kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-03-2008 voor het laatst bewerkt.

Hugo Claus

Vlaams dichter, prozaschrijver, toneelschrijver, regisseur en beeldend kunstenaar, geboren 5 April 1929 in Brugge als Hugo Maurice Julien Claus - overleden 19 maart Middelheim ziekenhuis te Antwerpen.

Hugo Claus, de meest bekroonde auteur uit het Nederlandse taalgebied, heeft een indrukwekkend oeuvre nagelaten. Zowel als poëzie- en prozaschrijver en als toneelauteur was hij het controversiële boegbeeld van de Vlaamse literatuur sinds de Tweede Wereldoorlog. Hij is redacteur geweest van Randstad, De Gids en het Nieuw Vlaams Tijdschrift en medewerker van Arsenaal, Avenue, Blurb, Braak, Cobra, Podium en De Vlaamse Gids. Als belangrijkste werk van Claus wordt Het Verdriet van België beschouwd, dat in 1983 verscheen.

Bij het grote publiek is hij voornamelijk bekend om zijn romans en toneelstukken, vaak sociale drama's die over de dagelijkse, veelal huislijke en intermenselijke realiteit handelen. Deze onderwerpen worden op gevoelige wijze behandeld, waarbij bloemrijke taal en erotische onderwerpen niet geschuwd worden.

Zijn opzienbarende verhoudingen met actrices als Kitty Courbois en Sylvia Kristel zijn te zien in het licht van zijn overtuiging dat de onmogelijke grote liefde een opdracht blijft voor wie zich tegen de terreur van de bedaagde mediocriteit wil verzetten.

De waardering voor zijn werk is enorm. Hij geldt als vormvernieuwer en krijgt meer dan 40 literaire prijzen, waaronder zeven Belgische of Vlaamse staatsprijzen, diverse Nederlandse bekroningen en de Belgisch-Nederlandse Prijs der Nederlandse Letteren (1986), de hoogste onderscheiding voor een Nederlandstalig auteur. Claus is Ridder in de Orde van Leopold II en gold als een gedoodverfde winnaar van de Nobelprijs voor literatuur.

Hugo Claus' kunstenaarsschap is minder bekend maar door kenners zeer zeker gewaardeerd. Als kunstenaar sloot hij zich aan bij het kunstenaarscollectief CoBrA voor wie de interdisciplinariteit een van de streefdoelen was (de schilder schrijft, de beeldhouwer fotografeert, enz.).

Het werk van Hugo Claus is zeer divers van karakter en van kwaliteit. Het tragische, verhevene, klassieke mengt zich met het banale, burleske en obscene. Terugkerende thema's in zijn werk zijn: de liefde voor de moeder, de haat tegen de (afwezige) vader, het schuldgevoel door het katholieke geloof, en Vlaanderen in en na de oorlog. Uit zijn latere werk spreekt vooral sociale geëngageerdheid.

Claus publiceerde onder het pseudoniem Dorothea van Male de roman Schola nostra (1971). Hij gebruikte ook de pseudoniemen hugo c. van astene, Anatole Ghekiere, Jan Hyoens en Thea Streiner.

Claus heeft ook nog chansons geschreven voor zangeres Liesbeth List.

In het begin van de jaren vijftig verrast en choqueert Claus met uiterst realistische romans waarin met niets ontziende oprechtheid de mens tot in het uiterste ontluisterd wordt. De stijl is krachtig, het taalgebruik bruisend-expressionistisch, en de toon fel, cynisch en geladen. Later wordt zijn proza soberder, maar de toon blijft hard.

Naast de invloeden van de Nouveau-roman is er ook de invloed van James Joyce (Finnegans Wake) te bespeuren. Is Het Verdriet van België (1983) een vlot leesbare roman over zijn jeugdjaren in Kortrijk, dan is de roman De Verwondering (1962), die zich te Oostende afspeelt, waar zijn vader een uitgeverij had in de Karel Janssenslaan, een cryptische sleutelroman met verwijzingen naar de klassieken.

Poëticale opvatting
Het belangrijkste voor Claus is de creatieve daad. Voor hem is kunst geen afspiegeling van de werkelijkheid, maar een transformatie ervan. Voor het overige lijken alle tradionele poëticale indelingen af te schampen op Claus’ werk. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan thema’s, stijlen, genres, tonen en ritmes, en is één grote poging zijn eigen werkelijkheid te creëren. In zijn poëzie, proza en theaterwerk is slechts één evolutie duidelijk aantoonbaar: de thematiek evolueert van een individuele naar een meer sociale problematiek.

Als dichter evolueert Claus onder invloed van het Franse surrealisme en zijn contact met de Tijd en Mens-beweging al heel snel van vrij klassieke belijdenislyriek naar een explosief modernisme. Geïnspireerd door de intellectualistische poëzie van T.S. Eliot en Ezra Pound geeft hij zijn expressionistisch-surrealistische woordspelletjes, die aan het primitivisme en het spontaneïsme van de Cobra-experimenten herinnert, een logischer en minder toevallig karakter. Hij geldt als een van de boegbeelden van de Vijftigers.

In de jaren zestig bouwt hij verder aan het Sartriaanse engagement dat hij in de kring rond Tijd en Mens heeft leren kennen en zoekt hij aansluiting bij de nieuwlinkse beweging. Literatorenliteratuur en ik-lyriek zijn niet aan hem besteed. Hij verbreedt zijn persoonlijke onvrede tot een maatschappelijke kritiek met existentiële en sociale dimensies. Maar deze ernstige onderneming wordt haast meteen gecounterd door een luchtiger en lichtvoetiger benadering: hij wisselt doorwrochte, hermetische leespoëzie af met luchtige, toegankelijke hoorpoëzie, tegenover langere beschouwende gedichten plaatst hij flitsende knittelverzen, triviale anekdotes en kunstig gelegenheidswerk.

Ook als romanschrijver experimenteert Claus volop. Een zeker eclecticisme en een goede feeling voor het commercieel haalbare laten hem echter de uiterste consequenties van het ‘ander proza’ zoals dat bij Michiels, Robberechts en Vogelaar te vinden is, uit de weg gaan. In zijn proza wisselen maniëristische en esoterische stukken af met taferelen in de volkstaal, epische passages met dialogen en lyrische fragmenten, onversneden naturalistische voorstellen met groteske of surrealistische verbeeldingen. Vlaamse boerenromans (De Metsiers, Omtrent Deedee) worden gevolgd door exotische artiestenromans, die nu eens lichtvoetig en toegankelijk lijken (De koele minnaar, Een zachte vernieling), en dan weer topzwaar en hermetisch (Schaamte). Claus’ proza omvat het hele scala van de schets (Natuurgetrouw), het verhaal (De zwarte keizer) en de korte roman (Jessica!) tot het lijvige magnum opus Het verdriet van België. Deze laatste roman geldt als de som van zijn thematiek en als staalkaart van zijn technisch kunnen, tegelijk familiekroniek en Bildungsroman, inwijdingsverhaal en sociale roman, kunstenaarsroman en historische evocatie.

Het productiefst is Claus als toneelschrijver. Hij schrijft zowel romantische tragedies (Een bruid in de morgen) als tragikomedies (Mama, kijk, zonder handen!) en satires (Leopold II). Onder invloed van de internationale ontwikkelingen op toneelgebied heeft hij het Nederlandstalige toneel sterk vernieuwd. Het zuivere experiment laat hij echter al heel vlug achter zich. Net als in zijn proza kampen de hoofdpersonen van zijn toneelwerk met psychische, seksuele en sociale problemen. Vaak suggestief wordt een verband gelegd tussen deze problemen en de moeilijkheden waarmee zij tijdens hun jeugd in het ouderlijk huis hadden af te rekenen. In heel Claus' werk staat de figuur van Oedipus, zij het vaak verdoken, centraal. Hij is het symbool van de fundamentele afhankelijkheid en onvrijheid van de mens. Als gevolg van hun oedipale bindingen blijven Claus' hoofdpersonen onvolwassen en kunnen zij de rol van vader, minnaar of held niet aan en hebben zij een problematische relatie met de familie, de vrouw en de maatschappij. - Poëzie
Zijn experimenteel getinte, antirationalistische poëzie heeft een sterk visueel element en ontwikkelt zich van vrij klassieke belijdenislyriek in Kleine reeks (1947) naar explosief modernisme in de jaren vijftig, zodat hij naast Lucebert als de belangrijkste Vijftiger geldt. Samen met Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Simon Vinkenoog en Lucebert bevindt hij zich intussen in de voorste gelederen van de nieuwe generatie Nederlandstalige dichters. Die generatie van de Vijftigers drukt haar stempel door een antitraditionele, antirationele, anti-esthetische, experimentele kunstvorm te omhelzen die ontvankelijk is voor invloeden uit de Nieuwe Wereld. Na 1960 valt de groep uiteen en gaan de leden elk hun eigen weg.
Het eerste hoogtepunt, De Oostakkerse gedichten (1955), zet de toon voor zijn hele werk: de spanning tussen animaal en seksueel vitalisme en een scherpe en erudiete intelligentie, die met motieven en citaten uit onder meer de klassieke literatuur speelt.
Zijn poëzie is zeer divers: van sociaal geëngageerd via experimenteel en associatief tot zeer persoonlijke liefdeslyriek. In de latere poëzie (o.a. De sporen, 1993) slaat Claus een meer abstracte en postmodernistische richting in.
Hugo Claus is geen groot lyricus, en hoewel zijn stijl helder en puntig is, kan hij evenmin een groot satiricus of epigrammenschrijver worden genoemd. Zijn poëzie wordt echter van meet af aan gekenmerkt door een ongewone mengeling van intelligentie en passie, waaraan uiting wordt gegeven in een medium waarover hij zo'n snelvingerige controle heeft dat de kunst onzichtbaar wordt.
Veel korte stukken uit zijn oeuvre zijn hooguit vluchtig en occasioneel, maar desondanks is het in vrij overvloedige mate doorspekt met gedichten waarvan de verbale concentratie, de gevoelsintensiteit en de intellectuele reikwijdte hun auteur een plaats onder de beste Europese dichters van het einde van de twintigste eeuw garanderen.

Theater
Rob de Graaf noemt Claus in Toneel Theatraal: "de godfather van de moderne Nederlandstalige toneelschrijfkunst". Het toneeloeuvre van Claus is zeer omvangrijk: 35 oorspronkelijke stukken en nog eens 31 vertalingen en bewerkingen van Engelse, Griekse, Latijnse, Franse, Spaanse en Nederlandse toneelstukken en romans.
Het eerste stuk, De getuigen, dateert uit 1952, en hoewel de stroom toneelwerken iets minder frequent lijkt te zijn geworden, is zij nog steeds niet beëindigd. In dat eerste stuk bepaalt hij al onmiddellijk het thema waaraan hij meer dan veertig jaar trouw blijft en dat als een rode draad door al zijn stukken loopt: begeerte. Het is een natuurlijke impuls die eeuwenlang aan de teugels van geloof en moraal is gelegd. De lichamelijke begeerte werd aan de voortplanting gekoppeld, terwijl begeerte buiten het huwelijk verboden werd.
Aanvankelijk verwijst Claus naar het katholicisme, later voegt hij hieraan verwijzingen naar de Griekse en Romeinse mythologie toe.
Tot het beste van Claus' oeuvre behoren met name die stukken waarin zijn gespannen verhouding tot Vlaanderen tot uiting wordt gebracht. Dat gebeurt in Een bruid in de morgen (1955), een klassieker inmiddels die door Tennessee Williams beïnvloed is, en verder ook in Suiker (1958), Vrijdag (1969) en Interieur (1971). Het zijn stukken waarin stof, uitwerking en inspiratie in zeldzaam evenwicht zijn.

Film
"Mensen van mijn leeftijd zijn nu eenmaal enorm door de film beïnvloed. Ik wilde zo dicht mogelijk bij die wereld komen. De droom, daar ging het om. De droom heeft de allures van de film, van het beeld". (Hugo Claus, 1978)
Van 1953 tot 1955 werkt Hugo Claus tijdens zijn verblijf in Italië sporadisch mee aan films van onder andere Alberto Lattuada en Luigi Malerba.
Claus schrijft zijn eerste filmscenario Dorp aan de rivier (1958), naar de roman van Anton Coolen. Dorp aan de rivier wordt geregisseerd door Fons Rademakers, voor wie Claus ook Mira of De teloorgang van de Waterhoek (1971, naar Stijn Streuvels), en Het mes (1960) bewerkt.
In totaal schrijft hij meer dan twintig filmscenario's, waaronder: Het jaar van de kreeft (verfilmd door Herbert Curiel, 1975), Pallieter (naar Felix Timmermans, 1976), en Het gezin Van Paemel (1986), naar Cyriel Buysse.
In 1968 gaan de eerste twee films van Hugo Claus als regisseur in première: De vijanden, en Het speelmeisje. Bijna twaalf jaar later, in 1980, regisseert Claus de filmbewerking van zijn bekroond toneelstuk Vrijdag.
Hugo Claus is midden de jaren 80 de drijvende kracht achter de prestigieuze Conscience-verfilming De leeuw van Vlaanderen met Jan Decleir en Julien Schoenaerts.
In 1990 volgt Het sacrament met Frank Aendenboom en Ann Petersen. Het sacrament is de filmadaptatie van Omtrent Deedee.
Zijn laatste film, De verlossing, dateert uit 2001.

Plastische kunst
Minder bekend, maar daarom niet minder goed, is zijn werk als kunstschilder. Hij was bekend en bevriend met vele plastische kunstenaars, waaronder de Cobra-groep, waar hij deel van uitmaakte, en schilders als Roger Raveel, die ettelijke literaire werken van Claus verluchtte. Zelf nam hij ook vaak, en op zeer persoonlijke wijze, het penseel ter hand, met een sterke beheersing, en creativiteit. Snel iets schilderen in de stijl van Picasso, Van Gogh, of Renoir, hij draaide er zijn hand niet voor om. Hij stelde ook ettelijke malen ten toon. De tijd zal uitwijzen of hij ook op dit vlak beklijvende werken pleegde.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article Hugo Claus wordt 5 April 1929 geboren als oudste zoon van de drukker Jozef Claus (Torhout, 5 januari 1906) en Germaine Vanderlinden (Harelbeke, 10 januari 1907). Drie maanden later verhuist het gezin naar Astene - het dorp waar zijn moeder opgroeide - en begint zijn vader hier de drukkerij De Lindekens.

In 1930 publiceert Jozef Claus bij zijn eigen drukkerij onder het pseudoniem J.C. aux Tilleuls het devote indianenverhaal De Hand Gods. Onder dat zelfde pseudoniem publiceert hij in 1934 Levensbeschrijvingen van Heiligen.

Hugo wordt om zijn zwakke in verwachting zijnde moeder te ontzien in een kostschool te Eke bij Deinze geplaatst. 27 februari 1931 wordt zijn broer Guido geboren. Enkele maanden later verhuist het gezin naar Kortrijk. In Kortrijk is vader Claus ook actief in het amateurtoneel, waar hij onder meer Kamiel Masure en diens zoon Dries Masure leert kennen.

29 september 1933 wordt Hugo geplaatst in het nonnenpensionaat Saint-Joseph te Aalbeke bij Kortrijk, bestuurd door de Zusters van Liefde, waar hij de eerste 6 studiejaren volgt.

1935 Geboorte van broer Odo te Leuven op 19 januari.
1938 Geboorte van broer Johan te Leuven op 7 november.

1939 verlaat hij het Pensionnat Saint-Joseph en wordt op 14 september ingeschreven voor het 7de leerjaar aan het Sint-Amandscollege te Kortrijk. Tijdens het schooljaar 1940-1941 volgt hij de 6de Latijnse aan hetzelfde college.

16 april 1941 wordt hij ingeschreven aan het Koninklijk Atheneum te Kortrijk. Verscheidene leraren van Claus aan het Atheneum zijn overtuigde nationalisten, die na de oorlog geconfronteerd zullen worden met de 'repressie': Albert de Jonghe, Jan Guillemin, Albert Gevaert. Tot zijn klasgenoten uit de 5de (en 4de) Latijnse van het Atheneum behoren onder anderen Miriam Soetaert, die hij het gedicht 'Grauwvuur' schenkt, en Anatole Ghekiere.

Vanaf 1943 loopt hij, naar eigen zeggen, herhaaldelijk thuis weg, onder meer naar Duitsland. Hij krijgt via kennissen een hele bibliotheek door de Duitsers in beslag genomen 'ontaarde' literatuur in handen en komt in contact met auteurs als Henri Barbusse, Ilja Ehrenburg, Lion Feuchtwanger, Klaus en Thomas Mann, Alfred Neumann, Jules Romains, Jakob Wassermann en Stefan Zweig.

In 1944 is hij lid van de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen (N.S.J.V.). In het Halfmaandelijksch Order van april 1944 krijgen enkele leden een eervolle vermelding 'wegens hun inzet (hulp bij reddingswerken) te Kortrijk na de terreuraanval' van de Geallieerden. Voor 'de kameraden A. Callens, A. Ghekiere en H. Claus' is er een bijzondere vermelding 'voor wacht en hulp'.

Herneemt tijdens het schooljaar 1943-1944 de 4e Grieks-Latijnse. Schrijft op 23 juni 1944 het bewaard gebleven opstel 'De lente in de stad'. Verlaat de school op 15 juli 1944.

