kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 17-04-2009 voor het laatst bewerkt.

Lidwoord

Woordsoort die uitsluitend voorkomt in verbinding met een zelfstandig naamwoord: ‘de’ en ‘het’ zijn lidwoorden van bepaaldheid, ‘een’ is het lidwoord van onbepaaldheid.

Een lidwoord (of artikel) is een woord dat kan geplaatst worden voor zelfstandige naamwoorden. Het heeft als voornaamste functie om de bepaaldheid ervan aan te duiden. Daarnaast kan een lidwoord ook andere informatie over het naamwoord verschaffen, in het Nederlands bijvoorbeeld over het woordgeslacht ervan (mannelijk, vrouwelijk of onzijdig).

Er zijn drie lidwoorden: de, het en een.

Het Nederlands kent twee bepaalde (of bepalende) lidwoorden:
. de, mannelijk of vrouwelijk
. het, onzijdig

Het wordt enkel gebruikt vóór een enkelvoudig onzijdig woord. Om een meervoud aan te duiden wordt altijd de gebruikt, omdat meervoudswoorden (net als in het Duits) altijd vrouwelijk zijn. Verkleinwoorden zijn altijd onzijdig, en worden in het enkelvoud dus met "het" aangeduid. Voorbeeld:
. De sleutel (mannelijk of vrouwelijk enkelvoud, dus de)
. Het sleuteltje (verkleinwoord, dus het)
. De sleuteltjes (meervoud, dus de)
. Het huis (onzijdig enkelvoud, dus het)
. De huizen (meervoud, dus de)

Men spreekt in het Nederlands ook nog van generische en categoriale lidwoorden. Een generisch lidwoord ziet eruit als een bepaald lidwoord, maar is niet specifiek voor het woordwaar het bijstaat, maar eerder algemeen
. De mens is sterfelijk
. De olifant is een zoogdier

Het spreekt vanzelf dat we hier niet bedoelen dat die specifieke mens sterfelijk is, omdat sterfelijkheid een kenmerk van alle mensen is.

Een categoriaal lidwoord ziet eruit al een onbepaald lidwoord, maar slaat eigenlijk op een hele categorie. Een meervoud heeft dit lidwoord net als haar onbepaalde zuster niet.
. Een olifant is een planteneter
. De jongen is bang van een slang

Uiteraard is de jongen niet bang van één enkele slang, maar van alle soorten. Dit lidwoord slaat op de hele slangencategorie.

Opgelet! Het woordje het kan soms ook een persoonlijk voornaamwoord zijn!
. Voorbeeld: Ik weet het echt niet of het nog kan.

Ook kan het voorkomen als een onbepaald voornaamwoord.
Voorbeeld: Het sneeuwt.

Het Nederlands kent slechts één onbepaald (of onbepalend) lidwoord: 'een'.

Het onbepaald lidwoord een wordt in het Nederlands enkel gebruikt vóór een enkelvoud, om een onbepaald meervoud aan te duiden wordt simpelweg géén lidwoord gebruikt. Voorbeeld:
. Daar is een huis. (onbepaald enkelvoud, dus een)
. Daar zijn huizen. (onbepaald meervoud, dus geen lidwoord)

Sommige dialecten van het Nederlands, onder meer het West-Vlaams, kennen nog een tweede onbepaald lidwoord, namelijk ne of nen, dat gebruikt wordt vóór een onbepaald mannelijk enkelvoud, bijvoorbeeld "ne stier", "nen auto".

Daarnaast kent het Nederlands nog enkele oudere verbuigingsvormen, zie hiervoor verbuiging van het lidwoord.

Andere talen hebben aangehechte lidwoorden: dit zijn elementen die achter het naamwoord worden geplaatst.
. in het Zweeds: Svenska Dagbladet — het Zweedse Dagblad
. in het Roemeens: bunicul - de opa).

Andere talen hebben een lidwoord waar in het Nederlands geen lidwoord is, zoals in het Frans.
. le pain - het brood (het ding)
. du pain - brood (als stofnaam)
. des maisons - huizen (om een onbepaald meervoud aan te duiden)

Lang niet alle talen hebben lidwoorden. Voorbeelden van talen zonder lidwoorden zijn het Latijn, het Russisch en het Fins.

