kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-07-2009 voor het laatst bewerkt.

Herman Heijermans

Nederlands auteur, recensent, roman- en toneelschrijver en sociaal-democraat, geboren Rotterdam, 3 december 1864, overleden Zandvoort, 22 november 1924).

Pseudoniemen: onder meer Dirk Akerman, Cali-Nicta, Colijn, Deysselianus, L.H.A. Drabbe, Samuel Falkland, Gerrit(je), Koos Habbema, F. Hoekstra, Icarus Forens, Ivan Jelakowitch, Hans Ludificor, Hans Muller, P. Peers, M. de Pinto, Sluipdoor, Heinz Sperber, J.W. Stoop, E.W. Thijssen, Zieltje.

Herman Heijermans was één van de zeer weinige goede toneelschrijvers uit de Nederlandse literatuur. Vooral zijn toneelstuk Op Hoop van Zegen over de misstanden in de visserij met daarin Kniertje en de verzuchting de vis wordt duur betaald zijn nog steeds beroemd.

Heijermans achtte het schrijven van literair werk slechts verantwoord als dit in directe betrekking stond tot de realiteit en deze trachtte te beïnvloeden. Hij wees kunst af als zij alleen maar luxe en vermaak beoogde; ze moest een functie hebben in de maatschappij. Binnen de tegenstellingen van zijn tijd koos hij voor het socialisme en droeg dat in zijn werk uit.

Veel spelen en romans van Heijermans zijn protesten tegen maatschappelijke misère en misstanden; sommige socialistische kopstukken uit zijn tijd vonden dat echte sociaal-democratie meer inhield (o.a. Henriette Roland Holst). Men moet echter wel bedenken dat Heijermans" socialisme allerminst theoretisch was, het was emotioneel, hij werd bewogen door het grote en kleine leed dat hij om zich heen zag, en schreef daarover in zijn Falklandjes, zijn romans en zijn toneelstukken.

Zijn proza is voor het grootste deel psychologisch-realistisch, al vertonen sommige van zijn werken door hun idealistische inslag een sentimentele symboliek.

Toneelstukken van Heijermans (23 grotere stukken, 27 eenakters) vallen op door hun uitstekende opbouw, realistische sfeer, pathos en humor. Behalve tegen sociale misstanden richtte zijn werk zich tegen de hypocrisie van godsdienstige en burgerlijke conventies.

Met zijn stukken heeft Heijermans een in Nederland zelden geëvenaarde hoogte bereikt. Zijn drama's zijn en worden vaak gespeeld; in het verleden ook in het buitenland, vooral in Duitsland; echter ook in Londen en Parijs, Warschau en New York. Het milieu-schilderende is typerend voor een groot deel van Heijermans' dramatisch oeuvre: er wordt een onrechtvaardige situatie geschetst, die aan het eind van het stuk nog even onrechtvaardig is als aan het begin. Wel is er dikwijls een idealistische kracht, gepersonifieerd bijv. in Pancras Duif (Schakels) of Mathijs de Sterke (De opgaande zon). De kracht van Heijermans als toneelschrijver ligt misschien wel in zijn vermogen om zeer typerend mensen te schetsen, en de acteurs (die hij dikwijls goed kende) een goed speelbare rol te geven. Vele acteurs en actrices hebben in Heijermans" stukken hun glansrol gespeeld, zoals bijv. Esther de Boer-van Rijk in Op hoop van zegen, of Louis Bouwmeester in de rol van Pancras Duif in Schakels. Kortom: Heijennans schreef 'acteurstoneel".

Levensloop
Heijermans groeide op als oudste zoon in een liberaal joods gezin met elf kinderen, van wie één heel jong overleed. Van de elf kinderen was hij de vierde. Hij was de zoon van Herman Heijermans sr., journalist bij de NRC, en Matilda Moses Spiers. Louis Heijermans, Ida Heijermans en Marie Heijermans waren broer en zussen van hem.

In het ouderlijk gezin werd druk gemusiceerd, getekend en gezongen. De vader was journalist bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant, in de tweede helft van de negentiende eeuw geen riante broodwinning, en hoofdredacteur van Het Zondagsblad. Volgens zijn zoon Louis kiemde bij hun vader al revolutionair verzet tegen de 'burgerlijke dufheid' van Rotterdam. Het gezin zou de sociaal-democratie later enige vooraanstaande leden leveren.

