kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-04-2009 voor het laatst bewerkt.

inversie

De inversie [-s] v

1. omkering

Inversie kan verwijzen naar:
. inversie (achtbaan), een begrip in verband met achtbanen;
. inversie (anatomie), een begrip binnen de functionele anatomie;
. inversie (chromosomen), een term uit de biologie;
. inversie (geomorfologie) (reliëfomkering), verhoging of verlaging van een deel van het landschap;
. inversie (meetkunde), een afbeelding uit de meetkunde;
. inversie (muziek), een term uit de muziek;
. inversie (scheikunde), een term uit de scheikunde;
. inversie (tektoniek), het omkeren van een tektonisch spanningsregime;
. inversie (chemie), de omzetting van een stof in zijn stereo-isomeer;
. inverse, een wiskundige bewerking;
. inversielaag, een meteorologisch verschijnsel;
. frontale inversie, een meteorologisch verschijnsel;
. inversietheorie, een term uit de psychologie.

Inversie (taalkunde), een stijlfiguur in de taal;
Met de term 'inversie' wordt de woordvolgorde in hoofdzinnen aangeduid waarbij het onderwerp volgt op de persoonsvorm. De woordvolgorde waarbij het onderwerp op de eerste plaats staat, direct vóór de persoonsvorm, wordt dus als de neutrale, ongemarkeerde zinsvolgorde (ook wel: rechte woordschikking) beschouwd.

Inversie is een met name in analytische talen gebruikelijke omkering van de gebruikelijke volgorde van de zinsdelen.

Twee vormen van inversie kunnen worden onderscheiden.
. Meestal betreft het hier een omkering van de standaard SVO-volgorde in ja/nee-vragen waarin de persoonsvorm vooropstaat, waardoor een VSO-volgorde ontstaat.
. In enkele talen, waaronder het Nederlands en Duits treedt bovendien inversie op wanneer er een ander zinsdeel dan het onderwerp aan het begin van de zin wordt geplaatst. Er ontstaat zo een OVS-volgorde.

Enkele voorbeelden:
. Morgen ga ik naar de markt.
. De vuilniszakken heeft hij vanochtend op de hoek van de straat gezet.
. Ga je vanavond met me mee? (ja/nee-vraag)
. Zou je dat voor me willen doen? (ja/nee-vraag)

Gewone volgorde
. In bevestigende hoofdzinnen komt bijna altijd de volgorde Onderwerp-Persoonsvorm, tenzij de zin met een ander zinsdeel begint; ook een stuk van een zinsdeel kan voorop staan.
. In vragende hoofdzinnen is zoals gezegd de VSO-volgorde normaal, maar de taalgebruiker heeft de vrijheid daarvan af te wijken.
. In bijzinnen staat de persoonsvorm doorgaans achteraan (dus achter het onderwerp zonder inversie), behalve na (ook) al of bij weglating van hoewel.

De "gewone" volgorde
. We troffen Wouter gisteren huilend op het plein aan.
verandert bijna altijd als je iets anders aan het begin van de zin zet; niet alleen bepalingen van plaats en tijd, maar van bijna álle bepalingen én voorwerpen:
. Gisteren troffen we Wouter huilend op het plein aan.
. Op het plein troffen we Wouter gisteren huilend aan.
. Huilend troffen we Wouter gisteren op het plein aan.
. Wouter troffen we gisteren huilend op het plein aan. (lijdend voorwerp)

. Hem geef ik nooit meer een hand, dat beloof ik je! (meewerkend voorwerp)
. Dus/toch vind ik dit werk onder de maat. (voegwoordelijk bijwoord)
. Waarschijnlijk/Volgens mij klopt hier geen snars van. (modale bepaling)
. Niet is het ten laste gelegde aannemelijk gemaakt. (bijwoord; bijvoorbeeld juridisch taalgebruik)
. Wel is het ten laste gelegde aannemelijk gemaakt, maar...
. Kapot krijgen jullie me niet! (bepaling van gesteldheid)
. Daar is niets over bekend. (een stuk van het zinsdeel "daarover")
. Die man zou ik wel eens mee willen schaken. (deze kromme formulering is alleen spreektaal, stuk van het zinsdeel "met die man)

Uitzonderingen
Er zijn uitzonderingen. De voegwoordelijke bijwoorden Immers en Echter veroorzaken géén omkering. Als ze voorop staan (wat vaak als lelijk wordt ervaren), schrijven we er liefst een komma achter.