Na het beëindigen van de vijandelijkheden in september worden de drukkerij en het woonhuis aan de Oudenaardsesteenweg te Kortrijk door verzetslieden geplunderd. De drukkerij wordt onder sekwester geplaatst. Het gezin vlucht naar een bevriende drukker in Lovendegem. Jozef Claus wordt opgesloten in het zogenaamde interneringscentrum 'De Vikings' te Kortrijk, waar hij onder meer contact heeft met Willem Putman en Albert Carrein. Hugo trekt met zijn moeder en zijn broers in bij grootmoeder 'Meerke' Vanderlinden aan de Stationstraat 21 te Astene bij Deinze.

Is tijdens het schooljaar 1944-1945 ingeschreven aan het Sint-Hendrikscollege te Deinze, en wel opnieuw in het 4de jaar van de Grieks-Latijnse humaniora. Hij schrijft omstreeks die tijd aan een historische roman over de 14de-eeuwse Vlaamse volksheld Zannekin. ook onderhoudt hij vriendschap met Etienne Thienpondt, zoals hijzelf ex-N.S.J.V.-er en zoon van een 'zwarte'.

Schrijft op 4 april 1945 onder de naam H.C. van Astene een vrije variatie op het thema van Heer Halewijn in het poëziealbum van Hilde Danneels, de dochter van de voormalige Astense hoofdonderwijzer. Antoon de Clerck leest dit gedicht, brengt zijn vriend Roger Raveel op de hoogte en samen bezoeken ze Hugo Claus in het Sint-Hendrikscollege.

Stuurt gedichten naar het tijdschrift Klaverdrie van Johan Daisne.

Is van 24 september tot 2 oktober 1945 ingeschreven in het 3de leerjaar van het Lager Secundair aan de handelsdagschool voor jongelingen van het Provinciaal Handels- en Taalinstituut te Gent. Hij raakt bevriend met Remi Boeckaert, redacteur van het pas opgerichte tijdschrift Arsenaal en journalist van Het Laatste Nieuws.

Biedt op 20 december 1945 het Gentse bedrijf Universal Publicity Office aan een roman van hem uit te geven.

Zijn vader wordt op 22 februari 1946 in voorlopige vrijheid gesteld en start in de Stationstraat 21 te Astene drukkerij Aurora.

Hugo Claus huurt in het voorjaar 1946 met Antoon de Clerck een boerderijtje te Sint-Martens-Leerne. Hij leert aldaar de acht jaar oudere Magda Wieme kennen (9 november 1921), een weduwe met twee dochtertjes.

Hij volgt, naar verluidt, de beeldhouwklas aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten, schrijft gedichten, schildert en heeft ambities om acteur te worden. Hij voorziet in zijn levensonderhoud als boekillustrator en met het schilderen van landschapjes en gevels.

Hij illustreert enkele poëzieuitgaven van zijn vader, waaronder het omslag van een bundel Gedichten door ene E.W. Zuster, een publicatie van de Uitgaven Aurora te Astene.

Vader Claus verhuist op 20 september naar Moeskroen waarheen ook drukkerij Aurora wordt overgebracht. Eén van de uitgaven van deze drukkerij is de bundel zogenaamde repressie-poëzie Loutering, door E. Rinaka - pseudoniem van Albert Carrein, schrijver van Miel Cools' latere succesnummer 'Boer Bavo knijpt de katjes in het donker' -, geïllustreerd door Hugo Claus onder het pseudoniem hugo c. van astene.

De leuze 'Nemo me impune lacessit' ('Niemand zal mij ongestraft vernederen'), gelezen in het Gentse stadspark, wordt de lijfspreuk van Hugo.

Kleine Reeks (1947)
In juni 1947 verschijnt onder zijn eigen naam zijn eerste dichtbundel Kleine reeks bij Drukkerij-Uitgeverij Aurora te Moeskroen. Blijkbaar was het de bedoeling van de auteur via zijn vaders uitgeverij 'een reeks kleine plaquettes van jongere Vlaamse dichters' te publiceren, zoals hij schrijft aan Raymond Herreman.
In zijn debuut komen meteen de belangrijkste thema's uit Claus' werk aan bod: een niet aflatende en niets ontziende opstandigheid tegen de burgerij, de noodzaak van het maken van de eigen keuze, de bevrijdende actie en het zoeken naar de uitbouw van een authentiek bestaan zonder compromissen.

Werkt met Anatole Ghekiere, Manu Ruys en verantwoordelijke uitgever Frans van Mechelen mee aan het 'solidaristisch weekblad' Branding (maart-mei 1947) met bijdragen over plastische kunsten.

Oprichting van de groep 'La Relève' jonge Vlaamse kunstenaars, waartoe behoren Jan Burssens, Tito Van der Eecken, Camille D'Havé, Frans Piens, Roger Raveel, Jan Saverijs, Pierre Vlerick en Marcel Ysewijn. Claus is nauw bij deze groep betrokken, schrijft over het werk van diverse leden en zal er in zijn tweede roman De hondsdagen (1952) over schrijven.

Werkt van 16 oktober tot 12 december 1947 te Chevrières in Frankrijk bij de suikerfabriek Duchène et Cie om te ontkomen aan 'honger en vernederingen'.

Trekt in december naar Parijs met het geld verdiend door de verkoop van suiker op de zwarte markt. Ziet er in de Bar Vert, rue Jacob, de afgetakelde Antonin Artaud, die kort daarop (4 maart 1948) zal sterven, en aan wie hij het huldegedicht 'Voor de dichter Antonin Artaud' wijdt.

De auteur plaatst het jaar 1948 in het teken van de 'onderdompeling in het surrealisme'. Via de bloemlezing van Selden Rodman, 100 American Poems (New York, 1948), maakt hij kennis met de moderne Amerikaanse poëzie.

Hij trekt naar Oostende, alwaar op dat moment ook zijn familie verblijft en Jozef Claus Drukkerij-Uitgeverij Carillon beheert. Blijkens briefhoofden uit die tijd is Hugo er directeur van. Met Jan Walravens ontwikkelt hij het plan om bij Carillon een literair-cultureel jongerentijdschrift uit te geven, Janus, wat in oktober definitief mislukt wegens tegenkanting van Jozef Claus.

In Oostende ontmoet Hugo ook weer Dries Masure, ondertussen schrijver en uitgever geworden. Masure vraagt hem een roman te schrijven voor de uitgavenreeks Het Berghutje van zijn Oostendse Uitgeverij Unica naar het voorbeeld van de Amerikaanse succesliteratuur van die tijd.

Hij beëindigt in september 1948 de roman De eendenjacht.

In oktober 1948 verschijnt onder de naam H.C. zijn tweede dichtbundel Registreren bij Uitgaven Carillon.

Vat tegen het einde van het jaar het plan op om voor langere tijd in te schepen teneinde aan zijn vader te ontkomen. Betrekt ten slotte een kamer in het Hôtel de Londres te Oostende.

Anatole Ghekiere publiceert in het november-nummer van Ons Verbond, het 'Orgaan van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond Gent', de bijdrage 'Een jongere van groot formaat: Hugo Claus: De Eendenjacht', geïllustreerd met een portret van Claus door R. Cocteau. Volgens de auteur zijn tekst en tekening van zijn hand.

Op 29 november 1948, na lectuur van De eendenjacht, adviseert Jan Walravens hem met een nieuwe roman deel te nemen aan de Leo J. Krijnprijs. Claus zet zich aan het schrijven van een tweede roman, die echter maar niet wil opschieten.

Maakt na een poëzievoordracht in januari 1949 te Oostende kennis met Elly Overzier (Oostende, 25 november 1928).

Vervult zijn dienstplicht vanaf 1 april. Brengt de traditionele 6 weken durende opleiding door in de Chartreuse-kazerne te Luik. Wapenbroeders zijn onder anderen Hugo Raes en Walter Gobbers. In mei wordt hij toegevoegd aan het Administratief Bataljon van het Ministerie van Defensie te Brussel. Hij is gelegerd in de Rolinkazerne te Etterbeek, en werkt in de Prins Boudewijnkazerne aan het Daillyplein te Schaarbeek. Hij verricht er journalistiek werk voor het officiële orgaan van het Belgisch leger Soldatenpost onder leiding van Herman Liebaers.

Stelt tekeningen tentoon in de Oostendse boekhandel van Henri Vandeputte, Franstalig dichter en voormalig administrateur van de 'Palaces d'Ostende'. Intens contact met de moderne Franse literatuur.
Komt via Jan Walravens' jeugdvriend, de beeldhouwer Florent Welles in contact met de COBRA-beweging.

Tijd en Mens
Op 15 september verschijnt het eerste nummer van het Vlaamse avant-gardetijdschrift Tijd en Mens, waarvan Claus redacteur is, samen met onder anderen Jan Walravens en Remy C. van de Kerckhove.

Op 16 november bezetten de studenten van de R.U.G. het Gentse Gravensteen. Onder de naam van Anatole Ghekiere laat Claus in januari 1950 een 128 bladzijden tellend, studentikoos verslag van deze bezetting verschijnen: Die waere ende suevere chronycke van sGraevensteene.

Ontstaan van de geïllustreerde bundel Herbarium, 15 ongepubliceerde 'teksten naar de natuur die Hugo Claus schreef en tekende voor Ellie Overzier, de nacht van 9-10 December '49' - zoals de ondertitel luidt -, de volgende dag (11 december) aangevuld met een uitvoerige, ook weer geïllustreerde commentaar. In 2002 wordt hiervan door G. Wildemeersch een facsimilé-varianten editie met commentaar bezorgd.

De eendenjacht (De Metsiers)
In januari 1950 ontvangt hij een aanmoedigingspremie van de provincie Brabant. Dezelfde maand wordt hem de Leo J. Krijnprijs toegekend voor de onuitgegeven roman De eendenjacht, die thans De Metsiers heet. Juryleden zijn onder anderen Willem Elsschot, die aanvankelijk zeer terughoudend reageerde, en Raymond Herreman. Hij verdient de bekroning voor het gebruik van het meervoudige vertelperspectief. Deze reeds klassieke roman geeft een goed beeld van een sfeer van dierlijkheid en ook zuiverheid in een milieu van outcasts. De eendenjacht is een realistische roman over een familie van asociale boeren. Hoewel hij meteen als een literair wonderkind wordt erkend, komen er ook negatieve reacties op inhoudelijke aspecten van het boek als incest en inteelt.
In Vlaanderen leven tijdens de oorlog de Metsiers buiten de samenleving. Middelpunt van de familie is de weduwe Metsiers, die consequent 'de Moeder' genoemd wordt. Jaren terug heeft zij samen met haar minnaar Mon Verkindere, met wie zij nu op de hoeve woont, haar echtgenoot vermoord. Ze heeft twee kinderen: Ana (van Metsiers) en Bennie (van Verkindere), een achterlijke jongen en de lieveling van iedereen. Door de beklemming van het milieu waarin zij verkeren worden Bennie en zijn halfzuster steeds meer naar elkaar toe gedreven, tot er tussen hen een aan het incestueuze grenzende liefde ontstaat, waarvoor Bennie uiteindelijk de tol moet betalen. Zij zoeken heil bij elkaar tegen de jaloezie van Mon en Moeder, tegen de zweverige praat van Jules, de onbetrouwbaarheid van de dorpelingen en de onnozelheid van de Amerikaanse soldaat Jim Braddock. Tenslotte schiet Bennie deze - bij wijze van ongeluk - dood, waardoor de weg vrij blijft voor de zuivere en toch troebele relatie tussen twee verstotenen.
Voor het eerst in de Nederlandse literatuur is de verteltrant van Faulkner toegepast, zodat in korte hoofdstukken elke medespeler zijn visie op het zich voltrekkend drama weergeeft. (Biblion recensie, Redactie)

Hugo Claus schreef De Metsiers op zijn negentiende jaar. Toen het in 1950 gepubliceerd werd, erkenden gevestigde auteurs als Herman Teirlinck en S. Vestdijk onmiddellijk zijn grote talent. Vestdijk schreef: 'De bladzijden gewijd aan het samenzijn van deze twee kinderen van één moeder, behoren tot het ontroerendste dat dit waarlijk sublieme boek te bieden heeft.'

Inmiddels wordt De Metsiers gerekend tot de klassieken van de twintigste-eeuwse Nederlandse literatuur. Het werd zesentwintig keer herdrukt en in zes talen vertaald.

Claus vindt zichzelf nog steeds in de eerste plaats een schilder. Hij neemt deel aan de tentoonstelling Apport met onder anderen Pierre Alechinsky en Corneille in Galerie Apollo te Brussel van 17 februari tot 2 maart.

Hij wordt op 29 maart 1950 gedemobiliseerd.

Rond deze periode kwam Claus in contact met de experimentele schrijvers en dichters Remco Campert, Lucebert, Bert Schierbeek, e.a., gemeenzaam bekend als 'de Vijftigers'. Zijn poëzie evolueerde van vrij klassieke belijdenislyriek in Kleine reeks naar explosief modernisme in de jaren vijftig, zodat hij naast Lucebert als de belangrijkste vijftiger gold. Hugo Claus schreef voor enkele tijdschriften zoals Het Nieuw Vlaams Tijdschrift, Randstad, Podium en Cobra.
De nieuwe literaire en artistieke wind die door onze contreien waaide, sloot aan bij een internationale vernieuwingsbeweging, waarvan de 'COBRA-groepering' een van de uitingen was. De jonge Claus vervoegde hun rangen; mede door het contact met dit kunstenaarscollectief voor wie de interdisciplinariteit een van de streefdoelen was (de schilder schrijft, de beeldhouwer fotografeert, enz.) legde hij zich ook toe op de beeldende kunsten.

Hij neemt deel aan de COBRA-tentoonstelling met onder anderen Asger Jorn en Corneille in Galerie Apollo te Brussel van 8 tot 15 april.

Publiceert in mei 1950 een reeks beschouwingen over het plastisch werk van zijn vriend Pierre Vlerick. Houdt een lezing over de stand van de literatuur op de 'Dagen van De Vlaamse Gids' te Oostduinkerke. Gispt de 'welomschreven en gewilde leemtes' in de voorgewende 'algemeen-groot-diep-menselijkheid' en lanceert de anti-leuze: 'Ik verkies, dat de eeuwig-menselijke thema's en dito-woorden een deukje krijgen.'

Parijs
Elly Overzier vertrekt eind augustus-begin september naar Parijs, een maand later gevolgd door Hugo Claus. Van 1950 tot 1953 woont hij in Parijs waar hij in contact komt met het surrealisme, het existentialisme en het Cobramodernisme. Hij ontmoet er kort de Franse dichter-toneeltheoreticus en schilder Antonin Artaud, die hij als een tweede vader beschouwt.

Laat in september 1950 Zonder vorm van proces uitgeven door Draak te Brussel met 3 litho's van Pierre Alechinsky.
Publiceert in het tijdschrift Cobra gedichten, proza, tekeningen en een korte beschouwing, en schrijft gedichten bij tekeningen van Karel Appel, die onder de titel De blijde en onvoorziene week in december 1950 te Parijs gedrukt worden om te verschijnen in de zogenaamde COBRA-bibliotheek.
Neemt tussen 9 en 22 december deel aan een Tijd en Mens-tentoonstelling in de Galerie Saint Laurent te Brussel met onder anderen Jan Cox.

Schrijft in 1951 de gedichten die in november 1955 zullen worden gepubliceerd onder de titel Paal en perk. Gedichten van Hugo Claus bij tekeningen van Corneille.
Neemt in februari met Alechinsky, Appel, Corneille, Jorn, Tajiri e.a. deel aan de tentoonstelling in de Librairie 73 boulevard Saint Michel te Parijs.

In maart 1951 verschijnt eindelijk de roman De Metsiers. In Nederland is het boek pas in september beschikbaar in de boekhandel.
Gaat in deze periode koortsachtig op zoek naar uitgevers voor een nieuwe roman (De hondsdagen), enkele dichtbundels (Een huis dat tussen nacht en morgen staat, Tancredo infrasonic...) en een reeks verhalen (De zwarte keizer). Onderhandelt ongeveer tezelfdertijd en vaak over dezelfde uitgaven met Elsevier, De Nederlandsche Boekhandel, Stols, Van Oorschot, De Sikkel, De Windroos, Manteau en De Bezige Bij. Komt via Vinkenoog in contact met Bezige Bij-auteurs Bert Schierbeek en Fredinand Langen.

In november 1951 verschijnt een boekje met een reeks beschouwingen Over het werk van Corneille gevolgd door een gedicht.

In 1952 wordt hem op Hemelvaartdag de (tweede) Arkprijs van het Vrije Woord voor de roman De Metsiers uitgereikt.

Vermoedelijk in augustus keert hij terug naar België, weldra gevolgd door Elly, waar ook zijn ouders dan verblijven.
Op 4 november 1952 regisseert Claus zelf zijn eenakter De getuigen in het Brussels Kamertoneel.

In november 1952 verschijnen de dichtbundel Tancredo infrasonic.

