kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 03 06 2017 13:18 voor het laatst bewerkt.

Kader Abdolah

Iraanse natuurkundige en schrijver, geboren 12 december 1954 te Arak (Iran). In 1988 vestigde hij zich in Nederland.

Kader Abdolah is het schrijverspseudoniem van de Iraanse balling Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani. Het pseudoniem Kader Abdolah gebruikte hij al in Iran voor twee illegale verhalenbundels. Kader en Abdolah waren twee vrienden van de schrijver die vielen in het studentenverzet tegen de sjah.

Hij werd geboren in Arak in de streek Farahani, waar de islam streng nagevolgd wordt.

Abdolah droomt ervan schrijver te worden, net als zijn betovergrootvader Qhaem Megham Ferahni. Qhaem Megham Ferahni was premier van Perzië aan het eind van de negentiende eeuw én een bekend dichter.

Vanaf zijn twaalfde begint hij heimelijk westerse literatuur te lezen en ruikt zo aan de vrijheid die in andere landen heerst. Ook luistert hij in het geheim naar westerse radiostations en clandestiene verzetszenders.

Tijdens zijn studie natuurkunde in Teheran sluit hij zich aan bij een ondergrondse linkse partij die tegen de dictatuur van de sjah en later die van de ayatollahs vecht.

Hij studeerde in 1977 af en ging toen in opdracht van zijn kameraden vrijwillig bij de marine waar hij twee jaar werkte op het vlaggenschip 'Pahlavi's Ship'.

Hij werd leraar natuurkunde in Genave. Na de komst van Khomeiny werd hij ontslagen. Hij vluchtte naar Koerdistan en zwierf hier rond. In deze tijd hield hij reisdagboeken bij. Hij schrijft voor een illegaal blad en publiceert in 1980 twee clandestiene verhalenbundels met de titel 'Wat willen de Koerden zeggen? onder de naam Kader Abdolah.

Nadat hij moet vluchten uit Iran, belandt hij in 1988 in een asielzoekerscentrum in Apeldoorn.
Hij leerde Nederlands door 'Jip en Janneke' van Annie M.G. Schmidt te lezen. Hieruit leerde hij ook de Nederlandse volksaard kennen. Hij is in zijn eerste jaar in Nederland bij Annie M.G. Schmidt op theevisite geweest.

Krijgt vervolgens een huis in Zwolle toegewezen. In Zwolle gaat Abdolah werken in een natuurhistorisch museum en een conservenfabriek. Als een bezetene leest hij Nederlands, vooral poëzie. Worstelend met de taal begint hij zijn verhalen in het Nederlands te schrijven.

In 1993 debuteert Kader Abdolah met de verhalenbundel De adelaars, die meteen bekroond wordt met de belangrijke debutantenprijs Het Gouden Ezelsoor, de prijs voor het best verkochte debuut van dat jaar.
De verhalen in deze debuutbundel geven een indringend beeld van wat het betekent politiek vluchteling te zijn in een land met een andere cultuur. Kader Abdolah schrijft direct in het Nederlands.

In 1995 krijgt hij voor de tien verhalen in De meisjes en de partizanen het Charlotte Köhler-stipendium, een aanmoedigingsbeurs voor de meest veelbelovende auteur van het moment.
Ook deze bundel heeft tot thema 'de vlucht en het verlies van alles wat je dierbaar is'. de gevoelens van de vluchteling krijgen vorm in prachtig proza dat een brug slaat tussen heden, verleden en toekomst.

Sinds 1996 schrijft hij in de Volkskrant wekelijks de column Mirza, dat in het Nederlands kroniekschrijver betekent. Kader Abdolah haakt in zijn columns aan bij de actualiteit en geeft zijn mening in een literaire vorm. Daarbij voegt hij soms nadrukkelijk, soms terloops, vleugjes Perzische cultuur.
 
1997 ASN-ADO-Mediaprijs voor zijn wekelijkse column Mirza in de Volkskrant

De reis van de lege flessen (1997) is de eerste roman van Kader Abdolah.
Bolfazl, een vluchteling die in Nederland een bestaan probeert op te bouwen, probeert greep te krijgen op zijn nieuwe realiteit door deze te verweven met verhalen en herinneringen uit Iran. Totdat de herinneringen niet meer voldoende zijn.
De roman stond op de longlist van de Libris Literatuurprijs.