Na zijn eindexamen aan de HBS in 1883 moest de jonge Herman in de handel, hoewel hij veel meer voor de journalistiek voelde. Via een kennis van zijn vader kwam hij bij de Wissel- en Effectenbank.
Via zijn zussen kwam hij bij een 'literaire krans', waar hij Betsy Vles (dochter van een belangrijke concurrent van zijn werkgever) ontmoette. Hij schreef gedichten voor haar en in 1886 verloofden ze zich.
In 1887 begon hij voor zich zelf in de lompenhandel. Erg succesvol was hij overigens niet in zijn commerciële ondernemingen. In 1888 kon zijn vader nog net een faillissement voorkomen, maar het was voor zijn verloofde wel een reden de verbintenis te verbreken.
Een zaak in huishoudelijke artikelen met zijn jongere broer Boen, onder de firmanaam gebrs. Heijermans, ging iets beter, maar dat was meer aan Hermans zuster dan aan hemzelf te danken. Herman besteedde zijn tijd liever aan het bezoeken van de bibliotheek dan aan de handel.

In 1891 was Heijermans onder het pseudoniem Doria begonnen zijn eerste schetsjes te schrijven, die zijn vader in Het Zondagsblad plaatste. Ook begon hij in dit blad een toneelrubriek.

In 1892 gaf hij het zakenleven definitief op en verhuisde naar de 'Pijp' in Amsterdam, om voortaan van zijn pen te gaan leven. In hetzelfde jaar nog verscheen in het tijdschrift De Gids zijn novelle 'n Jodenstreek?. Zijn kritische houding ten opzichte van het jodendom, waaruit hij zelf afkomstig was, blijkt later ook uit Diamantstad (1898).

In 1893 begon Heijermans onder pseudoniem Gerrit als toneelrecensent bij de net opgerichte krant De Telegraaf. Hij schreef felle kritieken en creëerde daarmee al snel veel vijanden. Dit gold ook voor de geestige persiflages op de recensies van zijn collega's onder het pseudoniem Gerritje.

Hij ontmoette in deze tijd de acht jaar jongere Frans Mijnssen, met wie hij levenslang, zij het niet zonder botsingen, intiem bevriend zou blijven. Mijnssen stamde uit een zakenmilieu en Heijermans hielp hem tegen het ouderlijk huis in, zijn weg als toneelschrijver en criticus te vinden.

Hij begon zelf ook toneelstukken te schrijven, die zeer sociaal betrokken waren. Heijermans eerste toneelwerk Dora Kremer (première 25 april 1893, Rotterdam) behandelde de opgesloten positie van de vrouw binnen het burgerlijke huwelijk en deed in de verte denken aan Nora van Hendrik Ibsen. Het werd door de toneelcritici, die hun kans schoon zagen, gekraakt en beleefde niet meer dan vier opvoeringen.

Onder pseudoniem Ivan Jelakovitch creëerde hij nu een dramatische schets over de Russische jodenvervolgingen, Ahasverus (première 18 mei 1893 Amsterdam), die geestdriftig werd toegejuicht. Op het programma stond als auteur vermeld Ivan Jelakowitch; deze zou, volgens een krantebericht vlak vóór de première, een voor de pogrom gevluchte Russische jood zijn, die in 1892 in Londen was gestorven. Het spel Ahasverus, dramatische episode in één bedrijf, behandelt op melodramatische wijze de jodenvervolging in Rusland en had een onverdeeld succes. Vervolgens deed Heijermans in een artikel in De Telegraaf van 6 juni 1893 de zaak uit de doeken: voor een oorspronkelijk Hollands toneelstuk bestaat geen waardering, maar als het uit het buitenland komt, ligt de zaak anders, aldus Heijermans in zijn artikel, waarin hij de falsificatie bekend maakte.

Het stuk Ahasverus werd zelfs in Parijs opgevoerd. Heijermans reisde daarheen en kwam onder de indruk van het opkomende symbolisme, dat haaks stond op het naturalisme. Het ging om de idee achter het zintuigelijk gegevene. Heijermans schreef in deze geest het prozagedicht Fleo (Amsterdam 1894), dat zelfs de christelijke symboliek niet schuwde.