De Hondsdagen
November 1952 wordt ook de roman De hondsdagen gepubliceerd, waarin vegetatiemythen (ontleend aan Frazers The Golden Bough) en andere culturele verwijzingen een rol beginnen te spelen.
'De hondsdagen' bevat het relaas van de zoektocht naar het ontvoerde schoolmeisje Bea. Philip de Vogel, door wiens ogen de lezer het gebeuren meebeleeft, maakt in zijn contacten met vrienden en bekenden een onzekere indruk. Deze onzekere indruk wordt voornamelijk veroorzaakt door Philips drang tot relativering. Zelfs zijn verhouding met zijn vriendin Lou is daaraan onderhevig. Ook de indrukken die de lezer van de verschillende verhaalpersonen en hun verhoudingen ten opzichte van elkaar, krijgt, worden erdoor beinvloed.
Zowel in de thematiek als in de naam van het gezochte meisje, vertoont deze roman enige overeenkomst met Dantes 'La divina comedia'. Maar ook in dit opzicht laat de schrijver de lezer met teveel twijfel zitten om tot een duidelijke uitspraak te kunnen komen. Deze roman behoort tot het vroege werk van Claus en is nog steeds van belang voor de ontwikkeling van het schrijverschap van deze succesvolle Vlaamse auteur.' - (NBD¦Biblion recensie, Ans Corts)

Rome
Van februari 1953 tot begin 1955 verblijft hij in Italië, waar zijn vriendin Elly Overzier (onder de naam Elly Norden) in enkele films acteert. Zijn Italiaanse filmervaringen zijn stof voor de roman De koele minnaar.

Legt op 2 april de laatste hand aan zijn Nota's voor een Oostakkerse cantate en stuurt de prozaboeken De zwarte keizer en Natuurgetrouw naar De Bezige Bij. Hij werkt ondertussen dapper door aan het toneelstuk Een bruid in de morgen.

In mei wordt de dichtbundel Een huis dat tussen nacht en morgen staat gepubliceerd.

Correspondeert in juni met een Belgische drukker om zijn Nota's voor een Oostakkerse cantate - 'verweg het beste dat ik ooit schreef' - in eigen beheer te publiceren.

Reist begin 1954 met Elly door Italië: Genua, Turijn, Milaan, Florence.

Koopt in maart James G. Frazers The Golden Bough, dat hij naar eigen getuigenis door Hans Andreus leerde kennen en waarvan de sporen al in De hondsdagen te vinden zijn.

In mei 1954 verschijnt de surrealistische verhalenbundel Natuurgetrouw.

In de loop van de maanden juli en augustus distantieert hij zich steeds nadrukkelijker en openlijker van het zogenaamde experimentalisme, wat hem niet in dank wordt afgenomen door Jan Walravens.

Een bruid in de morgen
Als toneelschrijver brak hij internationaal door met de tragikomedie Een bruid in de morgen. Nadat het toneelstuk gepubliceerd werd in de jaargang 1953-1954 van het Nieuw Vlaams Tijdschrift verschijnt het in mei 1955 als afzonderlijke boekuitgave in de Nieuw Vlaams Tijdschrift Reeks met een voorwoord van Herman Teirlinck.
In Een bruid in de morgen, staat de incestueuze relatie tussen broer en zus centraal. Het gezin van een mislukt musicus dreigt te verkommeren. Om de toestand te redden wordt gepoogd de simpele zoon aan een nicht, een rijke oude vrijster, uit te huwelijken. Als de dochter begrijpt dat dit het einde betekent van de sterke en zuivere band die er tussen haar en haar broer bestaat, pleegt zij zelfmoord. Een knap psychologisch drama in een wrange, toch poëtische sfeer.
De meningen over het stuk zijn verdeeld. Sommigen vinden het vulgair, anderen erkennen zijn meesterschap. In ieder geval is Claus' naam als toneelschrijver gevestigd.
Omdat het in Vlaanderen op hoongelach werd onthaald vindt de première plaats op 1 oktober gespeeld door het Rotterdams Toneel in een regie van Ton Lutz. Op 20 november gaat de Belgische première in de Antwerpse KNS in een regie van Fred Engelen. Een bruid in de morgen is een psychologisch toneelspel met filmische inslag, dat hem zijn eerste Belgische Staatsprijs opleverde. Een jaar later werd dit stuk over de onmogelijke zuiverheid van het personage Andrea in Parijs opgevoerd. Het bleef er ruim een jaar op de affiche staan. Claus kreeg er de Prix Lugné-Poe voor het beste buitenlandse stuk van het seizoen.

Gent
Hij keert terug uit Italië, wordt op 25 april officieel bijgeschreven in het bevolkingsregister van Gent en trouwt er op 26 mei officieel met Elly Overzier. Op 31 mei wordt een vriendenfeest georganiseerd in La Fleur en Papier Doré van Geert van Bruaene te Brussel.

In juni 1955 houdt het tijdschrift Tijd en Mens op te bestaan.

De Oostakkerse gedichten
Ook in juni 1955 worden De Oostakkerse gedichten gepubliceerd. De Oostakkerse gedichten met de beroemd geworden gedichten Moeder en Livia vormen een hoogtepunt in zijn oeuvre: aards en direct, maar ook met een geheim substraat van traditie dat de kritiek vooreerst ontging.
'De Oostakkerse gedichten' verschenen eerst onder de titel 'Nota's voor een Oostakkerse cantate' in het tijdschrift Tijd en Mens.

Krijgt in april 1956 het bezoek van de Franse componist François de la Rochefoucauld, die de eerste maten komt voorspelen van de opera De witte zee (La Mer blanche), waarvoor Claus het libretto schreef, maar die nooit zal worden opgevoerd.

Neemt van 19 tot 21 mei deel aan de 'Dagen van De Vlaamse Gids' te Oostduinkerke in aanwezigheid van onder anderen F. Bordewijk.

Van 16 juni tot 3 juli houdt Claus zijn eigenlijke eerste eenmanstentoonstelling in Galerie Taptoe te Brussel.

In november 1956 verschijnt de door de kritiek geprezen succesrijke roman De koele minnaar, die in een jaar tijd vier gebonden drukken kent.
'De koele minaar' is niet een van zijn beste boeken: in de Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur wordt zelfs gesproken van een kitschroman; maar het is wel nog steeds een zeer leesbaar boek. Het is een boek over passie en wanhoop, over moeten kiezen maar niet kunnen kiezen. De hoofdpersoon is Edward Herst, die zijn oudere minnares, een soort moederfiguur, verlaat en in Italie een verhouding aangaat met een filmsterretje, Jia Venturi. Zij kan echter niet loskomen van haar lesbische verhouding; en ook Edward is onmachtig tot echte hartstocht. Hij is voor haar de koele minnaar. Het hele boek is doordrenkt met flitsen uit het Italiaanse filmmilieu van de jaren vijftig. - (Biblion recensie, Redactie)

Begin januari 1957 wordt de tekst gepubliceerd die Claus aan het werk van Roger Raveel wijdt naar aanleiding van zijn tentoonstelling in de Gentse Kunst- en Letterkring.

Hij werkt aan het scenario van een speelfilm naar de roman van Anton Coolen, Dorp aan de rivier (1934) in een regie van Fons Rademakers.

Op 22 maart overlijdt grootmoeder Julienne Santens (16 februari 1871), weduwe van Achiel Vanderlinden.

Op 23 maart heeft de première plaats van de minder succesvolle poëtische romance Het lied van de moordenaar door Het Rotterdams Toneel in een regie van Ton Lutz. Op 11 mei heeft de Vlaamse première plaats door de Antwerpse KNS in een regie van Fred Engelen met Julien Schoenaerts in de rol van Hoeck.

Op 3 april 1957 wordt hij op voordracht van Minister van Onderwijs Leo Collard ridder in de Orde van Leopold II. Na herrie in de pers en in de Gentse gemeenteraad omtrent de tekst van het klank- en lichtspel beleeft Van de Vikings tot Keizer Karel (met muziek gecomponeerd door Daniël Sternefeld) zijn officiële première in de St.-Baafsabdij op 28 juni.

Op 16 november heeft in de Amsterdamse Stadsschouwburg de première plaats van het door Claus vertaalde 'stemmenspel' van Dylan Thomas Onder het melkwoud door De Nederlandse Comedie in een regie van Han Bentz van den Berg. Het succes is overweldigend. Van de pocketuitgave gaan in een jaar tijd vijf drukken over de toonbank.

Op 18 september 1958 gaat de film Dorp aan de rivier in de regie van Fons Rademakers naar het scenario van Hugo Claus in première.

Suiker
Op 22 november 1958 heeft in de Rotterdamse Schouwburg de première plaats van het toneelstuk Suiker door Het Rotterdams Toneel in een regie van Ton Lutz. Het stuk verschijnt in dezelfde maand als pocket. Het naturalistische melodrama zou zijn populairste stuk worden, ook al werd het door hem zelf niet zo hoog aangeslagen als het vorige en het volgende, de groteske komedie Mama, kijk, zonder handen! (1959).
Hoofdpersonen in Suiker zijn twee seizoenarbeiders, de naïeve Kilo en de sluwe Max. Tussen Kilo en een door het leven geknauwd meisje Malou ontstaat een idylle. Zij dromen van een vrij en zelfstandig bestaan. Op grove wijze vernietigt Max het droombeeld van het tweetal. In de slotscène komt de ware oorzaak van Max' optreden aan het licht: hij heeft niemand in het leven, alleen de kameraadschap met Kilo maakt het seizoenwerk draaglijk voor hem.
Het toneelstuk 'Suiker' van Hugo Claus hoort zonder meer thuis in de Nederlandse literatuurtraditie. Het geeft de studie weer van een groepje Vlaamse seizoenarbeiders bij de suikerverwerking in Frankrijk. Gastarbeiders zou je kunnen zeggen. Hun situatie is weinig rooskleurig. Hard en vuil werk voor weinig loon. In die atmosfeer speelt zich een romance af tussen de arbeider Kilo en het meisje Malou. Kilo's maat, die Max heet, verstoort de relatie op een wrede manier door het verleden van Malou bloot te leggen. Kilo en Malou hebben weinig kans er nog iets van te maken. Ook nu blijft 'Suiker' een boeiend toneelspel om te lezen. - (Biblion recensie, Drs. E.A. van Kemenade.)

In november 1958 verschijnt de vertaling van Dylan Thomas' verhalenbundel Als een jonge hond en Claus' eigen verhalenbundel De zwarte keizer.

Op 13 december 1958 heeft de première plaats van het vertaalde toneelstuk van Georg Büchners Dantons dood (1835) door De Nederlandse Comedie te Amsterdam in een regie van Fons Rademakers. De pocketuitgave verschijnt in dezelfde maand.

Zwarte Keizer
Autobiografische elementen overheersen in deze zestien verhalen, de getraumatiseerde jeugd van auteur keert op vele manieren terug in het werk. Veel verhalen zijn gesitueerd in het naoorlogse Belgie, het perspectief is dat van een tiener, meestal in de ik-vorm of in korte monologues interieurs. Dit tekent de beklemmende, rauwe sfeer waarin contactarmoede en vertwijfeling overheersen. De verhalen zijn een mix van existentialisme en naturalisme, ze doen denken aan Faulkner maar lijken ook op Kafka. Veel overeenkomst is er verder met Sartre. Veel verhalen spelen in een onvolledig gezin, de vader ontbreekt. Het Oedipus-motief is alom tegenwoordig. Het boek werd bij verschijning verketterd, ook al werd de directheid van het proza geprezen. De lezer kan zelf vaststellen dat de verhalen nog niets aan impact hebben ingeboet. Er zit nog steeds iets avangardistisch en vervreemdends aan. Verzorgde uitgave in de reeks 'Vlaamse Bibliotheek' met moderne Vlaamse literaire klassieken. - (Biblion recensie, Wim Fievez)

Van 7 tot 21 maart heeft in de Galerie Aujourd'hui van het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel de tentoonstelling plaats Peintures sur papier. De catalogus bevat teksten van Gaëtan Picon en Jan Walravens.

Op 10 april brengt het Rotterdams Toneel de eerste opvoering van het drama Woyzeck van Georg Büchner in een regie van Ton Lutz en met decors van Nicolaas Wijnberg.

Op 11 april organiseren Elly en uitgeverij De Bezige Bij een feestje om 'de melancholie van Hugo's (reeds) dertigste verjaardag te verdrijven'.

Claus verblijft in de zomer van 1959 maandenlang op Ibiza, waar dan ook Harry Mulisch, Cees Nooteboom en Jan Gerard Toonder verblijven, en waar hij onder andere kennis maakt met de Amerikaanse schrijvers Dennis Murphy en John West.

Begin augustus wordt Claus meegedeeld dat hem 'a grant' werd toegekend 'to participate in the Young Artistst Project 1959-60 (Creative Writers)'. Het is een programma voor jonge kunstenaars dat gefinancierd wordt door een schenking van de Ford Foundation. Andere uitverkorenen waren Fernando Arrabal, Günter Grass, Claude Ollier, Alfred Tomlinson en Matitayahu Meged. Uiteindelijk ging Grass niet mee; wel werden Italo Calvino, Robert Pinget en Vassilos Vassilikos aan het gezelschap toegevoegd.
Op 31 oktober vertrekt Claus uit Le Havre met de SS United States. Hij reist van New York, Boston, Chicago en Denver naar San Francisco, vandaar over Las Vegas naar Mexico en Cuba. Via New Orleans keert hij terug naar New York en is tegen mei terug in het land.

In afwezigheid van de kunstenaar heeft van 21 november tot en met 13 december in de Rotterdamse Kunstkring een tentoonstelling van gouaches en tekeningen plaats onder de titel Kikkers en koningen in 't gebergte.

In december wordt de komedie Mama, kijk, zonder handen! gepubliceerd. In zijn afwezigheid heeft op 20 januari 1960 de première plaats van Mama, kijk, zonder handen! - de eerste Vlaamse première van een avondvullend Clausstuk - door het Nationaal Toneel van België in de Brusselse K.V.S. in een regie van Edward Deleu.

Ontvangt de Koopalbeurs voor Letterkunde voor de vertaling van Dylan Thomas' Onder het melkwoud.
Claus was een bijzonder actief en veelzijdig vertaler en bewerker, vooral van theaterteksten. Hij vertaalde grootheden uit de Griekse, Latijnse, Duitse, Franse, Spaanse, Italiaanse en Engelse cultuur. Met groot succes vertaalde Claus Dylan Thomas' luisterspel Onder het melkwoud (1958) (Under milk wood) dat versch. opvoeringen kreeg en in 1960 de Koopalprijs voor beste vertaling naar het Nederlands.

Op 25 mei beleeft A Bride in the Morning zijn weinig succesrijke Amerikaanse première in het New Yorkse Maidman Playhouse in een regie van Amnon Kabatchnik.

In het juni-juli-nummer van Tirade valt Rudy Bremer Claus' vertaling van Onder het melkwoud aan.

In 1961 werkt hij aan een twee avonden vullend historisch toneelstuk over Zannekin.

Op 2 maart gaat de film Het mes in première in een regie van Fons Rademakers naar een verhaal en een scenario van Hugo Claus. Tegelijk met de première verschijnt er een boek Het Mes onder het mes.

Op 7 maart komt Christopher Logue aan te Gent voor de Nederlandse première van zijn stuk Antigone en voor een reis per auto, die hem samen met Hugo en Elly Claus via Luxemburg, Duitsland en Joegoslavië naar Griekenland en Turkije moet brengen.
Op 10 maart heeft in de Rotterdamse Schouwburg de première plaats van Antigone door Christopher Logue in een vertaling van Hugo Claus door het Rotterdams Toneel in een regie van Ton Lutz.

Van 24 maart tot 7 april heeft bij Knoll International te Brussel de tentoonstelling plaats Om Jonathan Swift te eren.

In juli 1961 verschijnt de dichtbundel Een geverfde ruiter.

Op 1 januari 1962 leest hij op uitnodiging van het 'Comité 1962 voor de Vrede' in het Amsterdamse Hotel Krasnapolski het gedicht Bericht aan de bevolking voor.
Van 8 tot 30 september heeft in cafégalerie Celbeton te Dendermonde de tentoonstelling 'De spelen van Hugo Claus' plaats, geopend door Louis Paul Boon, Simon Vinkenoog en -ongenodigd - Johnny van Doorn.
Op 26 september zendt de BRT het 45 minuten durende poëzieprogramma Denkbeeldige tuinen, echte padden uit in een realisatie van Charles de Keukeleire.

De Verwondering
In september verschijnt de roman De verwondering, het hoogtepunt van zijn romanoeuvre waarin de verwantschap met de 'nouveau roman' onmiskenbaar is.
Dagboekfragmenten van een Vlaamse leraar, die onder valse vlag een broeinest van naoorlogse fascisten binnendrong en daarna wegens zijn vreemd gedrag in een psychiatrische inrichting werd opgesloten, worden afgewisseld met flash-backs van zijn voorgeschiedenis en die der collaboranten. Een knap geconstrueerde roman, wat moeilijk leesbaar door zijn hallucinerende verteltrant.
In het eerste jaar worden reeds 15.000 exemplaren gedrukt. In 1964 wordt hem voor deze roman de August Beernaertprijs toegekend.

