kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Helga Ruebsamen

Helga Ruebsamen (1934)

Nederlandse schrijfster,

In haar verhalen en romans spelen ondergang, verpaupering, uitzichtloosheid, dood en alcoholisme, ouderdom en verval een grote rol. Haar slachtoffers, de roman- of verhaalfiguren, zijn bijna altijd oudere vrouwen, die nog niet echt oud zijn, maar niet meer in het volle leven staan.

Helga Margot Erika Ruebsamen werd 4 september 1934 geboren te Batavia-Weltevreden, hoofdstad van het toenmalige Nederlands Indië, waar ze haar eerste 5 levensjaren doorbracht.

Helga is de dochter van een Nederlandse moeder en de joodse, Duitse arts Rübsamen. Zij groeide op in een gezin met twee kinderen, van wie zij het oudste was. Ze groeide op in een welgesteld milieu, eerst in Nederlands-Indië, later in Den Haag.

Haar moeder - een struise Hollandse - had haar vader leren kennen in de Indische archipel. Rübsamen was een joodse arts die na de Eerste Wereldoorlog in Berlijn had gewerkt en daar in de gay twenties kennis had gemaakt met kunstenaars als George Grosz en Kurt Tucholsky. De verhalen van haar vader over de Berlijnse jaren maakten indruk op Helga Ruebsamen.

Tot begin 1940 groeide ze op in de gordel van smaragd, maar toen de Tweede Wereldoorlog leek uit te breken kwamen de Ruebsamens naar Nederland.

Vanaf 1940, na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, woonachtig in het degelijke en keurige milieu van het Haagse Benoordenhout in Nederland. Maar haar vader was een joodse arts en het gezin moest tijdens de oorlog onderduiken.
28-05-2005 'Oorlogsverleden Helga Ruebsamen klopt niet'
Schrijfster Helga Ruebsamen heeft in de Tweede Wereldoorlog nooit ondergedoken gezeten zoals zij in interviews heeft beweerd. Dat zegt de broer van de schrijfster, Rolf Ruebsamen, in de Haagsche Courant. Ook de bewering dat haar vader een half-joodse arts was, klopt volgens hem niet. Volgens hem was hun vader een Duitse koopman en hoefde niemand van het gezin onder te duiken. Niet alleen in gesprekken maar ook in haar boek 'Het lied en de waarheid' verwijst Ruebsamen naar haar oorlogsverleden. Helga Ruebsamen heeft onder andere in een gesprek met Adriaan van Dis in het tv-programma Zomergasten in 2000 gezegd dat zij en haar vader in de oorlog moesten onderduiken. De schrijfster zegt in de Haagsche Courant nooit pertinente uitspraken over haar verleden te hebben gedaan. "Ik heb nooit beweerd dat ik de waarheid in pacht heb," aldus Helga Ruebsamen. "Maar als schrijver pleeg je ook een vorm van toegepaste schizofrenie. Jouw verbeelding wordt de waarheid."

Volgde korte tijd balletlessen bij Olga Preobajenskaja in Parijs en studeerde psychologie.

Terug in Nederland was zij als journalist verbonden aan het Haagse dagblad Het Vaderland. Via deze krant leert ze niet alleen het journalistieke metier kennen, maar ook het Haagse nachtleven en de ietwat verlopen beau-monde die daarbij hoorde. Het zal de stof vormen voor veel van haar verhalen, die ze aanvankelijk voor haar eigen plezier schrijft.

Haar eerste verhalenbundel kreeg een eervolle vermelding bij de Reina Prinsen Geerligsprijs in 1961 (en publiceerde zij drie jaar later).

Debuut: De Kameleon en andere verhalen (1964, verhalenbundel)
Al in haar eerste verhalenbundel, De kameleon, liet ze het vernis van het Haagse mombakkes springen. De verhalen die erin stonden gingen vooral over zelfvernietiging, over mensen die de ene keer kleur bekennen om er zich vervolgens weer tegen hun omgeving tegen te weer te stellen.

Dan verschenen twee romans: De heksenvriend (1966) en de vrolijke schelmenroman Wonderolie (1970).

In 1974 verscheen de bundel De ondergang van Makarov.

Dan laat ze bijna 15 jaar niets van zich horen, althans in boekvorm. Sinds 1975 vertoefde ze voornamelijk in het buitenland. Daarna vestigde ze zich in Den Haag.