In 1894 leert hij Maria Sophia Peers kennen, die als 'cabaretzangeres' de kost trachtte te verdienen voor haar beide kinderen. Haar man was zijn geluk gaan zoeken in Amerika. Vanuit Amerika liet hij een echtscheiding regelen en eiste de twee kinderen uit het huwelijk op. Heijermans 'leefde met haar samen" volgens de publieke opinie. Heijermans zelf, die de 'vrije liefde" verdedigde, beschouwde hun samenleven als een huwelijk.

Op 15 december 1894 verscheen in De Telegraaf zijn eerste schets onder het pseudoniem Samuel Falkland jr.. Dit pseudoniem, de naam van de Engelse dichter en politicus Falkland uit de zeventiende eeuw, had ook zijn vader al gebruikt.

Sinds 1896 zouden zijn Falklandjes in het Algemeen Handelsblad verschijnen. De laatste 'Falkland' verscheen in die krant op 3 februari 1917. Hij had er honderden geschreven, pittige stukken vol humor, die onder de naam Schetsen in negentien bundels tussen 1898 en 1915 heruitgegeven werden.

In 1896 ging hij met Marie Peers in Wijk aan Zee wonen.

Van 1897 tot 1901 redigeerde hij het door hem opgerichte socialistische tijdschrift De Jonge Gids, waarvan de meeste bijdragen door Heijermans geschreven worden; hij gebruikt daarvoor meer dan tien pseudoniemen.

Heijermans publiceerde hij de geruchtmakende, autobiografisch geïnspireerde naturalistische roman Kamertjeszonde, waarin de vrije liefde werd beschreven in een taal die zo dicht mogelijk bij de gewone spreektaal stond. 'Kamertjeszonde' was een protest tegen de 'drukkende huwelijkswetten' (en een reactie op zijn verhouding met Marie Peers). Het verscheen in 1898 eerst in 'De Jonge Gids', onder het pseudoniem Koos Habbema.

30 maart 1898 trad hij officieel in het huwelijk met Maria Sophia Peers, omdat er op grond van een artikel in De Jonge Gids gevangenschap voor de auteur dreigde. Zij gingen weer in Amsterdam wonen en kregen samen een dochter.

Heijermans was ook erg actief in de socialistische beweging. Hij was in 1897 lid geworden van de in 1894 opgerichte Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP, de voorloper van de PvdA) en schreef voor die partij in 1898 het propagandastuk Puntje.

Vanaf 1898 kwamen er regelmatig stukken van Heijermans op het toneel, haast altijd gespeeld door de NV De Nederlandsche Tooneelvereeniging, waarmee Heijermans contractueel verbonden was. Deze NTV zou tot 1912 regelmatig stukken van Heijermans spelen. Jaarlijks liet hij het gezelschap op de avond voor Eerste kerstdag een nieuw stuk opvoeren in Scheveningen - dat deed hij om de dagbladcritici de mogelijkheid te ontnemen er meteen negatief over te schrijven. Die moesten tot dinsdag wachten en dan had de mond tot mondreclame haar werk al gedaan!

Ghetto (1898), een toneelstuk over de bedompte, orthodox-joodse sfeer van sjacheraars en voddenkooplieden,

Op grond van de strekking zou men een indeling in zijn toneeldrama kunnen maken in:
a. Spelen waarin een verzet tot uiting komt tegen onverdraagzaamheid en bekrompenheid van godsdienstige groeperingen, zoals in Ghetto (première 1898) en Allerzielen (première 1904). Het laatste werd in veel plaatsen verboden, omdat het kwetsend was voor het rooms-katholicisme.
b. Spelen met een duidelijk maatschappijkritische tendens, zoals De machien (1899), Op hoop van zegen (première 1900), Ora et labora (première 1902) en Glück auf (première 1911);
c. Stukken die spelen in een middenstandsmilieu, waarin de hoofdfiguur of hoofdfiguren een idealistische levenswijze en -beschouwing handhaven tegen burgelijke bekrompenheid of niet-begrijpende familieleden, zoals in Schakels (première 1903), De opgaande zon (première 1908) en Eva Bonheur (première 1917).
d. Heijermans schreef ook toneelstukken met een sprookjesachtige sfeer, zoals Uitkomst (1907) of het satirische De wijze kater (1917), die echter steeds door het allegorische karakter een sociale strekking behouden.