De dans van de reiger
In december 1962 verschijnt de 'nare komedie' De dans van de reiger, volgens de auteur aanvankelijk wel, en volgens Fons Rademakers niét als filmscenario opgezet. Met de De dans van de reiger (1962), waarvoor hij wederom de Belgische Staatsprijs voor toneel ontving, werd een periode afgesloten waarin de diagnose van de eigentijdse mens centraal stond.
De dans van de reiger vertelt het verhaal van Edward die, na de ontrouw van zijn vrouw Elena (sic) op een carnavalsbal, ten onder lijkt te gaan. Hij wil nergens meer van weten, zeker van haar niet, speelt in hun Spaanse vakantievilla de hele dag patience. Om hem uit z'n tent te lokken, te prikkelen, troont Helena een Belg van het strand mee: drie personen die haten, beloeren, begeren op een heet terras. Uiteindelijk zal een flash-back, een gebeurtenis uit de vroege jeugd van Edward, duidelijk maken hoe diep zijn pijn zit en daarmee een "verklaring" geven voor zijn gedrag. - (NBD¦Biblion recensie, Rob van der Zalm)

In 1962 richt hij ook het tijdschrift 'Randstad' op, samen met Harry Mulisch, Ivo Michiels en Simon Vinkenoog.

Op 26 januari 1963 heeft de première plaats van De dans van de reiger in de Amsterdamse stadsschouwburg door de Nederlandse Comedie in een regie van Ton Lutz.

Na jarenlange voorbereidingen en diverse problemen wordt op 14 februari in de Moderne Boekhandel te Amsterdam het kunstboek Karel Appel. Painter voorgesteld. De oorspronkelijke Nederlandstalige versie verschijnt pas in september 1964 onder de titel Karel Appel, schilder.

Het teken van de hamster
In maart 1963 legt Claus de laatste hand aan het lange gedicht Het teken van de hamster, dat in het lente-nummer 1963 van Randstad zal verschijnen. Er ontstaat een rel wanneer in het Brugse Vlaams Weekblad van 22 februari 1964 de vraag wordt gesteld of Claus' gebruik van een rondeel van Charles d'Orléans geen plagiaat is. Dit terwijl de academische kritiek daarentegen hoe langer hoe meer waardering toonde voor deze intertextualiteit.

In april 1963 verschijnt het gedicht De man van Tollund, geschreven bij plastisch werk van Serge Vandercam.

In april verschijnt de roman Omtrent Deedee, die in datzelfde jaar nog vier drukken beleeft. Omtrent Deedee (1963), is doorzichtig en vlot maar heeft toch ook een mythische subtekst.
De familie Heylen komt in een Westvlaams dorp samen om moeders sterfdag te herdenken, 's Avonds loopt op de pastorie het "feest" helemaal uit de hand. Pastoor Deedee drijft de stiefzoon van de oudste broer tot zelfmoord. Dit vlot geschreven boek dankt zijn hoge literaire waarde aan de suggestieve verteltrant en de structuur: de gebeurtenissen worden gezien vanuit de ogen van verschillende personen. - (NBD¦Biblion recensie, M.C. Gielen-Meekel)

Op 19 april opent Fons Rademakers in Galerie Espace te Amsterdam de tentoonstelling Ontwerp voor een Pinakoteek der Lage Landen. Op 25 mei opent Ton Lutz, in afwezigheid van de zieke kunstenaar, dezelfde tentoonstelling in de Galerie 20 te Arnhem.

Op 3 mei vindt in de Moderne Boekhandel te Amsterdam de voorstelling plaats van het enige exemplaar van 'het grootste boek ter wereld', Love Song, Engelse poëzie van Claus bij schilderijen van Karel Appel.

In augustus vertaalt Claus in opdracht van de BRT Samuel Becketts All that fall.

In oktober wordt de roman De verwondering bekroond in het 'Referendum der Vlaamse Letterkunde'. Claus weigert de prijs omdat er geen bedrag aan verbonden is. Zijn weigering wekt heel wat woede op en is wekenlang aanleiding tot heibel in de pers.

Op 6 oktober wordt zoon Thomas (Pieter Achilles) geboren.

Van december 1963 tot maart 1964 verblijft het gezin te Blaricum waar de auteur werkt aan de vertaling van Shakespeares Henry V en van Christian Dietrich Grabbes Scherz, Satire, Ironie und tiefere Bedeutung, en aan de voorbereidingen van De stille kracht (met Fons Rademakers). Geen van deze projecten wordt gerealiseerd.

In januari 1964 maakt Claus bekend dat hij de ambitie koestert om in Gent een theatergezelschap te leiden. Op 9 april heeft in de Brusselse K.V.S. de Vlaamse première plaats van De dans van de reiger in een regie van Victor de Ruyter.
In juni publiceert Claus een beknopte studie over Louis Paul Boon.
In augustus verfilmt Roland Verhavert in opdracht van de BRT-TV het verhaal De luitenant uit de bundel De zwarte keizer.

Tijdens de opening van de tentoonstelling 'De 50 best verzorgde boeken 1963' op 12 september ontvreemdt Hugues C. Pernath een (duur) kunstboek en wordt door Uitgeverij Ontwikkeling, dat ook het N.V.T. uitgeeft, prompt ontslagen. Diverse schrijvers, onder wie de redacteuren Gaston Burssens en Hugo Claus, komen in het geweer tegen deze maatregel.

In september wordt de roman De verwondering bekroond met de A. Beernaertprijs van de Koninklijke Vlaamse Akademie voor Taal- en Letterkunde.
In oktober wordt Claus nogmaals voorgedragen in het kader van 'Het Referendum der Vlaamse Letterkunde', ditmaal voor de roman Omtrent Deedee. Opnieuw weigert de laureaat.

In november verschijnt Oog om oog, erotische foto's van Sanne Sannes en gedichten van Hugo Claus, ten dele ontleend aan zijn TV-poëzieprogramma Antologie.

Op 21 november: wordt hij officieel uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Gent. Woont te Nukerke, Ten Hole 16 na een kort verblijf bij de schilder Maurice Wijckaert aldaar.

In maart 1965 verschijnt in Amsterdam de catalogus De schilderijen van Roger Raveel door Hugo Claus, 10 gedichten bij het werk dat Raveel in Galerie Espace tentoonstelt.
Op 2 april heeft in Gent de première plaats van de Mattheuspassie op muziek van Pater De Brabandere met dialogen van Hugo Claus.

Op 15 april wordt zijn ambitie om directeur van het Nederlands Toneel Gent te worden definitief gekelderd. Hij is daardoor zeer vergramd en verbiedt dat zijn stukken nog langer te Gent worden opgevoerd.

Van 7 tot 21 mei heeft de tentoonstelling Dagboekbladen van Hugo Claus plaats in Galerij Kaleidoskoop te Gent. Zij wordt geopend door Hugues C. Pernath.
Van 29 mei tot 1 juli neemt hij afscheid van de schilderkunst en organiseert een Retrospectieve in Galerij Margareta de Boevé te Assenede.

Hij zet met Tijl Uilenspiegel een reeks theaterbewerkingen in die de afwezigheid van eigen oorspronkelijk werk maskeert. Op 25 juni brengt het Leids Universitair Toneel Accoord in een regie van Anne Marie Prins het stuk in Leiden in première. De boekuitgave verschijnt nog dezelfde maand.
In oktober 1965 verschijnen zijn verzamelde Gedichten (1948-1963), wat een zekere afsluiting inhoudt van een periode in zijn poëzie.
Hij publiceert het lange gedicht Het landschap naar aanleiding van de Wyckaert-tentoonstelling in Galerij M.A.S. te Deinze.

Op 19 november 1965 wordt hem de Henriëtte Roland Holstprijs toegekend voor zijn hele toneelwerk.

Hij wijdt zich in 1966 intenser dan voorheen aan regiewerk.
Op 26 april wordt Thyestes naar Seneca gecreëerd door Toneel Vandaag in een vormgeving van de vrienden-kunstenaars Roel D'Haese en Hugo de Clercq en in een regie van de auteur in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel. In dezelfde maand verschijnt het stuk verschijnt in boekvorm.
Ook in april verschijnt de cinéroman De dans van de reiger met foto's uit de gelijknamige film, die zijn première beleeft.
Op 30 september wordt Frederico Garcia Lorca's Het huis van Bernarda Alba gecreëerd door de Nederlandse Comedie in de Stadsschouwburg te Amsterdam in een regie van Ton Lutz. Claus' vertaling verschijnt pas in 1988.
Op 23 december wordt Het goudland naar de roman van Hendrik Conscience gecreëerd door het Nationaal Toneel in de Antwerpse KNS in een regie van Walter Tillemans. Het stuk verschijnt pas in januari 1967.
In december publiceert hij zijn verzameld theater in Acht toneelstukken, wat een zekere afsluiting inhoudt van zijn toneelwerk tot op dat ogenblik. De opdracht luidt : 'Voor Ton Lutz met mijn dank.'

In juli 1967 wordt de eerste bibliofiele uitgave van poëzie van Claus gepubliceerd: 12 gedichten in het Nederlands en het Frans, getiteld Relikwie bij tekeningen van Paul Joostens.
Hij publiceert samen met HugOKÉ het eerste deel - 'De geboorte' - van een reeks stripverhalen onder de titel De avonturen van Belgman.

In 1965 regisseert hij ook zijn eerste film, De Vijanden, waarvoor hij zelf het scenario schrijft. Er verschijnt in oktober ook een cinéromanuitgave met foto's uit de film.

Krijgt zijn tweede Staatsprijs voor het toneelstuk De dans van de reiger (1962) en de Edmond Hustinx-prijs voor zijn hele toneelwerk.
Huurt in december een villa in Knokke. Op 30 december wordt op het Vierde Experimenteel Festival te Knokke het toneelstuk Masscheroen gecreëerd in een regie van de auteur.
Jean Weisgerber publiceert zijn analyse van De verwondering in Literair lustrum : 'Hugo Claus : Devotissimus et doctissimus doctor.'

In april 1968 verschijnt het manifest T 68 of de toekomst van het theater in Zuid-Nederland, geschreven in samenwerking met Alex van Royen en Carlos Tindemans.
Hij draait voor de BRT de korte SF-film Het speelmeisje.
Hij bezoekt Cuba voor de tweede keer en verklaart zich een bewonderaar van 'het tropisch communisme'.

Morituri
Claus wordt ook politiek actief en politieke thema's komen in zijn werk meer tot uiting, zoals in Morituri waarin hij zich tegen het imperialisme afzet. Op 17 mei wordt de opera Hyperion en het geweld - gepubliceerd in juli onder de titel Morituri - in de Muntschouwburg te Brussel gecreëerd door de Nationale Opera op muziek van Bruno Maderna.

Masscheroen
Het spel Masscheroen (1968), een bewerking van Mariken van Nieumeghen, leidde tot een proces wegens zedenschennis en tot een voorwaardelijke veroordeling.
Hij moet zich op 22 mei voor de Correctionele Rechtbank verantwoorden na een aanklacht wegens openbare zedenschennis. De vermeende schennis betreft het ten tonele voeren van de Heilige Drievuldigheid in de gestalte van drie naakte mannen - Hugues C. Pernath, Freddy de Vree en Bob Cobbing - in zijn toneelstuk Masscheroen. Een heuse rel breekt los in de pers, petitie-acties worden gelanceerd, verzoekschriften gepubliceerd, er wordt een Anti-Censuur Protest Read-in georganiseerd en de auteur verdedigt zich in interviews en ingezonden stukken in de media. De tekst van het stuk verschijnt bij de aanvang van de rechtszaak in boekvorm met foto's van de opvoering. Op 5 juni wordt Claus veroordeeld tot vier maanden effectieve gevangenisstraf en een boete van 10.000 BEF. Hij gaat in beroep waarna het vonnis in een voorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke boete wordt omgezet.

Op 2 oktober wordt Wrraaak! naar Cyril Tourneur te Eindhoven gecreëerd door het Zuidelijk Toneel Globe in een regie van Krijn ter Braak. De tekst van het stuk verschijnt in dezelfde maand.

In zijn toneelwerken vindt er een accentverschuiving naar het historische plaats, bijv. in Het leven en de werken van Leopold II (1970), de burleske satire die Claus zelf als zijn meest geslaagde creatie beschouwt, en naar de creatieve dialoog met voorgangers bij wie hij een hedendaagse gevoeligheid ontdekt, o.a. met Seneca (Thyestes, 1966; Oedipus, 1971), Tourneur (Wrrraak!, 1968), De Rojas (De Spaanse hoer, 1970) en Euripides (Orestes, 1976).

Vrijdag toneelstuk in vijf scenes
In 1969 gaat zijn toneelstuk Vrijdag – met zijn latere vriendin Kitty Courbois in de hoofdrol – in Amsterdam in première. Dit is het eerste toneelstuk waarin zijn beroemde mengtaal van dialect en Standaardnederlands naar voren komt.
Het successtuk Vrijdag, waarvoor hij in 1973 nogmaals de Belgische Staatsprijs voor toneel ontvangt en door Claus zelf in 1980 verfilmd werd, draait rond het incestthema, dat hem altijd al gefascineerd heeft; aanvankelijk werd het vooral geprezen om de 'volkse herkenbaarheid', nadien om de dieptestructuur ervan met elementen ontleend aan Buysse's Driekoningenavond, het misritueel e.d.
Vrijdag: Een man keert terug uit de gevangenis, na een veroordeling wegens ontucht met zijn dochter, en ontdekt dat zijn vrouw intussen een kind heeft van een jongeman uit de buurt. Een klassiek noodlotsgegeven rond drie mensen, waarin de doem der goden en het taboe van de maatschappij hun verschrikkelijke, onontkoombare rol spelen. Gedurende de vrijdagavond en -nacht komen man, vrouw, vriend en dochter -al dan niet reëel- met elkaar in contact. Allen dragen schuld, voortgekomen uit primitieve hartstocht. Tenslotte blijven de man en de vrouw over; samen zullen ze moeten proberen nog iets van hun levens te maken.
Een van de zeer schaarse "grote" Nederlandstalige drama's. Claus toont het barre leven in een toneelstuk dat je de adem beneemt. De wrede humor biedt geen ontsnapping, maar versterkt de rauwe eenzaamheid van deze, onze lotgenoten. Ook als "leestekst" is dit nu al klassieke werk ongemeen indrukwekkend. - (Biblion recensie, Drs. Tom Zijlstra.)

De Spaanse hoer naar de roman La Celestina van Fernando de Rojas wordt met groot succes gecreëerd op 1 januari door Toneelgroep Globe te Eindhoven in een regie van Ton Lutz.

Op 4 maart wordt in de Brusselse KVS in een regie van Walter Tillemans Tand om tand - oorspronkelijke titel: Tijl Uilenspiegel 1980 - gecreëerd. Het stuk verschijnt in april.

Amsterdam
Na een paar jaar in de Vlaamse Ardennen te hebben gewoond, verhuist hij in maart 1970 naar Amsterdam waar hij samenwoont met de acht jaar jongere actrice Kitty Courbois (13 juli 1937). Voor haar schrijft hij de gedichtenreeks Dag, jij(1971), die evenzeer opvalt door zijn seksuele expliciteit als door zijn verzengende emotionele heftigheid. Hij vertaalt Warm en koud (1971) van Fernand Crommelynck en Teresa (1972) van Natalia Ginzburg. In de verhalenbundel Gebed om geweld (1972) schrijft hij over het jaar 1970: 'Vergist zich twee jaar lang schromelijk in een 'amour fou'.'

Wordt vanaf april (tot begin 1974) redacteur van het tijdschrift De Gids.

Op de beststellerslijst met Literaire Reuzenpockets van de Bezige Bij staat op 31 juli 1970 de roman De Metsiers met 11.875 verkochte exemplaren sinds 1967, de roman De koele minnaar met 58.962 verkochte exemplaren sinds 1960 en de verhalenbundel De zwarte keizer met 48.083 verkochte exemplaren sinds 1960.

In september verschijnt Het auteurstheater. Plan voor een Amsterdams Toneelgezelschap, ondertekend door onder andere Hugo Claus, Harry Mulisch, Cees Nooteboom en Fons Rademakers.

Vliegt voor het maandblad Avenue naar Tanzania en Zanzibar.

In november, negen jaar na zijn vorige dichtbundel bij zijn reguliere uitgever, verschijnen tegelijk twee bundels, waarin de auteur de verscheidenheid van zijn werk beklemtoont. Heer Everzwijn bevat volgens de flaptekst 'poëzie van klassieke allure' over 'elementaire gegevens als de dood, de creativiteit, de geschiedenis', en Van horen zeggen 'anti-poëzie die zich bezighoudt met de dagelijkse verbeelding en moderne fenomenen'.

Door de Nederlandse Comedie wordt in de Stadsschouwburg te Amsterdam in een regie van de auteur op 21 november Het leven en de werken van Leopold II - geschreven in opdracht van de Vereniging Nederlands Toneelverbond - gecreëerd.

Jean Weisgerber publiceert de bloemlezing met inleiding Hugo Claus. Experiment en traditie.

Verhuist in 1971 naar de Raamgracht 5-7 in Amsterdam, waar krakers hem lastigvallen. Breuk met Kitty Courbois. Er breekt een periode aan van 'het afreageren van monogame impulsen'.

Ontvangt zijn derde staatsprijs, dit keer voor de dichtbundel Heer Everzwijn (1970) en wordt Ridder in de Kroonorde.

