kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Johan Huizinga

Nederlands historicus, geboren 7 december 1872, overleden 1 februari 1945.

Zijn belangrijkste werken zijn Herfsttij der Middeleeuwen (1919), Erasmus (1924) en Homo Ludens (1938).

Huizinga is de grondlegger van de Nederlandse cultuurgeschiedenis en gaf zijn naam aan het Huizinga Instituut voor cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Een prestigieuze lezingen-cyclus van de Universiteit van Leiden heeft naar hem de naam "Huizinga-lezingen" gekregen.

Huizinga's stijl
Er was grote eenheid in de stijl van Huizinga's werken vanaf het allereerste ontwerp van een proefschrift tot aan zijn latere werken. Uit zijn werk komt zijn voorliefde voor sprookjes evenals zijn bewondering voor de middeleeuwse ridderlijke ethiek. Huizinga was ook schatplichtig aan de Tachtigers door het veelvuldig gebruik van adjectieven, die hij dikwijls ook nog ter nadere precisering aan elkaar verbond zoals sceptisch-koel en cynisch-wreed. Hij contrasteerde om te dramatiseren, om het eigene van iets te verhelderen. Huizinga wendde al de zintuigen aan in zijn werk. Wat hij beschreef, wilde hij een kleur, een geur en een geluid geven, zelfs eeuwen en tijdperken. De kleur van de late Middeleeuwen was somberder dan die van de 12e eeuw, die van de Renaissance purper en goud. De 16e eeuw had nu eens de klank van een trompet, dan van violen, de 17e eeuw van een orgel en de 18de van violen en fluiten.
Plastisch woordgebruik was hem niet vreemd. Getuige daarvan de bekende openingszin uit de "Herfsttij der Middeleeuwen": "Toen de wereld vijf eeuwen jonger was, hadden alle levensgevallen veel scherper uiterlijke vormen dan nu. Tussen leed en vreugde, tussen rampen en geluk scheen de afstand groter dan voor ons; al wat men beleefde had nog die graad van onmiddellijkheid en absoluutheid, die de vreugde en het leed nu nog hebben in de kindergeest. Elke gebeurtenis, elke daad was omringd met nadrukkelijke en uitdrukkelijke vormen, was getild op de verhevenheid van een strakke, vaste levensstijl. De grote dingen: de geboorte, het huwelijk, het sterven stonden door het sacrament in de glans van het goddelijk mysterie. Maar ook de geringer gevallen: een reis, een arbeid, een bezoek, waren begeleid door duizend zegens, ceremonies, spreuken, omgangsvormen."

Levensloop
Huizinga werd geboren in Groningen. Zijn vader, Dirk Huizinga, was daar hoogleraar fysiologie. Zijn moeder, Jacoba Tonkens, stierf toen Johan 2 jaar oud was. In Groningen genoot Johan ook zijn middelbare scholing aan het stedelijk gymnasium.

Johan Huizinga studeerde van 1891 tot 1895 Nederlands en Oosterse talen en letteren aan de Groninger universiteit. Hij legde zich voornamelijk toe op de vergelijkende taalkunde. Hij werd een kenner van het Sanskriet. Na afloop van zijn studie startte Huizinga promotieonderzoek linguïstiek te Leipzig (1895-1896), dat hij in 1897 afrondde. Hij promoveerde in 1897 te Groningen op een proefschrift over De Vidûsaka, een soort nar, in het oud-Indische toneel.

Van 1897 tot 1905 was hij leraar te Haarlem en Amsterdam om in 1905 terug te keren naar zijn geboortestad waar hij zich aan de universiteit verbond als hoogleraar geschiedenis.

In 1915 aanvaardde Huizinga de benoeming tot hoogleraar algemene geschiedenis en politische aardrijkskunde aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Herfsttij der Middeleeuwen (1919) .
In Leiden zou Huizinga het boek schrijven waar hij wereldfaam mee verwierf. Aanvankelijk was het de bedoeling van Huizinga om een studie te schrijven over de schilder Jan van Eyck. Het werk groeide echter uit tot een diepborende visie op de late Middeleeuwen. De ondertitel van het boek luidt: Studie over de levens- en gedachtevormen der veertiende en vijftiende eeuw in Frankrijk en de Nederlanden.

