kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Hendrik de Vries


Jean Pierre Rawie leest Hendrik de Vries

Nederlands dichter, criticus, essayist, tekenaar en kunstschilder, geboren 17 augustus 1896 Groningen - overleden 18 november 1989 Haren.

Hendrik de Vries behoort tot de grootste Nederlandse dichters van de 20e eeuw. Hendrik de Vries was een vroege surrealist. Hij was anti-burgerlijk ingesteld en predikte vitaliteit.
Als dichter ontwikkelde hij zich in de generatie van het tijdschrift Het Getij. Slauerhoff werd een van zijn beste vrienden. Met Marsman werkte hij samen. Uitersten als Nijhoff en Du Perron bewonderden zijn werk. Toch bleef hij onder zijn generatiegenoten een eenling. Het onderbewuste speelt een cruciale rol in zijn poëzie. Hij droeg met een Gronings/Spaans-accent gedichten voor. Behalve dichter was hij ook nog een begaafd schilder en tekenaar.

Poëticale opvattingen
Elke bundel die van hem verschijnt lijkt wel tot een compleet tegenovergestelde literaire traditie te behoren als zijn voorgangers – bijvoorbeeld het contrast tussen het erg traditionele Lofzangen (1923) en het magische Silenen (1928). Het magische aspect van zijn poëzie is o.a. terug te brengen op de ideeën van de romantiek en op Poe’s The Poetic Principle.
Wat zijn thematiek betreft is het kind een constante in de poëzie van de Vries, vaak in relatie met het conflict tussen droom en werkelijkheid, o.a. in de bekroonde bundel Toovertuin (1946). Met dat werk sluit hij qua schrijfstijl aan bij de traditie van schrijvers als Bilderdijk en Vondel, wat hem een geheel eigen plaats geeft binnen de literatuur van die tijd: met het tijdschrift Woord stond op het eind van de jaren ’40 immers een nieuwe generatie te trappelen om het experimentele tijdperk van de Vijftigers in te luiden.
De thematiek van de bundels De nacht en Vlamrood (1922), steden en machines, plaatst hem dan weer ten dele bij het expressionisme en het futurisme. Ondanks de verwantschap met die moderne stromingen is hij een radicaal tegenstander van de experimentele poëzie. (bron Biografie
Opgevoed als zoon van de bekende taalkundige Dr. Wobbe de Vries en begiftigd met een fenomenaal geheugen maakte hij zich het dichterlijke Nederlands van o.a. Vondel en Bilderdijk vroeg eigen. De Vries was een autodidact die op school tot de minder goede leerlingen behoorde, maar zichzelf veel leerde over de klassieke en de moderne poëzie. In zijn kindertijd ontstond ook zijn voorliefde voor alles wat met Spanje te maken had: hij was een groot bewonderaar van Spaanse volksmuziek en studeerde ook Spaans.

Zijn eerste bundel 'Het gat in Mars en het Milagrat' gaf hij in eigen beheer uit in 1917.

Medewerker aan 'Het Getij' (1918), 'De Gids', 'De Vrije Bladen', 'Forum', 'Groot Nederland', 'Helikon' en 'De Driehoek'.

Ambtenaar aan het gemeente-archief te Groningen (1918-1947).

Spaanse Danseres

Voor veel mensen is Hendrik de Vries vooral bekend vanwege zijn gedichten. Toch zullen zijn tekeningen hen niet vreemd voorkomen, zijn beeldende werk ligt namelijk in het verlengde van zijn literaire werk.
“Achter mijn teekeningen zoeke men geen litteraire bedoelingen. Nooit is een tekening of schilderij illustratief of symbolisch”
De Vries haalde zijn inspiratie uit een droomwereld vol geheimen en zijn werk laat veel aan de fantasie over. In één van zijn bundels weerspiegelt hij een wereld zoals het kind die ziet; de echte en de sprookjesachtige wereld zijn niet te scheiden, het is een wereld vol griezelig gevaar. Er gelden taboes, maar het kind zoekt het gevaar toch op, de afloop wordt echter niet verteld. Al deze thema’s uit zijn gedichten zijn terug te vinden in zijn tekeningen.
Als beeldend kunstenaar was De Vries autodidact. Hij ging niet uit van een vooropgezet plan, nooit maakte hij eerst een voorstudie of schets. De meeste tekeningen ontstonden in korte perioden van plotselinge inspiratie, waarin hij in hoog tempo veertig, vijftig tekeningen maakte.
Hendrik de Vries werd in september 1929 lid van de kunstenaarsvereniging De Ploeg. Hij schreef een aantal belangrijke inleidingen bij groepstentoonstellingen, maar als schilder en tekenaar nam hij een uitzonderingspositie in. De kunstenaars van De Ploeg gingen uit van de werkelijkheid voor hun schilderijen, maar voor De Vries vormde de fantasie het uitgangspunt.
In de periode van 1924 tot 1936 ondernam hij jaarlijks vakantiereizen naar Spanje. Hij kwam daar in aanraking met dansmuziek en dansliederen die hem, ook in zijn tekenkunst, het meest beslissend zouden beïnvloeden. Hij had in Spanje veel contact met zigeuners en vond in hun wereld een bron van inspiratie. Vooral de zigeunermeisjes en –vrouwen fascineerden hem. Thuis tekende hij deze zigeunervrouwen, meestal als danseressen. Hendrik de Vries werkte steeds uit het hoofd en uit de herinnering, zo tekende hij ook de Spaanse landschappen.

Zijn reizen door Spanje leidden tot vertalingen als Spaansche volksliederen (1931) en Coplas (1935) (in totaal vertaalde hij een duizendtal copla's).

Nam met Eekhout, Nuver en Verèl de redactie over van het in origine Brabantse blad 'Het Venster' (1935-1936).

Tijdens WO II weigerde hij zich bij de Kultuurkamer aan te sluiten en publiceerde als I. De Getijer in het ondergrondse Podium.
In 1945 gaf hij zijn betrekking op aan het Groningse gemeentearchief en koos voor een nieuwe baan bij de Groningse editie van Het Vrije Volk.

1946 - Hendrik de Vriesprijs
1948 - Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor Toovertuin
1951 - Bijzondere prijs van de Jan Campert-stichting voor zijn essayistisch werk over poëzie
1956 - Extra prijs van de Jan Campert-stichting
1959 - Culturele prijs van de provincie Groningen voor zijn gehele oeuvre
1962 - Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre

Hij beheerste de taal zo goed dat hij er de Cantos extraviados del Español groninguese (1971) in schreef.

1973 - P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre

Websites: www.dbnl.org, boeken.vpro.nl, www.ned.univie.ac.at, www.maatschappijdernederlandseletterkunde.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2068.