Op 2 maart beleeft de door Fons Rademakers geregisseerde film Mira - naar een roman van Stijn Streuvels en een scenario van Hugo Claus - zijn première te Brussel.
Op 27 maart wordt in de Amsterdamse Stadsschouwburg door de Nederlandse Comedie Warm en koud gecreëerd in een regie van de auteur.
Op 15 mei wordt in de Rotterdamse Schouwburg door het Nieuw Rotterdams Toneel in een regie van Lodewijk de Boer Oedipus gecreëerd.
Het door Claus vertaalde en bewerkte toneelstuk van Jean-Clarence Lambert Stalinade wordt door de acteurs van het Rotterdams Toneel afgewezen.
In augustus verschijnt de uit proza, poëzie, tekeningen en commentaar samengestelde 'roman' Schola nostra onder pseudoniem Dorothea van Male.
Interieur, de toneelversie van de roman Omtrent Deedee (1963) wordt op 29 oktober door het Amsterdams Toneel in een regie van de auteur gecreëerd.
Op 11 november creëert de Haagse Comedie in het HOT-theater te Den Haag Georg Büchners Woyzeck in een regie van Hans Croiset. Claus' vertaling verschijnt pas in 1988.
Jacques de Decker publiceert de studie Over Claus' toneel.

Op 9 maart 1972 wordt in een regie van de auteur Teresa naar Natalia Ginzburg gecreëerd door het Amsterdams Toneel in De Brakke Grond te Amsterdam.

Het jaar van de kreeft
Negen jaar na zijn vorige roman verschijnen er twee romans, waarmee de auteur alweer de diversiteit van zijn werk demonstreert: op 1 april verschijnt de cryptische roman Schaamte en op 18 oktober de toegankelijke liefdesroman Het jaar van de kreeft. Schaamte is een parodistische detectiveroman vol vervreemdingseffecten. In Het jaar van de kreeft heeft Claus zijn afgelopen relatie met Kitty Courbois geromanceerd. Er ontstaat een heuse rel vanwege het interview van Henk van der Meyden in De Telegraaf van 5 oktober, waarin Claus zijn affaire aanwees als inspiratiebron voor zijn roman. De autobiografische 'Libelleroman' was op een groot publiek berekend en bereikte het ook.
'Sex, dood, tranen staan ruim gedoseerd in dit verhaal van psychische verwarring. Het jaar van de kreeft is het liefdesverhaal tussen een geslaagde man van de wereld, Pierre, en Toni, een kapster in het revue-wezen, of wat daarvoor door gaat. Zij is geen schoonheid, maar haar onvolkomenheden ontroeren Pierre juist. Zij wekte verdriet in hem, tederheid, en tegelijkertijd was zij een vreemdelinge waarvan de eigengereide geslotenheid hem ergerde en verwarde. Al gauw blijkt dat Toni in seksueel opzicht frigide is. Ze herinnert zich slechts één keer klaargekomen te zijn, toen haar echtgenoot, Karel, haar ontmaagdde. Maar goed, het is dus niet alleen seks geblazen, maar ook Allesverslindende Liefde.' - Gerrit Komrij in Vrij Nederland
Door alle seksuele en psychische moeilijkheden loopt hun verhouding stuk. Enige jaren later wordt Pierre, die nog steeds Toni's horoscoop, ze is een kreeft, leest, bij haar ziekbed geroepen: zij heeft kanker en is ten dode opgeschreven. Met deze ervaringen zal zijn leven voortaan alleen nog door haar beheerst worden. Hoewel alle ingrediënten voor een goedkoop melodrama aanwezig zijn, is het aan Claus' intense en genuanceerde schrijftrant en de psychologisch uitgebalanceerde dialogen te danken dat het dit geenszins is geworden.(Biblion recensie, Redactie)

Schaamte
Claus' roman Schaamte gaat over een groep radio- en televisiemensen die op een eiland in de Middellandse Zee bezig zijn met de voorbereidingen van een passiespel. Centraal thema is de satirische beschrijving van een stel immorele leeghoofden, die het aandurven een modern en enigszins pervers geinterpreteerde lijdensgeschiedenis te verfilmen. Dat gebeurt op een fictief zuidelijk eiland. De serieus religieuze plaatselijke bevolking reageert afwijzend op de onderneming. De relatie tussen filmers en autochtonen vormt de basis van de intrige. De roman houdt zich vaak ironiserend bezig met de vele seksuele uitspattingen en tracht ook overigens niet een verheven mensbeeld te schetsen. Structuur en techniek van deze belangrijke en goede roman zijn ingewikkeld. Minder ervaren lezers zullen het er moeilijk mee hebben.
Claus' nieuwe roman is angstaanjagend, laat de volwassenheid van de menselijke mogelijkheden zien, is eigenlijk adembenemend... In de sfeer van passie en lijden wordt er gemoord, verkracht en vernietigd tot in de meest gruwelijke details. Zodanig echter dat de lezer zich niet alleen voelt aangesproken maar meegetrokken door de merkwaardige gang van zaken. - Het Vrije Volk
Met Schaamte kan Claus zich weer schaamteloos uitschrijven, om barok, nukkig en wispelturig, gedreven op impulsen van de taal, op woord- en gedachtenassociaties, de regionen te gaan verkennen waar de mens overvloeit in de natuur. - De Nieuwe

Op 21 december wordt in een regie van de auteur De vossejacht naar Volpone van Ben Jonson gecreëerd door het Amsterdams Toneel in de Stadsschouwburg te Amsterdam. Het stuk verschijnt dezelfde maand.

Schrijft in 1973 voor Fons Rademakers het scenario naar de roman van Nicolas Freeling Because of the cats. Ontmoet begin van het jaar bij het filmen van Niet voor de poesen de 24 jaar jongere actrice Silvia Kristel, die hij op het einde van het jaar begeleidt naar Bangkok, waar de pornoprent Emmanuelle wordt opgenomen. Hij reist met haar naar New York, Tokio, Hollywood, de Bahamas.

Ontvangt zijn vierde staatsprijs, de derde voor toneel, voor het stuk Vrijdag (1969).

In maart publiceert hij drie prozadeeltjes op het thema van de Arthur-legende van 'De groene ridder'.
In het najaar verschijnt De wangebeden, 10 blasfemische gedichten, en meteen de eerste bibliofiele editie van een Clauswerk uitgegeven door Pink Editions & Productions onder leiding van Robert Lowet de Wotrenge. Tussen 1973 en 1982 brengt deze Antwerpse uitgever 8 nieuwe Clauspublicaties op de markt.
Claus begeeft zich op het pad van de vrije toneelproducties.

Pas de deux (De komedianten) wordt door Gijsbrecht BV op 4 oktober gecreëerd in een regie van de auteur in de Haarlemse Stadsschouwburg. Het stuk verschijnt dezelfde maand in boekvorm.
Het Nieuw Vlaams Toneel is toe aan vernieuwing en zet zijn acteurs op straat. Met het beetje eergevoel dat Walter en Blanka nog in hun lijf hebben komen zij naar de repetitie voor het laatste stuk dat zij in de Koninklijke Schouwburg zullen spelen. Jantje, aanwezig voor de geluidstechniek, is er getuige van hoe de liefdesscène die zij instuderen Walter en Blanka herinnert aan de verliefde waanzin die zij eerder voor elkaar voelden.
Hun status als acteur is in verval, hun vroegere relatie als minnaars weeft door het te spelen stuk heen, de toneelwereld is danig in beweging (Walter bv. wordt na 20 jaar trouwe dienst ontslagen omwille van de vernieuwing). De emoties die dat oproept en de onverwerkte frustraties die worden losgemaakt, vormen -vermengd met passages uit het te repeteren stuk- een chaotisch geheel. Heftig, grillig, onbarmhartig. In haat-liefde kwetsen en troosten de twee in leven en werk verdwaalde acteurs elkaar, met de ook aanwezige technicus als getuige en bemiddelaar.

Blauw blauw wordt door Gijsbrecht BV op 17 november gecreëerd in een regie van de auteur in het Hofpleintheater te Rotterdam. Het stuk verschijnt pas in 1974 in boekvorm.
In november verschijnt de dichtbundel Figuratief, die aanvankelijk werd aangekondigd onder de titel Au. Georges Wildemeersch publiceert het essay over de vroege poëzie Hugo Claus of Oedipus in het paradijs.

Verhuist in 1974 met Silvia Kristel naar Parijs, behoudt een huurhuis in Amsterdam en neemt zich voor een jaar lang niets te doen. Verkeert in de Franse en internationale filmwereld.
Op 10 februari 1975 wordt uit zijn relatie met Silvia Kristel zijn tweede zoon Arthur geboren.
Koopt samen met Kristel een huis te Antwerpen, waar hij nauwelijks verblijft.

Schrijft in drie weken de vijf afleveringen voor de televisieserie over Het leven van Rubens, die in het Rubensjaar 1977 zal worden uitgezonden in een regie van Roland Verhavert.
Op 4 juni overlijdt Hugues C. Pernath, voor wie Claus twee jaar later Het graf van Pernath schrijft.
Op 30 september wordt Thuis door Gijsbrecht BV gecreëerd in een regie van de auteur in de Stadsschouwburg van Amsterdam. Het stuk verschijnt in oktober in boekvorm.
De film Pallieter naar een scenario van Claus en een regie van Roland Verhavert gaat in première.

Op 22 januari 1976 stichten Claus en Kristel de NV Groep Kristel, een bouw- en exploitatiemaatschappij.

Op 18 september wordt Orestes naar Euripides gecreëerd door de Antwerpse KNS in een regie van Walter Tillemans. Het stuk verschijnt in oktober in boekvorm.

'Actrices gaan, actrices komen.' Uiteindelijk verhuist hij in 1977 alleen terug naar Gent, waar zijn broer Guido sinds 1973 de 'Hotsy Totsy Club' uitbaat. Dat is een populair artiesten- en jazzcafé, waar Claus geregeld verschijnt met zijn literaire vrienden. De NV Groep Kristel wordt opgedoekt.

Vanaf 1977 verschijnen jaarlijks diverse publicaties in het circuit van bibliofiele en/of aparte edities. Samen met Marie-Claire Nuyens en Marc Verstockt richt Claus de Antwerpse bibliofiele uitgeverij Ziggurat op, die in de praktijk geleid wordt door Freddy de Vree. De eerste publicatie, Het graf van Pernath, wordt tusen 1977 en 1985 gevolgd door 8 andere uitgaven. De poëziebundel Het graf van Pernath (1977), schreef Claus naar aanleiding van het bruuske overlijden van zijn vriend Hugues C. Pernath.

Op 14 oktober wordt Het huis van Labdakos gecreëerd door het RO-Theater in de Rotterdamse Schouwburg in een regie van Franz Marijnen. Het stuk, geschreven in enkele weken tijd, verschijnt dezelfde maand.

Op 3 november wordt Jessica! gecreëerd door de Brusselse KVS in een regie van de auteur. Het stuk verschijnt in het handschift van de auteur bij Ziggurat. De romanversie verschijnt nog dezelfde maand bij De Bezige Bij.
Turbulente gebeurtenissen spelen zich gedurende één avond en nacht af in het brein en voor de ogen van de hoofdpersoon die, op een breekpunt in zijn leven, omringd wordt door vrouwengedaanten, fantomen van vlees en bloed, en schrikbeelden uit het verleden. Jessica! een bizarre seksuele fantasmagorie, geprojecteerd op het grootscherm van geheime gedachten, verlangens en kwellingen.
In deze roman beschrijft Hugo Claus een zeer korte periode - een avond en een nacht - uit het leven van een man, Paul, die omringd wordt door verschillende vrouwen. Seksualiteit - in verschillende vormen - speelt een belangrijke rol in dit boek. Daarnaast vindt de lezer in dit boek al dan niet gefantaseerd geweld, wilde avonturen en tal van droombeelden. Paul, echtgenoot en vader, is voortdurend op zoek naar de andere geliefde. Zij verschijnt aan hem in verschillende gedaanten en laat hem eenmaal ondergaan wat hij zich in zijn dromen kan voorstellen. - (NBD¦Biblion recensie, Martin Mooij)

Andere bibliofiele edities uit 1977: Emblemata, De vluchtende Atalanta.

Reist in 1978 met zijn broers Guido en Johan naar Las Vegas en vindt er inspiratie voor zijn roman Het verlangen, die in april verschijnt. In deze roman vertelt Claus het verhaal van twee mannen, stamgasten van een Gents café, die een reis gaan maken naar Amerika en nog wel naar Las Vegas. Er gebeuren daar geen wereldschokkende dingen. Maar door de ogen van de twee mannen zien we een Amerika vol tegenspraak en ellende. De beschrijving daarvan geeft in de directe en op de man af geschreven stijl van Claus een pikante bekoring aan het overigens lineair vertelde verhaal, waaraan de gebeurtenissen weinig samenhang vertonen met het vage motief van het verlangen, dat er door heen speelt. Claus zet hiermee de sterke romantraditie van Vlamingen als Walschap en Boon voort. - (Biblion recensie, Drs. J.G. Heymans.)
Het verlangen kreeg aanvankelijk vooral waardering om het volkse realisme, en eens te meer moest Claus zelf de kritiek attenderen op de symbolische dieptestructuur. Uit onvrede met de kritiek, die de bijbelse parallel niet had opgemerkt, voegt hij vanaf de tweede druk enkele citaten uit de bijbel toe, alsook de zin: 'Het verlangen is een parafrase van het verhaal van Jakob in Genesis.'

In juli verschijnt de bundel De wangebeden, waarin ook de gelijknamige bibliofiele editie is opgenomen.
Van 13 oktober tot 7 november heeft in de Printschop België te Antwerpen de tentoonstelling Cobra Revisited plaats, met een vier bladzijden tellende poëtische tekst onder dezelfde titel. De tentoonstelling toont met de schaar herbewerkte schilderijen op papier uit de periode 1949-1959.
In oktober verschijnt de bundel Zwart, een reeks gedichten bij door Karel Appel en Pierre Alechinsky samen met Oostindische inkt gepenseelde prenten.
Bibliofiele edities : Van de koude grond, Antiphon.

Er komt een steeds duidelijker samenhang in de citaten en imitaties die hij gebruikt. In de bundel Verzamelde gedichten (1969-1978) is Claus overwegend een klassiek dichter, die zijn emoties verwerkt via modellen. Dwars door de gevarieerde stijlen en motieven herkent men steeds zijn eigen stem en visie (gekleurd door een matriarchale mythologie).

Vijfde Staatsprijs en Vierde Belgische Staatsprijs voor toneel voor Jessica! (1979) en zijn Orestesbewerking (1976). In datzelfde jaar 1979 werd hem ook de de Cultuurprijs van de stad Gent en Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre toegekend.

Op 27 januari 1979 wordt Macbeth naar Shakespeare gecreëerd door Teater Arena te Gent in een regie van Jaak Van de Velde. De tekst van de vertaling verschijnt pas in 2003 in boekvorm.

Ter gelegenheid van zijn 50ste verjaardag wordt in het Cultureel Centrum van Hasselt van 30 maart tot 19 april een verkoopstentoonstelling georganiseerd onder de titel Claustrum, de eerste echte tentoonstelling sinds de Retrospectieve van 1965. Bij die gelegenheid verschijnt onder dezelfde titel een bundel met 222 knittelverzen.

In april verschijnt de verzamelbundel Gedichten 1969-1978.

Bibliofiele edities : Fuga, Treize manières de regarder un fragment d'Alechinsky.
Joris Duytschaever publiceert de monografie Over De verwondering van Hugo Claus.

Op 22 januari 1980 wordt Jan zonder Vrees naar Giorgio Gaber gecreëerd door Jan Decleir in de Muntschouwburg te Brussel in een regie van Ton Lutz en Caroline van Gastel. Er verschijnt een slordige tekstbrochure.
Op 1 maart wordt Rashomon naar Ian Fay en Michael Kenin gecreëerd door het Nederlands Toneel Gent in de Gentse KNS in een regie van Jo Gevers.
Op 24 september wordt Phaedra naar Seneca gecreëerd door Europalia 150 België in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten in een regie van Ton Lutz. Het stuk verschijnt dezelfde maand in boekvorm.
In het kader van Europalia 150 België schrijft Claus ook 63 Kwatta-rijmen voor Gans België. Ze horen bij het ganzebord 'Gans België', een plano met tekeningen van en samengesteld door Pierre Alechinsky met commentaar van Claus. Het geheel wordt op 1 oktober ingespeeld.

Op 11 december wordt de film Vrijdag in roulatie gebracht. Claus tekent voor het scenario, de dialogen en de regie. Het wordt later, in 1994, verfilmd door de Zwitserse regisseur Claude Goretta.

Bibliofiele editie: De verzoeking. Een monoloog van een oude non.

Erik Slagter stelt een boekje samen met teksten over Claus' Hollandse experimentele schildersvrienden uit Parijs Ontmoetingen met Corneille en Appel.
Gerd de Ley verzamelt interviews en enkele krantenartikelen van Claus in de bundel De pen gaat waar het hart niet kan.
Gerard Raat publiceert de monografie Over de hondsdagen van Hugo Claus.

Reist in 1981 met Freddy de Vree via de Verenigde Staten naar Mexico. Samen schrijven zij Fiesta, 10 gedichten van beide auteurs bij een verzameling toeristische souvenirs, en Mexico vandaag (1982), de neerslag van 18 uitzendingen voor de BRT, een verslag van hun confrontatie met de Mexicaanse cultuur.

Op 23 mei wordt Pantagleize naar Michel de Ghelderode gecreëerd door het Nederlands Toneel Gent in de Gentse KNS in een regie van Bernard de Coster.
In september verschijnt de eerste voorpublicatie uit de roman Het verdriet van België in het maandblad Avenue, 'In Walrijk'.