1988 Op Scheveningen
Pas in 1988 komt ze met een nieuwe verhalenbundel uit; Op Scheveningen.
Andermaal schreef ze over bacchantische uitspattingen en verloedering. Haar personages zijn stugge innemers die de conventies aan hun laars lappen; onberispelijke heren die zich in gecamoufleerde bordelen aan orgieën overgeven; of ze behoren ronduit tot het gajes. Ze toont kortom even uitzinnige als grimmige manieren waarop je aan het gesteven Haagse leven kunt ontsnappen.
In 'Op Scheveningen' (het titelverhaal) typeert Helga Ruebsamen het leven in een Scheveningse volksbuurt net even buiten het toeristische centrum. De teloorgang van een bejaarde hoedenontwerpster in 'Hoedje van plezier' herinnert aan de tijd dat hoeden namen droegen en vice versa. Maar of Ruebsamen nu de drankzucht van 'De meisjes van Marlot' behandelt of de preoccupaties van een puber, steeds is de stad Den Haag in deze bundel pregnant aanwezig: niet het minst blijkt dat uit het taalgebruik, waarin zij zin voor het groteske en de overdrijving fijntjes koppelt aan een beklemmend rang- en standsbesef.

1989 Olijfje en andere verhalen.
Verhalen over tragikomische verwikkelingen in menselijke relaties.
Naar aanleiding van het succes dat de schrijfster had met haar in 1988 verschenen verhalenbundel 'Op Scheveningen', wordt nu een keuze gepubliceerd uit haar vroegere bundels 'De kameleon' (1964) en 'De ondergang van Makarov' (1971). In de verhalen staan intermenselijke relaties centraal, waarbij onbegrip, afkeer en teleurstelling de toon zetten. Alleen in het titelverhaal 'Olijfje' is er sprake van een gelukkige relatie, maar ook daar komt de ik-persoon uiteindelijk bedrogen en gedesillusioneerd uit. De hoofdpersonen uit de verhalen zijn min of meer randfiguren uit de maatschappij. Toch zijn de verhalen hierdoor niet eentonig geworden. Door opbouw, vertelperspectief en plot vertonen ze een grote mate van afwisseling. Een verzorgde uitgave die de mogelijkheid biedt met eerder werk van deze herontdekte auteur kennis te maken.

De dansende kater en andere verhalen (1991, verhalenbundel)
Vijf nieuwe verhalen, deels spelend in Den Haag, over mensen die allen nogal op gespannen voet verkeren met de realiteit. Fantasieën, dromen, waanideeën enz. vervormen de werkelijkheid tot groteske, bizarre en ontluisterende taferelen. Ruebsamen is heel visueel en de lezer die haar exuberante woordenstroom kan volgen, wordt getracteerd op zinnenprikkelend proza, maar wat de personages beweegt wordt men gewaar.

In het begin van de jaren negentig werd ze docent aan de Schrijversvakschool 't-Colofon in Amsterdam.

BZZlletin besteedde in 1995 een themanummer aan de schrijfster.
Het werk van deze Haagse schrijfster wordt van verschillende kanten bekeken. Eén artikel belicht de merkwaardige personen die haar verhalen bevolken en hun voorliefde voor de zelfkant van het leven. In een ander artikel wordt de opmerkelijke moederrol in Ruebsamens werk nader toegelicht. Een derde artikel toont aan dat het werk van deze schrijfster overeenkomsten vertoont met de romans van Renate Dorrestein en de roman Jane Eyre. In dit nummer zijn ook enkele stukken van de schrijfster zelf opgenomen. Zo is er een voorpublikatie van een op stapel staande roman. Daarnaast ook herinneringsbeelden aan Den Haag en Scheveningen zoals de schrijfster die tussen 1940 en 1960 gekend heeft. De bijbehorende foto's maken voor de lezer het opgeroepen beeld zichtbaar. Een enkel artikel vermeldt enige secundaire literatuur. Het omslag wordt gesierd met een zwart-witfoto van de schrijfster.

Alleen met Internet (1996)
kamer in de toekomst / Helga Ruebsamen en Rogi Wieg
Twee auteurs beschrijven ieder hun ervaringen tijdens een verblijf van een week in een kamer in de Euromast. Helga liet zich in 1996 een week lang opsluiten in de Euromast.
Op verzoek van De Volkskrant en de VPRO zaten de twee schrijvers ieder een week boven in de Euromast in De kamer van de toekomst. Daar was niets anders dan Internet, E-mail, fax, een verrekijker en eten en drinken. 's Morgens schreven ze er een artikel over in de krant, 's avonds werden ze geïnterviewd op de radio. De artikelen en de vraaggesprekken zijn opgenomen in dit boek tezamen met enige berichten die door Helga en Rogi op Internet ontvangen werden. Het voorwoord begint met 'Dit boekje is voor Internet-aarzelaars'. Of die aarzelaars zich door dit boekje laten overhalen tot Internet is de vraag. Ruebsamen, die er niets of vrijwel niets van kende, werd wel enthousiast over de mogelijkheden maar Wieg leek meer in een onwezenlijke wereld verzeild geraakt. Het idee van het project was prima, maar het werd niet zo zeer het verhaal van Internet alswel dat van de eenzaamheid.

