kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

J.J. Slauerhoff

Jan Jacob slauerhoff

Nederlands dichter en prozaïst, geboren 15 september 1898 te Leeuwarden.

J.J. slauerhoff is, naast o.a. Martinus Nijhoff en H. Marsman, een belangrijke vernieuwer van de Nederlandse poëzie tijdens het interbellum.

Jan Slauerhoff werd als vijfde in een gezin van zes kinderen opgevoed in een gematigd orthodox-protestants middenstandsmilieu te Leeuwarden. Zijn ouders waren klein begonnen, maar wisten in de loop der jaren hun zaak regelmatig uit te breiden. Hun zoon Jan had vooral op de lagere school vaak last van astma-aanvallen; ter bevrijding van die kwaal verbleef hij een paar maal gedurende de zomermaanden op Vlieland, waar familie van zijn moeder woonde.

Tijdens zijn HBS-tijd raakte hij bevriend met de beide dochters van ds. Hille Ris Lambers te Jorwerd, een dorpje even ten zuiden van Leeuwarden. Jan Slauerhoff kwam vaak op de pastorie te Jorwerd en de sfeer in dat domineesgezin, de gesprekken en de levensstijl hebben een verruimende invloed gehad op zijn ontwikkeling. Met de oudste van de beide dochters. Helen, is een vriendschap ontstaan die tot Slauerhoffs dood zou duren. Men heeft wel gemeend - en misschien niet ten onrechte -iets over Helen terug te vinden in enige gedichten uit de bundels Archipel en Saturnus, o.a. in het bekende driedelige Landelijke liefde.

In 1916 deed hij eindexamen HBS en vertrok naar Amsterdam om te studeren.

Zijn diepste wens was naar zee te gaan. Toen hij in Amsterdam deze studie volgde, was zijn kamer verfraaid met een opiumpijp en het houten model van een boot, terwijl hijzelf in een scheepskooi sliep. Vrienden trakteerde hij op 'schipbreukwijn', die van een gestrand schip afkomstig zou zijn. Zijn medestudenten noemden hem: Slau.

Al jong was Slauerhoff begonnen poëzie te schrijven, waarin hij - mede onder invloed van bewonderde Franse dichters als Charles Baudelaire en Tristan Corbiere - zijn afkeer van de geordende maatschappij onder woorden bracht.

Slauerhoff was als student redacteur van Propria Cures (1919-1920).

Hij debuteerde als dichter in het communistische maandblad De Nieuwe Tijd (maart 1919).

Slauerhoff behoorde vanaf 1921 tot de medewerkers aan Het Getij en later aan De Vrije Bladen, waar hij in contact kwam met H. Marsman. Uit deze vroege tijd dagtekent ook zijn contact met de Groninger dichter Hendrik de Vries.

In 1923, het jaar waarin hij afstudeerde, debuteerde hij met de bundel 'Archipel'.

Slauerhoff vond een compromis tussen zijn toekomstverlangen en wat zijn ouders van hem verwachtten: hij reisde vanaf 1924 ondanks zijn slechte gezondheid als scheepsarts de hele wereld af. Hij werkte een paar jaar op de Java-China-Japan-lijn. Kwam, na ervaringen met vrouwen en opium, ziek terug, maar ging in 1928-1929 opnieuw op reis als scheepsarts naar Zuid-Amerika.

Tijdens zijn zwerftochten in deze periode, waarbij hij vooral geboeid werd door het onmetelijke, geheimzinnige China, schreef hij aan boord honderden gedichten, die later verzameld werden in bundels als 'Eldorado', ‘Saturnus' en ‘Serenade'. Evenals in zijn eerste bundel ‘Archipel' schreef Slauerhoff hierin over het lot van de gedoemde zwerver, die door zijn driften eindeloos wordt voortgejaagd, maar die nergens zijn geluk kan vinden.

Nadat Slauerhoff ook enige tochten naar Zuid-Amerika had gemaakt, keerde hij in 1929 naar Nederland terug om als assistent te werken aan de Rijksuniversiteit van Utrecht

Intussen had Slauerhoff in 1929 kennisgemaakt met E. du Perron, die enkele uitgaven van hem verzorgde en die een grote waardering voor zijn werk toonde. Deze kennismaking leidde tot Slauerhoffs medewerking aan het tijdschrift Forum, waaraan hij naast veel poëzie zijn roman Het verboden rijk bijdroeg.

Slauerhoff publiceerde in 1930 enkele bundels met exotische verhalen, 'Schuim en asch' en 'Het lente-eiland'.

In 1930 ontmoette hij ook de danseres Darja Collin, met wie hij enige maanden later trouwde. Hij houdt echter zijn leven als scheepsarts vol en maakt tijdens zijn huwelijk reizen naar Afrika, West-Indië en Costa Rica.

Zijn enige toneelstuk, Jan Pietersz. Coen (1931), werd voor opvoering tot driemaal toe verboden omdat deze nationaal-historische figuur er naar toenmalig oordeel te zeer in werd ontluisterd.

In 1933 vestigde Slauerhoff zich in Tanger.

In 1935 gaan hij en Darja Collin uit elkaar.

Ook in Slauerhoffs proza zijn de verre reizen en het leven op zee vaak de achtergrond waartegen hij de romantisch zoekende hoofdpersonages plaatst. De experimentele romans 'Het verboden rijk' en het vervolg 'Het leven op aarde' hebben als hoofdpersonage een marconist die uiteindelijk in China zijn geluk zoekt.

Toen Slauerhoffs laatste dichtbundel, 'Een eerlijk zeemansgraf' (1936), verscheen, was Slauerhoff's gezondheid sterk achteruit gegaan door een malaria-infectie opgelopen in Zuid-Amerika. Hij houdt een kuur in het Italiaanse Merano, maar in 1936 komt hij doodziek terug naar Nederland.

Op 5 october 1936 overlijdt hij in een rusthuis in Hilversum, op 38 jarige leeftijd.

J. Slauerhoff staat te boek als een 'poète maudit': de gedoemde dichter die zich nergens thuisvoelt en zichzelf verliest in drank, vrouwen en een zwervend bestaan. 'Alleen in mijn gedichten kan ik wonen' is een typerende dichtregel voor het rusteloze leven van deze scheepsarts. Vanaf zijn eerste bundel Archipel tot zijn laatste, Een eerlijk zeemansgraf, schreef Slauerhoff in traditionele versvormen, maar op een vrije en weerbarstige manier. Terugkerende thema's zijn de zee, de vrouw, (heimwee naar) het verleden en het verlangen dat nooit bevredigd kan worden. Hij introduceerde met 'Archipel' en met 'Clair obscur' het symbolisme in de Nederlandse poëzie. De gedichten worden gekenmerkt door een beeldrijke taal in een klassieke vorm gegoten. De toon is pessimistisch; de centrale thematiek is vaak een melancholische zoektocht naar het geluk, dat zich onbereikbaar in het verleden bevindt.

zie ook bi(bli)ografie op www.dbnl.org
Essay Slauerhoff
Biografisch Woordenboek van Nederland


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 63.