kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Koos van Zomeren

Nederlands auteur, geboren als Peter Jacob van Zomeren 05-03-1946 te Velp.

Koos van Zomeren groeide op in Arnhem. Zijn vader (ex-beroepsmilitair) kwam uit Herwijnen (een dorp aan de Waal). Koos van Zomeren logeerde in vakanties en weekeinden in dit dorp. Het dorp speelt een belangrijke rol in tal van zijn werken. Het landschap in de Betuwe, maar ook landschapsbeschrijvingen in het algemeen spelen een sterke rol in het werk van Van Zomeren.

Na de HBS werkte hij enige tijd bij de Heidemaatschappij en bracht daarna een halfjaar door in militaire dienst.

Hij debuteerde met poëzie in De wielerkoers van Hank (1965), maar bekendheid kreeg hij pas door zijn romandebuut Terloops te water (1966), door critici een veelbelovend en virtuoos geschreven boek genoemd.

Toen daarna de romans De nodige singels en pleinen (1966) en De vernieling (1967) werden zijn romans, ook door hemzelf, afgedaan als jeugdwerk en stopte hij tijdelijk met het schrijven van literatuur.

Koos van Zomeren was van 1966 tot 1971 als journalist in Nijmegen verbonden aan 'Het Vrije Volk', toen hij onslag nam na onvrede over de reorganisaties, die binnen dit bedrijf werden doorgevoerd.

Koos van Zomeren was van 1970-1975 politiek actief als lid van de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland (KEN), in 1972 was hij een van de oprichters van de maoïstisch georiënteerde Socialistische Partij. Hij was in die tijd één van de drie leidinggevende figuren in deze partij. hij was ook gemeenteraadslid voor de SP in Nijmegen. Van Zomeren werd medewerker van De Tribune, schreef pamfletten, artikelen en toespraken en gaf samen met zijn kameraden cursussen marxisme-leninisme.
Uit politieke overwegingen liet hij zich omscholen als metaalarbeider en vond werk bij een metaalfabriek in Andelst en later in Nijmegen.
Zijn politieke ervaringen in deze tijd komen in zijn latere werk terug.

In 1975 komt Koos van Zomeren in een ideologische crisis terecht en verlaat hij de Socialistische partij.

Tot verbijstering van zijn ex-partijgenoten werd Koos van Zomeren in 1976 verslaggever bij 'Nieuwe Revu' waarvoor hij een reeks artikelen over de natuur en de politiek schreef.
Bijzonder ironisch waren zijn artikelen in Nieuwe Revu over het leven van Van Agt onder de titel 'Dagboek van een Zondagskind'.
In zijn werk voert hij af en toe het weekblad 'Deze Week' op, dat duidelijk op zijn ervaringen bij 'Nieuwe Revu' gestoeld is.

Van Zomeren begon thrillers te publiceren waarin een weekbladjournalist de hoofdpersoon is en figuren uit de Nederlandse politiek verhuld als tegenspelers fungeren: Collega Vink vermoord (1977), Een eenzame verrader (1978), Een dode prinses (1978), De val van Bas P. (1978), Explosie in mei (1979), Oom Adolf (1980), Haagse lente (1981), Minister achter tralies (1981), De hangende man (1982).
Langzamerhand verschoof in zijn boeken de intrige meer naar de achtergrond en kregen de psychologische tekening van de personages en het oproepen van een sfeer van gedesillusioneerdheid meer nadruk.

In 1983 verscheen vervolgens plotseling weer een gewone roman, Otto's oorlog, over de psychologische gevolgen van het bombardement op Rotterdam. In deze roman en ook in zijn latere werk speelt de natuur een belangrijke rol.

Vanaf Otto's oorlog wordt zijn werk weer als literatuur gezien, maar ook de thrillers kunnen de vergelijking met literaire romans goed doorstaan. De omslag van thriller naar literatuur wordt treffend gemarkeerd in 'Vrij Nederland'. Rinus Ferdinandusse besprak 'Minister achter tralies' in 1981 als thriller. Enige tijd later besprak Maarten 't Hart hetzelfde boek ook in 'Vrij Nederland', maar nu als roman.

Andere belangrijke boeken van Koos van Zomeren zijn: "Sterk water" (1987), "De witte prins" (1985), "Het verhaal" (1986) en "Meisje in het veen" (1996).

In het najaar van '88 verscheen in de serie 'Privé-domein' (Arbeiderspers) Van Zomerens autobiografische boek Een jaar in scherven. De Arbeiderspers publiceerde in september 1988 een overzichtsessay van Peter de Boer over het werk van Koos van Zomeren onder de titel Over Koos van Zomeren.

Koos van Zomeren schreef van 21-03-1992 tot 22-06-1995 een column op de voorpagina van NRC-Handelsblad: 'Vandaag of morgen'. Met deze columns - die ontstonden rond zijn toenmalige woonplaats Woerden en vaak over de natuur gingen - had hij veel succes. Ze werden gebundeld in 'Winter', 'Zomer', 'Het eeuwige leven' en 'Wat wil de koe'. Ook na voorjaar 1995 bleef Van Zomeren in 'NRC-Handelsblad' publiceren.

Hans Baay en de schrijver J.J. Voskuil zijn de oprichters van de stichting 'Varkens in nood'. J.J. Voskuil gaf eind 1997 'het estafettestokje' door aan Koos van Zomeren. Deze (en dus de bio-varkens) kreeg hiermee veel pers-aandacht. Eind 1998 gaf Koos van Zomeren 'het estafettestokje' door aan Youp van 't Hek.

In 1998 publiceerde De Arbeiderspers De bewoonde wereld. Een bloemlezing uit ons landschap, met de bedoeling een brede kijk te geven op de rol van het landschap in het werk van Koos van Zomeren. Dit boek bevat eerder gepubliceerde columns en romanfragmenten over het landschap.

Alle NRC-columns zijn in 2000 gebundeld onder de titel Ruim duizend dagen werk. In 2002 kwamen zijn veelgeprezen verhalen over zijn hond Rekel, en de dood van Rekel, gebundeld uit in Het complete Rekelboek.

Koos van Zomeren werd in 2002 voor zijn gehele werk onderscheiden met de Prijs voor Natuurbehoud, een oeuvreprijs van het Prins Bernhardfonds.

Koos van Zomeren ontving in 2004 de driejaarlijkse Sjoerd Leiker Prijs voor zijn oeuvre.

In november 2004 verschijnt na drie jaar weer een roman: Het leven heeft geen geheimen.

Koos van Zomeren was in oktober 2005 als gastschrijver verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn lezingen werden gebundeld in het boekje 'Dit doet de taal met ons' (2005)

Websites: Koos van Zomeren schreef recensies voor 'Vrij Nederland' .
Koos van Zomeren publiceerde in 'SIC'.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 45.