Op hoop van zegen (1900), over de zware omstandigheden van de vissers.
Op 24 december 1900 voerde de Nederlandsche Toneelvereeninging in de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam de première op van 'Op Hoop van Zegen'. De hoofdrol, Kniertje, werd gespeeld door Esther de Boer-van Rijk. Het stuk was een aanklacht tegen de wantoestanden bij de zeevisserij. De kapitalistische reders zouden slecht toegeruste vissersschepen uitzenden, in de hoop dat deze zouden vergaan en zij de verzekeringspenningen konden innen. De bemanning kwam om het leven: 'de visch wordt duur betaald'. Het stuk had een ongekend succes in Nederland en daarbuiten: het werd gespeeld in Hamburg, Moskou, Wenen, Parijs, Londen, Belgrado, Stockholm, Kopenhagen, tot in New York toe.
Zijn Op hoop van zegen (1900) werd niet alleen een toneelsucces (in 1914 de 500ste opvoering in de Amsterdamse stadsschouwburg), maar had uiteindelijk ook effect op de politiek: in 1909 kwam er een schepenwet.

In 1901 verhuisden ze naar Katwijk. De buurt kende de roman 'Kamertjeszonde' en accepteerde het echtpaar niet, totdat ze hun trouwboekje, voor iedereen zichtbaar, achter het raam hadden geplakt. In 1902 werd hun dochter Hermine geboren(1902-1983). Zij werd ook bekend als schrijfster en voorvechtster van de onafhankelijkheid van de vrouw. In 1904 verhuisden ze naar de Badhuisweg in Scheveningen.

Hij heeft met zijn roman Diamantstad (1904), over de krottenwijk in de Jodenbuurt, eraan meegewerkt dat enige jaren later de sanering van die wijk begon. Herman Heijermans verwierp het individualisme van de 'Tachtigers'. Lodewijk van Deyssel was echter enthousiast over zijn roman 'Diamantstad' (1904) en noemde het uitnemende literatuur. Met toestemming van Heijermans plaatste Van Deyssel fragmenten van 'Diamantstad' in 'Tweemaandelijks Tijdschrift'. Heyermans reageerde: 'Ik vermeende te schrijven een deel van ellende-epos-gij kijkt over die ellende heen, vermeit U in de úitmintende literatuur' op die gruweltoestanden geïnspireerd.

Doorgaans was bij iedere première het succes groot, maar in 1907 werd zijn spel Uitkomst uitgefloten. Heijermans" wat romantische fantasie in dit spel werd blijkbaar minder gewaardeerd dan zijn beschrijvend-realistische uitbeeldingen van bepaalde milieus.

Van 1907 tot 1912 woonde hij met zijn gezin in Berlijn, waar zijn stukken vaak gespeeld waren: hij was diep teleurgesteld door de Nederlandse kritiek, maar hij wilde ook zijn auteursrechten doen gelden op de voorstellingen die daar van zijn werk gegeven werden.
Het feit dat Nederland niet was aangesloten bij de Berner Conventie, was er de oorzaak van dat Nederlandse auteurs meestal niets ontvingen voor opvoeringen van hun werk in het buitenland. Heijermans heeft daar heftig tegen geprotesteerd, mede omdat hij daar zelf de nadelen van ondervonden had. Hij hoopte, in Berlijn wonend, wèl honorarium te ontvangen voor zijn in Duitsland gespeelde stukken. En dat gebeurde doorgaans ook wel, maar daarmee geraakte hij toch niet uit zijn financiële zorgen. Hij heeft getracht door veel journalistieke en publicistische arbeid deze te boven te komen. Ook dat lukte echter niet, mede door zijn wat bohémienachtige manier van omgaan met geld. Zijn verdiensten als medewerker aan bijv. het Berliner Tageblatt, de Vossische Zeitung of het socialistische nieuwsblad Vorwärts waren trouwens maar matig.

