heeft overleefd.
. Laertes is de zoon van Polonius en de broer van Ophelia. Hij studeert het grootste deel van het verhaal in Frankrijk. Hij komt terug naar Denemarken om de dood van Polonius te wreken. Hij sterft bij zijn moordpartij op Hamlet.
. Ophelia is de dochter van Polonius en de zuster van Laertes. Zij is verliefd op Hamlet. Zij pleegt zelfmoord, gek van verdriet wegens het vertrek van Hamlet.
. Polonius is een raadsman van Claudius. Hij is de vader van Ophelia en Laertes. Bij het afluisteren van een gesprek tussen Gertrude en Hamlet wordt hij door Hamlet neergestoken.
. Rosencrantz is een studievriend van Hamlet. Hem wordt, net zoals Guildenstern, door Claudius opgedragen Hamlet te volgen.

Hamlets karakter
Het belangrijkste punt in de discussie over Hamlets karakter gaat altijd over de vraag: is Hamlet nu wel of niet een held? De meeste helden uit klassieke tragedies worden aan het begin van het verhaal voor een probleem gesteld dat van levensbelang is. Zij reageren hierop door een keuze te maken in de hoop het probleem op te lossen. Uit hun eerste keuze volgt logisch een tweede keuze en een derde en zo ontrolt zich het verhaal.

Bij Hamlet ligt het niet zo simpel. Hij aarzelt namelijk vanaf het moment dat de geest van zijn vader hem vertelt dat hij wraak moet nemen. Het probleem van Hamlet is niet: 'wat moet ik doen om deze laffe moord te wreken?', zoals een echte tragische held. Hamlet twijfelt of hij wel iets moet doen. En daarom doet hij helemaal niets. Hamlet is daarmee, zo zeggen sommigen, een held die het woord 'actie' niet kent.

Toch vallen er nogal wat doden in het verhaal en allemaal direct of indirect door toedoen van Hamlet. Shakespeare breekt dus met de traditionele code van de echte held. Hij laat een held zien die overal aan twijfelt en eigenlijk niets doet.

To be or not to be, that's the question
Een cruciale en beroemde scène in het stuk bevat de volgende oorspronkelijke tekst: To be, or not to be; that is the question: whether 'tis nobler in the mind to suffer the slings and arrows of outrageous fortune, or to take arms against a sea of troubles, and by opposing end them? To die: to sleep: No more; and, by a sleep to say we end the heart-ache and the thousand natural shocks that flesh is heir to; 'tis a consummation devoutly to be wished. To die; to sleep; to sleep: perchance to dream: aye, there's the rub; for in that sleep of death what dreams may come, when we have shuffled off this mortal coil, must give us pause: there's the respect that makes calamity of so long life; for who would bear the whips and scorns of time, the oppressor's wrong, the proud man's contumely, the pangs of dispriz'd love, the law's delay, the insolence of office, and the spurns that patient merit of th'unworthy takes, when he himself might his quietus make with a bare bodkin? Who would fardels bear, to grunt and sweat under a weary life, but that the dread of something after death—the undiscover'd country from whose bourn no traveller returns—puzzles the will and makes us rather bear those ills we have than fly to others that we know not of? Thus conscience does make cowards of us all, and thus the native hue of resolution is sicklied o'er with the pale cast of thought, and enterprises of great pith and moment with this regard their currents turn awry, and lose the name of action. Soft you now! The fair Ophelia! Nymph, in thy orisons be all my sins remember'd.

