kunstbus







Latijnse teksten

Steen van Satricum
Bij opgravingen te Satricum, een Latijnse stad, ongeveer 50 km ten Zuidoosten van Rome, vond de Nederlandse archeoloog C.M. Stibbe in 1977 een lichtgekleurde tufsteen van 86 cm lang en 16 cm hoog, die volgend opschrift droeg: eisteterai popliosio Valesio suodales mamartei. We kunnen erin de naam Publius Valerus herkennen, wellicht te identificeren met de man die samen met Brutus en Collatinus beschouwd wordt als stichter van de Romeinse Republiek en die stierf in 503 v.C. (BRT)

De Bellis Macedonicis, Perkament, Londen, British Library, pap. 745, lowe GLA II 207
Literaire teksten werden vele eeuwen lang uitsluitend op papyrus geschreven. In tegenstelling echter tot wat gedurende de laatste eeuw allemaal werd gerecupereerd aan Griekse literaire teksten uit de Oudheid, is de oogst voor wat de Latijnse Oudheid betreft, zeer mager. In het Latijnse Westen waar de bevoorrading in papyrus moeilijker was, schakelde men geleidelijk over op het duurzamer perkament en parallel hiermee werd de rol vervangen door de boekvorm (codex).
Hier zien we het oudste stukje perkament (87x52 mm), dat deel uitmaakt van een Latijnse codex uit de eerste eeuw na Christus, en werd gevonden te Egypte (Oxyrrhynchus). Het bevat een niet nader ge´dentificeerde historische tekst, die men aanduidt met de titel: De bellis macedonicis. (BRT)

Vergilius Augusteus, Vat. Lat. 3256 f░ 1 r░
De oudste codices die minstens gedeeltelijk tot ons gekomen zijn stammen uit de 4de/5de eeuw. Zij getuigen van een voortlevende antieke traditie in een uiteenvallende Romeinse wereld.
Een van de alleroudste is de zgn. Vergilius Augusteus, zo genoemd omdat men op een bepaald ogenblik gedacht heeft dat hij uit de periode van Keizer Augustus stamde. Van deze codex, geschreven in een sierlijk en verzorgd kapitaalschrift, zijn slechts enkele folia bewaard gebleven. Vier ervan berusten in de Bibliotheca Vaticana en bevatten de tekst van Verg. Georg. I, 41-280 en III, 181-200. De brede schrijfranden, de dubbele liniŰring en de mooi gekleurde initiaal op elk blad maken duidelijk dat het hier om een luxehandschrift ging, dat waarschijnlijk in ItaliŰ tijdens de vierde eeuw werd vervaardigd. (BRT)

Vergilius Romanus, Vat. Lat. 3876, f░ 11
Ongeveer uit dezelfde tijd dateert de Vergilius Vaticanus, geschreven in een wat minder verzorgd kapitaalschrift, de capitalis rustica. Van iets jongere datum, en eveneens geschreven in de capitalis rustica is de Vergilius Romanus. De miniaturen van deze codex getuigen van een nieuw aanvoelen en een nieuwe stijl. (BRT)

Palimpsest met fragmenten van Cicero's de re publica, Cod. Vat. Lat. 5757
Men mag de rol van de westerse monniken bij de redding van het antieke erfgoed nochtans niet overschatten. De heidense literatuur werd, paradoxaal genoeg, binnen de eerder vijandige, maar toch beschuttende kloostermuren, eerder geduld dan gewenst. Zo werden van handschriften, die nog in goede staat verkeerden, en daarom te kostbaar waren om versneden te worden en als versterking te dienen van bijvoorbeeld liturgische gewaden de heidense tekst afgekrabd en vervangen door een tekst die op dat ogenblik meer in de mode was, meestal een vrome of liturgische tekst. Het beroemdste voorbeeld ervan is ongetwijfeld het eeuwenlang verloren gewaande traktaat van Cicero, de re publica, dat in 1819 door kardinaal Angelo Mai werd ontdekt onder een psalmencommentaar van Augustinus. Deze Cicerocodex stamt uit de 4de/5de eeuw, werd afgekrabd en herschreven tijdens de 7de eeuw in het beroemde klooster van Bobbio, gesticht in 614. (BRT)

Evangeliarium van Cadmug, Cod. Bonif. 3, Fulda, Hessische Landesbibliothek
In de vroege middeleeuwen, tussen 550 en 750, speelden Ierland en Engeland een essentiŰle rol bij het behoud van de Latijnse cultuur en literatuur, denken wij slechts aan de Ierse heiligen Columbanus, Aldhelm en Beda. De stichting van het klooster Luxueil in BourgondiŰ was het werk van Columbanus, en van daaruit werden dan andere belangrijke kloosters gesticht zoals Bobbio in Noord-ItaliŰ en Corbie in Frankrijk.
Dit evangeliarium in zakformaat hoorde toe aan de heilige Bonifatius en werd geschreven door de Ierse monnik Cadmug. Het boekje ligt hier opengeslagen bij het begin van het Lucasevangelie. Links staat de evangelist afgebeeld. (BRT) Zie ook bij Iers-Angelsaksische Kunst