Verbuiging van het lidwoord
Heden ten dage kent het Nederlands slechts drie productieve lidwoorden: de, het en een. Vroeger kende het lidwoord echter ook in het Nederlands verschillende vormen voor nominatief, genitief, accusatief en datief.

Verbuiging van het bepaald lidwoord

Enkelvoud
 MannelijkVrouwelijkOnzijdig
Nominatiefdedehet
't
Genitiefdes
's
derdes
's
Datiefdenderden
Accusatiefdendehet
't
Meervoud
 MannelijkVrouwelijkOnzijdig
Nominatiefdedede
Genitiefderderder
Datiefdenden
der
den
Accusatiefdedede

Het lidwoord des wordt vaak verkort tot 's: des morgens > 's morgens.

Het lidwoord 't is geen verkorting van het - het is andersom. Waarschijnlijk onder invloed van het persoonlijk voornaamwoord het is het lidwoord t verlengd tot het.

Enkel de nominatief en de genitief kunnen tegenwoordig nog in niet-versteende uitdrukkingen gebruikt worden, alhoewel het gebruik van de genitief wat archaïsch overkomt.

De datief is enkel nog vormend na het voorzetsel te, merk op dat het lidwoord contraheert met dit voorzetsel: te + den > ten, te + der > ter. Verder komt de datief nog voor in versteende uitdrukkingen, vaak zijn dit voorzetsels met een figuurlijke betekenis.
. te der plaatse > ter plaatse
. te den tijde > ten tijde
. in den beginne

De accusatief wordt aangewend in versteende uitdrukkingen (vaak na voorzetsels met een figuurlijke betekenis).
. in den regel
. op den duur
. aan den toog

Verbuiging van het onbepaald lidwoord

Enkelvoud
 MannelijkVrouwelijkOnzijdig
Nominatiefeen
'n
ene
'ne
een
'n
Genitiefeens
'ns
ener
'ner
eens
'ns
Datiefenen
'nen
ener
'ner
enen
'nen
Accusatiefenen
'nen
een
'n
een
'n

Het onbepaald lidwoord heeft in de regel geen meervoud.

De lidwoorden een, ene, eens en enen vaak verkort worden tot 'n, 'ne, 'ns en 'nen:
. een paard > 'n paard
. ene roos > 'ne roos
. eens konings > 'ns konings
. enen koning > 'nen koning

De gangbare vorm voor de nominatief vrouwelijk enkelvoud is een. In Vlaanderen wordt echter in de omgangstaal de vorm 'ne gebruikt (geassimileerde 'nen - zie: Accusativisme), en voor klinkers en bepaalde medeklinkers 'nen: ne man, nen auto. Voor het onzijdig lidwoord gebruikt men in deze Vlaamse Tussentaal "e": e meiske, e kind. Het vrouwelijk dan wordt gekenmerkt door "een": een vrouw, een deur.

Schriftelijk wordt de vorm ene enkel aangewend als men er de nadruk wil opleggen dat het over slechts één zaak/persoon gaat. Men schrijft dan ook vaak éne. Ook aan de andere vormen wordt een accent toegevoegd om het enkelvoud te benadrukken: één, éne, ééns, éner, énen.

Enkel de nominatief en de genitief kunnen tegenwoordig nog in niet-versteende uitdrukking gebruikt worden, alhoewel het gebruik van de genitief wat archaïsch overkomt. De datief is enkel nog vormend na het voorzetsel te, hoewel ook dit vaak als archaïsch bestempeld wordt. Verder komt de datief nog voor in versteende uitdrukkingen, vaak zijn dit voorzetsels met een figuurlijke betekenis. De accusatief wordt aangewend in versteende uitdrukkingen (vaak na voorzetsels met een figuurlijke betekenis).

Verbuiging van het onbepaald lidwoord (zelfstandig gebruikt)

Enkelvoud
 MannelijkVrouwelijkOnzijdig
Nominatiefde enede eenhet ene
Genitiefdes eensder eendes eens
Datiefden enender eenden enen
Accusatiefden enende eenhet ene
Meervoud
 MannelijkVrouwelijkOnzijdig
Nominatiefde enende enende ene
Genitiefder enender enender ene
Datiefden enenden/der enenden ene
Accusatiefde enende enende enen

Het zelfstandig gebruikt onbepaald lidwoord wordt als een contrast geplaatst te worden: de ene(n) versus de andere(n).


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Lidwoord.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 152.

Tweets by kunstbus