Op 26 september wordt Een winters verhaal naar Shakespeare gecreëerd door de KNS te Antwerpen in een regie van Walter Tillemans. De tekst van het stuk verschijnt in december in boekvorm.

Bibliofiele edities: Een hooglied, Jan de Lichte.

Vanaf de jaren zestig exposeerde Claus, die bij voorkeur reeksen tekent of schildert waarin een stevig verhaal zit. Zo stelde hij in 1981 in de Gentse A.D.G.-Galerij zijn door hem zelf genoemde Ordinaire tekeningen tentoon.

Op 4 februari 1982 wordt De verzoeking gecreëerd door Toneelgroep Centrum in de Toneelschuur te Haarlem in een regie van de auteur.
Op 7 februari wordt Een hooglied gecreëerd door dezelfde groep op dezelfde plaats, ook alweer in een regie van de auteur.
Op 12 maart wordt Het haar van de hond gecreëerd door Toneelgroep Theater in de Schouwburg van Apeldoorn in een regie van de auteur en met Marja Habraken, de toenmalige vriendin van Claus, in de hoofdrol. Het stuk verschijnt in het voorjaar in boekvorm.
Op 18 september wordt Lysistrata naar Aristophanes gecreëerd in het kader van Europalia Hellas door het Nederlands Toneel Gent in de Gentse KNS in een regie van Stavros Doufexis. Van het stuk verschijnen twee verschillende versies.

In oktober geeft de Cornamona Pers van ex-Bezige Bij-directeur Geert Lubberhuizen de eerste editie uit van de bundel Almanak, 366 knittelverzen, één voor elke dag van het schrikkeljaar.
Knittelvers: 'Benaming voor rijmende poëzie met een onregelmatig of veranderlijk vormprincipe. Soms rijmen twee, soms meer verzen op elkaar. Het aantal lettergrepen wisselt binnen ruime grenzen. De verzen hebben nagenoeg geen inwendige periodiciteit.'
In de wat nonchalante vorm die het knittelvers kenmerkt, laat Claus ons Bourgondisch van het leven eten en tevens de vergankelijkheid ervan beseffen. Hij is beurtelings stug en provocerend, maar altijd Breugheliaans "met de billen bloot". Legio zijn de spotternijen op Belgenland en op het Holland-van-de-koekebakkers, aan wier letterlievend geleuter hij maling heeft. Hoewel Claus' taalgebruik niet vrij is van series barokke beelden, blijft deze bundel een "lichtgewicht": een bewijs dat poezie niet altijd bloedernstig hoeft te zijn, maar amusant, onderhoudend tijdverdrijf voor de poezieliefhebbers/-liefhebsters kan betekenen. - (NBD¦Biblion recensie, Els van Geene)

De film Menuet naar een scenario van Claus, gebaseerd op een roman van Louis Paul Boon en in een regie van Lili Rademakers gaat in première.
Bibliofiele editie : Het hooglied van Salomo.

verdriet van België
Op 30 december 1982 legt de auteur de laatste hand aan Het verdriet van België. Op 31 december om 16 uur levert hij het werk in bij De Bezige Bij. Begin 1983 neemt hij vakantie in Spanje.
In 1983 verscheen zijn omvangrijke roman Het verdriet van België, waarin hij in de vorm van een familiekroniek vol autobiografische feiten de politiek-sociale verhoudingen in België beschrijft en op zoek is naar de wortels van fascisme en collaboratie in wo ii. Tegelijk is de roman een Bildungsroman van een literair begaafde en vroegrijpe jongen en tevens een beeld van de Vlaamse middenstand uit de beschreven periode.

Na zo'n 35 jaar lang als auteur van poëzie, proza en toneel te hebben gestoeid met de meest uiteenlopende thema's die zowel het persoonlijke als culturele leven verdiepten, heeft Claus "het nog eens allemaal met stoffer en vuilnisblik bij elkaar geveegd" in deze 775 blz. tellende roman. Het goeddeels autobiografische boek schildert in rijk maar begrijpelijk Vlaams de lotgevallen van familie en (vaak collaborerende) bekenden in en rond de Tweede Wereldoorlog. Claus vertelt in dit werk over de vooroorlogse periode, de oorlogsjaren met de collaboratie en het begin van de naoorlog in het dorpje Walle, dit alles door de ogen van het hoofdpersonage Louis Seynaeve.

'Het verdriet van België' is een meesterlijk portret van het Vlaamse leven in de periode 1939 tot 1947: vrede, oorlog en vrede. Een tijd die zich kenmerkt door oorlog, verzet en collaboratie. Louis Seynave is elf jaar, leerling op een nonneninternernaat, die uit alle macht duidelijkheid probeert te vinden in de verwarring en leugenachtigheid om hem heen. Verwarring, hunkering en bedrog vormen zijn jongensjaren in de schoot van een kleurrijke en verbazingwekkende familie.
Het Vlaamse leven in deze historische crisisperiode van oorlog, collaboratie en overleven, wordt door Hugo Claus in een stroom van groteske en ontroerende verhalen opgeroepen in een even complexe als meeslepende roman, die het hoofdwerk uit zijn oeuvre mag worden genoemd.

De megahype naar aanleiding van de verschijning van Het verdriet van België leidt tot een megasucces. Het boek wordt op 14 maart voorgesteld ten huize van de Bezige Bij te Amsterdam en op 17 maart in de Hotsy Totsy te Gent. In een minimum van tijd worden tientallen recensies aan het boek gewijd - de meeste opvallend positief tot uitermate jubelend -, de auteur wordt een maand lang quasi dagelijks geïnterviewd, enzovoort. Tussen maart en november beleeft het boek vijf drukken, goed voor 78.000 exemplaren. Reeds in 1984 werd het honderdduizendste exemplaar aangeboden van dit magistrale werk waarin de hele Claus -in al zijn facetten- tot leven komt. Er bestaan inmiddels diverse vertalingen van die de critici elders ook al tot juichen bracht. In het najaar van 1984 werd hij voor deze roman met de driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza onderscheiden.

Op 30 april wordt Hamlet naar Shakespeare gecreëerd door het Nederlands Toneel Gent in de Gentse schouwburg in een regie van Arturo Corso. Het stuk verschijnt pas in 1986 in boekvorm.

Claus' verfilming van het epos van de Vlaamse strijd De leeuw van Vlaanderen wordt ter gelegenheid van het Hendrik Consciencejaar uitgezonden en (ook door de scenarist en regisseur) weinig enthousiast onthaald.

Ontvangt in 1984 zijn zesde staatsprijs, de eerste voor proza, voor de roman Het verdriet van België (1983).

Op 4 april wordt Serenade gecreëerd door het Theatercoöperatief in De Balie te Amsterdam in een regie van Lou Landré. Het stuk verschijnt hetzelfde jaar tweemaal in boekvorm.
Toneelstuk, in 14 scenes, waarin diverse personen -die door namen of kenmerken steeds aan elkaar gekoppeld blijken- worden gespeeld door drie vrouwen en een man. Het centrale thema is de sexuele perversiteit binnen onze samenleving. Hierbij moet echter niet worden gedacht aan een kritische tendens of een moralistische benadering; het stuk is veeleer een collage van waanzinnige situaties, absurde dialogen en verboden fantasieen in schuttingtaal. Een intrigerende dubbelheid treedt steeds sterker naar voren: enerzijds het komische, het absurde en anderzijds de toenemende dreiging, de dood. Tegenover de "ontdekkende" knuffelsex van kinderen uit de eerste scene, staat de laatste scene, die de gruwel van de sadistische wellust koppelt aan de consumptieve geilheid van winkelende dames. Dit alles is genoteerd in een zeldzaam rijke, natuurlijke taal vol "verboden termen" Nooit echter ontaardt een en ander in banaliteiten. - (NBD¦Biblion recensie, Tom Zijlstra)

Op 14 oktober overlijdt in Gent moeder Germaine Vanderlinden.
Op 23 november wordt Droom van een zomernacht naar Shakespeare gecreëerd door het Nieuw Ensemble Raamteater in het Raamteater aan den Drink te Borgerhout in een regie van Walter Tillemans en een bewerking van Pavel Kohout. Het stuk wordt in 1991 als Zomernacht uitgegeven.
Paul Claes publiceert de studie De mot zit in de mythe. Hugo Claus en de oudheid en de essaybundel Claus-reading, terwijl Hans Dütting de verzamelbundel Over Hugo Claus. Via bestaande modellen uitgeeft.

Publicatie van de eerste Clauseditie door de Amstelveense uitgeverij AMO, Een overtreding. Tussen 1985 en 1998 zal AMO onder leiding van Gert Jan Hemmink meer dan 50 Clauspublicaties uitgeven, doorgaans heruitgaven van beperkte omvang.

Op 2 maart wordt Blindeman gecreëerd door het Nederlands Toneel Gent in de Gentse KNS in een regie van de auteur. Het is meteen het eerste Oedipus-verhaal waarmee kan worden gelachen én in het Gents dialect.
De in het oeuvre geregeld opduikende mythe van Oedipus staat in het toneelstuk Blindeman centraal: tien mensen hebben "de aanval die de aarde zwart maakte" voorlopig overleefd. Ze doden de tijd met het spelen van een toneelstuk dat een van hen eens heeft gezien in de schouwburg; "van diene Griekse koning die mee zijn moeder getrouwd was". Omer, die de rol van Oedipus speelt, en Yolande, zijn vrouw, raken het zicht kwijt op wat mythe en wat werkelijkheid is. Hij verliest daarmee z'n ogen, wordt daadwerkelijk blindeman. Zij schiet er het leven bij in. Een heftig stuk dat voor een groot gedeelte uit krachtige en prachtige verzen bestaat. Het gebruik van het Vlaams staat daarbij niet in de weg. Integendeel. - (NBD¦Biblion recensie, Rob van der Zalm)

Op 18 april wordt In Kolonos naar Sophokles gecreëerd door Teater Arca in de Gentse Sint-Baafsabdij in een regie van Julien Schoenaerts en de auteur. Het stuk verschijnt in 1986. De tekst van Sofokles' tragedie "Oidipous in Kolonos", het vervolg op "Koning Didipous" heeft Claus voor het theater en het publiek van nu bewerkt; hij is daarbij tamelijk rigoureus te werk gegaan. De koorteksten zijn tot monologen van de hoofdpersonen omgewerkt, gericht tot het publiek. De wezenlijke funktie van het koor is echter, een commentaar te geven en - in deze tragedie - een dialoog te voeren met de hoofdrolspelers. Die mogelijkheid is weggevallen en daardoor komen heel wat verzen en frasen in de ruimte te hangen. Toch is het stuk - als men het origineel vergeet - waarschijnlijk heel speelbaar en is de taal over het algemeen niet al te alledaags en tamelijk strak gehouden.

Op 18 april wordt de opera Dr. Faustus gecreëerd door de Nederlandse Opera in coproductie met het Théâtre National Opéra de Paris in het Circustheater te Scheveningen in een regie van Charles Hamilton en op muziek van Konrad Boehmer. Het libretto verschijnt in dezelfde maand onder de titel Georg Faust.
Dr. Faustus is een bewerking tot een opera in twee bedrijven van de sage omtrent de magier Faust. Deze in de 16e eeuw levende Faust creeert een jongeman, Hans, die als een soort Jezusfiguur optreedt, alom de roem van Maria verkondigt en de arme bevolking opzet tegen de kerkelijke verdrukkers die zwelgen in rijkdom, pracht en decadentie. Een almachtige priesterlijke duivel biedt Faust aan hem in staat te stellen de universele kennis te verwerven mits hij zijn schepping, de homunculus Hans, opoffert. Deze wordt vervolgens omgebracht door drie monniken en Faust gaat tenonder aan zijn drang naar de eeuwige kennis.
Een diepzinnige en vermakelijke variant vol maatschappijkritiek en homofilie op de genoemde sage, de Bijbel, de klassieken en andere werken. Een dankbaar libretto, rijk aan afwisseling, maar ook als leestuk boeiend.

Naar aanleiding van het pausbezoek publiceert Claus in april 10 gedichten bij 11 tekeningen van GAL onder de titel Een weerzinwekkend bezoek.
In mei publiceren Hugo Claus en Freddy de Vree onder het pseudoniem Conny Couperus bij uitgeverij De Arbeiderspers het humoristische misdaadverhaal Sneeuwwitje en de leeuwerik van Vlaanderen, een groteske satire op de Belgische politiek, de Vlaamse cultuur en de Nederlandse literatuur.

In november verschijnt na meer dan een kwarteeuw een nieuwe verhalenbundel, De mensen hiernaast.
Deze verhalen zijn zonder uitzondering bizar, burlesk, Vlaams en cynisch. Het titelverhaal, ook het langste, geeft een groteske kijk op de familieverhoudingen in een gezin waar moeder zwaar ziek is en met opzet haar pillen vergeet. Zij vraagt zich af wie de gouden kiezen uit de mond van haar overleden zuster heeft gesloopt. In het verhaal 'Ongenade' neemt een vrouw wraak op de rechter die een zesentwintigjarig meisje tot acht jaar gevangenisstraf heeft veroordeeld wegens moord op haar pasgeboren baby. Een boeiend boek maar het heeft zeker niet mijn voorkeur binnen het oeuvre van Claus. - (Biblion recensie, Hans Renders.)

In december verschijnt de dichtbundel Alibi, die in 1986 bekroond wordt met de Herman Gorterprijs voor poëzie.
Bij eerste lezing kan men als thema's in deze bundel van de genoegzaam bekend zijnde Claus liefde en dood onderscheiden. Het is de onmiskenbare verdienste van de gedichten dat ze bij herlezing tonen dat deze thema's slechts benaderingswijzen zijn, zoals ook de poezie zelf, van de drang de wereld in al haar aspecten te doorgronden, in Claus' eigen woorden: 'natuur, kennis, identiteit'. Zijn 'handelskenmerken' zijn er alle: o.a. de vitale schijnbaar nonchalante zeggingskracht, de ironie en scepsis - ook t.a.v. zichzelf - de verhullingstechnieken die garanderen dat hij zich alleen blootgeeft aan de goede lezer, en de al dan niet bewerkte bijdrage van anderen (hier Valery). Ondanks de kwantitatief sterk verschillende 8 delen is het stilistisch en inhoudelijk een coherent boek geworden, dat niet over het hoofd gezien kan worden. - (NBD¦Biblion recensie, Albert Hagenaars)

Andere bibliofiele en aparte edities: Halloween, De dief van liefde, Gezegden, Gevulde contouren.

Op 20 februari 1986 overlijdt in Gent vader Jozef Claus.

Ontvangt de Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre. Naar aanleiding van deze gebeurtenis wordt de bloemlezing Mijn honderd gedichten gepubliceerd, in De Brakke Grond heeft de tentoonstelling Evergreens plaats, er verschijnt een gelijknamige uitgave, enzovoort.
Als bijlage bij het weekblad Knack verschijnt de bundel Sonnetten op 100.000 exemplaren.
Vijftien sonnetten, zonder titels, vormen een duidelijke reeks: van een gevecht tegen de tijd tot een navrante berusting met de dood. In die korte tijd die rest wordt de geliefde, 'de laatste van mijn demonen', nog een keer beleefd, soms slechts in de metaforen van het sonnet. Voor veel vrienden is de tijd reeds voorbij en ook voor de dichter lijkt die eigenlijk al op, maar via de taal die de liefde prijst, wordt het leven nog gerekt. Claus houdt zijn taal als een wapen in de hand, goochelt en tovert ermee, gaat soms te ver, maar slaat meestal raak met korte, felle termen. Zijn sonnetten zijn klappen van de man die het leven hartstochtelijk bemint en de dood wil verslaan. De poezie die de liefde heeft bekend, blijkt ten slotte een leugen, want de wereld is sterfelijk. Daarmee eindigt de bundel, waarin het leven nog eens werd 'geloofd', in de dubbele betekenis van dit woord. - (NBD¦Biblion recensie, E. Kraytz.)
Andere aparte uitgave: Bewegen.

Verhuist in 1987 naar de Provence, maar houdt een verblijfplaats aan in Antwerpen.
Ontvangt de Prijs van de Vlaamse Lezer voor de roman Het verdriet van België (1983) en de Achilles Van Ackerprijs voor 'de sociale bewogenheid' die 'grote gedeelten van zijn oeuvre kenmerkt.'
Op 31 januari wordt te Gent Koning Lear naar Shakespeare gecreëerd door het Nederlands Toneel Gent in een regie van Franz Marijnen. Het stuk verschijnt pas in 1993 in boekvorm.
Van 19 februari tot 29 maart heeft in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten de tentoonstelling Imitaties plaats. Bij die gelegenheid verschijnt een gelijknamige, losbladige map met imitaties van bewonderde kunstenaars en werken, vergezien van poëtisch commentaar.
Op 26 september wordt te Antwerpen Romeo en Julia naar Shakespeare gecreëerd door de KNS in een regie van Jo Dua. De tekst van het stuk verschijnt in dezelfde maand.
Op 10 oktober wordt te Gent De golven van de liefde en van de zee naar Grillparzer gecreëerd door het Nederlands Toneel Gent in een regie van Ulrich Greiff.
Op 31 oktober verschijnt het verhaal Chateau Migraine als Vlaams Boekenweekgeschenk.
Bibliofiele edities: Hymen en Sporen.

Op 18 februari 1988 wordt Gilles! gecreëerd door Jan Decleir in een regie van de auteur. De tekst verschijnt twee keer, in 1988 en (als Gilles en de nacht) in 1989.

