kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Jacob Israel de Haan

Jacob Israël de Haan

Nederlands Nederlands prozaschrijver, dichter, jurist en journalist, geboren in Kloosterveen (gem. Smilde) op 31 december 1881 en vermoord te Jeruzalem op 30 juni 1924.

Pseudoniem: Robert Roberts.

Levensloop
Jacob Israël de Haan, (roepnamen Jaap, Joop), was de zoon van Izak de Haan, koopman, winkelier en godsdienstonderwijzer, en Betje Rubens.

Jacob Israël de Haan groeide op in Zaandam in een kleinburgerlijk joods-orthodox milieu. Zijn vader, Izak de Haan, was behalve koopman ook voorzanger en gazzan, een joodse godsdienstleraar. Zijn ouderlijk milieu is door zijn zuster Carolina Lea de Haan (beter bekend als Carry van Bruggen) beschreven in "Het huisje aan de sloot" (Amsterdam, 1921).

Jacob Israël de Haan volgt vanaf 1896 onderwijs op de Rijkskweekschool voor Onderwijzers te Haarlem. Daar verliest hij zijn geloof in de joodse leer en helt hij over naar het anarchistisch socialisme.

In 1900 behaalde De Haan zijn onderwijzersdiploma, in 1899 had hij al een aanstelling als onderwijzer aan een volksschool in Amsterdam gekregen.

Sinds 1899 stond De Haan in contact met Frederik van Eeden, met wie hij z'n hele leven bevriend zou blijven.

Hij werd marxist en lid van de SDAP en naast zijn werk op school schreef hij, vanaf de oprichting van Het Volk in 1900, het dagblad van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij, sociaal-realistische schetsen, verzorgde hij de wekelijkse kinderrubriek en hield hij zich bezig met het schrijven van gedichten.

In dezelfde tijd maakte hij kennis met Albert Verwey, de oprichter van "De beweging" (1905). Deze begeleidde De Haan in zijn ontwikkeling als dichter. Herhaaldelijk zond Verwey bijdragen terug "als niet belangrijk genoeg". Zijn eerste gedichten werden daarom niet in "De Beweging" maar in bladen als "De Gids" en "Nederland", gepubliceerd, waarin vooral het drama in verzen Spel van verwoest Jeruzalem (1903) aandacht trok.

Vanaf 1902 raakt hij bevriend met de arts, criminoloog en letterkundige Arnold Aletrino.

In 1903 begon De Haan, na aanvullende examens te hebben gedaan, aan een rechtenstudie die hij in 1909 afsloot met een doctoraalexamen.

Zijn debuutroman "Pijpelijntjes" (1904), mat daarin sterk door Lodewijk van Deyssel beïnvloed proza, veroorzaakte grote opschudding vanwege de voor die tijd ongekend vrije wijze waarop een homosexuele relatie werd beschreven. Door deze roman kwam De Haan in conflict met Arnold Aletrino, aan wie de roman was opgedragen. In één van de twee hoofdpersonen viel zeer duidelijk Aletrino te herkennen. Aletrino kocht toen, samen met de verloofde van De Haan, vrijwel de gehele oplage op met het doel deze te vernietigen.

Maatschappelijk ondervond De Haan schade door deze affaire schade omdat hij zowel z'n onderwijzersbaantje als z'n mederwerkerschap bij "Het Volk" kwijtraakte. Met de hoofdredacteur daarvan, P.L. Tak, voerde hij een heftige polemiek over diens houding en die van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) in deze affaire.

Op 28 maart 1907 trad hij in het huwelijk met Johanna Belia Cornelia Jacoba van Maarseveen, gemeentearts te Amsterdam. Dit huwelijk bleef kinderloos. Hoogstwaarschijnlijk was het een schijnhuwelijk, dat ondanks de fysieke scheiding in 1919, nooit werd ontbonden.

De Haan wordt na het verschijnen van zijn tweede homo-erotische roman Pathologieën (1908) aangemerkt als onbenoembaar voor het onderwijs. In de eerste navolgende jaren zou hij zich vooral als dichter en jurist profileren. Om in zijn onderhoud te voorzien schreef hij in De Groene en was hij repetitor in diverse takken van het recht.