Vertaling: Te zijn of niet te zijn, daar gaat het om. Of nog beter: Leven of niet leven, daar gaat het om. Is het eervoller om in je hoofd die voortdurende aanvallen van het nietsontziende lot te verdragen of de wapens op te nemen tegen de zee van moeilijkheden en er al vechtend een einde aan te maken? Doodgaan, slapen. Meer niet; te weten, dat die slaap de duizend aangeboren angsten die in je lichaam huizen, verjaagt. Het zou een welkom einde zijn. Doodgaan, gaan slapen, slapen, wie weet dromen? Daar zit het probleem, want wat wij in die doodsslaap, vrij van aardse onrust, kunnen dromen, doet ons aarzelen. Die twijfel is er de oorzaak van dat deze rampspoed nooit zal ophouden. Want wie verdraagt uit vrije wil de klappen en de hoon van de tijd, de dwang van de dictator, de verachting van de rijken, het verdriet om een verloren liefde, de gerechtelijke dwaling, de ambtelijke willekeur en de trap na voor zelfs de kleinste goede daad, als hij zichzelf daarvan kon verlossen met één dolkstoot? Wie zou in pijn en ellende willen leven, als niet de angst voor dat wat na onze dood komt—dat onontdekte land, waaruit geen reiziger ooit terugkeert—onze wil verlamt en ons nog liever dit vertrouwde lot doet dragen dan vluchten naar iets dat ons onbekend is? Zo maakt het denken lafaards van ons allemaal en verziekt de somberheid de vastberadenheid en verzanden belangrijke ondernemingen door dit gepeins in loze woorden. Stil nu! De mooie Ophelia! Nymf, dat al mijn zonden in uw gebeden voortbestaan.

Eerste bedrijf
scène 1: Op kasteel Elsinor in Denemarken is Horatio door de wachters gevraagd te komen kijken naar een geest die de vorige nachten is verschenen. Zij zien het als een slecht teken en denken dat de geest waarschuwt voor een aanval van Fortinbras, de prins van Noorwegen. Horatio weigert hen te geloven totdat de geest weer verschijnt. Hij herkent in hem de oude koning van Denemarken, die kort geleden is gestorven. De geest zwijgt. Even later verschijnt hij opnieuw en het lijkt of hij iets wil zeggen, maar dan kondigt de haan de ochtend aan en moet hij verdwijnen. Horatio besluit prins Hamlet op de hoogte te stellen.

scène 2: In zijn kasteel richt Claudius zich tot zijn adviseurs. Hij spreekt over zijn troonsbestijging, de dood van zijn broer, Hamlets vader, en zijn huwelijk met Gertrude, Hamlets moeder en weduwe van de oude koning. Claudius kondigt aan dat hij de koning van Noorwegen heeft geschreven om hem te vragen de ambities van zijn neef Fortinbras te beteugelen. Fortinbras eist het land terug dat zijn vader aan Hamlets vader verloren heeft.

Verder geeft Claudius Laertes, de zoon van zijn adviseur Polonius, toestemming om naar Parijs terug te gaan. Claudius vraagt Hamlet naar de reden van zijn sombere buien. Hamlet verwijt hem dat hij doet alsof hij verdriet heeft. Claudius dringt erop aan dat Hamlet niet langer treurt en niet naar de Universiteit van Wittenberg terugkeert maar in Denemarken blijft. De koningin, Hamlets moeder, ondersteunt dit pleidooi.

Na het vertrek van de koning en zijn hofhouding is Hamlet alleen. Hij spreekt over zijn onmacht en walging over het feit dat zijn moeder een maand na de dood van zijn vader alweer hertrouwd is. Horatio, Marcellus en Bernardo komen binnen om Hamlet over de geest te vertellen. Hamlet besluit om die nacht met hen de wacht te houden en tot de geest te spreken.

scène 3: Laertes neemt afscheid. Hij waarschuwt zijn zus Ophelia voor Hamlets liefdesbetuigingen. Zelfs als Hamlet oprecht is, blijft hij een prins en kan hij niet trouwen met wie hij wil. Polonius komt binnen en overlaadt Laertes met levenslessen en beveelt Ophelia Hamlet te mijden.

scène 4: Hamlet, Horatio en Marcellus wachten op de geest. In de verte klinkt het feestgedruis van Claudius en het hof (en Hamlet spreekt over de slechte reputatie van de dronken Denen). De geest verschijnt en Hamlet gebiedt hem te spreken. Hij geeft een teken dat Hamlet hem moet volgen; dit doet hij, tegen het advies van zijn metgezellen in.Hij twijfelt echter zeer of het goed is wat hij doet.

scène 5: De geest vertelt dat hij de geest van Hamlets vader is, teruggekeerd naar de aarde om zijn zoon tot wraak aan te sporen. Hij zegt dat hij vermoord is door Claudius, die hem tijdens zijn slaap gif in de oren heeft gegoten en iedereen heeft wijsgemaakt dat hij door een slang is gebeten. Hamlets vader is gestorven voordat hij de kans heeft gekregen zijn zondes op te biechten en daarom is hij gedoemd om in het vagevuur rond te dwalen. Hij beveelt Hamlet om zijn broer Claudius te doden maar zijn moeder Gertrude te sparen. Horatio en Marcellus komen hoogst ongerust aangelopen. Hamlet zegt niet wat er gebeurd is, maar laat hen drie keer zweren niemand iets te vertellen over de geest. Drie keer schreeuwt de geest, die vanaf nu onzichtbaar is: Zweer! Zij beloven niets te zeggen en Hamlet waarschuwt dat zijn gedrag vanaf nu vreemd zou kunnen lijken.