Evangeliarium, Domschatzkammer, Aken
Op het einde van de 8ste eeuw, begin van de 9de eeuw tijdens de Karolingische renaissance kende de Latijnse cultuur een nieuwe opbloei. Alcuinus van York stond er aan het hoofd van de Academia Palatina, de keizerlijke hofschool, waar een uitgebreider en grondiger kennis van de Latijnse auteurs, zowel heidense als christelijke, werd nagestreefd. Daarbij had zich vanaf het midden van de 7de eeuw te Luxeuil geleidelijk een nieuw schrift ontwikkeld, dat zou uitmonden in de mooie Karolingische minuskel. Deze werd zo klaar en regelmatig geschreven dat de humanisten uit de 15de eeuw dachten dat codices, in dit schrift gekopieerd, rechtstreeks uit de Oudheid dateerden. Zij gebruikten de Karolingische minuskel dan ook als basis voor het nieuwe schrift dat zij ontwikkelden, de humanistische minuskel, en daarop is het dat ons schrift nu nog in grote mate steunt. (BRT)

Catulluscodex, Oxford, Bodleian Library, canon lat. 30
EÚn van de markantste figuren uit de 10de eeuw is ongetwijfeld Raterius van Luik (887-974). Hij werd tot driemaal toe bisschop van Verona en ook nog eens van Luik. Na een avontuurlijk en rijkgevuld leven trok hij zich terug te Namen waar hij stierf. Hij is de enige man uit de ganse periode van de 7de tot de 13de eeuw die expliciet melding maakt van de klassieke, uit Verona afkomstige dichter Catullus. Men veronderstelt dat Raterius de enige bekende, maar nu verloren Catulluscodex, waarop alle andere teruggaan, uit Luik naar Verona terugbracht.
Rechtstreeks afhankelijk van deze verloren codex is dit handschrift, dat een mooie miniatuur van de dichter bevat. (BRT)

Francesco Petrarca (1304-1374) en Giovanni Boccaccio (1313-1375), Ven. Mar. Ms. St. 127 f░ 47 r░ en 86 f░ 1 r░
We zullen hier niet uitwijden over het belang van het humanisme voor het doorgeven van de antieke literatuur. Wel wijzen we op het belang van een figuur als Francesco Petrarca (rechts, die reeds op 25-jarige leeftijd het meest volledige Liviusexemplaar sinds vele eeuwen had weten bijeen te brengen), zijn belangstelling voor het antieke patrimonium deelde hij met zijn leerling en vriend Giovanni Boccaccio, die nu nog slechts bekend is door zijn in het Italiaans geschreven meesterwerk, de Decamerone, doch die aanvankelijk in gans Europa naam maakte door zijn Latijnse werken als historicus en moralist. Met zijn naam onverbrekelijk verbonden is de ontdekking in het klooster van Montecassino van handschriften met werken van Apuleus en Tacitus. (BRT)

Tacitus' annales, Firenze, Bibl. Laur. cod. Laur. 68.1
De grote eeuw der ontdekkingen breekt echter pas aan na de dood van Petrarca en Boccaccio, mede dankzij de concilies van Konstanz (1414-1417) en Basel (1431-1449). Tijdens hun vrije tijd trokken de humanisten, die veelal als secretaris aan de concilies deelnamen, op schattenjacht in de naburige kloosters van Zwitserland, Frankrijk en Duitsland. Een belangrijke naam is Pogio Bracciolini. Hij was het ook die startte met het hoger vermelde humanistische minuskelschrift. De hier afgebeelde codex bevat de boeken I tot VI van de Annales van Tacitus. Deze boeken werden pas ontdekt in 1508 in Corvey en waren dus niet bekend bij de eerste humanisten. (BRT)

Vergiliusmanuscript
De in de 6de eeuw in grote hoofdletters geschreven codex schijnt uit een weinig gecultiveerde provincie afkomstig te zijn. Feitelijk zijn de miniaturen (12 grote en 7 kleine pagina's) in sierlijkheid alle ondergeschikt aan die van de Vaticaanse Vergilius. Zij tonen een zekere na´veteit in de uitvoering. In de middeleeuwen, misschien al in de 8ste eeuw, verscheen het in Frankrijk, in de abdij van St.-Denis. Omstreeks 1475 was het in de Vaticaanse bibliotheek, waar Poliziano, Michel de Montaigne, Mabillon, Mantfaucon en anderen het hebben gezien. Het is bijna vierkant en bevat 309 perkamentbladen met een groot deel van de Eclogae (ook wel Bucolica genoemd), van de Georgica en de Aene´s. De codex bevat drie gelijke portretten van dezelfde grootte van Vergilius, zoals hij is gezeten tussen een lessenaar en een korf met boeken. Het hier getoonde miniatuur en de andere van de codex zijn door hun details interessant. (Kunstschatten van Rome, 370)



privacybeleid