In 1911 verving hij de Berlijnse correspondent van De Telegraaf; daarnaast bleef hij toneelstukken en romans (b.v. Duczika, uitgegeven in 1926 te Amsterdam) schrijven; zijn Falkland-schetsen verschenen, behalve in het Algemeen Handelsblad, in deze jaren ook in het Berliner Tageblatt. In dit laatste blad werd ook zijn nogal geruchtmakend artikel 24 Stunden in der Irrenanstalt (9 en 12 sept. 1910) geplaatst, bedoeld als aanklacht tegen de toestanden in de Berlijnse krankzinnigenverpleging. Er gingen stemmen op om Heijermans als ongewenste vreemdeling uit te wijzen; dat gebeurde overigens niet: tot 1912 bleef Heijermans in Berlijn. Pas in de zomer van dat jaar besloot hij naar zijn eigen land terug te keren, ook omdat Nederland zich op 26-6-1911 aangesloten had bij de Berner conventie en ook voor Heijermans auteurs- en opvoeringsrechten gewaarborgd waren.

Glück auf! (1911) over de gruwelijke ramp in de mijn Radbod in Westfalen,

Terug in Nederland richtte Heijermans de NV Tooneelvereeniging op, omdat de NTV failliet was gegaan. Ook deze toneelvereniging zou failliet gaan, zij het pas in 1922. Heijermans neemt dan zelf de schuld over en voorkomt zo een officieel faillissement.

Nog intensiever dan de voorgaande tien jaren, als directeur, regisseur en tekstschrijver bij de NV Tooneelvereeniging probeert Heijermans tevergeefs door artikelen, verhalen en feuilletons te schrijven meer geld te verdienen. De enige troost zal hierbij geweest zijn dat zijn naam als toneelschrijver groeit en zijn stukken vaak gespeeld worden.

Zijn huwelijk met Maria Sophia Peers werd ontbonden op 27 november 1918. Op 17 december 1918 trad hij in het huwelijk met Anna Elizabeth Henriëtte Jurgens, een jonge actrice, met wie hij een dochter en een zoon kreeg.

In 1921 moest hij zijn toneelgezelschap ontbinden. Hij weigerde failliet te gaan. Hij stelde zich persoonlijk garant en trof schikkingen. Om zijn schulden in te lossen schreef hij aan het eind van zijn leven voor veel kranten en tijdschriften tegelijk: 'De Telegraaf', 'Het Leven', 'De Groene', 'Het Volk', 'Astra' en 'De Oprechte Haarlemmer'. Op een zolderkamertje aan de Keizersgracht schreef hij op maandag een 'Vuurvlindertje' (voor 'De Telegraaf), op een dinsdag een 'Droomkoninkje' (voor 'De Telegraaf'), op woensdag 'De moord in de trein' (voor 'Het Leven'), op donderdag 'De man zonder tranen' (voor 'De Groene') en op vrijdag 'Barbertje Snik' (voor 'Het Volk'). 's Avonds thuis schreef hij nog 'Niki' (vor het weekblad 'Astra'), een schets voor 'De Oprechte Haarlemmer' en verder Falklandjes voor een nieuwe bundel en toneelkritieken voor wie er maar om vroeg.

Begin jaren '20 van de vorige eeuw was Heijermans korte tijd directeur van Theater Carré.

Op 22 november 1924 overlijdt Herman Heijermans aan keelkanker te Zandvoort. Drie dagen later is er een indrukwekkende begrafenis, georganiseerd door de SDAP, op Zorgvlied te Amsterdam.

De toneelstukken van Heijermans beoogden niet het volk te verheffen, maar de gezapige burgerij wakker te schudden. Zij waren een felle, uit het leven gegrepen aanklacht tegen maatschappelijke wantoestanden. Steeds gloorde echter de hoop op een betere toekomst. Heijermans’ werk wordt nog altijd opgevoerd en ook zijn proza is vele malen herdrukt.

Websites: www.iisg.nl, cf.hum.uva.nl, www.dbnl.org, www.collegenet.nl, www.inghist.nl, www.schrijversinfo.nl, www.jhm.nl

Bronvermelding: W.A. Ornée, 'Heijermans, Herman (1864-1924)', in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL:http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn2/heijermans [01-02-2007]


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 246.