Een selectie uit de Volkskrantcolumns Mirza tot 1998 wordt verzameld in de bundel Mirza.

1998 Mundial Award voor zijn landelijke verdiensten op het gebied van internationale samenwerking, vrede en veiligheid.

In het jaar 2000 verschijnt zijn tweede roman Spijkerschrift. Notities van Aga Akbar.
Hij ontvangt in januari 2001 de E. du Perronprijs voor zijn roman Spijkerschrift.
De doofstomme vader van Ismaiel heeft zijn leven lang een dagboek bijgehouden. In een zelfontworpen spijkerschrift. Na zijn dood in de Perzische bergen wordt het dagboek bij zijn naar Nederland gevluchte zoon bezorgd. Ismaiel probeert de tekst leesbaar te maken zoals hij vroeger zijn vader verstaanbaar moest maken.

2000 Koninklijke onderscheiding tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor zijn inzet op het gebied van literatuur, internationale samenwerking en vrede.

2001 De bundel Een tuin in de zee, met columns uit de jaren 1998, 1999 en 2000.

2001 De koffer
Dit kleine boekje werd gemaakt op initiatief van de provincie Overijssel voor de boekenweek 2001. De koffer bevat een uitgebreide biografie van de auteur, een essay over zijn werk, een interview en een nieuw verhaal.

2002 Kélilé en Demné
Een schitterende bewerking van een vijftien eeuwen oude Perzische klassieker, die tot de top van de wereldliteratuur behoort. Een uitgave van Bert Bakker.

Sophia's droë vrugte (2002)

In 2003 verhuisde hij naar Delft.

2003 Karavaan, de derde bundel, bevat columns die verschenen tussen september 2000 en augustus 2003.

2003 Portretten en een oude droom
Als Dawoed, een Perzische journalist die al langer dan een decennium in Amsterdam woont, door Zuid Afrika reist, wordt hij getroffen door de schoonheid van dat land. Hij ontmoet veel mensen.
Maar Dawoed vindt dat hij deze reis niet verdient. Waar hij ook naar toe gaat, telkens moet hij denken aan vijf vrienden van vroeger van wie er inmiddels drie geëxecuteerd zijn en twee na lange gevangenisstraf zijn vrijgelaten.

cahier U (met Brody Neuenschwander) (2005)

2005 Het huis van de moskee
De opvolger van Spijkerschrift
Het huis van de moskee vertelt over een cruciale periode in de Iraanse geschiedenis en maakt daarmee veel duidelijk over de ontwikkeling van de radicale islam zoals die zich nu in veel landen manifesteert. Kader Abdolah noemt het boek - waaraan hij vijf jaar werkte - de kroon op zijn werk. '‘Ik heb dit boek voor Europa geschreven. Het gaat over mensen, over kunst, over religie, over seks, over film, over het belang van radio en televisie. Ik schuif de gordijnen opzij en laat de islam als levenswijze zien. Wat getoond wordt geeft een dieper inzicht. In Het huis van de moskee verwerk ik ook passages uit de Koran. Het gaat me vooral om de geest van de Koran als boek, niet als religieuze leidraad. Ik wil de milde islam laten zien, niet die van het radicalisme.’'

In 2006 werd Abdolah gastschrijver aan de Universiteit Leiden. In het kader van die functie gaf hij werkcolleges en lezingen.

Onderscheiden met de Franse 'chevalier dans l’Ordre des arts et des lettres' in 2008 bij het verschijnen van de Franse vertaling van Het huis van de moskee.

Zijn laatste column Mirza voor de Volkskrant verscheen op 21 februari 2011.

Abdolah schreef het boekenweekgeschenk van 2011, met als thema 'curriculum vitae - geschreven portretten'. Zijn novelle droeg de titel De kraai.

Sinds 2013 schrijft hij elke vier weken Kaders Kijk op 'Nederland en haar eigen aardigheden' voor tijdschrift Zin.

Abdolah schreef het boekenweekgeschenk van 2011, met als thema 'curriculum vitae - geschreven portretten'. Zijn novelle droeg de titel De kraai.



Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 685.