Ook delen van het Gezegde kunnen voorop staan, en omkering veroorzaken:
. Gezégd heb ik niets.
. Praten kan hij als Brugman.
. Meewerken deed hij nauwelijks. (toegevoegd hulpwerkwoord)

Foute inversie: Tante Betjestijl
Beroemd of berucht is dit verschijnsel in de zogenaamde Tante Betjezinnen.
. Wouter troffen we gisteren huilend op het plein aan en gaven we hem een kwartje.
Dit is een samengestelde zin die uit twee hoofdzinnen bestaat. De inversie in de eerste zin is correct, maar fout is de omkering in de tweede zin. Daar hoort Wouter immers niet bij: bij de tweede zin hoort hem. Juist is:
. Wouter troffen we gisteren huilend op het plein aan en we gaven hem een kwartje.
De naam is afkomstig van dichter en taalvorser Charivarius, die de fout veelvuldig aantrof in de brieven van zijn tante Betje.

Uitroepen
Voorts komt inversie voor in uitroepen (vaak uit verbouwereerdheid of een andere emotie), met of zonder Wat:
. Steekt-ie me daar pardoes de straat over!
. Beweren ze ook nog dat ik lieg!
. Wat ben je toch een onbenul!
. Laat ik nu de hoofdprijs gewonnen hebben!
. Ga ik naar buiten, vergeet ik (daar) mijn sleutel mee te nemen!

Inversie in vraagzinnen
In vraagzinnen is Persoonsvorm-Onderwerp de normale volgorde, dus hier vindt omkering plaats. Niet altijd. Er zijn twee soorten vraagzinnen:
Voornaamwoordelijke vraagzinnen beginnen met een W-woord: Wie, Wat, Waar, Waarom, Welk, Wanneer, Hoe.
. Wanneer zagen jullie Wouter op het plein? (Na andere vragende voornaamwoorden vindt overeenkomstige inversie plaats.)
Werkwoordelijke vraagzinnen beginnen met een persoonsvorm.
. Woont Wladimir nog steeds aan de gracht?
. Heeft Wladimir nog lang aan de gracht gewoond?

Vraagzinnen kunnen echter ook worden gevormd als bevestigende zinnen.
Voornaamwoordelijke vraagzinnen klinken in deze vorm voor sommige taalgebruikers gekunsteld, voor andere niet — een kwestie van idiolect:
. Jullie hebben hem wánneer gezien?
In werkwoordelijke vraagzinnen is de volgorde Onderwerp-Persoonsvorm niet ongebruikelijk, bijvoorbeeld om een conclusie bevestigd te zien, of ook in emotionele zinnen. Het antwoord ligt eigenlijk al in de vraag besloten:
. Vladimir woont nog steeds op de gracht? (vraagt naar conclusie, of is constaterend)
. Grootvader is van de trap gevallen?! (verbazing of schrik)
. Je hebt hem in elkáár geslagen? (verontwaardiging)
In de schrijftaal blijkt het vragende karakter van de zin uit het vraagteken, in de spreektaal uit de zinsmelodie.

Bijzinnen
In afhankelijke bijzinnen gebeurt iets heel anders: vaak staat de Persoonsvorm achteraan, en zit er heel wat ruimte tussen Onderwerp en Persoonsvorm. Dit is weliswaar een volgordekwestie, maar van heel andere aard dan inversie.
. Nog steeds begrijp ik niet waarom hij gisteren zoveel haast had.
Toch kan ook hier de Persoonsvorm aan het Onderwerp voorafgaan. Dit gebeurt na al of ook al:
. (Ook) al schreeuw je nog zo hard, niemand zal je horen.
en in toegevende bijzinnen ("hoewel-zinnen") alsook voorwaardelijke bijzinnen ("indien-zinnen") waaruit het voegwoord is weggelaten. In de volgende zinnen ontbreekt hoewel/ofschoon, als of een dergelijk voegwoord:
. Was hij aanvankelijk nog geneigd voor te stemmen, hij veranderde al spoedig van gedachten. ("Hoewel hij...")
. Zwom kleine Erik dat het een lieve lust was, Klaartje kwam proestend en half huilend weer aan de kant. ("Terwijl kleine Erik...")
. Ben ik de enige, dan ga ik niet. ("Als ik...")


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Inversie_(taalkunde)
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 533.