Tweede bedrijf
scène 1: Polonius geeft instructies aan zijn dienaar Reynaldo om zijn zoon Laertes in Parijs te bespioneren om te weten te komen wat voor levensstijl die erop na houdt. Ophelia komt geschrokken binnen. Ze vertelt dat Hamlet doodsbleek en trillend haar kamer is binnengekomen. Hij greep haar bij de polsen, staarde haar lang aan, zuchtte en vertrok weer.

Polonius wijt Hamlets gedrag aan Ophelia's afwijzing en besluit dit aan de koning te vertellen.

scène 2: Rosencrantz en Guildenstern, jeugdvrienden van Hamlet, worden ontboden om de oorzaak van zijn waanzin te achterhalen. Polonius komt binnen en kondigt aan dat de koning van Noorwegen Fortinbras ervan heeft overtuigd Denemarken niet aan te vallen. In plaats hiervan heeft hij zijn zinnen gezet op een klein stukje Pools land en vraagt hij Denemarken om vrije doortocht.

Vervolgens zegt Polonius dat hij denkt te weten dat de oorzaak van Hamlets waanzin diens onbeantwoorde liefde voor Ophelia is. Dit overtuigt de koning en koningin nauwelijks. De koningin denkt dat zijn vaders dood en haar overhaaste huwelijk de oorzaken zijn van het verlies van zijn verstand. Hamlet komt binnen en doet alsof hij gek is. Hij maakt Polonius belachelijk. Deze vertrekt om een ontmoeting te regelen tussen hem en zijn dochter, om zo aan te tonen dat Hamlet gek van liefde is.

Hamlet ontmoet Rosencrantz en Guildenstern en heeft snel door dat ze door de koning gezonden zijn om hem te bespioneren. Hij vertelt hen over zijn boze dromen. Zij wijten die aan zijn ambitie. Hamlet filosofeert erover wat de mens meer is dan stof.

Een groep toneelspelers komt aan en ze voeren een gesprek over theater. Hamlet heet de toneelspelers welkom en vraagt hen een tekst voor te dragen over de dood van koning Priamus van Troje en het leed dat zijn vrouw Hecuba moest doorstaan. Polonius voert de acteurs weg. Hamlet vraagt een acteur die achter is gebleven of de groep die avond De Muizenval voor het hof kan spelen met toevoeging van een paar regels die Hamlet zal schrijven.

Alleen achtergebleven verbaast Hamlet zich over de kracht van het theater: 'Al die emoties om niets' en hij beklaagt zijn passiviteit. Hij besluit om de toneelspelers een moord te laten spelen die lijkt op de moord op zijn vader. Hamlet zal de reacties van zijn oom observeren. Zo wil hij achterhalen of de geest van zijn vader de waarheid heeft gesproken of een duivel was.

Derde bedrijf
scène 1: Rosencrantz en Guildenstern zijn niet veel wijzer geworden en melden de koning slechts dat de komst van de toneelspelers goed was voor Hamlets humeur. In de hoop om de werkelijke reden voor zijn vreemde gedrag te ontdekken, besluiten de koning en de koningin akkoord te gaan met een gearrangeerde ontmoeting tussen Hamlet en Ophelia. Polonius vraagt Ophelia om te doen alsof ze alleen is, terwijl hij en de koning zich achter een tapijt verbergen. Hamlet komt binnen en spreekt zijn beroemde monoloog 'To be or not to be' uit. Hij komt tot de conclusie dat denken lafaards van ons allen maakt.