Het lied en de waarheid
Het leven van een meisje tussen haar vierde en tiende jaar vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands Indië en later Nederland.
Helga brak eindelijk door naar een groot publiek met de autobiografische roman "Het lied en de waarheid" (1997). In 1998 wordt zij met deze roman genomineerd voor de Gouden Uil en voor de Libris Literatuur Prijs. De roman werd bekroond met de F. Borderwijkprijs.
Achter de ik-figuur van Louise Benda gaat de auteur schuil die haar jeugdherinneringen ordent en interpreteert (H. Ruebsamen, Batavia 1934). De helft (deel 1, 1938) betreft het leven van een Hollands gezin in Bandoeng, voor de vierjarige een paradijs, bevolkt door dag- en nachtmensen, waar onbegrijpelijke familieverhoudingen heersen en de natuur beheerst wordt door goden en demonen. De delen 2 en 3 spelen zich af tijdens een zeereis naar Nederland (1939) en de verbanning naar de grootouders in het kille Den Haag. Tenslotte duikt Louise met haar joodse vader onder in Waterland (deel 4). Het taalgevoelige kind wordt verdreven uit het paradijs, en valt ten prooi aan onzekerheden, angsten en ontreddering. Als tienjarige eindigt ze haar zoektocht tussen droom en werkelijkheid, tussen lied en waarheid als eenling. Psychologische groei in de waarnemingen tussen 4 en 10 jaar ontbreekt. De intensiteit van de belevenissen, de trefzekerheid van de karakteriseringen, de onderhuidse humor en de vaart van de vertelling maken deze roman tot een bijzondere belevenis.

Beer is terug (1999, verhalen).
Verhalen over de verrukkingen, kwellingen en teleurstellingen van de liefde.
Ook Beer is terug werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.
'Wraak duurt langer dan liefde', zegt een van de personages in deze verhalenbundel van de schrijfster (1934). De verrukkingen, maar vooral de kwellingen en teleurstellingen van de liefde worden met smakelijke en venijnig-terloopse precisie geschetst. Het perspectief is dat van de vrouw. Zo is er Eveline, een voormalig actrice, die in bed allerlei rollen speelt om haar man te plezieren. Ze zet zelfs een heel aardige Pia Dijkstra voor hem neer. Maar op en dag wordt het haar te veel en begint de wedloop tussen wraakgevoelens en oude liefde. In het titelverhaal komt een echtgenoot gereïncarneerd als hond, Beer, terug bij het vrouwtje. De verhalen laten zich met evenveel plezier lezen als waarmee ze duidelijk geschreven zijn.

In 2001 werd haar de Annie Romeinprijs toegekend. (geweigerd omdat Opzij tegen de wil van de schrijfster een foto van haar had gepubliceerd.)

2001 Jonge liefde en oud zeer
Keuze uit de eerste vier verhalenbundels van de Nederlandse schrijfster
Door een gevarieerde opbouw, wisselende vertelperspectieven en een verrassende ontknoping bieden de verhalen onderling genoeg afwisseling. Tussen het oudste en het jongste verhaal zit een periode van ruim 20 jaar.

2003 Anna Bijns Prijs Indonesië
Bloemlezing van verhalen en gedichten van Nederlandse ochrijvers over Indië en Indonesië. Samengest. en ingel. door Helga Ruebsamen.
Deze bloemlezing bevat 26 korte verhalen, schetsen, poëzie en fragmenten overgenomen uit eerder verschenen boeken, tijdschriften en andere geschriften die over Nederlands-Indië of Indonesië gaan. In haar inleiding schrijft samenstelster Helga Ruebsamen dat zij in deze bundel die verhalen bij elkaar brengt die haar 'een gevoel van troost en een ongegeneerd nostalgisch hunkeren naar iets wat niet meer bestaat' geven. In deze opzet is zij zeker geslaagd. In al die verhalen, geschreven door bekende en minder bekende, voor- en naoorlogse auteurs (zoals Multatuli, Couperus, Walraven, Aya Zikken, Hella Haasse, Tjalie Robinson, Yvonne Keuls, Rudy Kousbroek en Hans Vervoort), zal de Indiëganger dat gevoel zeker herkennen.

Andere belangrijke werken van Helga Ruebsamen zijn: Pasdame (1988), "De dansende Kater" (1992), Het lied en de waarheid (1997), Beer is terug (1999), De bevrijding (1999), Jonge liefde en oud zeer (2001), De verhalen (2001-...),

Haar werk werd vertaald in het Duits, Frans en Engels. Ruebsamen heeft een dochter en twee kleinkinderen.

Zie ook VPRO , Groene Amsterdammer


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 400.