kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Lucy-B.-en-C.W.-van-der-Hoogt-prijs

Prijs van De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde penning en een geldbedrag (€ 6000).

Lucy B. en C.W. van der Hoogt prijs
2005: Micha Hamel, voor Alle enen opgeteld [1]
2004: Rob van der Linden, voor De hand, de kaars en de mot [2]
2003: Geert Buelens, voor Het is [3]
2002: Josse De Pauw, voor Werk [4]
2001: René Puthaar, voor Dansmuziek [5]
2000: Erwin Mortier, voor Marcel [6]
1999: Erik Menkveld, voor De karpersimulator
1998: Arthur Japin, voor De zwarte met het witte hart
1997: Piet Gerbrandy, voor Weloverwogen en onopgemerkt
1996: Wessel te Gussinklo, voor De opdracht
1995: Peter Ghyssaert, voor Cameo
1994: Geertrui Daem, voor Boniface
1993: Anna Enquist, voor Jachtscènes
1992: Marie Kessels, voor Boa
1991: Charles Ducal, voor De hertog en ik
1990: Margriet de Moor, voor Dubbelportret
1989: Marc Reugebrink, voor Komgrond
1988: Jan Brokken, voor De zee van vroeger
1987: Rogi Wieg, voor Toverdraad van dagverdrijf
1986: August Willemsen, voor Braziliaanse brieven
1985: Benno Barnard, voor Klein Rozendaal
1984: Thomas Rosenboom, voor De mensen thuis
1983: Lela Zeckovíc, voor Belvédère
1982: Kester Freriks, voor Hölderlins toren
1981: Eva Gerlach, voor Verder geen leed
1980: Oscar de Wit, voor Met koele obcessie
1979: Hans Tentije, voor Wat ze zei
1978: Hilbert G. Kuik, voor Het schot
1977: Dirk Ayelt Kooiman, voor De grote stilte
1976: Kees Ouwens, voor gehele oeuvre
1975: Fritzi ten Harmsen van der Beek, voor gehele oeuvre
1974: Frank Martinus Arion, voor Dubbelspel
1973: Guus Vleugel, voor zijn cabaretteksten
1972: Breyten Breytenbach, voor Lotus
1971: Wim Huyskens, voor Schuine lyriek en De poëtische bijl
1970: Jacq Firmin Vogelaar, voor Het heeft geen naam
1969: Hugo Raes, voor De lotgevallen
1968: H.C. ten Berge, voor Personages
1967: Andreas Burnier, voor Een tevreden glimlach
1966: Gust Gils, voor Een plaats onder de zon
1965: Jacques Hamelink, voor Het plantaardig bewind
1964: J. Bernlef, voor Dit verheugd verval
1963: Cees Nooteboom, voor De ridder is gestorven
1962: Willem Brakman, voor Een winterreis
1961: Bert Schierbeek, voor gehele oeuvre
1960: Christine D'haen, voor Gedichten 1946-1958
1959: Anton Koolhaas, voor Er zit geen spek in de val
1958: Hans Warren, voor Saïd
1957: Jacques Presser, voor De nacht der Girondijnen
1956: W.J. van der Molen, voor De onderkant van het licht
1955: Willem G. van Maanen, voor De onrustzaaier
1954: Guillaume van der Graft, voor Vogels en Vissen
1953: Adriaan van der Veen, voor Het wilde feest
1952: J.W. Schulte Nordholt, voor Levend landschap
1951: Alfred Kossmann, voor De nederlaag
1950: Leo Vroman, voor Gedichten, vroegere en latere
1949: Anna Blaman, voor Eenzaam avontuur
1948: Hendrik de Vries, voor Toovertuin
1947: J.J. Klant, voor De geboorte van Jan Klaassen
1946: Bert Voeten, voor Doortocht
1945: Muus Jacobse, voor Vuur en wind
1945: Ida G.M. Gerhardt, voor Het veerhuis
1942: Beb Vuyk, voor Het laatste huis van de wereld
1941: M. Vasalis, voor Parken en woestijnen
1940: Clara Eggink, voor Het schiereiland.

C.W. van der Hoogt prijs
1939: Ed. Hoornik, voor Mattheus
1938: Simon Vestdijk, voor Het vijfde zegel
1936: Hendrik Marsman, voor Porta Nigra
1935: Niet toegekend.
1934: J. Slauerhoff, voor Soleares
1933: Anton van Duinkerken, voor Dichters der contra-Reformatie
1932: Johan Fabricius, voor Komedianten trokken voorbij
1931: Arthur van Schendel, voor Het fregatschip Johanna Maria
1930: Antoon Coolen, voor Het donkere licht
1929: Anthonie Donker, voor Grenzen
1928: Aart van der Leeuw, voor Het aardsche paradijs
1927: Herman de Man, voor Het wassende water
1926: Dirk Coster, voor Verzameld Proza
1925: R. van Genderen Stort, voor Kleine Inez

Haagsche Post prijs
1924 Niet toegekend
1923 Jo de Wit, voor Open zee.
1922 Carry van Bruggen, voor Het huisje aan de sloot.
1921 Elisabeth Zernike, voor Het schamele deel.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 44.