De late Middeleeuwen vormden geen periode van verval of enkel de voorbode van de Renaissance, maar bezaten een eigen toon en kleur. De slotzin van het eerste hoofdstuk geeft een markante weergave van het levensgevoel van de late Middeleeuwen: "Het is een boze wereld. Het vuur van haat en geweld brandt hoog, het onrecht is machtig, de duivel dekt met zijn zwarte vlerken een duistere aarde. En spoedig wacht der menschheid het eind van alle dingen. Maar de menschheid bekeert zich niet; de Kerk strijdt, predikers en dichters klagen en vermanen vergeefs." (Verzameld Werk, deel III, pag 33)

Huizinga's werk is klassieke literatuur geworden door zijn markante stijl, verbeeldingskracht en pregnante visie. Het heeft vele studies geïnspireerd. In Herfsttij der Middeleeuwen presenteert hij het idee dat de overdreven formaliteit en romantiek van het laat-middeleeuwse hofleven een verdedigingsmechanisme was tegen de toenemende verruwing van de maatschappij. Huizinga's werk heeft wel als kritiek gehad dat hij in zijn presentatie te veel uitging van de bijzondere praktijken aan het Bourgondische hof. Vooral is er tegenwoordig geen kunsthistoricus meer te vinden die het eens is met het hoofdprincipe van het boek, namelijk dat de schitterende kunst van het vijftiende- eeuwse Vlaanderen - met schilderijen van Jan van Eyck en Rogier van der Weyden - geen vernieuwende renaissance vertegenwoordigt, maar een herfstig, zij het ook kleurrijk einde van de hoge middeleeuwen. De kritiek op dit boek heeft het belang echter niet verminderd.

1920 - D.A. Thiemeprijs voor Herfsttij der Middeleeuwen
Dit boek verscheen in 1924 in het Duits en het Engels. Hiermee brak Huizinga internationaal door als historicus van naam.

Op verzoek van een Amerikaanse uitgever schreef Huizinga een boek over Erasmus. Achteraf was hij zelf niet geheel gelukkig met het resultaat van zijn relatief beknopte studie, maar niettemin heeft zijn studie de belangstelling voor Erasmus aanzienlijk vergroot.

Naast hoogleraar was Huizinga ook redacteur van het algemeen cultureel maandblad De Gids. Hij werd benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, (KNAW) (voorzitter afd. Letterkunde van 1929 tot 1942) en was voorzitter van de Commissie voor Advies inzake de Rijksmusea. Als hoogleraar bleef hij in functie tot de Duitse bezetter de Leidse universiteit in 1941 sloot. Van augustus tot oktober 1942 werd hij als gijzelaar vastgehouden in Sint-Michielsgestel. Hij had bij herhaling tegen de nationaal-socialistische ideologie gewaarschuwd, speciaal tegen hun beknotting van de vrijheid van de geschiedschrijving.

In de schaduwen van morgen (1935)
Een bekend boek van Huizinga is In de schaduwen van morgen uit 1935. In dit boek bood Huising een uitwerking van een voordracht die hij op 8 maart 1935 in Brussel had gehouden. Het boek heeft verschillende herdrukken beleefd. Het wordt tot op de dag van vandaag geciteerd en gelezen. Het boek geeft een analyse van de culturele en maatschappelijke situatie van de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Vooral de openingszin is bekend geworden:
Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken.
Het boek loopt ook vooruit op meer filosofische ontwikkelingen die niet direct gerelateerd zijn aan de bovengenoemde "razernij".
Het komende geleerde modewoord voor beschaafde kringen zal ongetwijfeld "existentieel" zijn. Ik zie het overal reeds opschieten. Het zal spoedig bij het groote publiek belanden. Wanneer men, om zijn lezer te overtuigen, dat men de dingen beter snapt dan zijn buurman, lang genoeg "dynamisch" heeft gezegd, zal het "existentieel" zijn. Het woord zal dienen om den geest te plechtiger te verzaken, een belijdenis van maling aan al wat weten en waarheid is.

Homo ludens (1938)
Het is bijna onmogelijk een werk van deze diepgang te karakteriseren in enkele losse woorden. Als men het desondanks toch zou willen proberen, zou men het kunnen doen met de zes woorden: "Het spel is een ernstige zaak". Dit, samen met zijn anti-materialistische en anti-fysicalistische filosofie verwoordt hij op de volgende wijze:
Men kan bijna al het abstracte loochenen: recht, schoonheid, waarheid, goedheid, geest, God. Men kan den ernst loochenen. Het spel niet. Maar met het spel erkent men, of men wil of niet, den geest. Want het spel is, wat ook zijn wezen zij, niet stof. Het doorbreekt, reeds in de dierenwereld, de grenzen van het physisch bestaande. Het is ten opzichte van een gedetermineerd gedachte wereld van louter krachtwerkingen in den volsten zin des woords een superabundans, een overtolligheid. Eerst door het instroomen van den geest, die de volstrekte gedetermineerdheid opheft, wordt de aanwezigheid van het spel mogelijk, denkbaar, begrijpelijk. Het bestaan van het spel bevestigt voortdurend, en in den hoogsten zin, het supralogisch karakter van onze situatie in den kosmos. De dieren kunnen spelen, dus zij zijn reeds meer dan mechanismen. Wij spelen, en weten, dat wij spelen, dus wij zijn meer dan enkel redelijke wezens, want het spel is onredelijk.

Huizinga stierf op 1 februari 1945 in De Steeg na een korte ziekte.

Websites: GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Huizinga.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 33.