Rond 1910 keerde hij terug naar het geloof van zijn jeugd. In dat jaar begon De Haan gedichten te publiceren waarin joodse motieven, zowel religieuze als nationale, overheersen. In 1912 treedt De Haan toe tot de Nederlandse Zionistenbond. Hij gaat Hebreeuws studeren en pakt de draad van zijn oorspronkelijke geloof weer op door te leven naar de orthodox-joodse beginselen. Zijn bekering mondde uit in de dichtbundel "Het joodsche lied" (Amsterdam, 1915).

Ondertussen was hij in die periode geïnteresseerd geraakt in de significa - de betekenisleer. Hij werd hierbij sterk beïnvloed door de Engelse semantisch-gerichte Victoria Welby, die van een preciezer woordgebruik verbetering van menselijke betrekkingen verwachtte en op den duur een wereldvrede. Bij deze studiën vond De Haan geestverwanten in een zg. Signifische Kring, zoals Van Eeden, Gerrit Mannoury, L.E.J. Brouwer en Henri Borel.
In 1916 promoveert hij op het proefschrift Rechtskundige significa en hare toepassing op de begrippen: ‘verantwoordelijk, aansprakelijk, toerekeningsvatbaar’ en nog in datzelfde jaar wordt hij privaatdocent aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast vond hij tijd zich intensief te bemoeien met een comité dat zich het lot van gevangenen in Rusland aantrok.

De Haan zelf kwam niet tot een systematische, constructieve uitbreiding van de significa. En, hoewel hij gekwalificeerd was voor een hoogleraarschap in het strafrecht als opvolger van Van Hamel, hebben ongetwijfeld zijn controversieel karakter en de geruchtmakende affaires rond zijn persoon ertoe bijgedragen hem te passeren. Deze tegenslag heeft hem diep gegriefd en is van grote invloed geweest op zijn verdere levensloop.

In 1919 wordt De Haan door het Algemeen Handelsblad als correspondent uitgezonden naar Palestina. De stukken die hij voor het Algemeen Handelsblad schreef, werden door zijn zuster Carry van Bruggen in het jaar van zijn dood gepubliceerd onder de titel Palestina (1924, herdrukt 2000).

Hij werkt mee aan de opbouw van een joods-nationaal tehuis, zoals mogelijk was gemaakt door de Balfour-Declaration van 1917.

Aanvankelijk ging het hem in zijn nieuwe omgeving niet slecht. Als correspondent was hij uitermate produktief, en de feuilleton die hij in dezelfde krant publiceerde werd zo populair dat zijn salaris werd verhoogd. Langzamerhand veranderde zijn houding ten aanzien van het zionisme. Hij kreeg oog voor de problemen die massale joodse vestiging zou ontmoeten in een land dat al bevolkt werd door arabieren. Geleidelijk wordt de toon van De Haans stukken in het blad scherper en gaat hij zijn groeiende bezwaren, vooral vanwege het sterk nationalistische karakter ervan, tegen het zionisme openlijker uiten.

Toen hij in 1919 naar Palestina emigreerde, werd hij een van de politieke leiders van de orthodox-Joodse anti-zionistische beweging. Hij was voorstander van een staat waarin Joden en Arabieren als gelijken zouden leven, en onderhandelde hierover met Arabische leiders. De Haans aktiviteiten voor de joods-orthodoxe groep onder leiding van Chaim Sonnenfeld vormden een definitief breekpunt met de zionistische beweging. De groep rond Sonnenfeld wilde een op religieuze gronden gebaseerde staat. Dit laatste botste ernstig met de opvattingen van de zionistische beweging. Zo ernstig dat hij op 30 juni 1924 in Palestina door extremistische zionisten werd vermoord.

Websites: www.iisg.nl, www.jhm.nl, www.dbnl.org, www.inghist.nl, nl.wikipedia.org.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 775.