kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18 03 2017 14:53 voor het laatst bewerkt.

Jean-Paul Sartre


1948 Parijs; Jean-Paul Sartre in zijn werkkamer

Frans filosoof, toneel- en romanschrijver, politiek commentator en literair-recensent.

Jean-Paul Sartre werd geboren in Parijs en leverde een grote bijdrage aan de westerse filosofie. Aan Jean-Paul Sartre wordt de ontwikkeling van het existentialisme toegeschreven.

Sartre beschouwde zichzelf als een cartesiaans filosoof, formuleerde zijn theorie van existentialisme geïnspireerd door de fenomenologie van Husserl, het werk van Heidegger en zocht aansluiting bij de filosofie van de menselijke existentie van Kierkegaard. Zijn studie van Nietzsche legde de atheïstische grondslag van zijn denken. Sartre was een vriend van de schrijver Albert Camus, ook een man die het existentialisme vertegenwoordigde in Frankrijk.

Biografie
Sartre werd geboren op 21 juni 1905 in Parijs.

Hij volgde middelbaar onderwijs op het Henri IV Lyceum in Parijs, waar hij Paul Nizan leerde kennen. Van 1922 tot 1924 doorliep hij de voorbereiding op het Louis-de-Grand lyceum.

In 1924 werd hij toegelaten op de École normale supérieure in Parijs. Daar ontmoette hij Simone de Beauvoir, die zijn levensgezel werd en zelf een belangrijk existentialistisch filosofe en feministisch schrijfster werd. De ‘vrije' verhouding tussen hem en Simone de Beauvoir gold generaties lang als het voorbeeld van de kameraadschappelijke verhouding tussen man en vrouw die kenmerkend zou zijn voor de bevrijde mens. De betekenis van Sartre en de Beauvoir lag meer in het beeld dat zij uitstraalden dan in de woorden die ze schreven. Ze werden zelf de symbolen van hun denken. Sartre zocht die publieke rol uitdrukkelijk. Hij maakte zijn filosofie toegankelijk in romans en toneelstukken, en trad voortdurend voor het voetlicht.

Na een aanvankelijke uitsluiting werd hij in 1929 toegelaten tot de studie filosofie.

In 1931 werd hij leraar filosofie in Le Havre. (?) Het daarop volgende jaar stelde een beurs hem in staat in Berlijn de filosofieën van Edmund Husserl en Martin Heidegger te studeren. Hierna keerde hij terug naar Le Havre, daarna doceerde hij in Laon en vanaf 1937 in Parijs waar hij zijn eerste filosofische roman De walging (La Nausée) publiceerde, die gebaseerd is op zijn tijd in Le Havre.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, ging hij in het Franse leger. In 1940 werd hij gevangengenomen door de Duitsers en een jaar lang vastgehouden, voordat hij teruggeplaatst werd naar bezet Frankrijk. In Parijs sloot hij zich aan bij het Franse verzet. Zijn oorlogservaringen veranderden hem: hij concentreerde zich nu op de academische filosofie in plaats van de problemen van het menselijke bestaan.

Zijn vroege filosofische werken als 'Esquisse d'une théorie des émotions' (1939) en 'L'Imaginaire. Psychologie phénoménologique de l'Imagination' (1940) kregen weinig aandacht. Sartre raakte publiekelijk bekend door zijn romans La Nausée en novelles (Le Mur 1939) en theaterstukken (Les Mouches 1943). Daarmee won hij een groot publiek voor zijn ideeën; hij kon zijn intellectuele imago tevens gebruiken om zich uit te spreken inzake politieke kwesties.

Zijn grote werk Het Zijn en het Niets (L'Être et le Néant) werd gepubliceerd in 1943, waarop in 1945 zijn tweede hoofdwerk 'L'existentialisme est un humanisme' volgde. Beide sloegen direct aan. Het is een raadsel dat iemand die zijn ideeën uitstekend kon vertalen en toepassen in romans en toneelstukken zijn grote filosofische werken schreef in voor niet ingewijden nauwelijks toegankelijke 'filosofen-taal'. Ongetwijfeld heeft Sartres gedachtegoed dan ook vooral weerklank en een grote verspreiding gevonden via zijn literaire werk en door middel van een klein boekje, waarin hij het begrip existentialisme op een populair-wetenschappelijke manier verduidelijkte. Dat boekje 'L'existentialisme est un humanisme' werd over de hele wereld razend populair (de tekst was overigens een door Sartre gehouden lezing) en '...zal tot grote afschuw van Sartre lange tijd functioneren als 'de bijbel van het existentialisme', het 'rode boekje' van Sartre...'.
In beide werken maakt Sartre onderscheid tussen twee zijnsgebieden: het in-zich-zijn (en-soi) en het voor-zich-zijn (pour-soi).
Volgens Sartre bestaat de werkelijkheid uit de werkelijkheid op zich (la réalité-en-soi) en de werkelijkheid voor mij (pour-moi). Alleen de werkelijkheid die ik (subjectief) beleef is van belang. Kennis komt dus niet via de grote overgeleverde systemen (en zeker niet via één of andere goddelijke openbaring), maar via het individu: ik beleef die werkelijkheid-voor-mij en leer zo de werkelijkheid kennen.