Hij stopt als hij Ophelia opmerkt. Zij geeft hem zijn cadeaus en brieven terug Hamlet ontkent zijn liefde voor haar en adviseert haar niet te trouwen maar naar een klooster te gaan. Claudius gelooft niet dat Hamlets waanzin aan onbeantwoorde liefde te wijten is en vreest dat hij een bedreiging voor zijn troon is. Hij besluit hem in Engeland uit de weg te laten ruimen. Polonius doet een laatste suggestie om Hamlets ware beweegredenen te achterhalen in een gesprek onder vier ogen met Gertrude. Richt dat niets uit, dan naar Engeland met hem!

scène 2: Nadat hij de acteurs instructies heeft gegeven, vraagt Hamlet Horatio de reacties van de koning tijdens de voorstelling te observeren. Het hele hof woont de voorstelling bij. Hamlet, met zijn hoofd op Ophelia's knieën, maakt gewaagde opmerkingen en levert commentaar. De voorstelling wordt voorafgegaan door een gemimede samenvatting. Als de voorstelling begint vertelt Hamlet dat de moordenaar Lucianus met de nieuwe weduwe trouwen zal. Het stuk gaat over verraad, moord en incest. Op het moment dat de gemene Lucianus vergif in het oor van de koning giet, rijst koning Claudius op, staakt de voorstelling en verlaat de zaal in woede. Hamlet gelooft dat hij nu voldoende informatie heeft dat zijn vader is vermoord.

Claudius stuurt Rosencrantz en Guildenstern en daarna Polonius, om zijn moeders wens over te brengen om hem te spreken. Hamlet heeft besloten om wraak te nemen op Claudius, maar om zijn moeder te sparen.

scène 3: Claudius verzoekt Rosencrantz en Guildenstern Hamlet naar Engeland te begeleiden en stelt een brief op. Als Claudius alleen is, vraagt hij zich af of hij om vergeving kan vragen terwijl zijn misdaad voortduurt. Hij knielt om te bidden. Hamlet ziet hem en bedenkt dat hij hem makkelijk zou kunnen neersteken, maar doet dit niet omdat de koning naar de hemel gaat als hij gedood wordt tijdens het bidden.

scène 4: Polonius hoort achter het gordijn het gesprek tussen Gertrude en Hamlet. Haar zoons gedrag maakt de koningin zo bang dat ze om hulp roept. Polonius komt in beweging en verraadt zo zijn aanwezigheid, Hamlet denkt dat het de koning is en steekt hem neer. Vervolgens spreekt hij de koningin aan op haar lage gedrag en het verlies van haar deugd. De geest van de dode koning komt tussenbeide, hij spoort Hamlet aan om wraak te nemen, maar zijn moeder te sparen.

Getrude ziet en hoort de geest niet. Ze verklaart Hamlet voor gek maar neemt zijn woorden wel serieus. Hamlet vraagt zijn moeder niet langer het bed te delen met Claudius. Hij verlaat de kamer, terwijl hij het lijk van Polonius achter zich aansleept.

Vierde bedrijf
scène 1: Gertrude vertelt de koning over de plotselinge dood van Polonius. De koning realiseert zich dat hij waarschijnlijk Hamlets doelwit was en draagt Rosencrantz en Guildenstern op om Hamlet onmiddellijk naar Engeland te voeren.

scène 2: Rosencrantz en Guildenstern proberen te ontdekken waar Hamlet Polonius' lijk heeft verborgen. Hamlet maakt hen belachelijk en weigert te antwoorden. Desondanks stemt hij ermee in de koning te spreken.

scène 3: Hamlet weigert om de vragen van de koning over het lijk van Polonius te beantwoorden en reageert luchtig op het bericht dat hij wordt verbannen. Als Claudius alleen is, onthult hij dat hij in per brief heeft bevolen heeft dat Hamlet direct bij aankomst in Engeland gedood moet worden.