In maart verschijnt de roman Een zachte vernieling, waarin de auteur terugkijkt op zijn experimentele jaren in Parijs en zijn relatie met Hans Andreus en diens vriendin Odile Liénard.
André Maertens, een vermoeide man van middelbare leeftijd, directeur ener cultureel centrum, verneemt via het nieuws dat Bernard, een dichter met wie hij optrok in Parijse kunstenaarskringen, is overleden. Het bericht leidt tot een langdurige terugblik waarin scènes uit de Parijse jaren opflikkeren. De zachte vernieling betreft het langzaam verdwijnen van de erotische en artistieke overmoed en bovenal de ondergang van Bernard.
Het is begin jaren vijftig. André, de verteller van de roman Een zachte vernieling, ontmoet Sabine de Comptine d'Aarselaer, die in haar persoon schoonheid, ironie en passie verenigt (een typische Claus-heldin). Hij volgt haar van Gent naar Parijs, van het moederland naar het artistieke centrum van de wereld. In haar gevolg komt hij terecht in de Vlaams-Nederlandse kunstenaarskolonie van Parijs, een milieu dat Hugo Claus soms satirisch, soms vertederd, maar steeds trefzeker beschrijft. De gevolgen zijn vernielend. Maar wie wordt er vernield? Sabine, de gevallen engel, die l'amour fou belichaamt? Bernard, de tragische dichter, die niet kan ontsnappen aan zijn verleden? André, die wanhopig tracht liefde in de kiem te smoren? De lichte toets die Hugo Claus met meesterschap hanteert, maakt deze roman - die de zwarte romantiek van de jaren vijftig oproept - des te aangrijpender, des te fascinerender.
Met dodelijk sarcasme, doch ook met mededogen jegens de tragische Bernard vertelt André over een groepje bigotte kunstenaars dat onmiskenbaar verwant is aan de Cobra-groep. André raakt in deze kringen verzeild door vanuit Gent de mysterieuze en prachtige Sabine te volgen naar Parijs. Een helder gecomponeerde en schitterend gestileerde roman vol passie, tragiek en ironie. Zeer aan te raden voor een groot publiek. - (Biblion recensie, T. Zijlstra.)

Van 25 mei tot 25 juni heeft in Galerie Espace te Amsterdam de tentoonstelling Memoriaal (Werken op papier 1950-1966) plaats.
In mei verschijnt op groot formaat een uitvoerige selectie kleurenafbeeldingen van Claus' plastisch werk Beelden, toegelicht door Freddy de Vree, Cees Nooteboom, André Goeminne en anderen.
In mei ook organiseert het Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen de tentoonstelling Werken op papier (1950-1982).
In juli wordt de verzamelbundel Acht toneelstukken herdrukt als Toneel I, het eerste deel in de lichtblauwe, vierdelige toneelreeks. In 1989 verschijnt Toneel II met het eigen werk uit 1968-1973, in 1991 Toneel III met werk uit 1973-1985 en in 1993 Toneel IV met de antieke bewerkingen 1966-1986.

Op 27 september wordt Het schommelpaard gecreëerd door de Compagnie van de XXe eeuw in de Amsterdamse Stadsschouwburg in een regie van de auteur. De toneeltekst over het merkwaardige wedervaren van twee mannen in een bordeelt verschijnt dezelfde maand in boekvorm.
Dit nieuwe toneelstuk van Hugo Claus is een bizarre comedie die zich afspeelt in een Amsterdams bordeel. Twee mannen die iets te vieren hebben, belanden bij toeval in een geheimzinnige ruimte met een roze achterwand met in het midden daarvan een manshoge gleuf. Achter die gleuf schijnt zich een vrouw te bevinden die, als zij beweegt, zo heet het, schommelt zoals het heelal schommelt. Mannen die tot haar gaan, wacht de lieflijkste ramp, de liefdesdood. Na een aanslag op het bordeel die de weg naar buiten blokkeert en diverse schermutselingen, verdwijnen de twee mannen voorgoed (?) naar achter. Mevrouw Thalia, genoemd naar de muze van het blijspel, behoedster van de dame achter de gleuf, blijkt dan niet een gewezen actrice maar een gewezen acteur te zijn die in die hoedanigheid zijn geloof in de schoonheid uit mag spreken.
Een onderhoudend stuk dat echter, zowel wat de inhoud als het taalgebruik betreft, de gedreven- en felheid van Claus' beste werk mist. - (NBD¦Biblion recensie, Rob van der Zalm.)

Bibliofiele editie: Een andere keer, een verhaal met houtsneden van Roger Raveel.

Op 1 februari 1989 verschijnt De zwaardvis als het Nederlandse Boekenweekgeschenk in een oplage van meer dan 500.000 exemplaren. De Franse vertaling van de roman De Zwaardvis (1989) werd bekroond met de Grand Prix de l'humour noir.
De mix van mythologie en religie, seks en geweld is deze keer gesitueerd op het platteland. Hoofdfiguren zijn de gescheiden Sibylle en haar zoon; een dorpsonderwijzer met ambities en een aan lager wal geraakte dokter, die nu klusjesman is. In 13 korte hoofdstukken weet Claus het benauwde leven perfect te schilderen. De perspectiefwisseling zorgt voor de nodige variatie; De gepleegde moord geeft het boek extra spanning. - (Biblion recensie, Jos Damen.)

Ter gelegenheid van zijn 60ste verjaardag organiseren de studenten Germaanse Filologie van de Universitaire Instelling Antwerpen (UA) op 29 april in het MUHKA een Claus-happening met lezingen, een voordracht, een filmvertoning, een interview en een tentoonstelling.
Maakt van zijn roman Omtrent Deedee (1963), die aanvankelijk als scenario was opgezet, de film Het sacrament.
Ontvangt Humo's Gouden Bladwijzer voor de roman Het verdriet van België en de Grand Prix de l'humour noir voor de Franse vertaling van De zwaardvis en een bundel verhalen.
Van 16 december 1989 tot 13 januari 1990 heeft in de Stichting Veranneman te Kruishoutem de tentoonstelling plaats Perte Totale. Selektie uit werken op papier 1950-1985. Tegelijk verschijnt er een gelijknamige publicatie met 60 schetsen en 60 nota's ter herinnering aan de 60ste verjaardag van de kunstenaar.

In mei 1990 wordt Steeds/Cité gepubliceerd, een reeks ontdubbelde gedichten bij dubbeltekeningen van Albert Pepermans.
Onder de titel Hugo Claus publiceert Freddy de Vree een keuze uit de poëzie met een uitvoerige inleiding.

Van 19 februari tot 5 maart 1991 heeft de tentoonstelling Hugo Claus. Dessins plaats in de Galerie du Cirque Divers te Luik. Deze tentoonstelling staat ook bekend als Crimes et Caresses.
Van 18 tot en met 26 april is het Cultureel Festival Amersfoort een Hugo Claus Festival. Er verschijnt een festivalkrant (12 april) met interviews en beschouwingen, er hebben 10 filmvoorstellingen plaats, en 6 toneelopvoeringen, waaronder de première van Richard Everzwijn naar Shakespeare (18 april, regie Eddy Vereycken) en van Winteravond (21 april, regie Mark Timmer), er is een poëzieprogramma en een symposium. In De Zonnehof heeft van 19 april tot en met 26 mei een overzichtstentoonstelling 1950-1990 plaats onder de titel Hugo Claus als beeldend kunstenaar. Freddy de Vree schreef bij die gelegenheid Hugo Claus. Beeldend werk 1950-1990. Samen met Jan Cartens stelde hij ook de bundel beschouwingen samen Het spiegelpaleis van Hugo Claus.
In de grote overzichtstentoonstelling van Cobra, tijdens de zomer van 1991 in het Oostendse Provinciaal Museum voor Moderne Kunst, werd Claus een aparte kamer voorbehouden.

Op 29 augustus wordt in de Amsterdamse Stadsschouwburg Visite gecreëerd in een regie van Willem van de Sande en Ine Schenkkan. In 'Visite' krijgt de hoofdpersoon bezoek van een kleine mysterieuze man die van hem genoegdoening wil voor iets wat hij hem in zijn jeugd heeft aangedaan.
Visite en Winteravond gaan beide over iemand van wie in de loop van het spel langzaam maar zeker een vroeger leven, een verborgen schuld uit het verleden openbaar wordt. In 'Winteravond' wordt een man in een café in aanwezigheid van zijn moeder geconfronteerd met een vroegere vriendin die zeer tegen zijn zin allerlei gênante zaken onthuld. Het zijn realistische spelen met vlotte dialogen die trefzeker de spanning erin houden en een sfeer oproepen van beurtelings malicieuse en melancholieke vervreemding. In 'Winteravond' boeit daarnaast ook de raak getypeerde Belgische cafésfeer. - (Biblion recensie, Drs. K. de Jong Ozn.)

Op 9 november overlijdt in Gent zijn broer Guido. In december verschijnt de vertaling die hij samen met Cees Nooteboom heeft gemaakt van Het mondeling verraad van Mauricio Kagel, een tekstcollage over de duivel.

Wordt in 1992 met prostaatkanker opgenomen in het ziekenhuis.
In maart verschijnt de vertaling van Verroeren van Samuel Beckett.
Van 16 april tot en met 17 mei heeft in het Nederlands Theater Instituut te Amsterdam een Hugo Claus. Videoprogramma plaats gewijd aan Claus en het drama. Er worden 7 toneelstukken en 2 films vertoond.
Van 6 juni tot 1 augustus heeft in de Brussel Liverpool Gallery de tentoonstelling Vìnus vulgaris plaats. Een ophefmakende reeks aquarellen en penseeltekeningen rond het vrouwelijk naakt onder de titel Vìnus Vulgaris.
In het najaar verschijnt de bundel Geplette gedaanten, 10 gedichten bij 10 etsen van Reinhoud.

In februari 1993, acht jaar na zijn vorige dichtbundel bij zijn reguliere uitgever, verschijnt De sporen, waarvoor hem in 1994 de VSB-poëzieprijs wordt toegekend.
Hugo Claus verloochent, ondanks zijn staat van dienst, nog altijd zijn lust tot consistent experimenteren met de taal niet. Vele facetten van zijn persoonlijkheid komen weer aan bod, waarbij de titel de lading exact dekt: de typische thema's uit zijn literaire leven laat hij - door zijn leeftijd in een heel eigen traditie - hun sporen naar het heden trekken; verdeeld over 5 afdelingen (waarin 6 cyclussen; één ervan is eerder bibliofiel gepubliceerd onder de titel 'Sporen' (a.i. 88-06-156-6); het dichterschap, COBRA, de klassieken (Parmenides, Dante, Flaubert etc.), de mythologie, zijn paganistische religiositeit, zijn hommages aan schrijvers (o.a. Shelley) en vrienden. Altijd verrassend door speels, maar bedwongen taalgebruik, 'nu ligt er een lijk van woorden/ die ooit ontdooien'. - (Biblion recensie, Wijnand Steemers.)

Op 27 februari wordt in de Gentse schouwburg De repetitie van Jean Anouilh gecreëerd door het Nederlands Toneel Gent in een regie en een vertaling van Claus.
Van 7 juni tot 15 juli heeft in 't Elzenveld te Antwerpen de dubbeltentoonstelling Breyten Breytenbach en Hugo Claus plaats. Het tijdschrift Revolver brengt een apart nummer Hugo Claus als catalogus.

Treedt op 12 juni 1993 voor de tweede maal in het huwelijk, ditmaal met Veerle de Wit.
Op 26 juni heeft de wagen bestuurd door zijn vrouw een ongeval in Saint-Saturnin, in de Provence. Hij ligt enige tijd met ernstige verwondingen aan de ruggenwervel in het ziekenhuis van Apt.

Op 14 oktober wordt Onder de torens gecreëerd door het Nederlands Toneel Gent in een regie van Sam Bogaerts, geschreven ter gelegenheid van de opening van de gerenoveerde Gentse schouwburg. Op 28 oktober publiceert Claus in Humo een 'Open brief aan Sam Bogaerts, regisseur en co-auteur', waarin hij hem gebrek aan respect voor de tekst verwijt. Het stuk wordt in dezelfde maand uitgegeven.
Het verhaal gaat over de gefingeerde jurering van potentiële openingsstukken. Voor Claus een ideale gelegenheid om de vele leeghoofden die zich met cultuur bemoeien, te kijk te zetten. Ook verschillende vormen van zogenaamd modern en van klassiek toneel worden bespot, in een zestal voor de jury gespeelde fragmenten. Er heerst verwarring rond wat eigenlijk nog toneel te noemen is. En wie of wat is corrupter? Zijn het de mensen of de teksten? Hugo Claus betoont zich weer eens als het 'enfant terrible'. Hij veegt in zijn grimmige ijver zodanig grondig de tempel schoon, dat geen enkele visie standhoudt. Wijzer wordt niemand van dit niet erg complexe recht-op-en-neer stuk. Vrolijker waarschijnlijk wél, want Claus schrijft met een ingehouden sarcasme, dat een aantal komische uitspraken en scènes oplevert. Hoewel een gelegenheidsstuk, heeft het beslist een wat langere adem. - (Biblion recensie, Willem Rijssen.)

Aparte editie: 10 manieren om naar P.B.S. te kijken.

In 1994 sleepte Claus met zijn bundel De Sporen (1993) de prestigieuze VSB-poëzieprijs in de wacht.

In 1994 verscheen Belladonna. Scènes uit het leven in de provincie, een sleutelroman waarin Claus het Vlaamse cultuurleven rond de verfilming van het leven van Pieter Breughel satirisch en grotesk beschrijft.

Claus' vijfenzestigste verjaardag was aanleiding om van 1994 een echt Clausjaar te maken met huldigingen, toneelopvoeringen en andere literaire manifestaties. In Gent werd een grote tentoonstelling aan hem gewijd. Het Antwerpse Zuidpooltheater brengt het hele seizoen Claus op de scène -, evenals tentoonstellingen in Amsterdam en een kunstzinnige hommage in Watou. Publicaties zijn Hugo Claus 65 en [Beeldende kunstenaars rond de dichter [Hugo Claus]. Bij die gelegenheid verschijnt een grote verzameluitgave van zijn Gedichten 1948-1993 en wordt de televisieserie naar Het verdriet van België in een regie van Claude Goretta naar een scenario van de auteur door NOS en BRTN in drie afleveringen uitgezonden.

Op 3 november wordt de roman Belladonna voorgesteld; de roman verschijnt in een oplage van 55.000 exemplaren.
Claus bedankt voor de Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad.
Johan Thielemans publiceert de studie Het paard Begeerte. Aspecten van het toneel van Hugo Claus.
Bij de uitgeverijen Kritak en De Bezige Bij verschijnt het eerste deel van Het teken van de ram, een periodieke publicatie voor de Clausstudie. Daarin wordt onder meer aandacht besteed aan het allervroegste werk tot en met 1950.

Zijn werk werd dit jaar bekroond met de VSB Poëzieprijs en op 28 januari 1995 wordt Claus in het Vlaams Cultureel Centrum de Brakke Grond de Prijs voor Meesterschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde uitgereikt (Prijs voor het Meesterschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde verleend door De Nederlandse Taalunie).

Van 12 mei tot 25 juni 1995 heeft in het Museum Van der Togt te Amstelveen de tentoonstelling Hugo Claus. Werken op papier plaats. Bij die gelegenheid verschijnt er bij Jaski Art Gallery te Amsterdam een catalogus.

In juni 1995 verschijnt het toneelstuk De eieren van de kaaiman. Een toneelstuk, in opdracht opstaan, over twee snoeverige Belgen op bezoek in een Zuid-Amerikaans land. De reis is gewonnen in een BRTN-quiz, maar wordt gecombineerd met een voorgenomen bezoek aan een (financeel) geadopteerd kind. Er blijken onlusten gaande, zodat de twee mannen vrijwel huisarrest hebben in het luxueuze hotel van een stijve Zwitser. Daar ontmoeten ze ook een licht excentrieke landgenote. Een uitstapje onder toezicht van een guerrilla-soldaat naar de verblijfplaats van het adoptie-kind brengt de inheemse realiteit dichtbij. De kaaiman in het hotelzwembad - resultaat van een lokaal bijgeloof en spil van een verrassend slot - doet dat overigens ook. Zowel de personages, de thema's als de dramatische ontwikkelingen zijn opgetuigd met veel burleske aspecten. Het geheel doet barok-kolderiek aan, maar in de ondertonen wordt een complex van serieuze thema's rond leven en dood voelbaar. De manier waarop mythe en realiteit zijn verweven en hoe tragiek wordt vermomd onder macho-achtige schijn, is kenmerkend voor Hugo Claus. Ook in de krachtige dialogen herkent men de oude meester, die opnieuw weet te boeien met een bondig, maar intrigerend werk. - (Biblion recensie, Willem Nijssen.)

Op 15 september wordt in het RUCA in Antwerpen een monumentaal kunstwerk ingehuldigd, een muur bekleed met zeven openstaande boeken, die telkens een afbeelding van Pierre Alechinsky bevatten en een gedicht van Claus. Beide worden ook opgenomen in twee edities van Zoek de zeven.
Op 29 september is de uitgave (met CD) van Hugo Claus en Albert Pepermans gedateerd Et voilà, le travail!, 10 kwatrijnen bij plastisch werk.
In het najaar verschijnt het onuitgevoerde libretto Borgerocco of De dood in Borgerhout.
Dina en Jean Weisgerber publiceren Claus' geheimschrift. Een handleiding bij het lezen van Het verdriet van België.