Sartre was nooit professor. Hij publiceerde filosofische essays en ontwikkelde zich als voortrekker van het toenmalige Franse existentialisme, waarvoor hij met het pessimisme van zijn hoofdwerk L'être et le néant in 1943 de toon had gezet. Daarin komt de mens naar voren als een wezen dat ertoe veroordeeld is vrij te zijn maar niet in staat is die vrijheid inhoud te geven. En in zijn uiterst individualistische mensopvatting was er voor gezamenlijkheid al helemaal geen plaats.

Sartre droeg zijn visie ook uit in toneelstukken, Huis clos (1944), Les mains sales (1948) en romans, de cyclus Les chemins de la liberté (1944-49).

Les chemins de la liberté (De wegen der vrijheid) (1944-49)
1 - L'âge de raison (Jaren des onderscheids).
2 - Le sursis (Het oponthoud).
3 - La mort dans l'âme (De dood in het hart).
Het vierde deel van deze tetralogie, 'La Dernière Chance', schijnt postuum verschenen te zijn in 1981. In beginne noemde Sartre dit deel “Drôle d'amitié,” later “La dernière chance.” Het vierde deel is samengesteld uit vergevorderde manuscripten uit de erfenis van Sartre.

Zijn beroemdste toneelstuk, Huis clos, culmineert in de uitroep dat de hel de anderen zijn. Daarmee raakte hij een gevoelige snaar, die nog altijd natrilt. Die zin is een van de filosofische wachtwoorden van deze eeuw geworden, zoals Sartre een van haar emblematische intellectuelen was: eenzijdig en soms aanstootgevend, maar tegelijk visionair en inspirerend. Sartre was, net als de Beauvoir, een denker op de markt die zijn tijd belichaamde en tegelijk oversteeg. Dat anderen de hel kunnen zijn, geldt nog steeds. Dat dat niet altijd waar is, eveneens.

Na de oorlog richtte hij samen met Simone de Beauvoir het politieke en literaire tijdschrift Les Temps Modernes op. Het pessimisme van zijn eerdere existentialistische boeken maakte in de jaren vijftig plaats voor de hoop dat de mens in de loop van zijn geschiedenis een vrije wereld kan scheppen.

Sartre werd een steeds meer omstreden figuur op politiek gebied. Hij voelde zich aangetrokken tot het marxisme en was een felle tegenstander van Amerika's rol in de Vietnamoorlog.

In het werk van Sartre zijn duidelijk twee perioden te onderscheiden: die van 1943 tot en met 1959, de periode van 'l'Etre et le néant' (1943), zijn hoofdwerk over de individuele mens, en het tijdperk van 1960 tot 1980, die begint met het verschijnen van 'La critique de la raison dialectique' (1960), waarin Sartre zijn ideeën ontvouwde over het marxisme en de samenleving.

Jean-Paul Sartre werd in 1964 de Nobelprijs voor de literatuur toegekend, maar hij weigerde die in ontvangst te nemen.

Zijn laatste grote rol speelde hij tijdens de mei-opstand van 1968, toen hij in de Sorbonne en op straat de studenten het belang inprentte van persoonlijke vrijheid. Wel achtte hij die inmiddels onlosmakelijk verbonden met een marxistische maatschappijvisie.

Hij overleed op 15 april 1980 in een ziekenhuis in Broussais (Parijs). Bij zijn begrafenis waren ongeveer 50.000 mensen aanwezig. Met hem - zo werd gezegd - verdween de laatste filosoof. Als wijsgeer was hij de denker van de vrijheid geweest en die onafhankelijkheid had hij ook in zijn leven uitgedragen. Politiek links, maar ongebonden, was hij het toonbeeld van verzet tegen de burgerlijke orde geweest.

Descartes ging uit van de stelling 'Je pense, donc je suis'. Sartre draait deze zin om: 'Je suis, donc je pense, j'agis, je veux, j'ai peur etc...' Voor hem is de essentie (het menselijke zijn) toevallig: het leven is een vrije val van de moederschoot in het graf. Deze visie op het mensenleven is niet noodzakelijk pessimistisch; het is gewoon de waarheid, en als je je daaraan onttrekt, leef je oneerlijk, niet authentiek.

De mens is fundamenteel vrij. Deze vrijheid is tegelijk een gegeven en een opdracht. Het is een zware opdracht waaraan we telkens opnieuw proberen te ontsnappen. Als je in een of ander religieus of absoluut systeem gelooft, kan je die angst wegduwen, maar een dergelijke vluchtpoging laat Sartre niet toe. Want het is juist doorheen de ervaring van die angst dat je existeert. Het is dus een radicaal optimisme dat de mens de keuzevrijheid geeft. De mens is niets anders dan wat hij van zichzelf maakt. Deze verantwoordelijkheid is niet alleen voor jezelf, maar voor alle mensen. Onze verantwoordelijkheid omvat dus de hele wereld. Het atheïstische existentialisme van Sartre is een humanisme in de diepste betekenis van het woord, omdat de mens hier volledig voor zijn daden en zijn ontwikkeling verantwoordelijk is en omdat de subjectiviteit meteen alle andere mensen bevat.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 36.