kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Hans Faverey

Nederlands dichter van Surinaamse afkomst, geboren in Paramaribo, 14 september 1933 overleden in Amsterdam, 8 juli 1990.

Faverey schreef poëzie voor een klein publiek. Dit werd voor een deel veroorzaakt door het feit dat zijn poëzie een gesloten karakter heeft. Zijn gedichten zijn ‘taalbouwsels’ waarin de woorden het materiaal zijn voor ‘taalprocessen’.
Faverey staat in de poëzietraditie die in Nederland is ingezet door de Vijftigers, waarin de relatie tussen taal en werkelijkheid blootgelegd wordt. Faverey ontdoet de taal van betekenis door naar de taal zelf te verwijzen. De taal wordt zo het enige onderwerp. Faverey noemde zijn gedichten zelf ‘onthechtingsoefeningen’. Hij behoort met deze sterk autonome poëzie tot een reeks moderne dichters als Mallarmé, Valéry, Van Ostaijen, Nijhoff en Kouwenaar.
In het werk van Hans Faverey moeten niet de woordbetekenissen, de mededeling of de anecdote, associaties bij de lezer oproepen, maar doen klank, ritme en vorm dit. Vaak probeert hij in zijn werk de tijd (die alles kapot maakt) stil te zetten.
Hans Faverey gebruikt in zijn taal veel 'doodssymbolen'. Naar eigen zeggen ontstaan Faverey's gedichten uit ‘doodsangst’. In Faverey's poëzie wordt een allegorie gegeven over ontstaan en vergaan, verschijnen en verdwijnen. Tegelijk zijn zijn gedichten een verzet tegen het vergankelijke, omdat het gedicht het verhoopt blijvende zou kunnen zijn.
( Hans Faverey werkte mee aan 'Podium', 'De Revisor', 'Merlijn' en aan 'Raster'.

Levensloop
Hans Antonius Faverey kwam in 1939 naar Nederland. In Amsterdam bezocht hij de lagere school en de gymnasiumafdeling van het Amsterdams Lyceum waar hij Nederlands kreeg van F. Lulofs. Faverey studeerde psychologie in Amsterdam. Sinds 1965 was hij als klinisch psycholoog verbonden aan de Universiteit Leiden.

Zijn ontdekking van de poëzie van Paul van Ostaijen was een belangrijk moment, zoals hij in een van zijn schaarse interviews gezegd heeft. In de loop van de jaren vijftig verdiepte hij zich in de moderne Nederlandse poëzie, met name die van Kouwenaar, alsook in de internationale poëzie. Tussen 1953 en 1957 schreef hij niet, omdat hij naar eigen zeggen zijn gedichten niet goed en muziek mooier vond. Faverey was een groot liefhebber van klassieke muziek.

Hans Faverey trouwde in 1959 met de dichteres Lela Zeckovic.

Pas in 1962 debuteerde hij met poëzie in het tijdschrift Podium. Daarna duurde het lang voor hij met nieuw werk kwam.

In 1968 verscheen zijn eerste bundel Gedichten, waarvoor hij de Poëzieprijs van de Gemeente Amsterdam kreeg, maar hij brak als dichter pas echt door met zijn derde bundel Chrysanten, roeiers (1977), waarvoor hij de Jan Campertprijs kreeg.

Hans Faverey kreeg in oktober 1989 te horen dat hij ongeneeslijk ziek was.

In 1990 werd aan Faverey de Constantijn Huygensprijs voor diens volledige dichtwerk toegekend. Hij was toen al zo ernstig ziek dat hij de prijs niet meer in ontvangst kon nemen. Op 6 juli 1990 verscheen zijn laatste bundel, Het ontbrokene. Twee dagen later overleed hij aan de gevolgen van kanker in zijn huis in Amsterdam.

Hij werd op 14-07-1990 begraven op Begraafplaats Zorgvlied (graf C-I-331)

In 1993 verschenen zijn Verzamelde gedichten en in 2000 werden zijn nagelaten gedichten gebundeld in Springvossen.

Websites: www.dbnl.org, www.schrijversinfo.nl, boeken.vpro.nl, nl.wikipedia.org www.debezigebij.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1198.