In mei 1996 worden drie toneelstukken voor het eerst gepubliceerd: De verlossing, dat aanvankelijk was aangekondigd als Valavond, en Visite/Winteravond.
'De verlossing', is een gezins-/familiedrama dat zich afspeelt in een kleinburgerlijk Vlaams milieu van tragische helden. Magda, 65 jaar oud, depressief en ziekelijk vult, gezeten in een stoel het hele stuk door het toneel. Haar man Oscar (68), de kostwinner/kipenhouder/sjacheraar is de groteske patriarch. Ooit lieten zij zich lokken door de liefde, nu dreigen ze door gebrek aan liefde ten onder te gaan. Dromen zijn niet in vervulling gegaan, al het handelen lijkt gedoemd te mislukken; wat met het leven aan te vangen. De teksten zijn als mokerslagen, waarin het universele menselijk tekort meedogenloos wordt verbeeld. De troosteloosheid van dit bestaan wordt op ongenadige wijze inhoud gegeven. - (Biblion recensie, G. Reindersma.)

Van 15 september tot 27 oktober wordt in Sint-Niklaas in de tentoonstellingszaal Zwijgershoek een tentoonstelling gewijd aan Claus en de plastische kunsten onder de titel Hugo Claus. Herman de Coninck houdt de inleiding.

De Geruchten
Op 11 oktober wordt de roman De geruchten (1996) in Amsterdam en Antwerpen voorgesteld. De roman, een parabel over de hypocriete bekrompenheid in Vlaanderen, sluit aan op eerdere thematiek van Claus. Zoals in eerder werk van Claus speelt de oedipale interpretatie van vegetatiemythes in deze roman een belangrijke rol. De Geruchten is een boek over roddel en achterklap in het zieke België.
Stel je voor: je zoon, Rene Catrijsse, die drie jaar geleden plotseling verdwenen is, keert even onverwacht terug naar huis. Hij zegt weinig en ziet er ongezond uit. Hij blijkt een onbekende ziekte onder de leden te hebben en traumatische oorlogservaringen te hebben opgedaan als deserteur en huursoldaat in een Vlaamse kolonie in Afrika. Vanaf dat hij terug is, vinden er legio onverklaarbare gebeurtenissen plaats in Alegem, het dorpje waar je woont. Uiteraard leggen de bewoners van het dorp een oorzakelijk verband tussen de terugkeer van Rene en de macabere gebeurtenissen. Ziedaar de onmogelijke situatie waarin de vader, moeder en broer van Rene verkeren. Twintig jaar later vertelt de broer van René Catrijsse, Noël, aan een geheimzinnige ex-politie-commissaris zijn gruwelijke sprookje van schuld en liefde.
Het drama is gesitueerd in de jaren zestig, maar motieven als discriminatie en gebrek aan tolerantie zijn van alle tijden. Claus vertelt het verhaal in een taal die de beklemmende atmosfeer versterkt. Het perspectief wisselt van het ene personage naar het andere, wat de spanning vergroot. Met 'De Geruchten' heeft Hugo Claus een zeer meeslepende, eigen interpretatie van De Verloren Zoon gegeven. (Biblion recensie, Redactie)
In 1997 kreeg hij voor dit werk de Libris Literatuurprijs en nog een jaar later de Europese Aristeion-literatuurprijs. De roman wordt het eerste jaar 8 keer herdrukt.

Aan de Universiteit Antwerpen wordt het Studie-en documentatiecentrum Hugo Claus opgericht, het eerste in zijn soort gewijd aan een nog levend auteur.
Publicatie van de 2de aflevering van de periodieke publicatie van de Clausstudie Het teken van de ram, geheel gewijd aan de periode 1950-1955.

Ontvangt in 1997 Humo's Gouden Bladwijzer en de Libris Literatuurprijs voor de roman De geruchten (1996) en de Prix International Pier Paolo Pasolini voor een veelzijdig kunstenaarschap.
Bibliofiele editie: Impromptu, gedichten bij kleuretsen van Reinhoud.

Ontvangt in 1998 de Europese Aristeion Literatuurprijs voor de roman De geruchten (1996).

In januari verschijnt de roman Onvoltooid verleden, een soort 'vervolg' op De geruchten, die vanaf 2000 ook samen onder de titel De geruchten worden gepubliceerd. De geestelijk beperkte hoofdfiguur, een armzalige lobbes met een moederbinding, is weer zo'n typisch Clauspersonage, zoals we dat bijvoorbeeld al in De Metsiers aantroffen.
Het motto van "Onvoltooid verleden" is afkomstig uit Claus' vorige boek "De Geruchten" (Librisprijs 1997) en luidt: "Ik geef toe, het is van ons schoonste niet, maar de mens moet toch iets doen met zijn medemens, hem plagen of hem vogelen". Deze nieuwe roman sluit in meer opzichten op de vorige aan. De hoofdpersoon, die Broer wordt genoemd, lijkt wel de broer van "de verloren zoon" uit de "De Geruchten". Broer heeft het niet makkelijk gehad in de beklemmende plattelandsomgeving waarin hij zijn levensjaren slijt. Hij heeft er een macabere uitweg gevonden. Gaandeweg het verhaal, dat is opgebouwd als een verhoor tussen politie en arrestant, wordt duidelijk dat Broer meer mensen op beestachtige wijze heeft omgebracht. En toch slaagt Claus erin je bijna begrip voor Broer te laten opbrengen. Temeer daar de hoofdpersoon zich hevig verzet tegen de (actuele) Belgische wantoestanden met kinderen. Met name bij het begin en het einde van het verhoor weet de schrijver de spanning hoog op te laten lopen, in het midden is de spanningsboog wat minder gespannen. Desondanks een boeiend boek, dat op verrassende wijze thema's als liefde, schuld, boete en vergelding de revue laat passeren. - (Biblion recensie, Drs. E. A. van Kemenade.)

Op 12 september wordt de dichtbundel Oktober '43 bij foto's van Rik Selleslags voorgesteld, tegelijk met een luxe-editie door de Vrienden van de Zwarte Panter, Antwerpen.
In Oktober '43, waarin gedichten en foto's zijn samengebracht, komt een periode uit de Vlaamse geschiedenis op een uitzonderlijke manier tot leven. De foto's die Rik Selleslags maakte en die onlangs door zijn zoon zijn gevonden, inspireerden Hugo Claus tot beeldende, voor een breed publiek toegankelijke gedichten. Foto en vers vullen elkaar informatief aan en de tekst versterkt de kracht van deze sobere, getuigende foto's. Wat er precies gebeurde in die Vlaamse straat in oktober '43 blijft onduidelijk, maar de dreiging door de bezetter, de verbroedering van de verdrukten worden voelbaar in de grijstinten en tussen de regels. Claus hekelt ook de vrouwen die zich verkopen en treedt de kinderen tegemoet die 'Tarzan en de nazi's' spelen terwijl de mannen de dood tegemoet wandelen. De 27 foto's, portretten van de straat, zijn terecht, vijfenvijftig jaar later, prijs gegeven. - (Biblion recensie, E. Kreytz.)

Op 4 december verschijnt het verhaal Het laatste bed dat gaat over de fatale liefde van twee vrouwen.
Twee vrouwen komen logeren in het sjieke hotel LUXOR van een Belgische badplaats. Emily, de pianolerares, vertelt hoe hun liefde zich ontwikkelde tot een schokkend ritueel. Ook in deze novelle toont Claus zich meester van de suggestie, je weet lange tijd niet wat er tussen de twee vrouwen is voorgevallen totdat tegen het einde de bloederige werkelijkheid onthuld wordt.
In korte fragmenten die de lezer zelf tot een geheel moet smeden, beschrijft Hugo Claus in zijn beeldende, geladen stijl de liefde en de seksuele relatie van twee vrouwen, een lerares muziek uit een gegoede familie en een schoonmaakster. Seksueel misbruik door ouders, absoluut onbegrip van familie en omgeving, de dood van het kind van een van hen, alles draagt bij tot de gruwelijke afloop van deze relatie. Het kan niet anders dan dat Claus de verwording aan de kaak heeft willen stellen van een maatschappij, waarin een Dutroux kansen krijgt. Dit verhaal kan de lezer niet onberoerd laten. - (Biblion recensie, Nel van der Heijden-Rogier.)

Bibliofiele en aparte dichtbundels: De aap in Efese, gedichten bij etsen van Jan Vanriet, en Voor de reiziger.

Ontvangt in 1999 zijn zevende staatsprijs, ditmaal ter bekroning van een schrijversloopbaan, de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap.
Op 1 april verschijnt de dichtbundel Wreed geluk.
Ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag viert de Universiteit Antwerpen Claus' 50-jarige schrijverschap. Onder de titel Claus op de Campus wordt een congres georganiseerd met lezingen, een debat en een tentoonstelling. Naar aanleiding daarvan verschijnt de publicatie Hugo Claus - 'Wat bekommert zich de leeuw om de vlooien in zijn vacht'. Vijftig jaar beschouwingen in citaten, tekeningen en overzichten.
In juni verschijnt de bundel verzamelde Verhalen en in september een tweedelige, paarse uitgave van zijn Toneel.
Bibliofiele editie : Goede Geschiedenissen. Of een ABC van de kinderheiligen, gedichten bij collages van Thierry Renard.

Ontvangt in 2000 de Italiaanse Premio Nonino voor de Italiaanse vertaling van Het verdriet van België en de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse provincies 1998 voor het gezamenlijk oeuvre van een auteur.

In maart verschijnt de novelle Een slaapwandeling en een bundeling van de 'andere verhalen' onder de titel Een andere keer.
In 'Een slaapwandelaar' (eerder uitgegeven als boekenweekgeschenk van de Bijenkorf) beleeft een antiekhandelaar een vreemde ontmoeting met een oude vriend en een geliefde, die zich bewegen in de illegale wereld van kunstvervalsingen. Net als in veel ander werk van deze Vlaamse auteur moet je als lezer je best doen om in het verhaal te komen en de draad vast te houden, doordat hij de taal gebruikt om te balanceren tussen droom en werkelijkheid.

In september verschijnt de Franstalige dichtbundel Sans merci bij houtsneden van Michael Bastow.
In oktober verschijnt de tweetalige (Nederlands/Frans) dichtbundel Made in Belgium bij foto's van Harry Gruyaert.
Publicatie van de 3de aflevering van de bijdragen tot de Clausstudie Het teken van de ram, waarin onder meer aandacht wordt besteed aan het werk uit het decennium 1955-1965.

In 2001 werd hij gelauwerd met de Prijs voor Europese Poëzie van de stad Munster voor zijn tweetalige werk Gedichte.
Van 11 juni tot 7 oktober loopt in het Raveelmuseum te Machelen de tentoonstelling Hugo Claus en Roger Raveel: een tweespraak.
In november gaat de film De verlossing in première. Claus tekende voor regie en scenario (naar zijn gelijknamige toneelstuk).
Bibliofiele editie: Een vrouw, de cyclus uit De Oostakkerse gedichten, bij etsen van Hans Bellmer.

Ontvangt in 2002 de oeuvreprijzen Prix de Consécration Herman Closson, SACD en de Leipziger Buchpreis für Europäische Verständiging. De bundel Wreed geluk(1999) wordt bekroond met de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies 2001 voor een verzenbundel.
Op 22 januari verschijnt de poëziebloemlezing Ik schrijf je neer.

Op 31 januari 2002 verschijnt ter gelegenheid van Gedichtendag het bundeltje De groeten. De elf gedichten uit deze bundel zijn in opdracht van Poetry International geschreven door Hugo Claus en gepubliceerd door De Bezige Bij.

Van 8 maart tot 6 april wordt in het Antwerpse Antiquariaat De Slegte de tentoonstelling Hugo Claus ongezien georganiseerd. Bij die gelegenheid verschijnt Dessins sans destin, een collage uit 1951. Tegelijk wordt het Clausnummer van het tijdschrift Revolver gepresenteerd. In het Antwerpse Filmmuseum heeft een retrospectieve van 6 films plaats.
In juni verschijnt Claus' vertaling van de poëzie van Joachim Sartorius De tafel is leeg.
Officieel in 2001 gaat de wetenschappelijke reeks uitgaven van ongepubliceerde Clausteksten Hugo Claus Edities van start, een initiatief van het Studie- en documentatiecentrum Hugo Claus. Op 5 september 2002 verschijnt het eerste deel Herbarium, een becommentarieerde uitgave in facsimile van een geïllustreerde dichtbundel uit 1949.

Op 12 februari 2003 werd Claus onwel tijdens de première van de literaire tournee Saint Amour in Leuven. Dat bleek achteraf het gevolg te zijn van een longontsteking en een lichte beroerte.
Op 15 en 16 maart heeft in Cultureel Centrum Scharpoord te Knokke de tentoonstelling plaats Getekend Hugo Claus. Bij die gelegenheid verschijnt een gelijknamige publicatie met 24 werken uit de periode 1954-1990.
Op 23 april verschijnt op 76.000 exemplaren de door Jan Vanriet geïllustreerde dichtbundel Zeezucht.
Georges Wildemeersch publiceert het essay Vrome wensen. Over het literaire werk van Hugo Claus.

Naar aanleiding van zijn 75ste verjaardag in 2004 hebben tal van activiteiten en tentoonstellingen plaats en verschijnen diverse publicaties.
In maart verschijnen De romans in 4 delen en de verzamelde Gedichten in 2 delen, er verschijnt een nieuwe dichtbundel In geval van nood en een interview-abecedarium Hugo Claus. Groepsportret. Een leven in citaten. Bijeengebracht door Mark Schaevers.

In een opmerkelijk interview met de VRT-radio zei Hugo Claus in oktober 2005 dat hij niet langer poëzie wil publiceren. Hij zei teleurgesteld te zijn over het gebrek aan reacties in de pers op twee verzamelbundels. In het interview had Claus het ook over zijn wankele gezondheid. Het viel hem zwaar dat zijn geheugen het soms liet afweten.

De laatste jaren legde Claus zich vooral toe op schilderen. In december 2005 opende in De Zwarte Panter de tentoonstelling schilderijen op papier Woordenloos, met schilderijen die Claus samen met acteur Jan Decleir en schilder Fred Bervoets maakte. Om die werken te maken, waren ze de zomer daarvoor drie dagen lang bijeen. Ook verschijnt tegelijkertijd een gelijknamig boek waarin alleen illustraties, geen woorden, zijn opgenomen. In het Nederlandse Amstelveen werd enkele maanden eerder de eerste grote overzichtstentoonstelling van Hugo Claus geopend. De retrospectieve bestond uit zo'n 150 tekeningen, aquarellen, gouaches en collages.

Bij de opening wordt ook het boek voorgesteld Hugo Claus - Voor twaalf lezers en een snurkende recensent. Bibliografie van de afzonderlijk verschenen werken, 295 boeken, samen 670 drukken en herdrukken.
Voor twaalf lezers en een snurkende recensent geeft een overzicht van alle publicaties van Hugo Claus die zelfstandig zijn uitgegeven, in totaal bijna 700 werken. Deze rijk geïllustreerde bibliografie beschrijft boeken en catalogi, reguliere publicaties en bibliofiele edities, eerste drukken en herdrukken.
Hugo Claus is niet alleen een productief schrijver in alle denkbare genres, ook is zijn werk door tientallen reguliere, bibliofiele en gelegenheidsuitgevers op de markt gebracht. Zijn eerste twintig zelfstandige publicaties werden door zeventien verschillende uitgevers uitgebracht. Vier onderzoekers hebben nu de bibliografie gemaakt van alle publicaties waar Claus op de titelpagina's staat. Dat levert een lijst op van ongeveer 300 titels, maar in feite is het een veelvoud daarvan omdat ook de varianten en (deel)heruitgaves zijn opgenomen. Vanaf 1957 is het meeste door De Bezige Bij verzorgd. Deze bibliografie is belangrijk, onder meer omdat ook de teksten onder de pseudoniemen Anatole Ghekiere, Dorothea van Male en Conny Couperus zijn geboekstaafd. Teksten die zijn gestencild of gefotokopieerd, ook al staan ze soms in bibliotheekcatalogi vermeld, zijn niet opgenomen.
In de inleiding worden enkele tendensen in Claus' omgang met boek en uitgeverij samengevat: zijn keuze voor uitgeverij De Bezige Bij als regulier uitgever, het succes van zijn werk, zijn houding ten opzichte van manuscript, druk en herdruk, zijn preoccupatie met het uitzicht van zijn werk, zijn belangstelling voor het bibliofiele boek en de samenwerking met beeldend kunstenaars.

In 2005 verkoopt hij zijn Franse domicilie.

Hugo Claus is woensdagmiddag 19 maart op 78-jarige leeftijd in het Antwerpse Middelheim-ziekenhuis overleden. Dat heeft uitgeverij De Bezige Bij bekendgemaakt. De Belgische schrijver, schilder en cineast leed aan de ziekte van Alzheimer. Volgens de uitgever had Claus zelf het moment van zijn dood bepaald en had hij om euthanasie gevraagd.

Websites:
. www.dbnl.org
. www.demorgen.be
. www.kb.nl
. users.pandora.be/louis.jacobs/Claus.htm
. www.clauscentrum.be


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1101.