Voordat hij naar Engeland vertrekt, ontmoet Hamlet een kapitein van de troepen van Fortinbras, die door Denemarken trekt om voor zijn goede naam te strijden door een waardeloos stukje land te veroveren. Hamlet vergelijkt dit met zijn eigen situatie en verwijt zichzelf dat hij niet in actie komt terwijl er zulke grote belangen op het spel staan.

scène 5: Ophelia komt binnen, waanzinnig geworden door de dood van haar vader en het vertrek van Hamlet. De koningin probeert met haar te spreken, maar ze antwoordt slechts met flarden van liefdesliedjes. Laertes komt woedend terug uit Frankrijk. Hij eist de waarheid omtrent de dood van zijn vader en wil weten waarom die geen officiële begrafenis heeft gekregen. Als Laertes Ophelia ziet, zweert hij dat hij zijn vader en zuster zal wreken. Claudius spoort hem aan een onderzoek in te stellen om de schuldige aan te wijzen.

scène 6: Horatio ontvangt een brief van Hamlet waarin hij beschrijft hoe zijn schip is aangevallen door piraten die hem hebben gespaard, in ruil voor een ontvangst door de koning van Denemarken. Hamlet zegt dat Rosencrantz en Guildenstern nog steeds onderweg naar Engeland zijn.

scène 7: Hamlet wordt verantwoordelijk gehouden voor de dood van Polonius en Ophelia's waanzin. Laertes vraagt Claudius waarom hij Hamlet tot nu toe gespaard heeft: behalve de liefde van zijn moeder, heeft Hamlet de steun van het volk. Een boodschapper komt binnen en kondigt Hamlets plotselinge terugkeer aan. De koning bedenkt een strategie waarin Laertes Hamlet uitdaagt voor een duel. Hij oppert dat Laertes met een niet afgestompt zwaard zal vechten, waarmee hij Hamlet 'per ongeluk' dodelijk kan treffen. Laertes stemt hiermee in en zegt dat hij de punt van zijn zwaard in een dodelijk gif te dopen. Voor de zekerheid zal de koning Hamlet ook nog een beker vergiftigde wijn aanbieden tijdens het duel. De koningin komt binnen en kondigt de dood van Ophelia aan, zij is verdronken.

Vijfde bedrijf
scène 1: Hamlet en Horatio komen langs twee grafdelvers die Ophelia's graf aan het delven zijn. Hamlet hoort ze uit over de dood. Een van de opgegraven schedels blijkt van Yorick te zijn, de nar waarmee hij in zijn kindertijd zoveel plezier heeft beleefd.

De begrafenisstoet arriveert. Laertes vervloekt de moordenaar van zijn zus en werpt zich in het graf om afscheid te nemen. In een vlaag van woede springt Hamlet hem achterna en Laertes wordt razend. Claudius maant hen tot rust en herinnert Laertes eraan dat hij in het duel zijn woede zal kunnen botvieren. Voordat Hamlet vertrekt schreeuwt hij zijn liefde voor Ophelia uit.

scène 2: Hamlet vertelt Horatio hoe hij de brief van de koning, waarin hij de Engelsen vroeg Hamlet te doden, heeft onderschept en verruild voor een brief die de dood van de brengers van deze brief (Rosencrantz en Guildenstern) vraagt.

Hamlet ziet in dat hij zich moet verzoenen met Laertes. Osric, een hoveling, komt binnen om de uitnodiging voor het duel over te brengen. Hamlet biedt Laertes zijn excuses aan. Laertes heeft last van zijn geweten maar besluit toch met hem te schermen om zijn goede naam intact te houden.

Het duel begint. Na de eerste treffers biedt de koning Hamlet de vergiftigde wijn aan, die hij afslaat. De koningin wil het glas heffen op haar zoon. Ze drinkt van de vergiftigde wijn.

In de daaropvolgende chaos worden beide duellisten verwond door het vergiftigde zwaard, sterft de koningin en onthult Laertes zijn complot met de koning. Hamlet stort zich op de koning en steekt hem met zijn vergiftigde zwaard, nadat hij hem gedwongen heeft uit de beker te drinken. Laertes sterft na verzoening met Hamlet. Horatio wil ook van de vergiftigde wijn drinken. Hamlet vraagt hem dit niet te doen, maar wat er gebeurd is verder te vertellen.

Op dat moment wordt aangekondigd dat Fortinbras terug is uit Polen, en Hamlet spreekt de wens uit dat hij de leiding over Denemarken op zich neemt. Hamlet sterft. Fortinbras treedt binnen. Hij is geschokt.

Engelse afgezanten arriveren om de dood van Rosencrantz en Guildenstern aan te kondigen. Fortinbras eist Denemarken op en dit wordt door iedereen ondersteund. Hij beveelt dat Hamlet eervol begraven wordt en zegt dat hij een 'vorstelijk koning' zou zijn geweest.

Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Hamlet.

privacybeleid