kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06-01-2009 voor het laatst bewerkt.

Latijn

Latijn, een Italische taal, is oorspronkelijk de taal van de Latijnen, een volk dat vanaf het eerste millennium voor Christus in de streek Latium (het huidige Lazio, Italië) woonde.

Italische talen zijn een groep van Indo-Europese talen die in het eerste millennium v.Chr. op het Italische schiereiland werden gesproken. Behalve het Latijn zijn zij in de loop van de keizertijd uitgestorven; Faliskisch al in de tijd van de republiek. Alle Romaanse talen hebben zich uit het Latijn ontwikkeld. Oorspronkelijk hadden de Oskisch-Umbrische talen een veel grotere verspreiding dan het Latijn. Omstreeks 400 v Chr. werden ze gesproken door bijna de helft van de bevolking van het Apennijnse schiereiland, terwijl Latijn niet door veel meer dan 5 % werd gesproken. De rest sprak Etruskisch, Grieks, Messapisch en andere talen. Door de machtspositie van Rome werd het Latijn echter de dominante taal, die de andere talen geleidelijk aan begon te verdringen.

De Latijn
1 iem. die een Romaanse taal spreekt
2 bewoner van Latium

Het Latijn
1 de Latijnse taal, de taal van de oude Romeinen

Latijns (bijvoeglijk naamwoord)
1 Latijn gebruikend, of een Romaanse taal
2 (geschiedenis) westers

Leer je op het gymnasium Grieks en Latijns of Grieks en Latijn? Antwoord: De naam van de klassieke taal is Latijn; Latijns is een bijvoeglijk naamwoord (bijvoorbeeld in Latijnse taal). De vorm Latijn wordt in het Nederlands alleen gebruikt als zelfstandig naamwoord. Daarnaast is een bijvoeglijk naamwoord gevormd met het achtervoegsel -s. Voorbeelden: Latijnse les, Latijnse school, Latijns woordenboek. Sommige taalgebruikers bezigen soms het bijvoeglijk naamwoord als onjuiste vorm voor de taalnaam.
Veel taalnamen zijn zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden die (vaak op onregelmatige wijze) van de namen van landen of volken zijn afgeleid. In de meeste gevallen eindigen ze op -s, -isch of -ees. Voorbeelden: Duits, Engels, Frans, Grieks, Nederlands, Spaans, Arabisch, Baskisch, Russisch, Tsjechisch, Albanees, Chinees, Portugees. Al deze vormen zijn dus zowel bijvoeglijk als zelfstandig naamwoord.
De taal van de Romeinen is op vergelijkbare wijze afgeleid van de naam van de streek rond Rome Latium met het bijvoeglijk naamwoord latinus: lingua latina = 'Latijnse taal'.
Het paar Latijn/Latijns is een uitzonderlijk geval. Er zijn geen andere taalnamen die eindigen op -ijn. Er zijn wel andere bijvoeglijke naamwoorden op -ijns (bijv. Alexandrijns, Algerijns, Montenegrijns), maar geen daarvan komt ook als taalnaam voor. - Amerika (het)
1 het Romaanstalige gebied van Midden- en Zuid-Amerika

Latijns-Amerikaans (bijvoeglijk naamwoord)
1 Zuid- en Midden-Amerika betreffend of daaruit afkomstig

Preklassiek Latijn
De oudste Latijnse tekst dateert misschien uit de zevende eeuw voor Christus: enkele woorden ingegrift op een kledingspeld, de zogeheten Fibula van Praeneste. Een groot aantal geleerden betwist echter de authenticiteit hiervan. De oudste onomstreden tekst vinden we dan op de Lapis Niger uit de zesde eeuw voor Christus (zie afbeelding).

In deze vroegste periode werd Rome sterk beïnvloed door de Etrusken. Zij bewoonden een groot gebied ten noorden van Latium. De Romeinse religie en architectuur zijn bijvoorbeeld geheel geënt op Etruskische voorbeelden. Ook het Romeinse alfabet is gebaseerd op het Etruskische alfabet (dat op zijn beurt weer van het Griekse alfabet was afgeleid). De Etruskische taal heeft op het Latijn niet veel invloed gehad, op enkele leenwoorden na, waarvan persona (masker) het bekendste is: het woord waar ons woord persoon van afgeleid is.

Klassiek Latijn
In de loop van de 2e eeuw v.Chr. werd het Latijn tot literaire taal; de taal werd genormaliseerd, kreeg een conservatieve tendens en in de zinsbouw trad een systematisering op. De afstand tot de omgangstaal, die volkslatijn of vulgair Latijn wordt genoemd, nam hierdoor sterk toe. Met name Cicero en Caesar zetten de toon voor klassiek Latijn in de eerste eeuw voor Christus. Het Latijn van de eerste eeuw na Christus wordt wel Gouden Latijn genoemd.

'Zilveren Latijn'
Gebruikt vanaf ca. de tweede helft van de eerste eeuw na Christus, onder andere Tacitus. Nog grotendeels klassiek, maar met wat kleine afwijkende stijlkenmerken.

Laat- en christelijk Latijn
Wat meer afwijkingen, maar nog steeds niet erg veel; wel invloed van christelijke terminologie (Bijbel).

Middeleeuws Latijn
Vanuit de dialecten van die omgangstaal ontstonden geleidelijk aan verschillende nieuwe talen: de Romaanse talen. Het geschreven Latijn van de Middeleeuwen werd gekenmerkt door steeds grotere afwijking klassieke kenmerken; met name het vermijden van constructies die voor contemporaine schrijvers contra-intuïtief waren. Vaak werden dan constructies gebruikt die meer overeenkwamen met de toenmalige Romaanse talen, zelfs wanneer deze constructies apert 'verboden' waren in klassiek Latijn. Zoals:
. sic (= zo, als volgt) werd gebruikt als 'ja'
. Het aanwijzend voornaamwoord 'ille' (=die, dat) werd gebruikt als lidwoord

Verder kregen Latijnse woorden vaak een iets andere betekenis om middeleeuwse maatschappelijke instituties aan te duiden. Voorbeeld: miles (soldaat) betekent in middeleeuwse teksten bijna altijd ridder. Ook werden er voor dergelijke instituties vaak Keltische en Germaanse leenwoorden ingevoerd, zoals "feodum" voor leen.

De kwaliteit van de Latijnse teksten uit de Middeleeuwen wisselt sterk, en op elk moment zijn er auteurs die het klassieke voorbeeld blijven navolgen. Zo is het Latijn van de biograaf van Karel de Grote, Einhard, en dat van de intellectueel Abélard, gemeten naar de maatstaf van het klassiek Latijn van hoge kwaliteit. Een voorbeeld van een minder pretentieuze tekst die sterk afwijkt van het klassiek Latijn, is het verslag van de Aziatische reis van Johannes de Plano Carpini.

Gebruik van het Latijn (vroeger en nu)
Tot de achttiende eeuw bleef het Latijn de taal van (grote delen van) de wetenschap. In de wetenschap werd ook na de val van het Romeinse rijk het Latijn nog gebruikt. In de huidige tijd komt Latijn nog voor:
. in wetenschappelijke termen
. de officiële internationale namen van planten- en diersoorten (naar het voorbeeld van Linnaeus)
. in de medische wetenschap (voor de namen van onderdelen van het lichaam)- het gaat dan in vele gevallen wel om verlatijnste Griekse termen
. in de Katholieke Kerk, die het Latijn gebruikt als officiële taal voor veel documenten, en als liturgische taal bij veel rituelen, de bediening van de sacramenten en de viering van de H. Mis.
. als taal in Vaticaanstad

Zowel in Nederland als in Vlaanderen wordt het Latijn op school onderwezen: in Nederland op het gymnasium, in Vlaanderen in een aantal studierichtingen van het Algemeen secundair onderwijs.

Veel Nederlandse woorden hebben een Latijnse afkomst, al is het Nederlands een Germaanse taal. Voorbeelden zijn de namen van de maanden. Zie ook: Lijst van Latijnse begrippen in het Nederlands.

Volgens sommigen is het Latijn nog een levende taal. Zo leeft het Latijn voort in de katholieke liturgie en communicatie in het Vaticaan, of zelfs in moderne Romaanse talen zoals het Italiaans.

Het is nuttig om Latijn (en/of Grieks) te kennen om het religieuze en filosofische erfgoed van de Europese beschaving te ontdekken en te kunnen doorgronden. Ook bij de studie van rechten, medicijnen of biologie is de kennis van het Latijn van nut. Kennis van het Latijn geeft ook een beter inzicht in moderne talen, bijvoorbeeld over hoe ze grammaticaal opgebouwd zijn. Bovendien vinden velen het leren van een oude taal gewoon een interessante en leuke uitdaging op zich.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Latijns.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1543.